Zonnetje40 - Dat zou ik nóóit doen

Je hebt van die mensen die het altijd prima weten in te vullen voor een ander. Hoe anderen hun leven zouden moeten leiden. Hoe stom de beslissingen zijn die die andere mensen soms nemen. Dit zijn van die zwart-witdenkers. Normatief. Vanuit hun eigen referentiekader zitten ze als beste stuurlui aan de wal te oordelen over de levens van anderen.  En roepen om het hardst dat zij in die situatie een heel andere beslissing zouden hebben genomen.

Het is mij opgevallen, in de periode dat mijn eerste echtgenoot en ik gingen scheiden, dat ik ineens heel veel andere verhalen te horen kreeg. Ik durfde zelf nooit over mijn relatieproblemen te praten. Ook niet met naaste familie en vrienden. Misschien uit schaamte, maar ook vanuit het gevoel dat, mócht het toch nog goedkomen tussen mijn echtgenoot en mij, dat iedereen toch zoiets zou hebben van: “Ja, ja. Nu lijkt het wel goed te gaan, maar een tijdje geleden sloegen ze mekaar de hersens zowat nog in. Ik moet nog zien of het wel goed blijft gaan.” Nu lijkt het raar, dat ik toen zo dacht, maar ook dit kwam ergens vandaan.

Ik had iemand geholpen die zwaar in de problemen zat. Dat had ik eerst helemaal niet door, totdat zij op een woensdagmorgen bij mij koffie  zat te drinken en ineens in tranen uitbarstte. Haar relatie was voorbij. Ze wilde niets meer met haar man te maken hebben. Zij vertelde me veel over haar huwelijk en ik kon me haar beslissing goed voorstellen. Maar ik was wel stomverbaasd! Dat had ik nou nooit gedacht van dit stel! Ze kwam een aantal weken bij ons in huis met haar twee kleine kinderen. Ze wilde haar man – die wanhopig probeerde om zijn vrouw weer terug te krijgen – absoluut niet spreken, laat staan zién. Als hij belde stond ik hem te woord en de boodschap was duidelijk: “Ze wil niet verder met je en ze wil je ook niet spreken.” Opeens – van de een op de andere dag -  besloot ze, om toch terug te gaan naar haar echtgenoot. Ze zag zichzelf nog niet op een flatje wonen met haar twee kindertjes en ach, eigenlijk viel het allemaal wel mee. Ik was te verbouwereerd om ook maar iets te snappen van deze plotselinge ommekeer en liet haar met een ongerust gemoed gaan. ‘Dat zou ik nooit hebben gedaan als ik haar was,’ dacht ik nog. Nu, zo’n twintig jaar later is het stel nog steeds bij mekaar. Of ze gelukkig zijn? Ik weet het niet. Maar het is wel hun keuze en die zal ik moeten respecteren.

Dat is lastig voor ons, mensen. Om te accepteren en respecteren dat andere mensen ook andere keuzes maken. Soms ook echt verkeerde keuzes. En natuurlijk mag je dan adviseren, maar het is aan die ander wat hij of zij met dat advies doet. Wij zijn snel geneigd om dan beledigd te zijn en iets te zeggen in de trant van: ‘Nou ja, dan moet je het zelf maar weten. Je kan niet zeggen dat ik je niet gewaarschuwd heb.’

Toen ik zelf in de huwelijksproblemen zat, een leven geleden viel het mij ook op dat nu ik zelf voor het eerst openhartig met dierbaren over mijn problemen sprak, dat de kruisjes van andere huisjes ineens ook aan het licht kwamen. Ik had altijd het idee gehad dat het bij mijn vriendinnen allemaal wel lekker liep, maar niets bleek minder waar. Dus omdat ik zelf nooit over mijn problemen sprak en het altijd prima leek te gaan bij ons, spraken anderen ook niet met mij over hun problemen. Dat lijkt bijna een soort code. Als het op een verjaardag gaat over ziektes, dan heeft iedereen wel een voorbeeld van een nóg erger geval. Heeft men het over sporten, gezondheid en fit zijn, dan wordt hier de overtreffende trap van laten zien. Toch zijn wij als mensen altijd geneigd om te laten zien hoe goed het met ons gaat, en als het even tegenzit in het leven hoe goed we daar dan toch mee weten om te gaan.

