rood licht





  Zonnetje40 - Rood licht

Huwelijksperikelen in een serie. Vrachtwagenchauffeur Michael, bankbediende Monique.

Onderstaand leest u alle tot nu toe verschenen afleveringen. Klik
hier om te reageren of de reacties van anderen te lezen.


1.

Haastig loopt hij naar zijn auto. Een blik op zijn horloge vertelt hem dat hij veel later thuis zal zijn dan verwacht. Stom, dat hij zich toch door zijn collega’s heeft laten verleiden om ‘te bierelieren’, zoals ze de vrijdagmiddagborrel noemen op de zaak. Het was zijn eerste werkweek geweest na de huwelijksreis met Monique. Het was hen beiden zwaar gevallen om weer aan het werk te gaan, helemaal, omdat dat in zijn geval betekende dat hij de hele week van huis zou zijn. Toch had hij wel weer zin gehad om in zijn grote truck te stappen, om weer in zijn eigen wereldje te stappen. Om zichzelf  te kunnen zijn.
Vanavond had hij zijn Scania vakkundig geparkeerd op het terrein bij de zaak, had zijn spullen overgeheveld in zijn auto en was van plan geweest om meteen naar huis te gaan. Maar daar had Sjaak een stokje voor gestoken. “Hee, Michael! Hoe was je liefdestripje? Was zeker wel weer effe afzien, deze week!” Sjaak had hem een hartelijke mep op zijn schouder gegeven. “Was een leuk feest, man! En dat wijffie van je mag er best wezen! Nog even bierelieren?” Michael had geaarzeld. Wim was er bij komen staan. “Ja, kom op, even een biertje pakken, je zit toch niet nu al onder de plak? Wippen heb je al genoeg gedaan de afgelopen tijd, 't meissie moet nog maar effe wachten!” Michael had zich laten overhalen en was met de jongens meegelopen naar de kantine. Met luid gejuich was hij verwelkomd.
“Kijk, daar heb je 'em! Hij loopt nog helemaal wijdbeens!”
“Vertel eens? Is je vrouw nu gelukkig en ben jij nu getrouwd?”
“Ik heb al tien jaar een sprookjeshuwelijk! Elk weekend als ik thuiskom zit er een heks op de bank!”
“Dus jij wilde meteen naar huis? Ja, de vonken vliegen bij jullie nog van de mat als je thuiskomt, ik snap het wel! Nou, geloof me, dat verandert wel, hoor!”
Het gelach was niet van de lucht geweest. Na het eerste biertje was er meteen een tweede voor hem neergezet, en ach, die had hem ook goed gesmaakt. Een paar jongens waren patat, frikadellen en hamburgers wezen halen en hij had ook goede trek gehad. Heerlijk, na zo’n werkweek lekker bierelieren en snacken! Hij had nog geprobeerd om iets over zijn huwelijksreis te vertellen, maar daar ging natuurlijk niemand serieus op in. Op vrijdagavond was niemand serieus.
Na het derde biertje was hij dan toch opgestaan. “Ik ga naar huis, lekker naar m’n moppie,” had hij verontschuldigend gezegd.
“Veel plezier met je weekendwip, we horen maandag wel hoe het geweest is,” had Wim gelachen en toen was hij snel naar zijn auto gelopen.

In de auto probeert Michael zijn kersverse echtgenote te bellen om te vertellen dat hij al heeft gegeten en iets later thuis is, maar hij krijgt de voicemail. Hij probeert om het gaspedaal niet al te diep in te trappen. Als hij nu aangehouden wordt, heeft hij een probleem. Het kost hem moeite, want Monique had hem twee uur geleden al thuis verwacht. Hij had nog gebeld vanuit de vrachtwagen dat hij binnen een uur thuis zou zijn. Dat was nu drie uur geleden.
Nou ja, hij mocht best wat drinken met zijn collega’s. Die had hij ook al een tijd niet gezien, Monique zou dat best begrijpen. Hij denkt terug aan de huwelijksreis. Het waren geweldige weken, maar toch was hij maar het liefste thuis. Of op de vrachtwagen. Hij hecht gewoon aan het leven dat hij heeft. De hele week hard werken en dan vrijdagavond bier drinken op de zaak, naar huis, lekker met zijn meisje op de bank, met de benen op tafel tv kijken. Dan een lekker potje vrijen, en dan is zijn weekend al goed. Hij hoeft niet zo nodig op vakantie of allerlei cultuurgoed ontdekken, hij ziet al genoeg van de wereld vanuit zijn Scania.

Af en toe heeft hij wel eens getwijfeld over zijn relatie met Monique. Zij komt uit zo’n cultureel, muzikaal kouwe-kak gezin. Ze kunnen daar nog geen boormachine bedienen, maar ze weten wel hoe het beter moet in de Tweede Kamer en hun humor is beslist niet de zijne. Maar goed, Monique kan er ook niks aan doen dat ze in zo’n nest geboren is. Het is gewoon een mooie lieve meid, en hij is stapelgek op haar. En haar minpuntjes neemt hij gewoon op de koop toe. Dat ze altijd maar wil praten, dat ze veel dingen ‘banaal’ vindt, ach, dat zal ze vanzelf wel afleren. Zijn ouders hadden hem wel gewaarschuwd: “Wat móet je met die meid? Ze is pienter zat, maar weet ze wel hoe ze haar handen moet gebruiken? En als jullie kinderen krijgen, weet ze dan wel hoe ze een gezin moet grootbrengen, helemaal als jij altijd op de weg zit?” Op de bruiloft was het duidelijk merkbaar geweest: twee families, die niet mengden, maar angstvallig bij elkaar waren blijven klitten. Hij had zich er niks van aangetrokken, maar Monique had dat wel moeilijk gevonden. Ook, toen zijn collega’s kwamen. Ze had het toch wel asociaal volk gevonden. Hij grinnikt plotseling hardop. Die jongens hadden nog wel zo hun best gedaan om er netjes uit te zien en om zich netjes te gedragen. Monique zou het vast niet kunnen waarderen dat ze hem nu een goede weekendwip hadden toegewenst! Hij gaapt, als hij de auto parkeert voor het huis. Dat wordt geen latertje, vanavond! Lekker even voor de tv met bier en chips, en dan lekker naar bed!

