Driek Oplopers - Doe mij maar een republiek

We kennen die films nog wel. Over de familie Flodder. Woonden in een kast van een huis, maar het gezin was wat de mensen van de Sociale Academie in vakjargon aanduiden met “disfunctioneel”. Een verstoorde gezinssituatie, waardoor een moreel kompas bij de in dat gezin opgroeiende kinderen geheel afwezig is. Een dochter laat aan iedere buurman haar tieten zien, een zoon houdt zich uitsluitend bezig met de meest uiteenlopende pogingen tot oplichterij en diefstal, een andere zoon raakt verstandelijk steeds verder achterop. In de internationale wereld van koningshuizen bestaat er ook een soort familie Flodder. Een koningshuis dat op internationaal niveau door de branchegenoten wordt bespot en beschimpt. De Oranjetjes.

Het was voor ons koningshuis sowieso al heel erg vernederend, dat er een wereldwijde smeekbede voor nodig was om een echtgenoot te vinden voor de buitengewoon onaantrekkelijke, ietwat wereldvreemde dochter van koningin Wilhelmina.  Uiteindelijk werd Juliaantje versierd door een zekere Bernhard, een Duitse klaploper met een geringe hoeveelheid blauw bloed. Zijn sympathieën voor de Nazi’s mochten de pret niet drukken. Een huwelijk werd gevierd, en de huwelijksreis duurde pakweg een half jaar, waarbij een reeks van door Bernhard geuite beledigingen aan het adres van bedienend personeel de norm werd. Toen de Duitsers ons land in 1940 binnenvielen, vluchtten Juul, Bernhard, de inmiddels geboren kinderen plus oma Wilhelmina als een stel laffe honden per boot naar Engeland. Juul werd veilig opgeborgen in Canada, Wilhelmina stond aan het hoofd van een nepregering in ballingschap en Bernhard neukte er in de Londense society vrolijk op los.

Het gezin kreeg uiteindelijk vier kinderen. Opgegroeid in een heel rare situatie, in een paleis in Soestdijk. Waar papa om de haverklap de hort op was met andere vrouwen. Waar papa keer op keer werd aangetroffen met zijn grijpgrage vingers in het onderbroekje van kindermeisjes en huishoudsters. Waar papa en mama de ene dag elkaar de huid vol scholden, en de andere dag letterlijk geen woord met elkaar wensten te wisselen. Waar mama onder invloed raakte van een geschifte gebedsgenezeres en een horde godsdienstwaanzinnige have zolen. Waar papa uiteindelijk ten overstaan van de hele wereld werd ontmaskerd als een ordinaire graaier die zich een paar miljoen omkoopgeld had laten toestoppen door een louche vliegmachinefabriek in The States.

Normaalgesproken worden kinderen die opgroeien in zo’n disfunctioneel gezin uit huis geplaatst. Bij pleegouders wordt dan nog een poging gedaan om de tere kinderzieltjes wat op te lappen, zodat er een redelijk uitzicht blijft op aanvaardbaar maatschappelijk functioneren. Maar niet bij de Oranjes.

En kijk nou eens, wat er van die kinderen terecht is gekomen.

Eentje is zo erg de kluts kwijtgeraakt, dat ze tegenwoordig tegen bomen staat te ouwehoeren. Ben je inmiddels bejaard, bleef je desondanks hangen in de animistische fase. Sneu. De opmerking “van dik hout zaagt men planken” is in haar omgeving ten strengste verboden. Tegenover de publieke omroep verklaarde zij zaterdag, dat ze het geschetste familiebeeld en het wangedrag van haar vader niet herkent. In de psychologie heet dat verdringing. Maar zij is desondanks nog een van de minder geschifte kinderen uit het gezin.

