FraLa - Leg uit

Sinds enige tijd ben ik taalcoach. Je mag dan mensen helpen die om welke reden dan ook een taalachterstand hebben. Zeker als je taalmaatje uit een ander land afkomstig is, merk je dat Nederlands best een moeilijke taal is. Ook om uit te leggen. Waarom is het DE koe en HET paard. DE neus en HET oog. DE arm en HET been. En ook als iemand slechts één hond heeft, is het toch een hondeNbezitter. Die tegenwoordig verplichte N heeft trouwens een aardig woord met 7 klinkers achter elkaar verziekt. Koeieuier is niet langer correct. Aan het woord met 8 medeklinkers achter elkaar heeft men gelukkig nog niets gedaan (angstschreeuw). Onze grammatica is evenmin appeltje eitje. Het is niet ‘hij geefde’, maar ‘hij gaf. Wel goed is ‘hij beefde’ en dus niet ‘hij baf’’.

Honden- en paardenrassen hebben die al eerder genoemde N, maar paperassen dus niet…

Van de vreemde zaken rond onze taal word ik wel eens melig. Hier zijn nog wat voorbeelden, ook al hebben ze niet allemaal met taal te maken.

Zelfs als ie doodstil staat, blijven we hem een rendier noemen.

Kudelstaart is een plaats in Noord Holland en niet het achterste deel van een uitheems hert.

Iemand die sportief gezien niet erg op de hoogte is, vraagt zich wellicht af of een biathleet seksueel van twee walletjes eet.

Een potvis is niet lesbisch. Het is zelfs geen vis, maar een zoogdier (walvisachtigen).

Reislust heeft niets te maken met het feit of je al dan niet rijst lust.

Bot vangen wordt door menig visser niet als negatief ervaren.

Van alle zoogdieren is het gordeldier niet moeders mooiste. Er is ook een ‘onder de gordel dier’, maar dat wordt meestal onder de verzamelnaam “schaamluis” gerangschikt.

Als iemand naast zijn schoenen loopt, vraag ik mij af hoe die schoenen dat bijhouden.

Als de noot het hoogst is, heeft een eekhoorn daar behoorlijk de pest over in.

Voor relletjes met moslims denkt de politie nu aan de inzet van politievarkens.

In musea en parken zie je soms beelden waarbij iemand volgens mij toch echt kunstgeschiedenis gestudeerd moet hebben om het mooi te vinden.

De populariteit van die kreet van Obama “Yes, we can” snap ik niet. Ik heb het via internet vertaald en daar kwam  “Ja, wij blikje”  uit.

“Ik ben bezorgd”, zegt mijn buurman. “O ja, waar dan en door wie”, vraag ik.

Als er knopen doorgehakt moeten worden, hoop ik wel dat het flinke jongens zijn, want die kleine parelmoer knoopjes zijn knap lastig.

Over iemand wordt wel eens gezegd dat hij veel in de melk te brokkelen heeft. Ik vraag mij dan altijd af wat er gebrokkeld wordt en waarom juist in melk.

Is een vlindermes ooit rupsmes geweest?

Is bijenwas de verleden tijd van bijenben?

“Ober, waar blijft mijn lamsvlees?”

De ober antwoordt: “Onze kok houdt van vers en de ooi is nog niet klaar met bevallen”.