Ze parkeert haar auto voor de deur en tilt de zware boodschappentas naar binnen. Als ze nou opschiet, dan kan ze haar plan helemaal uitvoeren. Ze kijkt rond in het nette, gezellige huisje en zet eerst de bloemen die ze op de terugweg van kantoor gekocht heeft in een vaas en zet ze op het kleine tafeltje. Van een afstandje bekijkt ze nauwkeurig het resultaat en schikt hier en daar een bloem iets anders. Dan gaat ze de keuken in. Gisteravond heeft ze een leuk recept gevonden op internet. Ze haalt de ingrediënten uit de boodschappentas en gaat aan de slag. Vanavond komt Michael thuis. Wat heeft ze hem gemist, deze week! Drie weken lang zijn ze dag in dag uit samen geweest. Op huwelijksreis naar Curaçao. Het was geweldig geweest. Eerst al de aanloop naar de trouwdag, toen de huwelijksdag zelf en daarna nog een geweldige huwelijksreis. Dan is het wel moeilijk om weer met beide benen op de aarde te landen en weer aan het werk te gaan. Deze week was haar dan ook lang en zwaar gevallen. Maar nu ging ze een heerlijk feestmaal bereiden voor haar man!
Als de schotel in de oven staat, heeft Monique tijd om zich op te frissen. Ze kleedt zich mooi aan en maakt zich met zorg op. Het resultaat in de spiegel stemt haar tevreden. Ze is hartstikke bruin en het sexy jurkje staat haar goed. Ze kan zich nu al verheugen op de bewonderende blikken van haar kersverse echtgenoot. Even mijmert ze voor zich uit als ze op de rand van het bed haar pumps heeft aangetrokken. Ze denkt aan de reacties van haar familie, toen ze Michael een paar jaar geleden aan hen voorstelde als haar vriend. De familie was niet enthousiast geweest. Haar vader had gezegd: “Kijk, als jij een vriend wilt die minder hersens heeft dan jij, dan moet je het zelf maar weten. Die jongen weet alleen maar hoe je een vrachtwagen moet besturen, maar een normaal gesprek voeren is al moeilijk voor hem.” Monique was kwaad geworden. “De kouwe kak straalt er hier gewoon vanaf, geen wonder dat hij zich niet op z’n gemak voelt! Wij houden van elkaar en of je het nou leuk vindt of niet: ik wil de rest van mijn leven bij hem blijven.”

De bruiloft was mooi geweest, maar niet de dag van haar dromen. Dat had met de families te maken, die elkaar totaal niet aanvoelden. En ook wel een beetje met Michael. Veel van haar wensen had hij maar onzin gevonden. Zonde van het geld ook. “Je trouwt toch maar één keer?” had ze vaak gezegd. “Ja, maar het gaat niet om die ene dag, het gaat om het leven erna. Ik geef het geld liever uit aan een goede auto, daar heb je jaren wat aan,” had Michael gezegd. Ze hadden beiden water bij de wijn gedaan. Maar goed, het was toch een mooie dag geweest. Ook had een huwelijksreis voor hem niet zo gehoeven, maar die was hen aangeboden door haar ouders, dus daar had hij niet onderuit gekund. Het was voor het eerst geweest in hun relatie dat ze zo veel tijd samen hadden doorgebracht. Normaal gesproken wilde hij niet langer dan een week met vakantie. Dan miste hij zijn vrachtwagen alweer. Maar de huwelijksreis was geweldig geweest, al had ze de laatste week wel een bepaalde onrust bespeurd bij Michael. Hij had zich een beetje verveeld. Dat had haar geen prettig gevoel gegeven, maar maandagmorgen had hij het toch moeilijk gevonden om haar alleen te laten voor een week. En dat had een hoop goed gemaakt.

Monique kijkt op haar horloge. Ze schrikt. Opschieten, anders staat Michael straks op de stoep, en dan is ze nog helemaal niet klaar! Een laatste blik in de spiegel verzekert haar van het feit dat ze er mooi uitziet. Als ze beneden komt, kijkt ze door het raampje van de oven. Dat gaat allemaal goed. Ze dekt de tafel met het mooie servies en het zilveren bestek. De grote kandelaar wordt behoedzaam op tafel gezet. Ook in de rest van de kamer steekt ze kaarsjes aan. Het ziet er gezellig uit. O, nog een mooi achtergrondmuziekje. Ze schikt nog iets aan de bloemen en gaat dan op de  bank zitten. Het eten zal over een kwartiertje klaar zijn. Ze zal er altijd voor zorgen, dat haar man het heerlijk vindt om weer naar huis te gaan.

Hij steekt de sleutel in het slot. Wat is het donker binnen! Hij ziet wat geflikker van kaarslicht. Arme meid. De stoppen zijn natuurlijk doorgeslagen, en dan is hij ook nog zo laat dat zij al die tijd in het donker heeft moeten zitten.

Hij doet de kamerdeur open. Monique zit op de bank. Ze kijkt hem aan met betraande ogen. Michael probeert de lichtknop. Niks aan de hand, het licht gaat gewoon aan. “Dacht je dat de stoppen waren doorgeslagen?” zegt hij. “Daar hoef je toch niet om te huilen? Het licht doet het gewoon weer, kijk maar.” Hij wil haar een kus op haar mond geven, maar deze belandt ergens bij haar rechteroor omdat ze haar hoofd heeft afgewend. Hij loopt naar de keuken en haalt een biertje uit de koelkast. “Ik heb al gegeten, hoor,” zegt hij als hij de mooi gedekte tafel ziet. “De jongens hadden patat en snacks gehaald.”
Monique staat op. “Ik ga naar bed,” zegt ze alleen maar. Hij kijkt verwonderd. “Ga maar lekker slapen, moppie. Je zult wel moe zijn na zo’n drukke werkweek.” Op het moment dat Monique de kamerdeur achter zich dichttrekt, heeft hij de afstandsbediening al in zijn hand. Hij leunt achterover in zijn stoel en maakt zijn biertje open. Michael legt zijn benen op de salontafel, neemt een teug van zijn pils en voelt zich volmaakt gelukkig.

2.

“Zullen we morgenochtend even koffiedrinken bij mijn ouders?” Monique kijkt op van haar boek met een wrevelig trekje om haar mond. “Hoezo?” vraagt ze. “Nou, zo vaak komen we er niet, toch?” Monique legt haar boek naast zich op de bank. “Je bent vorige week nog bij je ouders geweest! Ik wil morgenochtend uitslapen, zondag moet ik nog een en ander in huis doen, en maandag moet ik weer vroeg op.”
“Dan ga ik wel alleen,” zegt Michael geïrriteerd en staat op om even later met een biertje in zijn hand terug te keren in de kamer. Demonstratief komt Monique overeind. “Ik pak zelf wel wat hoor schat, blijf maar rustig zitten,” zegt ze met een sarcastische ondertoon in haar stem. Die toon ontgaat Michael. “O prima, ik wist toch niet wat je wilde hebben.”

