Rikus Spithorst - Organenroof

Wanneer ik door een tragische omstandigheid kom te overlijden, en mijn binnenwerk is prima geschikt om als donormateriaal te dienen, mogen anderen dan mijn organen hebben?

Nee.

Althans, niet op de manier zoals het nu gaat. Want ik vind slechts “ja” of “nee” een keuze met de botte bijl. Ik zou willen kiezen voor een “ja, mits”.

Want mijn donorhart: zou ik dat na mijn overlijden gunnen aan de buurvrouw die de halve straat terroriseert en lastigvalt? Mijn longen: zou ik die na mijn overlijden gunnen aan een kettingroker? Mijn lever: zou ik die na mijn overlijden gunnen aan een gewelddadige crimineel? Nee, nee en nee.

Anderzijds: mijn hart voor die aardige buurvrouw een deur verderop? Mijn longen voor een toffe gepensioneerde bouwvakker met asbestose die hij opliep in de jaren-70? Mijn lever voor die veelbelovende student? Ja, ja en ja.

Tot zover is het simpel. Maar zou ik mijn longen willen geven aan een verstokte rookster die mij heel erg dierbaar is? Ja. Maar waarom dan niet aan een verstokte rookster die ik verder niet ken? Hm, als ik daar even over  nadenk, sta ik met mijn mond vol tanden.

Dit alles, echter, is een dilemma dat niet aan de orde is. Want ik kan slechts ja zeggen tegen iedereen, of nee zeggen tegen iedereen. En dat bevalt mij niet. Daarom sta ik niet te springen om donor te zijn.

Maar wat is de doorslaggevende reden dat ik op “geen donor” uit ben gekomen? Die reden ligt in politiek Den Haag. In de Tweede Kamer stemde een meerderheid voor een soort “wie zwijgt, stemt toe”. Dus iedereen die om wat voor reden vergeet nee te zeggen, wordt geacht in te stemmen met het postuum doneren van zijn organen. En wat gebeurt er wanneer een nee door een van de zoveelste  Computerproblemen Der Overheid verdwijnt, en dus zonder dat de neezegger het in de gaten heeft opeens wordt geacht een impliciete jazegger te zijn? Naar mijn mening eigenlijk een soort van organenroof. In ieder geval vind ik zulks een aantasting van de persoonlijke integriteit en intimiteit. Dat is een vorm van kadaverdiscipline waarvan we als fatsoenlijk land ver weg moeten blijven.

Daarom roep ik alle senatoren op om in de Eerste Kamer tegen de initiatiefwet-Dijkstra te stemmen.