18 juni 2018

   Paul - Kennen en kannen

Zonder dat ik het doorhad, kreeg ik een compliment. “Zeg Paul, wij hebben in twee dagen tijd meer van jou geleerd dan van Gerard in twee weken” Ja, ik ben liever lui dan moe en liet velen het werk zelf opknappen. Dan leer je meer en effectiever, was mijn gedachte. Natuurlijk keek ik scherp toe. Ik vond mensen al snel bekwaam.

Gerard had een kop vol interessante weetjes, maar die bleven vooral zitten waar ze zaten. Want stel je voor dat je moet uitleggen dat je iets doet wat eigenlijk volkomen onzinnig is, maar het staat nu eenmaal in het protocol. Dus werden de regels mondjesmaat aangepast, nadat een commissie er zich maandenlang over gebogen had. En dan werd je bevoegd.

Maar toegegeven Gerard wist meer als mij. Excuus, hij wist meer dan ik. In theorie dan. En dat is prima, maar hij wist zijn kennis nauwelijks om te zetten in kunde. Daar was ik voor, net van school af, nog geen certificaat voor mijn specialisatie en ook geen lerarendiploma.

“Jongens, we gaan vandaag anders werken. Kies de klant uit die je leuk vindt, aardig, en waar jij voor wilt zorgen. Er mag niemand overblijven, dus jullie zullen het samen goed moeten verdelen. Qua hoeveelheid en qua intensiteit. Alles wat je weet, weet je. Alles wat je mag, mag je. Alles wat je niet weet en mag, dat weet je ook. Dat doe je niet. Dat doe ik. Daarmee wacht je tot ik kom. Alleen als het meteen moet, dan kom je me halen. Dat kunnen jullie zelf best inschatten. Bij twijfel, niet doen. Ik kom jullie niet controleren. Ik kom wel een paar keer langs om te vragen hoe het gaat. En dan vertel je hoe het gaat. Open, en eerlijk.”

De dienst verliep twee keer zo snel en niets mislukte. Maar de dag erna mocht het niet meer. Teveel in het ongewisse. De leerlingen vonden het lastig. Gisteren ging het toch goed? De gediplomeerden vonden het een verademing. Mijn geloofsbrief voor praktijkbegeleider is er nooit van gekomen. Ik was dus wel bekwaam, maar niet bevoegd.

Nu komt de lijst voor leraren er niet. En daar ben ik blij mee. Daar zou dan in staan of je wel voldoet aan de richtlijnen voor meester of juf. Kijk, je hebt studenten die heel goed de theorie er in stampen, maar totaal niet geschikt zijn voor de praktijk. Je hebt heel goede leerkrachten, maar die als pedagoog de plank volledig misslaan. En toch voor de klas staan. Tot groot verdriet van de leerlingen. En van die meester of juf. Toch zou dat soort krachten wel op die lijst staan. Erger: diegene die niet op de lijst zouden staan, maar wel een hele klas onder de duim hebben, daar waar je 20 jaar later nog over praat, maar geen certificaten kunnen voorleggen, zitten thuis te kniezen, of zijn ongelukkig in hun huidige goedbetaalde baan, denkende “ik zou voor de klas beter tot mijn recht komen”.

Geef mij dus de zij-instromers die geen zin meer hebben om alsnog weekenden te blokken om aan de bewijsstukken te komen die helemaal niets extra’s toevoegen aan het boterbriefje. Wat heb je nodig? Goed commentaar van collega’s en beter leerlingen. “Geef ze het certificaat ongezien”. O nee, “geef ze als zijnde gezien”.

Ze moeten gewoon een lijstje maken met ‘die ken het wel’ en daarnaast de lijst ‘die kan het wel’.

Ik heb ze liever bekwaam dan bevoegd. Ach, maar die zijn zeldzaam. Helemaal goed is natuurlijk als ze hun kwaliteit bewijzen door en kennen en kannen.