30 okt 2014

   Nelis - De lessen van Robert de Boer

Deze column gaat over Robert. Robert de Boer. Geen familie van Frank, maar wel minstens net zo nuchter. Robert woont met zijn gezin in Oostenrijk en ik had een tijdje terug de privilege een weekje bij hem te mogen verblijven. De lessen die ik daar tot mij nam waren zowel zeer interessant als ontluisterend, laatste categorie vooral in combinatie met de lessen die hij een paar jaar eerder in Nederland had opgedaan.

Robert heeft 15 (melk)koeien. Hij kent ze allemaal bij naam en karakter. Diana, die kon ik beter niet melken, vond hij. Ze is altijd een beetje kribbig. Grace? Grace is altijd als laatste. Zij is een van de oudste koeien en doet het altijd rustig aan, vertelt Robert mij als ik wijs naar een koe die achterin de stal in haar eentje staat. Elke dag komt de melkwagen langs om melk naar de kaasfabriek te brengen. Een rondleiding aldaar leerde mij dat 220 boeren samen zo’n 10 miljoen liter melk afleveren bij de fabriek. Dat lijkt veel, maar een lesje in perspectief veranderde dat al vrij snel.

De boerderij waar Robert in Nederland was geweest, produceerde in z’n eentje een slordige 1 miljoen liter melk per jaar. IN Z’N EENTJE! 300 koeien, die nooit buiten komen en die constant krachtvoer te eten krijgen, produceren als 0,0045% van het aantal boeren maar liefst tien procent van de totaalproductie. “Verrückt!” vond Robert. Maar ja, contract met Campina. Dan is welzijn niet belangrijk, alleen productie.

Dan het vakantiehuisje dat iets verder op de heuvel staat. Sjofel, achenebbisj, krakkemikkig… Niks voor een Nederlands gezin met twee kinderen. Zij hebben WiFi nodig. Een bad. Een aparte slaapkamer, bij voorkeur ook nog voor elk kind een aparte. Een afwasmachine. Een koel-vriescombinatie. Centrale verwarming. Dubbele ramen. En alsjeblieft, niet dat geklinkel van die klotekoeien ‘s ochtends.

Robert lacht en haalt zijn schouders op. Al die luxe… Wat moet je ermee…?? “Hier,” zegt hij, “soll man finden was man wirklich braucht!”. Inderdaad. Een douche, een bed en een dak boven je pan. Verder niks. En, zo zegt Robert, als je het niks vindt: ga dan lekker ergens anders zitten. Bij het échte Oostenrijkse platteland hoort alleen het meest basale. “Je gaat niet naar een boerderij als je in Wenen verblijft, dan ga je ook niet naar een hotel als je naar Schwarzenberg gaat!”.

Wat eten betreft is het ook heerlijk simpel: Robert en zijn familie eten wat het land hen geeft. Geen aardbeien in oktober en geen pompoen in maart. Brood wordt zelf gemaakt, jam wordt zelf gemaakt, worst wordt zelf gemaakt en kaas komt van de eerder genoemde fabriek. Alleen de Nutella en de koffie komen bij wijze van spreken van de supermarkt. Voordelen genoeg, maar er zitten (zeker voor verwende lui als wij) ook zeker nadelen aan. Zo kwam Robert er tijdens een wandeling achter dat er een worm in zijn appel zat. In Nederland zou men op hoge poten naar de winkel gaan en de eigenaar de appel persoonlijk door de strot douwen. Robert lacht, terwijl hij behendig de appel rond de worm uitsnijdt en de worm in het gras gooit, want: “Ins einem gesunden Apfel wohnt ein gesunder Wurm!”. Geen wandtegeltjesschrijver had dat beter kunnen doen!

De reis naar Oostenrijk was een bijzondere reis en ik heb er dusdanig veel van mogen leren dat ik dit toch niet onvermeld kon laten…

Geen zorgen kinderen, volgende week wordt er weer gezeken. Beloofd!

Klik
hier om te reageren of reacties van anderen te lezen.