Monique neemt een slokje van haar wijn en zucht. Zal ze het hier bij laten en haar boek weer pakken, of gaat ze de confrontatie aan? Ze besluit tot het laatste. “Michael, luister nou even. We zijn nu een half jaar getrouwd, jij bent de hele week van huis, en dan wil je ook nog ieder weekend naar je ouders. Kom op, je woont toch niet meer thuis, daar zullen ze toch aan moeten wennen!”
“Jij hebt makkelijk praten. Jij woonde al een paar jaar op kamers, maar mijn ouders hebben er altijd naar uitgekeken dat ik in de weekends weer thuiskwam.” Monique kan haar geduld maar moeilijk bewaren. “Met heel je grote mond zit je nog maar mooi onder de plak bij die pa van je. Omdat hij tegen ‘hokken’ is, zijn wij meteen getrouwd, terwijl ik liever eerst een paar jaar had willen samenwonen en…”
“Had je dan niet willen trouwen dan? Had het maar gezegd, dan waren we toch lekker niet getrouwd!” Michael zet met een knal zijn flesje bier op tafel. “Michael… Doe nou even redelijk, we waren heus wel getrouwd uiteindelijk, maar toen je mij ten huwelijk vroeg, heb ik ook al gezegd dat we misschien beter eerst een paar jaar konden samenwonen, maar dat wilde je niet. Later heb je me pas verteld dat je je familie niet tegen je in het harnas wilde jagen. Dat is toch geen goede reden om te willen trouwen?” Michael gaat er niet op in. Hij weet best dat Monique gelijk heeft. Zijn vader heeft nog een grote invloed op zijn leven. Hij wil een goede zoon zijn, en het zijn vader naar de zin maken. Net als zijn moeder dat doet en zijn broers en zussen. Nu doet Monique alsof dat niet goed is. Dan niet. Dan gaat hij morgen wel alleen. Uitslapen kan hij toch niet, dus dan blijft zij maar lekker in haar bed liggen.
“Zorg je wel dat mijn was morgen in orde komt? Ik moet dit keer op zondagavond al weg, en ik heb veel was, ik wil zondagavond mijn bed in de vrachtwagen verschonen.” Er is veel dat Monique nu zou willen zeggen, maar ze houdt wijselijk haar mond. Ze zal maar niet zeggen dat zij ook de hele week gewerkt heeft en hem vragen of hij wat aan zijn handen mankeert. Hij zal dan toch zeggen dat hij wel 70 uur per week maakt, en zij maar 36. Laat maar.

Ze kijken nog wat televisie, maar om tien uur begint Michael te geeuwen. “Gaan we naar bed?” vraagt hij. “Nou al?” vraagt Monique. “Het is vrijdagavond hoor, morgen kan ik uitslapen. Ik ga de hele week al op tijd naar bed.” “Een bed is niet alleen bedoeld om te slapen,” zegt Michael met een knipoog. “Als mijn collega’s na het weekend vragen hoe mijn weekendwip was, dan moet ik toch kunnen zeggen dat het fantástisch was!” Als hij al meent de goede toon getroffen te hebben, dan heeft hij het behoorlijk mis. “Gatver, wat banaal! Je bespreekt ons seksleven toch niet met je collega’s?” “Welk seksleven?” grapt Michael. “Kerst komt vaker voor in een jaar!” “Ik heb al geen zin meer, welterusten,” zegt Monique en ze richt haar blik demonstratief op de televisie. “Welterusten,” zegt Michael. Hij staat op en rekt zich eens goed uit. “Morgenochtend ben ik dus bij mijn ouders en daarna moet ik nog even naar de zaak.” “Hoezo dát nou weer! Jij zou toch de boodschappen halen en ik zou toch de was doen?” “Ja, maar een van de wasjongens is ziek. En die andere gozer werkt er nog maar net, die weet echt niet hoe hij een vrachtwagen goed schoon moet krijgen. Bovendien wil ik mijn velgen poetsen, ze zijn dof. En zo gezellig ben jij ook niet.”
Met deze woorden loopt Michael de kamer uit en vertrekt hij naar boven. De tranen staan bij Monique in haar ogen. Zo gaat het nou al een poosje tussen hen. De hele week is hij van huis, elke avond bellen ze met elkaar en hebben ze gezellige gesprekjes, maar als hij op vrijdagavond thuiskomt, dan lijkt het maar niet te lukken tussen hen. Het koken heeft ze op vrijdag al achterwege gelaten, want op de zaak wordt altijd gesnackt.

Ze denkt aan de tijd voor hun trouwen. Zij woonde nog op driehoog in Amsterdam in een leuk appartementje. Ze was Michael tegengekomen op een feest van een collega. Die collega bleek een leuke broer te hebben: Michael. Hij was aardig, belangstellend en het had meteen geklikt tussen hen. Hij vond Amsterdam leuk, en ze had hem spontaan uitgenodigd om een keer bij haar te komen eten. Van het een was het ander gekomen. Ze had er wel om moeten lachen dat hij internationaal vrachtwagenchauffeur was. Dat had ze nooit geraden, want hij zag er helemaal niet uit als een vrachtwagenchauffeur. Hij droeg vlotte kleding en hield absoluut niet van Henk Wijngaard, had hij haar glimlachend toevertrouwd. “Zeg het maar niet tegen mijn collega’s, want dan word ik uit de groep gegooid.”

Ach, misschien was het allemaal veel te snel gegaan. Maar dat had ook wel te maken met het traditionele gezin waar Michael uitkwam. Een moeder, die letterlijk van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat met een schort om liep, een vader die altijd het hoogste woord voerde en alles wat zwak en ziek was verfoeide. Ze had ronduit een hekel aan haar schoonvader. Wat een nare autoritaire man! Tegen haar was hij nooit aardig geweest. Had altijd dingen gemompeld over haar make-up, haar kleding, haar baan. En zelfs nu Michael en zij getrouwd waren, wilde hij nog steeds zijn invloed uitoefenen op hen. Zij had dat door, Michael niet.

Ze had haar appartement in Amsterdam opgegeven. Haar baan had ze opgegeven. Het liefst had Michael een huis gezocht in Pijnacker, een dorpje onder de rook van Rotterdam, waar hij geboren en getogen was, maar gelukkig had Monique daar een stokje voor weten te steken. Nu woonden ze in Delft. Een leuk sfeervol stadje, maar daar was in de nieuwbouwwijk waar zij woonden niet zo veel van te merken. Daarvoor moest je eerst naar de binnenstad.
Monique zucht. Ze doet de lichten uit en gaat naar bed. Morgen eerst maar eens uitslapen. Daarna ziet ze wel verder.

Monique zit nog lekker in haar badjas de krant te lezen, als Michael ineens voor haar neus staat. Hij heeft een grote bos bloemen in zijn hand en lacht stralend naar haar. “Nou, waar kom jij nou ineens vandaan? Moet je niet naar de zaak?” Michael legt de bloemen in haar schoot en kust haar voorzichtig op de mond. “Nee, ik heb besloten dat ik niet ga. Ze moeten het maar even zonder mij doen. Bovendien heb ik volgende week ook af en toe wel een uurtje tijd om mijn velgen te poetsen. Je had gelijk, we moeten meer tijd doorbrengen samen, en geen ruzie maken.” Het vertedert haar. Ze voelt weer datgene dat ze in Amsterdam altijd voor hem had gevoeld. Haar grote jongen. Nog een tikje onvolwassen en onbeholpen soms, maar ach, hij bedoelt het goed. “Ga je mee naar bed?” vraagt hij, met een niet mis te verstane uitdrukking in zijn ogen. “Dat is goed,” glimlacht Monique.

