8 feb 2015

   Krelis - Superbol

Vorige week zondag heb ik mij maar een keertje uit mijn comfortzone laten plaatsen door de finale van de Superbowl te kijken tussen de New England Patriots en de Seattle Seahawks. Een geweldige wedstrijd met een fantastische climax. American Football (waarbij de voet eigenlijk niet of nauwelijks gebruikt wordt) is wel een sport die goed in elkaar zit. Maar de finale van de Superbowl was wel oh zo Amerikaans!

Ik kan mij geen enkel land in de wereld bedenken dat zo vaak benoemt dat het het beste is. Amerika. Land of the free, home of the brave, et cetera et cetera… Je kan het arrogantie noemen, maar in het geval van Amerika is het toch meer een gevalletje van intense onzekerheid. Een land met zoveel macht, maar tevens zoveel armoede, sociale spanning en een krankzinnig juridisch systeem (leuk feitje: 1% van alle Amerikaanse volwassenen zit in de gevangenis!) moet het zichzelf constant blijven vertellen hoe goed het wel niet is. Net als dat Ajax in de magere jaren (2004-2011) constant scandeerde dat zij de beste waren (bijvoorbeeld met de ‘1’ op de stropdas), is het eigenlijk een manier om je onzekerheid te verbergen. Nog voordat er ook maar een bal was geworpen, was er al zeker zeven keer benoemd dat het zo mooi was dat in dit prachtige land zo’n evenement kon plaatsvinden. Tranen vloeiden tijdens het volkslied en straaljagers werden met een groot applaus begroet bij het overvliegen. Geen enkel land zou eigen propaganda er zo dik bovenop leggen als de Amerikanen, maar ze komen ermee weg.

Want, zoals eerder gezegd, is de wijze waarop Amerika zijn sport invulling geeft iets waar we in Europa nog wat van kunnen leren. Sportiviteit en gelijke kansen staan zeer hoog in het vaandel en dat maakt niet alleen American Football, maar ook bijvoorbeeld basketbal en honkbal een sport die jaar in jaar uit kan verrassen.

Het voetbal is hier in Europa al lang niet meer te redden. Zoals ik al een paar maanden geleden aangaf, wordt het gat tussen de top van Europa en de rest alleen maar groter. Ajax en Feyenoord hebben in feite niets in de Champions League te zoeken, terwijl de clubs qua beleid goed in elkaar zitten. Maar omdat met name in Engeland en Spanje andere regels gelden, mogen de clubs aldaar zich voor honderden miljoenen in de schulden steken en met staatsgeld de grootste spelers kopen, met de meest krankzinnige salarissen.

Niet in Amerika. In Amerika is ieder team gelijk. Elke basketbalclub mag maar een bepaald bedrag aan salarissen per jaar uitkeren. Een club kan dus vier toppers voor vele miljoenen aan salaris uitkeren, maar zal de rest van de spelers veel minder moeten geven en dus zijn die ook meteen minder goed. Daarom zullen er nooit twee teams tegen elkaar spelen waarin de een vol miljonairs zit en de andere vol rookies. Over rookies gesproken, een van de beste facetten aan het Amerikaanse systeem zijn de ‘drafts’. Een draft is een groep van de grootste talenten. Deze talenten worden een contract bij een profclub aangeboden en ze gaan daar aan de slag. Het team dat in de competitie het laagste is geëindigd, mag als eerste een talent uitkiezen. Zo komen de grootste talenten van dat jaar bij de slechtste club terecht, waardoor die club een hoger niveau kan halen. Op deze manier blijft de balans gewaarborgd en gaat er niet één team met alle talenten aan de haal. Het feit dat teams niet kunnen degraderen maakt het voor talenten ook zinvol om te blijven. En vanwege het eerder genoemde salarisplafond, zou je in Nederland bij Ajax net zoveel verdienen als bij Heerenveen of Excelsior.

Toch iets waar de Amerikanen wél terecht over mogen opscheppen dus!

Klik
hier om te reageren of reacties van anderen te lezen.