27 aug 2014

   Zonnetje40 - Rood licht (deel 23)

Huwelijksperikelen in een serie. Vrachtwagenchauffeur Michael, bankbediende Monique.

Michael wordt wakker door de ringtone van zijn mobieltje. Automatisch draait hij zich op zijn andere zij om zijn arm om Monique heen te slaan. Even schrikt hij. Ze is er niet. O, dan is ze vast bij de baby. Dan realiseert hij zich, dat Monique in het ziekenhuis is met Lisa. Hij geeft zichzelf nog even de tijd om wakker te worden, en dan pakt hij de telefoon. Eerst maar eens bellen hoe het gaat. Monique neemt onmiddellijk op. Ze vertelt, dat Lisa heerlijk geslapen heeft vannacht, wel onderbroken door de nodige voedingen natuurlijk, maar de koorts is gezakt en ze heeft redelijk gedronken. De dokter zal straks wel komen kijken en vertellen hoe lang ze nog moeten blijven. "Ik neem even een douche en drink een kop koffie, en dan bel ik je even wat ik mee moet nemen, oké?" Michael voelt zich opgelucht. Gelukkig. Dat kleine meisje heeft hen al wat zorgen opgeleverd! Zou dat nou altijd zo blijven, totdat ze volwassen is? Michael schudt die gedachte van zich af en stapt onder de douche. Na zijn ontbijt belt hij Monique. "Wat moet ik allemaal meenemen?" "Loop maar even naar Lisa's kamertje, dan kan ik je beter uitleggen waar de spullen liggen," antwoordt Monique.
Gehoorzaam gaat Michael naar de kamer van zijn dochter. Het bedje is afgehaald. Waarschijnlijk had Monique het bedje net willen verschonen, de dag dat ze met Lisa naar het ziekenhuis moest.
"Aan het haakje naast de commode hangt de badcape, neem die maar mee, want ik ga haar straks als het mag lekker in badje doen." Michael kijkt. Er hangt niets aan het haakje. Hij doet de deurtjes van de commode open. Misschien ligt de badcape daar? Monique hoort hem een verschrikte kreet slaken door de telefoon. "Wat is er schat?" vraagt ze verschrikt. Michael weet niet wat hij zeggen moet. Zijn instinct heeft hem dus niet bedrogen. Er is iemand in huis geweest vannacht. En om een of andere duistere reden heeft die persoon bloemen weggegooid. Ook is de commode helemaal leeg.


Shirley zit op haar kamer en rookt de ene sigaret na de andere. Ze kijkt naar de vuilniszak die ze nog heeft weten mee te krijgen. In blinde razernij is ze ontstoken vannacht, het is haar een raadsel dat Michael niet wakker is geworden. Minutenlang had ze op de overloop gestaan. Moed verzameld om datgene te doen dat ze het liefst zou doen: bij Michael in bed kruipen. Maar ze durfde het risico niet te nemen. Hij was duidelijk alleen maar bezig met Monique en die stomme baby. ‘Als dit stel geen kind had gekregen, dan waren ze al lang uit elkaar geweest,' dacht ze ineens. Misschien ging die baby wel dood in het ziekenhuis. Dat zou reden genoeg zijn voor Michael en Monique om uit elkaar te groeien. Dán zou Michael haar, Shirley, misschien wel willen. Zachtjes was ze de babykamer in gelopen. Ze had de deurtjes van de commode opengedaan, en naar de keurig gestreken stapeltjes babykleertjes staan staren. Woedend had ze al die kleertjes uit de commode gemaaid met haar armen. Daarna had ze geschrokken van haar eigen razernij weer een tijdje roerloos staan wachten. Maar er gebeurde niets. Door de muur heen hoorde ze Michael snurken. Ze was naar beneden gelopen en had in een van de keukenkastjes vuilniszakken zien liggen. Daar had ze alle babykleertjes in gepropt en meegenomen. Wat zou Michael morgen schrikken, als hij Monique zou bellen en er geen babykleertjes meer in de commode zouden liggen! Ook had ze het bedje afgehaald. Als het aan haar lag, dan zou die baby het ziekenhuis niet meer levend verlaten.
Toen ze weer beneden kwam, had ze wel bedacht, dat ze nu zo'n duidelijke inbraak had gepleegd, dat Michael nu vermoedelijk de sloten wel zou laten vervangen. Ze was de woonkamer binnengegaan, en was naar de achterdeur gelopen. Er zat een sleutel in de deur. Maar die zou natuurlijk gemist worden. Ze had laatjes opengetrokken, en uiteindelijk had ze een sleutelbos gevonden. Daar zat dezelfde sleutel aan, en toen ze deze uitprobeerde, bleek de sleutel te passen op de achterdeur. Ze had de sleutel in haar zak gestoken, en was even de tuin ingelopen om te kijken of er een poort was met een slot. Dit bleek niet het geval. Een makkelijk te openen tuinhekje. Prima. Ze was naar de gang gelopen en had de voordeur geopend. De vuilniszakken met babykleding waren toch zwaarder geweest dan dat ze had vermoed. Hijgend was ze bij haar auto aangekomen. En toen kwam die man.