Een uurtje later vraagt Monique aan Michael: “Hoe was het eigenlijk bij je ouders?” “O, goed hoor, je moest de groeten hebben,” antwoordt Michael, en hij drukt zachtjes een kus op haar blonde haren.
Hij denkt even na. Hoe moet hij dit nu zeggen, zonder dat Monique door zal hebben dat zijn vader steeds maar vraagt of er al een kleinzoon op komst is.
Monique draait zich naar hem toe. “Zullen we samen douchen,” stelt ze voor. “Dat is goed. Ben je gelukkig?” Monique knikt. “De laatste tijd voelde ik me best wel kut, maar ik voel me nu heel gelukkig. En jij?” Michael aarzelt. “Ja, ik ben heel gelukkig met jou. Maar ik heb een vraag. Ik weet, dat we hadden afgesproken om een paar jaar te wachten, maar zou het niet fantastisch zijn om samen een kindje te krijgen?”
Monique schiet in de lach. “Méén je dat nou echt? Of zeg je dat in een impuls? Michael, laten we nou eerst maar eens proberen om ons leven samen goed op de rit te krijgen. Zowel qua relatie als financieel. Die bruiloft, dit huis, de inrichting, het heeft allemaal zo veel geld gekost!”

Met een ruk slaat Michael het dekbed van zich af. “Wat is er nou?” vraagt Monique stomverbaasd. “Niks! Helemaal niks! Je bekijkt het maar. Ik ga douchen en naar de zaak. Mijn velgen poetsen!”

Zijn vrouw in totale verbijstering achterlatend, trekt Michael een half uurtje later de voordeur achter zich dicht.

3.

Goedgehumeurd stapt Michael in zijn Scania. Hij vindt het elke keer weer een prachtig gezicht als zijn bolide zo glanzend staat te wachten. Hij maakt eerst zijn bed op, dat zich achter de chauffeursstoel en de bijrijderstoel bevindt. In de piepkleine kastjes zet hij de boodschappen die Monique zaterdag voor hem heeft meegenomen. Binnen nog even zijn papieren gaan regelen, dan kan hij op weg. Sjaak zit ook al binnen, en de mannen drinken samen een vroeg bakje koffie. Het is maandagochtend kwart voor zes en een mooie week ligt weer voor hen.

Een half uurtje later gaan ze op weg. De eerste paar uur blijven ze achter elkaar aan rijden en converseren ze gezellig wat via het bakkie. Dan neemt Sjaak de afslag, toetert nog even luid en Michael is alleen. Maar dat vindt hij niet erg. Integendeel. Hij geniet van het rijden, van het vrije leven, van zijn werk. Misschien wel een beetje te veel; daar heeft Monique wel een beetje gelijk in. Dit weekend hebben ze eigenlijk maar bar weinig aandacht voor elkaar gehad, als hij er nu eens rustig over nadenkt.
Hij was vrijdagavond laat thuis. Het bierelieren op de zaak was iéts uit de hand gelopen en hij had een paar biertjes te veel gedronken. Monique was niet boos geworden; ze leek eerder wat onverschillig. Nou ja, beter dan dat gezeur aan je hoofd.

Zaterdag wilde Monique uitslapen, dus kon hij mooi naar de zaak om wat onderhoud aan zijn vrachtwagen te plegen en natuurlijk ook voor de gezelligheid. Hij ziet zijn collega’s niet zo vaak; dat heeft hij laatst nog tegen Monique gezegd, toen ze wél boos werd, toen hij op vrijdagavond pas laat thuis was gekomen.
“Jij ziet je collega’s elke dag op je werk, ik niet. Soms kom ik onderweg een collega tegen, maar dat gebeurt haast nooit. Dus dan snap je toch wel, dat ik het leuk vind om even een biertje met de jongens te drinken?”
“Mij zie je anders ook de hele week niet, hoor!” had Monique verwijtend gezegd. “En als je nou een uurtje met ze borrelt, nou dan hoor je me echt niet hoor, maar het wordt elke week later!”

Michael kijkt op de brandstofmeter. Hij moet tanken. Over een paar kilometer komt hij een tankstation tegen, maar hij neemt liever de volgende. En dan maar hopen, dat ze er is. Niet te geloven, dat zo’n bloedmooie meid bij een benzinestation werkt! Ze zou fotomodel kunnen zijn, of –nog liever- naakt in de Playboy moeten staan! Michael grijnst om die gedachte. En ze is nog heel aardig ook. Een beetje verlegen als hij met haar flirt, maar dat maakt haar nou juist zo onweerstaanbaar. Hij kijkt eens naar zijn rechterringvinger. In het weekend heeft hij zijn trouwring om, maar niet als hij aan het werk is. Dat kan gevaarlijk zijn als hij slangen moet loskoppelen of zo. Hij kent bijna niet één chauffeur die een ring draagt. Op zich wel handig als je zo’n leuk meisje ontmoet! Niet dat hij zijn Monique ontrouw is of zo, natuurlijk niet. Hij houdt van z’n meisje, maar zijn stelling is wel dat je onderweg mag snoepen; als je maar naar huis gaat om te eten!

Een half uurtje later klimt Michael voor de tweede keer die dag in zijn vrachtwagen. Hij zet het dampende kopje koffie in de speciale houder; het broodje kaas maakt hij meteen open. Hij toetert nog even en ziet dat Shirley zwaait. Hij heeft gezellig koffie met haar gedronken. Er waren maar weinig andere klanten en ze hebben leuk gekletst. Het was wel moeilijk geweest om zijn ogen van haar tieten af te houden, maar dat was hem aardig gelukt. Michael grijnst. Die Shirley ziet hem wel zitten; dat kon hij wel merken!

Hij denkt weer terug aan het weekend. Zaterdag was hij rond de middag naar huis gegaan. Met een beetje mazzel zat Monique nog in haar badjas en kon hij haar verleiden om samen met hem te douchen. Maar ze was al aangekleed. “Zo, jij bent vroeg op voor jouw doen!”
Monique had hem een zoen gegeven. “Sterker nog: ik heb zelfs al boodschappen gedaan. Ik heb ook aan jouw spullen gedacht, goed hè?” Dat had hij beaamd. Maar vanwaar die haast?
“Ga maar lekker douchen. Dan gaan we straks wat leuks doen,” had Monique gelachen.
“Wacht even. Wat voor leuks? Je weet toch dat ik niet zo van verrassingen houd?”
“Doe nou niet zo flauw. Je vindt dit wel leuk!” Maar Michael had zich niet laten overhalen. Hij wilde het eerst weten.
Voor Monique was de lol er al bijna af. Dat zag hij wel, maar hij wilde nou eenmaal graag de controle hebben over bepaalde zaken.
“Ik wil gewoon lekker naar het strand. Even wandelen langs de boulevard en dan een hapje eten in zo’n tentje waar ook zo’n live bandje speelt,” had ze gezegd.
Michael was op de bank gaan liggen. “Sorry, maar daar heb ik echt geen zin in. Gisteravond was ik al laat thuis. Ja, ja, ik weet het. Eigen schuld, maar dan nog. Vanmorgen móest ik echt naar de zaak, want de bandenspanning van een paar banden was echt niet goed. En nou bén ik thuis en dan wil jij zo nodig de deur uit! En uit eten, dat doe ik de hele week al, ik vind het heerlijk om in het weekend eindelijk eens thuis te eten. Bovendien, het kost allemaal meteen weer klauwen met geld. Nee, laten we lekker thuisblijven. Dat is ook leuk.”
“Ik ga wel alleen,” had Monique teleurgesteld gezegd en ze had de daad bij het woord gevoegd.
Hij was eigenlijk onmiddellijk in slaap gevallen op de bank, en pas laat in de middag wakker geworden. Het huis was maar stil, zonder Monique. Hij had gedoucht, en toen ook maar een hapje gegeten, want Monique was nog steeds niet thuis geweest. Hij had haar gebeld, maar haar mobiel had uit gestaan.

