Paul - Adrienne Cullen

Ik stond binnen mijn carrière in de zorg regelmatig voor de FOBO-commissie. Dan had ik een fout gemaakt, een vergissing begaan, iets onnadenkend uitgevoerd, niet goed gerekend. En dan dacht ik “wat stom.” Ik had heus wel een goed excuus. Meestal was het druk. Meestal liep het goed af. Nee, het liep altijd goed af. En dat is mazzel hebben. Want ik weet niet hoe vaak het niet goed afliep bij anderen. Of heb ik gewoon een selectief geheugen? Of het was gewoon dat mijn fouten niet spectaculair genoeg waren.

“Zo, ben je daar al weer”, zei de commissie een keer. “Alweer”, was een beangstigend benadering van mijn ingeleverde FOBO-formulier. “Ben ik hier dan zo vaak?”, vroeg ik. “Nee, dat vinden wij als commissie niet. Maar juist jij bent er veel. Dat betekent, denken wij, dat anderen te weinig komen. Want wij denken dat jij altijd meldt.”

Ik moest er even over nadenken. Over het woord “denken”, hoe het werd uitgesproken. Ze wisten het dus niet zeker. Ik ook niet. Alleen ik kon dat weten. Er waren wel eens dingen die ik gelijk kon rechtzetten. Dat meldde ik tijdens het werk. Maar ik vergat ze ook wel eens te noemen wegens de drukte. Of dat ik dacht “Ach, laat maar, het is goed afgelopen”. Maar alles wat er wat mij betreft toe deed, hing ik aan de grote klok. Ook als het een fout van een ander was, waarvan ik wist dat het mij ook had kunnen overkomen. Dat je er echt niet omheen kon.

Dat je het niet met de mantel der liefde kan en mag bedekken. Dat een ander er ook nog eens wat aan heeft.

Ik volg Ton van der Ham via Zembla. Iemand met een eigen FOBO. Zo kwam ik, een tijdje geleden al, aan de naam Adrienne Cullen. Deze mevrouw werd verkeerd gediagnosticeerd door een fout, een vergissing, een onnadenkende uitvoering, niet goed rekening gehouden met.

Dat kan gebeuren. Dat is verdrietig. Helemaal als je juist daardoor gegarandeerd dood gaat. Een ‘dat had misschien niet gehoeven’-drama.

Het is ook verdrietig voor de dokter die een FOBO-tje moet invullen en voor de commissie moet verschijnen. Maar een ramp is het als het in de doofpot wordt gestopt en het ziekenhuis mevrouw Cullen een zwijgcontract aanbiedt. En ook de journalist tegenhoudt in waar hij voor op de wereld is. De deksel van de doos van Pandora op een kiertje zetten. Adrienne Cullen wilde geen doofpot, zij wilde volkomen openheid. Tja, daar kun je niet omheen als instituut. Toch? Al wil het ziekenhuis wel een vinger in de pap houden. Nou ja, één vinger? Alle tien, want Adrienne wilde dat Ton van der Ham haar openheid verkreeg.

Ego? Hm. In ieder geval geldt dat wel voor woordvoerder Eric Trinthamer van het UMC Utrecht. Wat een domme man. Dus door nog eens een fout te maken, expres een vergissing te begaan, iets goed overdenkend verkeerd uit te voeren, en alleen rekening te houden met jezelf en niet met de ander, zelfs niet met het instituut . Daardoor werd het dossier Cullen dikker en dikker. Als een invasief gezwel. En dan mag Ton van der Ham opeens wel het ziekenhuis in. Ik vind dat een soort van “als de vos de passie preekt”. Want met de billen bloot dat komt voor in elk ziekenhuis.

Adrienne Cullen, ze moeten haar de Nobelprijs geven, nu het nog mogelijk is.