Michael stapt naar buiten en sluit de voordeur af. Onwillekeurig kijkt hij om zich heen, of hij de insluiper van vannacht misschien nog ziet. Hij heeft het wel aan Monique moeten vertellen, want hij kon niks meenemen naar het ziekenhuis. Alles was weg. Ze huilde, toen hij het vertelde. "Wat is er toch allemaal aan de hand, Michael? Heeft iemand het soms op ons voorzien? Eergisternacht had ik ook al het idee, dat er iemand in huis was geweest. En weet je? In de kraamtijd waren er toch sleutels kwijt? Daar hebben we verder niets meer mee gedaan. Ik wil dat je de sloten laat vervangen, Michael!" Wat stom. Hij had daar nooit meer aan gedacht, door alle drukke besognes, maar Monique had gelijk. Maar dan wist hij ook wie het was. Shirley. Op de dag dat zij ongewenst op kraamvisite was verschenen, waren de sleutels vermist. Dat hij daar niet eerder aan had gedacht! Dacht hij eindelijk van dat gekke wijf af te zijn, kwam ze 's nachts ineens spoken in hun huis!

"Dag buurman, alles goed?" Michael schrikt op uit zijn gedachten. Het is de overbuurman. "Ja, nou nee, niet zo goed eigenlijk. Mijn dochtertje ligt in het ziekenhuis. En er is vannacht bij ons ingebroken." De buurman knikt. "Loop maar even met me mee, ik heb wat voor je," zegt hij kortaf. Michael loopt zijn overbuurman verbaasd achterna. In diens gang staan twee vuilniszakken. "Vannacht wilde mijn hond maar niet slapen. Het beest bleef maar janken. Ik dacht: ‘Misschien zit er nog een drol dwars,' dus ging ik rond twee uur het beest nog maar even uitlaten." De buurman stopt met zijn verhaal en kijkt Michael aan. "Eergisternacht heb ik al een vrouw bij u naar binnen zien gaan. Een jonge vrouw, met lang, blond haar. Maar goed, ieder moet zelf weten wat hij doet, dus ik heb me er niet mee bemoeid. Vannacht was het diezelfde vrouw. Maar nu met drie vuilniszakken. Dus dat leek wel erg veel op een inbraak. Ik heb met haar staan vechten op de parkeerplaats. En denkt u dat die hond van mij me kwam helpen? Welnee, die liep in de struiken naar een geschikte plaats te zoeken om zijn behoefte te doen. Lekker, zo'n waakhond!" Michael maakt een ongeduldig gebaar. De man gaat verder met zijn verhaal. "Dat wijf heeft me behoorlijk in mijn kruis geschopt, en toen ik weer adem kon halen, was ze al weggereden. Maar ik heb haar twee vuilniszakken afhandig weten te maken. Helemaal vol met babykleertjes. En ik heb het kenteken van haar auto weten te onthouden." Triomfantelijk kijkt de buurman Michael aan. Michael pakt de twee vuilniszakken en kijkt er in. Het zijn de kleertjes van zijn dochter. Het ontroert hem, maar tegelijkertijd voelt hij een enorme woede in zich opkomen. Dan beseft hij, wat de man zegt. Aangifte doen, kenteken. ‘Maar dan komt alles uit,' denkt hij nerveus. ‘Dat mag niet gebeuren!' Hij legt een hand op de schouder van de buurman. "Ik vind het geweldig, dat u dit voor ons heeft gedaan. Maar doe maar geen aangifte. Ik weet wie het is. Het is een voormalige vriendin van mijn vrouw en mij. Een zielig geval. Zij kan geen kinderen krijgen, en weet niet hoe ze om moet gaan met het feit dat Monique en ik wél papa en mama zijn geworden. Ze had ook een sleutel van ons huis, omdat ze voorheen wel eens de planten water kwam geven als wij op vakantie waren, maar ik laat de sloten wel veranderen. Dan is het gedonder meteen over." Voordat de buurman nog maar iets kan zeggen, mompelt Michael nog een bedankje en is hij verdwenen met de vuilniszakken, de buurman verbouwereerd achterlatend. Die neemt zich voor, binnenkort toch maar eens poolshoogte bij buurvrouw Monique te gaan nemen.

Klik hier om alle tot nu toe verschenen afleveringen te lezen, te reageren of reacties van anderen te lezen.