Michael zet een cd’tje op. Af en toe vindt hij de stilte heerlijk en luistert hij met veel plezier naar het geluid dat de V8 motor in zijn truck maakt, maar soms benauwt de stilte hem. Helemaal als hij terugdenkt aan dit weekend. Nee, dat verdiende allemaal niet de schoonheidsprijs. Hij was vanmorgen blij dat hij weer aan de slag kon.

Monique was zaterdagavond pas om elf uur thuisgekomen. Ze had een vriendin gebeld en was met haar samen naar Scheveningen geweest. Ze hadden het erg leuk gehad. Haar boze bui was weer helemaal over en ze hadden alles weer afgekust. Natuurlijk hadden ze begrip voor elkaar. Hij had nog maar eens uitgelegd dat hij het heerlijk vindt om thuis te zijn. Monique had hem daarop verteld dat ze er juist zo’n behoefte aan heeft om er af en toe eens lekker uit te gaan. Doordeweeks kon ze natuurlijk wel gaan en staan waar ze maar wilde, maar na een dag werken had zij daar ook de fut niet meer voor. Dat had hij ook wel begrepen. Ze hadden een compromis bedacht en zo zou het allemaal beter gaan werken tussen hen.

Maar zondag was het weer geëscaleerd. Moniques nichtje was jarig, het dochtertje van haar oudste zus. Ze waren natuurlijk uitgenodigd om het feest mee te komen vieren, maar Michael had er echt geen zin in gehad. Hij kon al niet zo goed opschieten met die familie van Monique, maar zo’n kinderverjaardag? Nee, dat mocht ze hem niet aandoen. Hij bleef thuis. Het is niet meer goed gekomen tussen hen, gisteren. "Wel beeld, maar geen geluid," zoals de vader van Michael altijd zegt. Michael glimlacht als hij aan zijn vader denkt. Die ouwe had toch wel een beetje gelijk, Monique snapt echt geen zak van het chauffeursleven. Maar ach, verder is het een schat van een meid. Ze is mooi, slim; nee, hij zou zich toch geen andere vrouw willen wensen. Hij is wel benieuwd waar Monique en die vriendin Petra het zaterdag over hebben gehad. Over relaties? Of zou Monique nooit over hem praten? En wat zou ze dan hebben gezegd? Michael zet de cd wat harder en begint luidkeels mee te zingen.

Het is tien uur ’s avonds als Michael de motor van de auto eindelijk uit mag zetten. De werkdag zit erop. Even naar huis bellen. Gek is dat: als hij onderweg is en hij naar huis belt, dan hebben Monique en hij altijd leuke gesprekken. Dan zeggen ze weer die malle, verliefde dingen tegen elkaar.
Ja, hij gaat z’n meisje even bellen. Hij verlangt naar haar stem.
“Met Monique.”
“Hé schatje, met mij!”
“O, ik had niet op de nummermelder gekeken. Hoe is het?”
“Ja goed. Ik ben mooi opgeschoten vandaag. Er waren weinig files, dus ik kon mooi doorblazen. En hoe was jouw dag?”
“Ja, prima. Gewoon gewerkt en zo, maar ik heb nu onverwacht bezoek gekregen. Hartstikke gezellig. Kan jij je nog Paul herinneren? Mijn collega uit Amsterdam met wie ik wel eens ging lunchen?” Michael voelt een steek door zijn hart. Ja, hij kon zich die Paul nog heel goed herinneren. Zo’n kakker, met van die gladde praatjes en strak in het pak.
“Nee, ik weet niet?” liegt hij.
“O joh, zo’n grappig toeval! Vandaag kwam ik op mijn werk en wie liep ik in de lunchpauze tegen het lijf? Paul! Hij is ook in Delft komen wonen en heeft ook overplaatsing aangevraagd. We hadden echt geen idee dat we op hetzelfde kantoor werkten en dat al twee maanden!”
Ook dat nog. Michaels humeur zakt tot het minpunt.
“Ik vind het niet zo’n prettig idee dat jij mannen thuis ontvangt terwijl ik op de weg zit,” zegt hij.
“Wat? Sorry, ik kon je niet horen. Paul zei ook net iets tegen me. Hé maar schat, ik ga ophangen, hoor. Anders staat het ook zo onbeleefd richting Paul. Hou je nog van me, lieverd?”
“Ja, natuurlijk hou ik van je. Maar ik vind het helemaal niet leuk dat er nu een wildvreemde vent op mijn bank bij mijn meisje zit.”
“Je bent jaloers!” zegt Monique stomverbaasd.
“Ja joh, zeg het ook nog lekker hardop waar die galbak bij zit!” schreeuwt Michael en meteen verbreekt hij de verbinding. Blinde drift stijgt naar zijn hoofd. Hij slaat met zijn vuist op het fraaie notenhouten dashboard.

Normaal gesproken slaapt Michael op het moment dat zijn hoofd het kussen voelt. Maar nu niet. Michael denkt niet meer aan al die leuke dames die hij vandaag is tegengekomen. Hij denkt alleen nog maar aan Monique. En aan die klootzak van een Paul.

4.

“Zó kun je toch niet gaan werken? Je bent hartstikke ziek! En ik ook, ik ga me gewoon ziekmelden hoor, vandaag.” Monique zit rechtop in bed en kijkt met verbazing naar haar man die kreunend zijn sokken aan het aantrekken is. “Ziek zijn is voor watjes. Bij ons is nooit iemand ziek,” antwoordt Michael. “Weet je hoeveel geld dat kost, als mijn truck de hele week binnenblijft?” “Ach, schei nou toch uit! Niemand is onmisbaar. Jij ook niet. Straks krijg je nog een ongeluk, je bent gewoon ziek, Mike!” Koppig gaat Michael door met zich aan te kleden. Hij voelt zich waardeloos. Zijn hoofd bonkt, hij heeft het dan weer heet, dan weer koud, maar het is gewoon ondenkbaar voor een vrachtwagenchauffeur om zich ziek te melden. Monique kan dat doen, en dan besluiten om dinsdag of woensdag weer aan het werk te gaan. Maar voor hem wordt altijd een weekplanning gemaakt. Daarom is het ook bijna onmogelijk om een snipperdag te nemen in zijn branche.