Sommige mensen maken er een sport van om juist alles wat er misgaat in hun leven te vertellen aan anderen. Hun ziek-zijn wordt een stokpaardje, alles wordt opgehangen aan die ziekte. Dat kan voor een ander lastig zijn om mee om te gaan. Je zegt niet zo snel: ‘Hou nou je kop eens over die kanker van je, nou weet ik het wel een keer. Vandaag wil ik het hebben over mijn eksterogen, want dáár heb ik namelijk last van.’ Mensen willen graag aandacht. Voor wat ze doen, wie ze zijn, wat ze bereikt hebben. Sommige mensen willen alleen hun succesverhalen delen terwijl andere mensen het heerlijk vinden om te koketteren met hun problemen. Het is ongeloofwaardig dat iemand alleen maar problemen zou hebben, het is ook ongeloofwaardig dat het alleen maar fantastisch gaat in je leven. En waarom hebben we de behoefte om of het een of het ander te laten zien? Door de mening van andere mensen. Het is maar net, hoe gevoelig je hier voor bent. Als je bang bent voor de mening van anderen, zal je ook bang zijn om je eigen mening te formuleren.

Ooit had ik een godsdienstlerares die aan ons vroeg: “Wie van jullie gaat er ooit een bank beroven?” Geen vingers in de lucht, natuurlijk. Toen legde ze ons uit hoe sektes bijvoorbeeld werken. De sterke geest van de leider die de geest van de zwakkere weet te hersenspoelen. “Als ik het voorzichtig op zou bouwen, stapje voor stapje, dan zou ik het misschien wel voor mekaar krijgen dat wij met deze klas over een jaar een bank gaan beroven. Als ik de leiders van deze groep meekrijg in mijn idee, dan zullen de zwakkeren ook overstag gaan. Zeg nooit: ‘Dat zou ik nóóit doen.’ Mensen moorden, mensen stelen, mensen manipuleren, mensen zijn hebzuchtig en jaloers. Wij allemaal. Dus zijn we tot alles in staat.” Het was doodstil in de klas, herinner ik me, en ik ben dat ook nooit meer vergeten.

Want het is zó waar. ‘Dat zou ik nóóit doen.’ Dat weet je pas als je in de schoenen staat van die ander. Ik weet niet wat het is om verslaafd te zijn aan drugs. Dus kan ik nu wel zeggen dat ik nooit de prostitutie in zou gaan, maar wat doe je, als je geen geld hebt en die drugs keihard nodig hebt?

Nu denk ik dat ik nooit iemand zou kunnen vermoorden. Maar wat, als de liefde van mijn leven een minnares zou blijken te hebben, ik noem maar een voorbeeld. Alleen het idee al, wat zou ik boos, verdrietig en jaloers zijn! En ik ben ervan overtuigd dat een mens dan tot rare dingen kan komen. Elk mens.

Laatst hoorde ik iemand zeggen: “Al zou ik nóg zo arm zijn, nooit van mijn leven zou ik naar de voedselbank gaan. Je schaamt je toch kapot! Een beetje bedelen om je eten, nee hoor, dat zou ik nooit doen!” Makkelijk praten als je alles kan kopen wat je hartje begeert. Maar wat, als de omstandigheden van dien aard zijn dat je je kinderen nog nauwelijks te eten kan geven? Omdat je een alleenstaande moeder bent geworden die niet kan werken omdat de kinderopvang niet te betalen is en omdat ze drie kleine kinderen heeft? Dan wordt het toch wel een ander verhaal.

Je weet het pas als je in de schoenen staat van die ander. We vinden het moeilijk om voor onszelf de juiste beslissingen te nemen in het leven, maar voor die ander weten we het altijd meteen.

Voordat mensen tot bepaalde beslissingen komen, gaat daar heel veel aan vooraf. Hoe sta je in het leven, hoe is je jeugd geweest, wat voor karakter heb je, hoe sterk ben je geestelijk, door wie word je beïnvloed. Gevangenissen zitten vol met mensen die tot daden zijn gekomen door al deze bovenstaande factoren. Als kind denkt niemand: ‘Later word ik moordenaar.’ Nee. Dan denk je:  ‘Dat zou ik nóóit doen.’