20 jan 2017

   Pouwels - Blanke man

Het is fijn om ongelijk te hebben. Ook weleens confronterend, maar met name fijn.

Ik heb me in het verleden vrij idioot uitgelaten over mensen die zich stoorden aan het uiterlijk van zwarte piet. Ik heb in het verleden veel te vaak waargenomen racisme gebagatelliseerd. Ik heb veel te vaak normen en tradities als zinnige argumenten gezien en ik zie steeds vaker in hoe achterlijk ik was.

Als langharige man werd ik op een bepaalde manier behandeld door anderen en dat was de norm. Mensen deden of onverschillig, of overdreven relaxt, of juist heel afstandelijk en ik zag het bijna nooit, want het was normaal.

Met kort haar is de wereld anders. Onbekenden groeten je ineens op straat, de stoel naast je in de trein blijft niet meer het langst onbezet en in winkels ben ik niet langer een potentiële winkeldief.

Ergens had ik die vooroordelen ook wel door hoor, maar als je ze ineens bevestigd ziet doordat al die dingen ineens anders gaan omdat ik kort haar heb, dan is dat wel confronterend. Blijkbaar is de buitenwereld toch nog veel bevooroordeelder dan ik al dacht.

Toch heb ik me nog nooit op straat hoeven te identificeren. Nooit werd me bij een café de toegang geweigerd. Nooit is me hysterie verweten en als ik ergens over klaagde, dan werd me nooit verweten dat ik alleen maar klaagde omdat ik man, blank, of wat dan ook was. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik, behalve vanwege mijn uiterlijke keuzes, nooit niet serieus ben genomen of dat ik oneerlijk ben behandeld.

Hoe anders is dat bij anderen. Vrouwen mogen zich in de politiek niet verontwaardigd opstellen, want dan zijn ze hysterisch. Vrouwen mogen ook niet hun seksualiteit verkennen, want dan zijn ze hoeren. Zwarten mogen ook niet klagen over racisme, want dan spelen ze slachtoffer. Zwarte vrouwen moeten al helemaal hun mond houden, want… Zie Sylvana Simons.

Bij de politieke opkomst van Simons voelde ik me enigszins beledigd. Ik ben een blanke man, of witte man, zoals dat politiek-correct heet, en nee, ik voel me absoluut geen racist en ik wil niet buiten de discussie geplaatst worden. Maar de reacties op haar verschijning op het politieke toneel waren zo extreem en massaal dat ik niet anders kon dan beseffen dat ze wel degelijk een punt heeft. En niet zo’n beetje ook. Ik zag het eerst niet, want het was normaal. Maar toen werd al het platte racisme ineens zichtbaar en daarmee ook het minder platte, het alledaagse.

Racisme, seksisme en andere ingebakken vooroordelen kun je niet herkennen als je ze niet erkent. Was Agnes Kant nou echt zoveel bozer dan Jan Marijnissen? Is het echt zo logisch dat de lijsttrekker van de Partij voor de Dieren een vrouw is? Waarom zijn vrijwel alle fractieleiders in de Tweede kamer mannen? En, een pijnlijke, was het niet ergens heel fijn om te zien dat de meest wijze president van de VS van de afgelopen eeuw zwart is? Wat zegt dat over ons?

Voor het eerst sinds heel lang ga ik weer eens stemmen op een partij die ik geenszins in de regering verwacht te gaan zien, maar die ik heel graag in de Tweede Kamer zie verschijnen. Puur om deze blinde vlek de komende vier jaar zichtbaar te maken. Ik ga Artikel 1 stemmen.