 Gisteren begon het. Michael wilde vroeg opstaan, had wat plannen om te klussen in huis, maar had die plannen meteen maar weer laten varen. Hij had verschrikkelijke hoofdpijn en was constant duizelig. Monique voelt zich het hele weekend al niet lekker, diarree, overgeven, en nu voelt ze zich voornamelijk nog slap. Kijk, hij zal haar er niet om veroordelen, maar eigenlijk vindt hij het maar een slappe houding om dan maar thuis te blijven. Of je je nu rot voelt op je werk of thuis, je voelt je gewoon rot, maar meer ook niet. Klaar. Even door de zure appel heen bijten. Maar ach, zo is ze nou eenmaal opgevoed. Geen Spartaanse opvoeding, zoals hij. Dat was ook niet altijd even prettig, maar hij is er wel een kérel door geworden.

 Monique is weer gaan liggen. Het is nog belachelijk vroeg, vijf uur in de ochtend. Maar ja, Michael moet en zal natuurlijk weer gaan werken. Wat een stomme mentaliteit toch, op dat werk van hem. ‘Wij mannen zijn bikkels, we rijden, tot we er dood bij neervallen.’ Nou, geweldig hoor, vooral als je met je koortskop tegen een ander botst, die er niks aan kan doen. Inmiddels weet ze wel dat ze maar beter wijselijk haar mond kan houden. Michael is stronteigenwijs, en zal echt niet naar haar luisteren.

 Hij is inmiddels klaar, en gaat op de rand van het bed zitten. Hij slaat voorzichtig zijn armen om Monique heen. “Anders ga je het toch gewoon probéren vandaag?” probeert hij. “Lukt het niet met werken, dan ben je met een kwartiertje thuis. Toch?” “Ik ben nog steeds hartstikke misselijk. En mijn darmen zijn ook nog steeds niet tot rust gekomen. Vandaag kan ik het beter nog een dagje rustig aan doen, dan kan ik morgen weer werken.” Michael haalt zijn schouders op. “Zelf weten,” mompelt hij. “Kus?” Monique heft zich op om haar man gedag te kussen. Tjonge, wat ziet hij eruit! Hij heeft gewoon koorts. Ze legt haar hand op zijn voorhoofd en spreekt nog eenmaal haar zorgen uit. “Ik bel je vanavond, oké?” zegt Michael, voordat hij zachtjes de deur van de slaapkamerdeur achter zich dicht trekt.

 Monique gaat uiteindelijk die hele week niet werken. Misschien komt het door het najaar, maar ze is al maanden aan het kwakkelen. Twee maanden geleden heeft ze ook al een verschrikkelijke buikgriep gehad. Overgeven, diarree. Het hield maar niet op. Daarna ging het een paar weken goed, maar ze blijft zich maar zo beroerd voelen. Haar baas heeft gezegd dat ze even naar haar huisarts moet gaan. Halverwege de week gaat Monique naar de dokter. Eigenlijk vindt ze het maar onzin, wat moet je nou met een griep bij de dokter, maar goed, haar baas wil toch dat ze even gaat.

 De dokter stelt wat vragen, onderzoekt haar, maar kan niks bijzonders vinden. “Even uitzieken nog deze week, en dan kunt u maandag wel weer werken,” luidt zijn devies. “Ik zie in de computer dat u de pil slikt. Houdt u er wel rekening mee, dat de pil niet betrouwbaar is op het moment dat u buikgriep heeft.” Moniques hart staat even stil. Shit! Twee maanden geleden had ze ook al buikgriep, maar ze heeft er geen seconde bij stilgestaan dat ze dan een risico zou lopen! Ze wil eerst naar huis. Haastig zegt ze de dokter gedag, en als ze buiten staat, moet ze even diep ademhalen. Het lijkt net, alsof de puzzelstukjes in mekaar vallen. Die vage misselijkheid, pijnlijke borsten… Het zal toch niet?
 Monique besluit om langs de apotheek te rijden. Ze vraagt daar aan de vriendelijke verkoopster om een zwangerschapstest, en als ze het woord uitspreekt voelt ze een blos op haar wangen branden. Ze steekt het ding haastig in haar tas, alsof ze iets illegaals aan het doen is. Als ze thuiskomt, rukt ze onmiddellijk de verpakking van de test los en leest ze de gebruiksaanwijzing. De test werkt het beste als je ochtendurine gebruikt, leest ze. Het kost haar veel moeite, te besluiten tot morgenochtend te wachten. Nu ze het vermoeden heeft, wil ze het weten ook.

 Ze heeft er eigenlijk nog helemaal niet bij stilgestaan wat ze ervan zou vinden als ze daadwerkelijk zwanger blijkt te zijn. Michael! Ze moet hem natuurlijk ook bellen. Maar eerst zoekt ze op internet naar de gevaren van buikgriep in combinatie met de pil. Wat is ze stom geweest! Als je de pil weer uitkotst, nee, dan is deze niet meer zo betrouwbaar, dat had ze toch zelf ook kunnen verzinnen? Als ze het nummer van Michael intoetst, komt ze in zijn voicemailbox terecht. Ze legt de hoorn neer. Een golf van misselijkheid overvalt haar en ze kan maar nauwelijks de wc halen. Daarna besluit ze om even in bed te gaan liggen.
 Als ze weer wakker wordt, is het al laat op de avond. Verdwaasd zit Monique rechtop in bed. Ze gaat naar beneden, want ze heeft een erg lege maag. Het lampje van de telefoonbeantwoorder knippert. Ze zet het bandje aan. Het is Michael. Zijn stem is schor en ze hoort aan zijn stem hoe verkouden hij nog is. Hij vertelt dat hij op het moment dat Monique belde buiten de auto stond te wachten op de bandenboer, omdat hij een lekke band had, en zijn telefoon lag op dat moment in de auto. Verder gaat het wel iets beter met hem, maar hij rijdt niet zo lang door als anders, hij gaat nu slapen en zal haar morgen bellen.

 De volgende morgen wordt Monique wakker met een zenuwachtig gevoel. Ze gaat naar de badkamer en spoelt het emmertje dat ze heeft klaargezet nog eens zorgvuldig om. Ze plast op het emmertje en houdt de zwangerschapsstick in de ochtendurine. Een paar minuten later leest ze het nieuws af dat haar leven en dat van Michael radicaal zal gaan veranderen. Ze is zwanger. Minutenlang blijft ze naar de stick staren. Dan komt ze vanuit haar gehurkte houding omhoog. Ze is zwanger. Ze krijgt een kind. Niet gepland. Wat vindt ze er eigenlijk van? Ze weet het niet. En nu? Moet ze Michael bellen en hem over de telefoon vertellen dat ze een kind gaan krijgen? Even flitst het door haar hoofd hoe ze zich een moment als dit had voorgesteld. Samen de test doen, en elkaar dan ontroerd omhelzen. Nee, dat zit er niet in. En ze kan het nieuws onmogelijk voor zich houden. Toch?

