Zonnetje40 - Songteksten onder de loep (1)

Alles kan een mens gelukkig maken

Al jaren verbaas ik mij over sommige teksten van Nederlandstalige liedjes. En ik kan dan ook echt niet begrijpen dat tekstschrijvers wegkomen met de bagger die zij hebben geschreven. Mijn Sinterklaasgedichten zijn nog beter overdacht dan hun songteksten!

Neem bijvoorbeeld het liedje van René Froger: "Alles kan een mens gelukkig maken." Een grote hit in de later jaren '80, beter bekend onder de titel: "Een eigen huis." De tekst is geschreven door Henk Westbroek (zanger van 'Het Goede Doel') en René heeft er twaalf weken mee in de Top40 gestaan, waarvan drie weken op nummer één.

Maar ga die tekst nou eens serieus bij langs. Raar! Gek! Vreemd! Ja toch?

Eerste couplet vind ik heel geloofwaardig, trouwens.

"Ik kan niet zeggen dat ik iets tekort kom, geen idee, geen benul, wat de smaak van honger is. Als ik geen zin heb om te koken, loop ik even naar de markt voor een moot gebakken vis."

Hier geloof ik in. Een geweldig couplet. Inderdaad: als ik René Froger zie, gelóóf ik, dat hij niet weet wat het is om honger te hebben. Hij roept ook zeker nooit bij mij een gevoel op van: 'ren naar de keuken en smeer zes boterhammen voor die gast', echt, zeker niet. Als ik naar zijn wangen kijk, naar zijn krappe overhemden en jasjes, denk ik eerder: 'stuur deze man een paar weken naar Afrika.'

Maar dan het volgende: 'en als de kleuren van mijn huis me irriteren, vraag ik of de buurman het vandaag nog overspuit.'

Kijk. Dit roept vragen bij mij op.  Je wordt 's morgens wakker en bent op slag chagrijnig. Dit ligt niet aan je vrouw, want zij staat al gedienstig in de keuken die zes boterhammen te smeren waar ik zonet nog géén zin in had. Natasja Froger wel. Zij smeert die bammetjes alsof haar leven ervan afhangt. Maar René ligt zich ondertussen in de masterbedroom af te vragen wat hem nou zo irriteert. Hij kijkt rond en komt tot de conclusie dat het de kleuren van de muren zijn. Hij stapt uit bed en loopt naar de slaapkamer van zijn zoon Maxim. Ook al zo'n maffe kleur op de muren. Dan naar Didier: gatverdamme. Wat een kutkleur. René rent naar beneden (zich ondertussen als een malle ergerend aan de kleuren in het trapgat) en als hij beneden komt, heeft hij geen eens zin meer in zijn ontbijt. Hij eet maar vijf van de zes boterhammen op die zijn lieftallige echtgenote met zo veel passie voor hem heeft gesmeerd. Want ook in de keuken en de woonkamer wordt hij bijna onpasselijk van de kleuren op de muren.

Dan maar naar de buurman. "Hee, buurman!"

 "Hee, René! Man, wat een mooie dag! Ik heb een snipperdag genomen en ik ga gezellig met mijn vrouw en dochters naar het strand!"

 "Nou, ik dacht het even niet. De kleuren van mijn huis irriteren mij, dus ik wil dat jij het vandaag nog overspuit!"

"Vandaag? Alle muren? Binnen én buiten?! Nou, dan kan ik dat dagje strand met vrouw en kinderen wel vergeten, zeker!" "Ja. Inderdaad. Je moet opschieten, want ik wil dat de klus vandáág geklaard wordt!"

Dit gaat toch nergens over. Maar dan ook echt nérgens. Helaas: het ergste van dit lied moet nog komen:

"en voordat jij en ik vanavond vroeg onder de wol gaan, gaan we met z'n tweeën drie keer uitgebreid in bad."

Ik heb geen bad. Dat vind ik soms jammer.  Lekker douchen en klaar voor de dag. Ja toch? Maar oké, ik héb dan ook geen bad. Toch voel ik de behoefte om dit deel van het couplet te analyseren. Goed. Je hebt dus een bad. En je wilt daar gebruik van maken. Snap ik. Logisch. Je woont samen met je vriendin waarmee je een liefdesverhouding hebt. Dus je wilt sámen in bad. Snap ik ook. Wat moet ik me voorstellen bij uitgebreid in bad? Dat je seks hebt in bad? Ja. Kan ik me ook wat bij voorstellen. Maar verder? Dat je je haar wast met shampoo en óók nog een conditioner aanbrengt die je vervolgens ook weer moet uitspoelen? Een scrubje? Een maskertje? Hier en daar scheren? Allemaal helemaal prima.

Hoe gaat het dan verder? Uitgebreid gebadderd. Schoon van je trommelvlies tot aan je endeldarm. Je staat glimmend en stralend in je badjas, klaar om naar bed te gaan. Vroeg onder de wol, héérlijk! Maar dan. Lig je in bed en denk je: "Nee zeg, heeft die trut nou die vieze cocos-olie in bad gekieperd? Jakkes, wat stink ik! En wat stinkt zij!"

Ga je dan werkelijk wéér een bad volpleuren met water en vanille-framboos-aardbeien-kiwi- en weet-ik-veel-wat-voor-geuren-meer?! En dan zijn we nog maar bij nummer twee van drie keer uitgebreid in bad! Voor die derde keer heb ik niet eens genoeg fantasie!

Ik snap wel dat Henk Westbroek deze songtekst aan René Froger cadeau heeft gedaan. Waarschijnlijk heeft hij bedacht dat half-Holland het toch niet zou verstaan, aangezien René zijn Nederlandstalige liedjes in het plat Amsterdams zingt. Ik dacht ook altijd, dat ik het verkeerd verstond. Tegenwoordig kan je teksten googlen: en ja, helaas, ik heb het toch altijd goed verstaan.

Mooi geweest. Ik ga nu drie keer uitgebreid in bad terwijl mijn buurman de muren van de badkamer overspuit. Lekker genieten van mijn moot gebakken vis.