Driek Oplopers - Brabants genaaid

Gistermiddag kwam ik bij de bakker mijn buurman tegen. “Hee, Driek, ik krijg nog € 38,50 van je!” Ik was mij van geen kwaad bewust, en vroeg hem dus om opheldering. “Nou kijk, Driek, ik heb een goed slot plus ketting voor mijn fiets gekocht. Tegen diefstal. Logisch dus dat jij dat voor mij moet betalen. Dat noemen we de Brabantse methode.”

Verbijsterd verliet ik met mijn halfje volkoren de bakkerswinkel. De Brabantse methode. Geen idee. Ik wóón helemaal niet in Brabant. Dus wat dat nu weer voor moderne fratsen zijn…

Totdat ik een artikel in het OV-Magazine las. Daar werd fijntjes beschreven hoe de Brabantse buspassagier een poot wordt uitgedraaid ter bescherming van de chauffeurs.

Zo nu en dan wordt er een buschauffeur beroofd van zijn dagomzet. Chauffeurs hebben vaak best wel een flink geldbedrag bij zich, als opbrengst van de kaartjes die ze op de bus verkopen.  Dat is een heel ernstige zaak. Maar er zijn best oplossingen voor te bedenken, zoals een afstortkluis in de bus of een plexiglas scherm dat de chauffeur achter het stuur beschermt tegen overvallers. Maar nee, men kiest voor het afschaffen van de contante betaalmogelijkheid. In plaats daarvan moet men gaan pinnen. Ik vind dat een gemakzuchtig zwaktebod, maar verzet daartegen is een gelopen race.

In Brabant, echter, zijn ze volkomen geschift. Want daar moeten de passagiers straks extra gaan betalen om de aanschaf van die pinspulletjes te bekostigen. Met hartelijke instemming van het Reizigersovereg Brabant. Dat is een stel idioten die belangrijk lopen te doen onder aanvoering van Reizigersverkwanselvereniging ROVER. “Veiligheid gaat voor alles”, laat woordvoerster Nienke Schuurmans namens dat Brabantse reizigersoverleg weten. “We vinden dat ook de reiziger daar aan mag bijdragen.”

Doe normaal! De kosten van de kaartverkoop -en dus ook van het betalingsverkeer tussen de busmaatschappij en de passagiers- maken deel uit van de exploitatiekosten, en stijging van die kosten valt onder het ondernemersrisico van de busmaatschappij.  Met andere woorden: die kosten zitten nu al verdisconteerd in het tarief. Net als de uitkomst van de cao-onderhandelingen of een verhoging van de Wegenbelasting. U snapt dat. Ik snap dat. Maar Brabanders gaat zoiets dus algauw boven de pet. Maar ja, zodra het niet over worstenbroodjes of Frans Bauer gaat, wordt het al gauw te ingewikkeld. Brabanders, u weet wel, die een gemeenteraadsvergadering  over de komst van een AZC met grof geweld dwarsboomden omdat “die buitenlanders dat gevoel voor die Brabantse gezelligheid niet hebben”.

Bulderend van de lach nam men op de hoofdkantoren van Arriva en Connexxion kennis van het advies van dat Brabantse reizigersoverleg. Veiligheid is belangrijk, en daar mogen de reizigers best wat aan meebetalen. Ja, u leest het goed: het reizigersoverleg vindt dat de BUSPASSAGIERS de kosten moeten betalen van de diefstalpreventie van de CHAUFFEURS. “Ze zijn er met open ogen ingetrapt”, hikte een kaartverkoopdirecteur tegen de chef van de financiële afdeling, “De buit is binnen.” In Heerenveen en Hilversum werd gebak gehaald en knalden de champagnekurken. Maar die Brabantse pater Frans van der Poel, dik veertig jaar geleden oprichter van ROVER, draait zich om in zijn graf als hij zou zien hoe de Brabantse buspassagiers door de erfgenamen van zijn gedachtengoed worden genaaid, als u het mij vraagt.

En ja, die woordvoerster van dat Reizigersoverleg Brabant, mevrouw Nienke Schuurmans, kan zich volgens mij het beste laten insluiten in ene psychiatrisch ziekenhuis. Niet in de laatste plaats omdat ze is vergeten -onder het motto -aan veiligheid mag je wat bijdragen- ook even in haar adviesje op te schrijven dat het een goed idee is, als ook de buschauffeurs wat aan hun veiligheid bijdragen. Door een bescheiden loonmatiging.