 Een uurtje later kan ze het niet langer uithouden. Ze belt Michael met een bonzend hart. “Hee moppie,” hoort ze weldra zijn overbekende stem in haar oor. Plotseling beginnen de tranen te stromen. “Schatje? Ik mis je zo,” snottert ze. “Ben je nog steeds zo ziek? Ik kreeg je gisteren ook al niet te pakken,” zegt Michael. “Ik ben nog wel ziek… Maar ik begrijp nu ook de reden. Michael, ik ben zwanger! We krijgen een kind!” Het blijft even stil aan de andere kant. “Hoe kan dat nou? Je bent toch aan de pil?” Monique vertelt haar verhaal. “Ben je blij?” vraagt ze dan. “Ja, eh, ja, ik geloof van wel. Ik moet even aan het idee wennen. Maar ben jij blij?” stelt Michael de wedervraag. “Ik weet het niet, het is nog zo’n gek idee. Jij papa, ik mama. Ik kan me er nog niks bij voorstellen. Maar Michael? Kom je zo snel mogelijk naar huis?” Michael belooft het.

 Michael is opgelucht als hij na deze zware week zijn vrachtwagen onbeschadigd kan parkeren op het parkeerterrein van de zaak. Wat een kloteweek was dit, zeg! De eerste paar dagen heeft hij gewoon op aspirines geleefd, zó ziek voelde hij zich. “Hoe was je weekendwip?” had Sjaak afgelopen maandagmorgen nog gevraagd. “Heeft ze je wel genoeg slaap gegeven jongen, je ziet er niet uit!” Zuurzoet had Michael gelachen. “Normaal gesproken zeggen die wijven altijd dat ze hoofdpijn hebben, maar dit keer had ik het!” had hij geantwoord. Sjaak had hem een flinke klap op z’n schouder gegeven. “Kom op, gozer! Een goeie chauffeur is nooit ziek!”

Die avond zitten Michael en Monique lekker tegen elkaar aan op de bank. Ze fantaseren wat over de baby, verzinnen vast wat namen, en Monique heeft zich nog nooit zo verbonden gevoeld met Michael, als nu. Door een kind word je pas echt een gezin. En ze heeft er ineens volmaakt vrede mee, dat het lot voor hen heeft beslist. Een voldongen feit. Ze krijgen samen een kind. Ze legt Michaels hand op haar nog platte buik en voelt zich tevreden en gelukkig.

5.

Monique is al helemaal aan het idee gewend dat ze zwanger is. In het begin voelde het nog wat onwezenlijk, maar nu haar buikje begint te groeien, en de hele familie- en vriendenkring op de hoogte is, vindt ze het eigenlijk wel heel leuk. Natuurlijk, ze had eigenlijk nog een paar jaar willen wachten, maar nu het zo is, is de baby meer dan welkom. Ze kan er uren over praten en geniet van alle aandacht die ze krijgt. Aan de kast hangen een paar kaarten met felicitaties, ze heeft al vertederd naar een paar sokjes zitten kijken die ze van een vriendin kreeg.

Toch had ze het zich anders voorgesteld. In het begin was Michael net zo euforisch als zij, en kon hij bijna niet wachten om het zijn ouders te vertellen, maar toen hij het heuglijke nieuws aan zijn ouders had verteld, leek hij al snel weer over te gaan tot de orde van alle dag.
Al in het begin van de zwangerschap had Monique de verloskundige gebeld voor een afspraak. Expres had ze die afspraak voor een maandagmorgen gemaakt, zodat Michael het op zijn werk zou kunnen regelen om mee te gaan. Meteen had ze ook een afspraak gemaakt bij de tandarts voor hen beiden, want dat kon dan mooi in één moeite door.
Ze was van een koude kermis thuisgekomen.
“Lieve schat, ik kan niet voor elk wissewasje negen maanden lang steeds maar vrij vragen hoor! Mijn baas ziet me aankomen! Ik neem heus nog wel een weekje op om te klussen in de babykamer, en als de baby komt ook nog een weekje, maar dan is het echt wel klaar!”
“Wat een onzin! Je barst van de snipperdagen, je neemt bijna nooit vrij. En dan word je voor het eerst vader en laat je mij alleen naar de verloskundige gaan. Jij wilt toch ook het hartje horen kloppen?”
“Het zegt mij nu toch nog niks. Het gebeurt allemaal in jouw buik. Voor een man is dat heel anders.”
“Ja, daarom moet je er op andere manieren bij betrokken proberen te zijn! Juist door zo’n bezoekje aan de verloskundige.”

Uiteindelijk had ze haar zusje Stella gevraagd om mee te gaan naar de verloskundige. Ze wilde het toch delen, en haar zusje was verguld geweest met haar uitnodiging. Bij de verloskundige had ze nog een pijnlijk moment doorgemaakt, toen deze haar vroeg: “Bent u alleenstaand, of heeft u een partner?” Die vraag had ze vast niet gesteld als Michael met haar meegegaan was.
Maar die avond was ze het weer vergeten. Michael had haar gebeld en had van alles gevraagd. Hij had zelfs nog gezegd, dat hij er achteraf toch wel bij had willen zijn. Toch wel lief.

Het is zaterdag. Vanavond hebben Michael en Monique een feest op het bedrijf waar Michael werkt. Het bedrijf bestaat tien jaar, dus dat is wel een feestje waard. Monique is een beetje nerveus. Wat moet ze aantrekken? Ze past allang niet meer in al haar gewone kleren, maar voor positiekleding is het nog een beetje te vroeg. Uiteindelijk besluit ze om een zwarte legging aan te trekken met daaroverheen een lange tuniek. “Zie ik er mooi uit?” vraagt ze een tikje onzeker, als ze beneden komt. “Jij ziet er altijd mooi uit,” zegt Michael en hij geeft haar een zoen.
Ze stappen in de auto. Michael rijdt heen, en het is natuurlijk vanzelfsprekend dat Monique terug zal rijden. Zij mag immers toch niet drinken. “Wat vinden je collega’s er eigenlijk van dat je papa wordt?” vraagt ze met een glimlach aan haar man. Hij haalt wat ongemakkelijk zijn schouders op. “Ik heb het nog niet verteld,” geeft hij dan maar toe. “Hè? Ik ben 16 weken zwanger en jij hebt nog niks verteld? Weet je baas het dan ook nog niet?”
“Nee joh, maak je niet druk, er is toch nog tijd zat?”
“Maar het is toch ook léuk om aan je collega’s te vertellen dat je papa wordt?” Monique snapt er niks van en ze voelt zich ook teleurgesteld. “Nou, dan vertellen we het vanavond maar, vind je ook niet?” zegt ze dan, een tikje uitdagend. Michael krijgt een knalrood hoofd. Hier was hij al bang voor. “Gedraag je nou maar normaal vanavond, daar hebben we veel meer aan,” zegt hij kortaf. “Ik hou er niet van als mensen zo de aandacht op zich willen vestigen. Ik zeg het zelf wel een keer.” Zwijgend vervolgen ze hun weg. Monique kijkt verdrietig uit het raam van de auto. Als ze vanuit haar ooghoeken een blik op Michael werpt, denkt ze ineens: “Het lijkt wel, alsof er een wildvreemde vent naast me zit.”