Net als een van haar zussen. Getrouwd met een hoogst eigenaardige rechtenstudent. Met kerst zijn de grappen over Flappie niet van de lucht. Haar man houdt zich bezig met onderzoek naar allerlei rampen. De stofwolken zijn na de zoveelste treinbotsing nog niet opgetrokken, of Meester Pieter verschijnt op de plaats des onheils, en verklaart alvast wat de oorzaak van het incident is, nog voor er zelfs maar één échte deskundige in de gelegenheid is geweest om enigerlei serieus onderzoek te doen. Bekend geintje in hofkringen : wat krijg je als je een kip kruist  met een konijn? Haantje de voorste! Wel hoogst opmerkelijk, dat Pieter nooit onderzoek heeft gedaan naar de ramp die “Nederlands Vorstenhuis” heet. Nou ja, zij en haar man staan wel heel plichtsgetrouw de oudste zus bij, wanneer er weer eens vrolijk naar het volk moet worden gewuifd. Schattig.

Dan de jongste zus. Die is een grote bron van verwarring in het gezin. Ze denkt dat ze kan zingen, maar die gedachte is op niets gebaseerd. Het verhaal gaat, dat zij heel slecht ziet door een oogafwijking. Dat is dus niet het enige. Luister maar naar haar gekrijs op haar onverkoopbare kerst-CD. Overduidelijk. Ook aan haar oren mankeert het een en ander. En zij zoekt in haar partner een kopie van haar vader. Ze was getrouwd met ene Jorge. Een viezerik die naar verluidt als ze samen uit eten waren, onbeschaamd aan de billen van langslopende serveersters zat. Zijn vrouw kon dat immers toch niet zien. Van vieze Bernhard naar vieze Jorge. Van de regen in de drup.

Maar dan de oudste dochter. Die heeft zo te zien nog de meeste schade opgelopen in dat disfunctionele gezin op Paleis Soestdijk. Een kettingrokende stresskip. Barstte hysterisch in tranen uit, toen haar zus verkering kreeg met rechtenstudent Pieter. Beatrix was ontroostbaar: haar zus kwam thuis met een burgerman. Niet een of andere prins, nee, gewoon een burger. Dat die vent nogal een eikel is, maakte niet uit. Hij was een burger, dát was het probleem. Ook raar dat ze haar werkpaleis beschikbaar stelde als postadres, zodat haar jongste zusje wat fiscaal geknoei in goede banen kon leiden. Maar de ergste giller is wel deze: haar oudste zoon, de troonpretendent, mocht niet trouwen met de dochter van een tandarts. Nee, dat was te gewoontjes, ondanks het feit dat de pa van dat meiske om fiscale redenen in België was gevestigd. Gesodemieter met de Belastingdienst zou juist een pré moeten zijn, qua selectiecriterium, dacht ik zo. Want de fiscus naaien, dat hoort er gewoon bij. Een echte koninklijke Oranjetraditie. Maar nee hoor. Een belastingvluchtige tandartsdochter was echt te min. Zoonlief werd in het huwelijksbootje geholpen met een Argentijnse moordenaarsdochter. Want het percentage fascistenbloed dat door de koninklijke ad’ren vloeit, mag natuurlijk niet te laag worden.

Wij mogen historica Jolande Withuis wel dankbaar zijn. Haar boek heeft mij ervan overtuigd, dat we af moeten van dat rare koningshuis. Zij heeft feilloos verwoord, wat een zootje ongeregeld in dat Paleis Soestdijk woonde. Een stel mafklappers, dat onder normale omstandigheden in de goot zou zijn geëindigd. Doe mij maar een republiek. Natuurlijk, we kennen voorbeelden van idioten die het tot president schoppen. Reagan. Bush. En als het tegenzit straks Trump. Maar daar ben je na uiterlijk acht jaar weer vanaf, in plaats van dat het generaties lag blijft doorsudderen.  

En de kleinzoon van Vieze Bernhard is nu dus ons staatshoofd. Hij heeft zich gespecialiseerd in waterhuishouding. Logisch. Hij is het levende bewijs dat je, zelfs als je een telg bent van een familie die niets kan en nog nooit wat wezenlijks heeft gepresteerd, geld als water kunt verdienen. Want die hele poppenkast wordt door u en mij betaald. Via de vermakelijkheidsbelasting.