8 nov 2014

   Pouwels - Samen klootzak worden

Een jongen van een jaar of twintig spreekt me aan voor het station. “Hoi! Mag ik je wat vragen?” “Ja, natuurlijk”, zeg ik automatisch. “Ik zal me eerst even voorstellen”, zegt hij. Hij steekt me een hand toe en zegt: “Ik ben Ruud.” Ik weet dan al dat Ruud eigenlijk helemaal niet geïnteresseerd is in mijn mening. Ruud zit ook niet met een probleem waarmee ik hem zou kunnen helpen. Ruud wil geld.

“Weet jij hoeveel tijgers er nog zijn in de wereld?” Ik heb me dat nog nooit afgevraagd. Niet uit laksheid, maar ik heb in het dagelijks leven nu eenmaal niet zo gek veel te maken met tijgers. Ik denk een seconde of twee na. Veel zullen het er niet zijn. “Geen idee”, zeg ik. Da's niet goed genoeg voor Ruud. “Raad eens?” Ik gok maar wat. “Dertigduizend?” Ruud lijkt opgelucht. “Nee! Veel minder. Op dit moment leven er nog maar drieduizend tijgers in het wild!”

Ik weet niet zo goed hoe ik dat aantal duiden moet. Als je ze over de hele wereld verspreidt, dan zijn het er niet zo veel, maar als je ze alle drieduizend in de straat hebt, dan is het best lastig om de bushalte levend te bereiken. Ruud helpt: “En dat is echt hartstikke weinig. Honderd jaar geleden waren er nog meer dan honderdduizend! Wat vind je daar van?”

Heel eerlijk gezegd vind ik daar niks van, maar Ruud en ik weten allebei verdomd goed hoe dit spelletje werkt. Als ik zeg dat ik eigenlijk geen mening heb over tijgeraantallen, dan ben ik een onverschillige klootzak. Daar kan ik op zich wel mee leven, maar dat hoeft me niet na een dag werken door een willekeurige voorbijganger uitgelegd te worden. Daar heb ik niet zo veel zin in. En nou ja, tijgers... Mooie beesten wel.

“O, nou. Dat valt best tegen dan”, zeg ik. “Maar jij kunt helpen!”, zegt Ruud. Dat kon ik natuurlijk zien aankomen, want je kunt geen probleem op de wereld bedenken, of je kunt het na een dag werken voor het station even in een paar minuten helpen oplossen. Nou ben ik nooit te beroerd om te helpen met het oplossen van problemen, maar als je dat voor het station doet, dan kost dat altijd geld. En meestal niet een keer een paar euro, maar elke maand een redelijk bedrag. En nee, daar heb ik geen zin in. Een onverschillige klootzak zijn of betalen? Lastig.

Mooie boel. Eerst was ik gewoon onderweg naar huis en nu heeft Ruud me binnen een minuut een probleem aangepraat dat ik alleen op kan lossen door te betalen. En de tijgeraantallen zijn niet eens het grootste probleem op de wereld, dus als ik hiervoor mijn portemonnee ga trekken, dan moet ik dat bij grotere problemen zeker doen en ik weet heel zeker dat ik binnenkort voor het station met die grotere problemen geconfronteerd ga worden. En hoe zit het met al de andere bedreigde dieren?Lastig.

Ik besluit Ruud maar gewoon om hulp te vragen. “Wat vind jij eigenlijk van tijgers, Ruud?” “Ruud glimlacht. “Ja, waanzinnig mooie beesten!” “En geef je ook al geld om ze te helpen beschermen?” Dat vindt Ruud een lastige vraag. Ruud verdient namelijk geld met tijgers beschermen. Win-win voor Ruud, maar die inkomsten kan hij natuurlijk niet afstaan, want dan zou hij ander werk moeten zoeken. Lastig.

Ik doe Ruud een voorstel: we betalen allebei een tientje per maand voor de tijgers. “Daar kan ik helaas niet aan beginnen”, krabbelt Ruud terug. “Als ik dat bij iedereen ga doen, dan ben ik binnen een week failliet.” “Als ik alle bedreigde dieren en mensen ga helpen, dan ben ik binnen een minuut failliet”, antwoord ik. Maar het antwoord blijft nee. “Jammer voor de tijgers”, zeg ik er nog maar even achteraan. “Dag Ruud!” Toch wel een prettig gevoel om niet de enige onverschillige klootzak te zijn.

Klik
hier
om te reageren of reacties van anderen te lezen.