Driek Oplopers - Sinterklaas is killing!

2001

Voor het eerst op bezoek bij Annie Jansen en haar trotse ouders. Het kind is nu bijna 2. Na wat gegooi met pepernoten door mijn Pieten, moet en zal het kind bij mij op schoot. Want dat vinden papa en mama leuk voor de foto. Jammer, dat juist op dat moment het kind een enorme aanval van slingerschijterij krijgt. Mijn tabberd en albe kunnen naar de stomerij. Maar ja, je kan zo’n wurm natuurlijk niets verwijten. Toch is de vieze vlek in mijn kleding een voorteken van hetgeen ik nog met de kleine te stellen krijg, de komende jaren.

2002

Annie Jansen is best gegroeid, en op het kinderdagverblijf gaat het heel aardig. Ze heeft een tekening voor me gemaakt, want mama vindt dat Annie een heel getalenteerde peuter is. De tekening neem ik beleefd in ontvangst. Ik flikker ieder jaar op 6 december toch al containers vol troep weg, dus dit geknoei kan er ook nog wel bij. Beschroomd vragen papa en mama of Annie ondanks de ramp van vorig jaar nu toch bij mij op schoot mag. Ik kan het niet weigeren. Maar ja. Griep. Misselijk. Uitgerekend op dat moment komt er een golf onverteerd eten uit het kleine wicht opwellen. Iets met spinazie, vermoed ik. Hoe dan ook: mijn baard zit onder de troep. De rest van de dag mijn afspraken afgezegd, en drie keer onder de douche geweest.

2003

Zowat 4 jaar. Ze is al wezen wennen op de grote school, vertelt mama vol trots. Annie wil dit jaar niet op schoot. Ik vermoed dat het iets met traumatische ervaringen van doen heeft, en eigenlijk vind ik het wel best zo. Mijn bezoekjes aan de familie Jansen bevallen me niet buitengewoon goed. Mijn veronderstelling, dat ik het bezoek dit jaar schadevrij kan afronden, blijkt een illusie. Want Annie drinkt tegenwoordig uit een beker zonder tuit. Want ze is al best een grote meid. Vindt mama. Ik vind van niet. Juist als ik op het punt sta, mij uit mijn zetel te verheffen en de woning te verlaten, komt het kleine wicht op mij af gestommeld, roept “Sintklaas is stauwt” en smijt haar beker-zonder-tuitje naar mijn hoofd. Ik zit onder de Roosvicee.

2004

Annie Jansen is nu bijna 5. En in een tamelijk dwarse fase aanbeland. Ze wil niets, ze hoeft niets. Papa vindt van wel. Die buldert tegen het kind: “Je gaat wél bij Sinterklaas op schoot. Nú!” Annie wordt bij de arm gegrepen en door papa in mijn richting geduwd. Het kind verzet zich hevig, roept “Sinterklaas is stóm” en geeft mij een trap. Mijn gekneusde scheenbeen heeft geruime tijd nodig om te herstellen.

2005

Dit jaar doe ik het niet. Ik verdom het om bij de familie Jansen langs te gaan. Ik kijk wel uit!

2006

Nou vooruit. Annie is nu wat ouder. Bijna 7. Dus het ergste leed zal nu wel geleden zijn. Ik herpak mij, en ga langs bij de familie Jansen. Dolblij doen ze open. Ze hadden toch een beetje op mijn komst gerekend. De stoel is extra mooi versierd. Door Annie zelf. Want mama zegt dat Annie een uitzonderlijk talent is. De stoel ziet er inderdaad prachtig uit. Ik ga zitten, luister naar het gekrijs van een kind dat een of ander liedje zingt over Zwarte Piet die uit fietsen ging, krijg opnieuw een aantal spuuglelijke tekeningen in de hand gedrukt, zeg dat ik het fijn vind om weer bij de familie Jansen te zijn, en vertel dat het tijd wordt om op te stappen. Piet reikt mij mijn staf aan, en ik sta op uit de stoel. Ik hoor een onheilspellend, scheurend geluid. Annie heeft iets te veel lijm gebruikt om het crêpepapier aan de stoel te bevestigen. Drie tubes Velpon. Mijn tabberd is aan stukken, en kan meteen richting vuilnisbak.

2007

In het zicht van Annies achtste verjaardag is het weer zover. Pakjesavond, dus ik moet bij de Jansentjes langs. Ik heb weinig zin, maar ja, het is mijn werk. Ik krijg thee aangeboden, en wil dat beleefdheidshalve niet weigeren. Wel jammer dat de ouders vinden dat Annie mij de kop en schotel mag aanreiken. Dat kan ze best. Vinden ze. Het duurt geruime tijd totdat mijn brandwonden zijn genezen.

