FraLa - EK vrouwen: Watertrekker versus spons

Bij het EK voetbal voor dames was er voor de kwartfinale tussen Duitsland en Denemarken een rol als stoorzender weggelegd voor ene Pluvius. Het water was met bakken uit de hemel komen vallen en om die terminologie aan te houden betekende dat voor vrijwilligers dat zij ook aan de bak moesten. De ene met een riek, de ander met een watertrekker, die soms ook als waterduwer werd gebruikt. Kostelijke vertoning voor een wedstrijd in de 21e eeuw. Je vraagt je even af of deze wedstrijd werd gespeeld in een ontwikkelingsland, maar nee, de plaats van handeling was “Het Kasteel” van voetbalclub Sparta in Rotterdam.

Het publiek bleef verwachtingsvol zitten. In de eerste plaats natuurlijk, omdat zij een kaartje hadden gekocht en waar voor hun geld wensten. Anderen hoopten wellicht op een soort “wet T-shirt” competitie. Deze groep is voortgekomen uit de eerste belangstellenden voor damesvoetbal. Dat waren mannen die dachten dat er na afloop shirtjes zouden worden gewisseld.

Iedereen van de tribune halen en met een sponsje of duizend-dingen-doekje in de weer te laten gaan, zou ook niet echt een oplossing hebben geboden. Deskundigen wisten na verloop van tijd te constateren dat het veld iets afliep. Daarvan bleek vooral de dug-out het slachtoffer. Slechts mensen met zwemdiploma C zouden enige kans maken daar toegang te krijgen. De stoeltjes stonden nog net niet onder water en er werd  vlijtig met emmertjes gestoeid. Er was ook iemand met een waterzuiger bezig. Leuk apparaat als je je afwasteiltje omkiepert, maar bij dit soort natuurgeweld een mooie illustratie van dweilen met de kraan open.  Waar was de brandweer? Te druk met elders kelders leegzuigen?  En waarom was er geen – ik heb het even moeten opzoeken –waterzuigwals. Om voor mij niet geheel duidelijke redenen worden deze apparaten vooral ingezet op tennisbanen. Zou het die apparaten iets uitmaken als zij worden gebruikt om een voetbalveld bespeelbaar te maken??? Zijn er nu marketing managers wakker geworden en staat de telefoon bij de KNVB roodgloeiend?  Volgens mij heb ik ze echter ook al eens bij voetbal gezien.

Uiteindelijk werd de wedstrijd verschoven naar de volgende dag en hebben al die vrijwilligers dus voor Jan Doedel staan schuiven, trekken en duwen.

Mij teleurgesteld zitten afvragen waarom ik überhaupt naar vrouwenvoetbal zit te kijken (en nu dus even niet). Ik ga daar geen super doordachte verhandeling over houden à la Johan Derksen. En de verklaring van een of andere psycholoog laat ik ook maar voor wat die is.

Ik zie gewoon mensen die plezier aan hun sport beleven en nog niet verpest zijn door hebberige voetbalmakelaars, die het mannenvoetbal inmiddels dusdanig hebben verpest dat slechts een handvol clubs nog financieel in staat is zich in de top te handhaven. En die makelaars zijn mede verantwoordelijk voor een complete generatie rupsjes-nooit-genoeg.

Bovendien zit ik naar – in het algemeen – zeer appetijtelijk ogende meiden te kijken. De tijd dat deze sport werd beoefend door aanhangers van afgekeurde DDR-kogelstootsters (en dat waren toch echt geen ‘stoten’) lijkt achter ons te liggen. En of de dames zich al dan niet meer aangetrokken voelen tot teamgenoten en minder tot het mannelijk publiek in zijn algemeenheid, zal mij – zeker gezien mijn leeftijd – (knak-) worst zijn.

Jongere mannen zullen daarentegen vast wel eens filosoferen hoe het zou zijn om een bepaalde speelster te ‘doen’. Ik moet aan deze term nog stevig wennen. Bij “doen” denk ik aan ‘mijn best doen’, ‘boodschappen doen’, ‘een kip in de oven doen’, maar niet aan Sylvana Simons doen, omdat zij vrede heeft gesloten met DENK. Of aan een speelster met de meeste goals.

Via dit EK constateer ik trouwens dat niet alleen mannelijke voetballers moeite hebben de weg terug naar huis te vinden en daarom de route op armen, benen en andere ‘vrije’ plekken hebben laten tatoeëren. Wissel je vaak van club, dan neemt het aantal tatoeages toe. Nu blijken ook voetballende dames nog nooit van navigatie-apparatuur te hebben gehoord en laten zij zich ook vol kliederen. Graag zou ik de eerder genoemde psycholoog een verhandeling horen geven over deze drang zich als een Maori te gedragen. En waarom worden er wel (koppen van) stoere beesten als wolven, adelaars, leeuwen, tijgers, etc. ‘ingeprikt’, maar zie je zelden een schildpad, een luiaard, of een kwal afgebeeld?  

En nu ik het toch over een kwal heb. Bij het WK zwemmen in Boedapest wordt van sommige deelnemers de onderwaterfase geroemd. Daarmee wordt gedoeld op de fase in de wedstrijd waarbij of vanaf de kant het water in wordt gedoken, of de fase na de afzet vanaf het keerpunt. De gehanteerde terminologie deugt echter voor geen meter. Zij zwemmen onder het scheidingsvlak van water en lucht, maar zeer beslist niet onder water. Om écht onder water te zwemmen zouden zij zich immers onder de vloer van het zwembad moeten bevinden, maar of er dan nog sprake is van zwemmen…

Ik heb mij voor dit najaar opgegeven als coach voor mensen die de Nederlandse taal nog onvoldoende machtig zijn. Snapt u nu waarom ik daar eigenlijk best een beetje tegenop zie?