30 nov 2014

   Pouwels - Een mooie jonge vrouw

Een mooie jonge vrouw komt de treincoupé binnen waarin het door het vroege middaguur nog vrijwel leeg is. Onbekenden verspreiden zich doorgaans heel gelijkmatig over ruimtes, maar zij gaat schuin tegenover me zitten, haar tas naast zich. Ze kijkt me aan en glimlacht. Ik antwoord met een knikje.

De tijd gaat steeds sneller. Voor het dertiende jaar in het onderwijs alweer, maar het lijkt alsof ik net begonnen ben. Voor mijn gevoel een jaar of drie, vier geleden hoogstens. Toen ik begon was ik nog niet eens afgestudeerd en nog zo jong dat ik mezelf meneer laten noemen volstrekt ongepast vond.

Ze pakt een boekje uit haar tas. Een mooie jonge vrouw van Tommy Wieringa. In dit geval vind ik dat wel een goede keuze; normaal ligt dat anders. Ik denk dat ze ziet dat ik naar haar kijk, want ineens kijkt ze me aan. Ik voel me toch wat betrapt en richt mijn blik naar buiten.

Tegenwoordig hoef ik me door leerlingen geen meneer te laten noemen, dat doen ze vanzelf. Zelfs voor wildvreemden op straat heet ik meneer. Mijn oudste zoon is al bijna net zo lang als mijn vrouw. Er groeien grijze haren op mijn hoofd en op mijn kaak. Niet overal, maar ze zijn er onmiskenbaar. En zou mijn haargrens nu eindelijk eens zijn gestopt met opschuiven?

De vrouw kijkt naar buiten nu, zie ik. Ik zoek haar ogen op in de spiegeling van het glas, vind ze bijna direct en per ongeluk kijken we elkaar aan. Nu lijkt zij zich betrapt te voelen. Ze bloost licht en kijkt weer naar haar boek.

Helemaal topfit ben ik vandaag niet. Gisteren een of twee glazen wijn te veel gedronken en een of twee uur te laat naar bed gegaan. Vroeger kon ik vijf avonden per week in de kroeg hangen en dan voelde ik me overdag nog steeds prima. Als ik het tegenwoordig op vrijdagavond op een zuipen zet, dan is mijn kater zondagmiddag nog steeds niet voorbij. Aftakeling. En ik ben net halverwege de dertig.

Ze kijkt weer naar me. Is dit flirten? Als ik vrijgezel was geweest, dan was dit het moment dat we een praatje zouden maken, maar dat ben ik niet, dus dat doe ik niet. Ik voel me wel echt gevleid. Het gebeurt me niet iedere dag dat zomaar een wildvreemde vrouw interesse in me toont. Ik besta nog!

Er wordt weleens gezegd dat mannen knapper worden naarmate ze ouder worden, maar als ik het gezicht in de spiegel vergelijk met foto's van toen ik een jaar of twintig was, dan ben ik blijkbaar een uitzondering. Niet dat ik mezelf lelijk vind, maar ik zie wel dat ik er toen aantrekkelijker uitzag. Ik begin nu een nogal gruizige kop te krijgen en de gefascineerde blik van toen heb ik ingeruild voor kalmte.

Als ik nog twijfels had, dan zijn die nu voorbij. De mooie jonge vrouw is absoluut geïnteresseerd in me. Veel verder in haar boek is ze niet gekomen en het kijken, glimlachen en blozen is gebleven. Toegenomen zelfs. Zou zij de eerste zijn die iets zegt? Moet wel, want ik ga het niet doen.

Ja. Zij is de eerste die iets zegt: “Sorry, ik wil het de hele tijd al vragen, maar bent u niet meneer Pouwels?” Dit had ik niet aan zien komen. “Ja, dat klopt”, zeg ik. “Dan heb ik tien jaar geleden Nederlands van u gehad! Hoe is het met u?” “Prima”, zeg ik. Dat het een minuut hiervoor nog veel beter ging houd ik maar voor mezelf.

Klik
hier om te reageren of reacties van anderen te lezen.