2008

Een uitvoerige excuusbrief van de familie Jansen. Over de rampspoed die mij steeds overkomt als ik de familie met een bezoek vereer. Ik stuur een beleefd briefje terug. Ik maak de familie wijs dat mijn werkterrein dit jaar echt helemaal aan de andere kant van het land ligt, en dat ik dus tot mijn grote spijt niet kan komen.

2009

Annie wordt binnenkort 10, dus ik waag het er maar weer een keer op. Die levensfase met al die ongelukjes moet toch een keer voorbij zijn? Papa heeft promotie gemaakt op de zaak, dus er zijn veel cadeaus. Ook voor Annie. Onder meer een heel groot pak. “Maak maar open, Annie.” Inhoud: een supersoaker. Doorweekt en inwendig razend en tierend verlaat ik het pand.

2010

Nog eventjes, en Annie wordt 11. Ze heeft zo’n eenwielige fiets gekregen, zo’n circusding. Want mama vindt nog steeds dat Annie over een uitzonderlijk talent beschikt. Ik raad het ze af, maar uiteraard vinden Annie en haar moeder het écht nodig dat Annie mij laat zien, hoe goed ze al overweg kan met haar eenwieler. De daverende klap waarmee het gevaarlijke circusinstrument met kind en al kapseist is volgens mij straten verderop te horen. Dwars door de glazen salontafel. In het ziekenhuis worden de glasscherven uit mijn arm verwijderd. Twee uur snijden en peuteren, da’s eigenlijk best kort. Ik ben een geluksvogel.

2011

De moeder van Annie vindt nog steeds dat haar dochter over uitzonderlijk veel talent beschikt. Het kind heeft dit jaar pepernoten gebakken. Uiteraard moet ik proeven. Ik weiger beleefd. Dat betekent dat Annie in een luidkeels, hysterisch gejammer uitbarst. Dus ik haal mijn hand over mijn hart. Ik pak een pepernoot, steek hem in mijn mond, bijt en krijg de schrik van mijn leven. De tandarts verdient een vermogen aan mijn doormidden gekliefde kies.

2012

Nog heel eventjes, en dan is Annie 13 jaar. Ze doet het nog steeds heel goed op school, mama vindt dat Annie over heel veel talent beschikt, en papa kijkt zurig. Ik vraag aan Annie hoe het met haar gaat, en ze antwoordt met de mededeling dat dat mij geen moer aangaat omdat ik een stomme ouwe lul ben. Mama probeert de situatie te redderen, en stelt voor dat haar reuze getalenteerde dochter een stukje viool voor mij speelt. Papa kijkt nog chagrijniger, en ik verlaat na verloop van tijd het pand. Met een barstende koppijn.

2013

Annie doet geheimzinnig. Ze drentelt wat om mij heen, en ik soms verdwijnt ze achter mijn rug uit beeld. Ze giechelt. Tot mijn verbazing is het kind dit jaar erg aardig, en ze vertelt dat het wel even wennen was, sinds papa weg is gegaan. Maar ze heeft beslist goed geoefend op de Sinterklaasliedjes. Ik ben met stomheid geslagen. Totdat ik mijn staf weer pak. Die heeft ze stiekem met het stopcontact verbonden. Een dagje hartbewaking in het ziekenhuis is best een hele belevenis.

2014

Het kind stinkt naar tabak. Annie is bijna 15 jaar. Haar moeder mompelt wat over de ongelukkige combinatie van grote talenten en een lichte vorm van faalangst, en ik vraag in een onbewaakt ogenblik aan Annie of ik inderdaad een lichte rooklucht ontwaar. Doodse stilte. Mama kijkt mij onthutst aan en Annie slaat mij mijn bril van het hoofd.

2015

De sfeer is niet goed. Mama ziet er slecht uit, en Annie vertelt mij op hoge toon dat ze eigenlijk een herder had gewild. Deze doberman vindt ze maar matigjes. Maar ze heeft het beest wel een kunstje geleerd. Hij bijt op bevel. De hechtingen mogen na twee weken weer uit mijn rechterkuit.

2016

Bijna 17. Ik word binnengelaten in huize De Vries; de scheiding is eindelijk administratief afgerond. Mama ziet er afgetobd en sleets uit, Annie echter, is zwaar opgemaakt, en behangen met merkkleding. Wel weinig, trouwens. Veel te bloot truitje, schandalig kort rokje. Ze moet en zal op schoot, en vraagt zalvend of ik het lekker vind. Zelden voelde ik mij zo beledigd. Ik verlaat het pand, en overweeg voor het eerst, mijn staf, tabberd en mijter aan de wilgen te hangen.

2017

Annie zou bijna 18 zijn geweest, als ik de heer Jansen een bezoek breng. Annie is enkele weken geleden dood in een greppel gevonden. Met een overgebleven tube lijm, een roestige eenwieler, een kapotte viool en een dode hond. De heer Jansen en ik wisselen een blik van verstandhouding, en ik verlaat tevreden het pand. Ik kan er nog jaren tegenaan!