De avond is goed georganiseerd. Michael krijgt bij binnenkomst al zijn eerste biertje in zijn hand gedrukt. Ze lopen wat rond en hier en daar blijft Michael staan om een praatje te maken. Het komt in zijn kop niet op om zijn vrouw voor te stellen aan bepaalde mensen. Op de bruiloft zijn wel een paar goede collega’s geweest en de baas van Michael ook, maar het merendeel van de mensen kent Monique niet.
De tafels zijn afgeladen vol met eten, maar Monique heeft niet zo’n trek. Michael daarentegen eet en drinkt achter mekaar door. Hij begint blossen op zijn wangen te krijgen en wordt wat losser. “Ik zie iemand die ik ken, ik loop er even heen, oké?” vraagt Michael zonder het antwoord van Monique af te wachten. Ze knikt. Ze vindt het allang best. Eindelijk zit ze even. Haar pumps knellen aan haar voeten en stiekem doet ze ze uit. Dat ziet toch niemand, er hangen lange kleden over de tafeltjes. Er klinkt applaus, want de vloer van de disco is geopend. Even later schalt de stem van Lee Towers door de zaal. Vooral de mannen brullen luid mee.

“Mag ik erbij komen zitten?” Monique kijkt op. Een vrouw met een vriendelijk gezicht wijst op de stoel naast haar. “O ja, natuurlijk,” haast Monique zich te zeggen. En meteen steekt ze haar hand uit. “Monique.” De vrouw stelt zich voor als Yvonne, de vrouw van Sjaak. Monique knikt, die naam hoort ze regelmatig vallen als Michael het over zijn werk heeft. Yvonne is belangstellend en gezellig. En al snel vertelt Monique haar dat zij en Michael een kindje verwachten. Yvonne vindt het erg leuk, en vertelt over haar twee kinderen die al bijna volwassen zijn. Af en toe krijgen ze een lekker hapje gepresenteerd en de dames hebben het prima naar hun zin. Moniques mineurstemming is als sneeuw voor de zon verdwenen, en ze praat honderduit met Yvonne.

Even later staat Yvonne op en begint te zwaaien. “De mannen, ze zoeken ons,” zegt ze tegen Monique. Even later zitten Michael en Sjaak bezweet van het dansen bij hen aan het tafeltje. “Ga ook mee dansen,” hijgt Sjaak tegen zijn vrouw. “Ik dank je de koekoek. Die tijd heb ik gehad, schat!” “Ga jij dan mee dansen? Ik heb nog nooit met zo’n mooie vrouw gedanst,” slijmt Sjaak tegen Monique. Ze weet niet zo goed hoe ze moet reageren, maar dat doet Yvonne al voor haar. “Let maar niet op hem hoor. Hij wordt altijd enorm dronken op dit soort feesten. Hee, maar even wat anders… Gefeliciteerd Michael! Wat een leuk nieuws.”
Michael is ook niet meer zo helder. “Gefeliciteerd? Waarmee? Je moet mijn baas feliciteren, het is zijn bedrijf hoor!” grinnikt hij. Monique krijgt een kleur. “Met het feit dat je papa wordt, Michael,” zegt ze zachtjes. “Wat?” roept Sjaak. “Ouwe rukker, dat je er bent! Daar heb je me niks over verteld! Die Michael, hij wordt papa en hij vertélt het niet eens!” Michael begint een beetje te grinniken. “Eerst de vaderschapstest maar eens afwachten hè, dan weet ik pas zeker dat het van mij is!” roept hij stoer. Sjaak moet ook lachen. “Ja jongen, dat heb je met ons beroep. Het is altijd maar weer afwachten of je de buurman uit bed moet trappen als je thuiskomt na een week werken!”
De tranen staan Monique in de ogen. Als om hulpzoekend kijkt ze Yvonne aan. Yvonne haalt haar schouders op. “Gewoon laten kletsen, joh. Chauffeurs doen altijd zo stoer tegen elkaar. Maar ze hebben allemaal maar een piepklein hartje.” Monique probeert te glimlachen, maar het gaat niet van harte.
Een serveerster komt langs met een dienblad vol glazen bier. De mannen pakken gretig een vol glas van het blad. “Zo… Lekker kontje,” knipoogt Sjaak naar Michael als de bevallige serveerster naar het volgende tafeltje loopt. “Echt wel… Daar zou ik thuis wel een weekendje ruzie voor willen krijgen hoor!” grijnst Michael. Yvonne schiet in de lach. “Wat een stel hè?” zegt ze tegen Monique.

Het is mooi geweest. “Ik wil naar huis Michael. Ga je mee?” De daad bij het woord voegend, staat Monique op. “Ik ben moe en wil naar bed.” Michael kijkt verbaasd. “Het feest is nog lang niet afgelopen, moppie!”
“Voor mij wel. Ik ga. Ga je mee?”
“Ga maar,” wuift Sjaak met zijn hand, “wij zorgen wel dat hij heelhuids thuiskomt.” Monique kan het nog net opbrengen om Yvonne en Sjaak hartelijk gedag te zeggen. Michael krijgt nog net een vluchtig kusje.
Als Monique zich bij de uitgang nog eenmaal omdraait, ziet ze nog net dat Michael de serveerster met het lekkere kontje bij hem op schoot trekt.
Ja.
Het feest is voorbij.

6.

Het is zondagavond. Monique rekt zich uit als een poesje en zegt voor de zoveelste keer die dag: “O, wat heerlijk! Lekker de hele week vrij. Fijn hè!” Michael knikt. Hij geeft zijn vrouw een zoen en vraagt of ze wat wil drinken. Even later komt hij uit de keuken met een biertje voor zichzelf en cola voor Monique. “Het is natuurlijk niet echt een vakantie, hè,” waarschuwt hij haar. “Nee, dat weet ik ook wel. Maar het is juist leuk om sámen allemaal dingen te doen voor ons kindje.” Met een liefdevolle blik kijkt Monique naar haar buik. Michael kijkt ook. Het blijft onwennig voor hem, om zijn vrouw te zien groeien en te beseffen dat hun leven nooit meer hetzelfde zal worden. Straks is zij mama, en hij papa. Hij zal blij zijn als de zwangerschap achter de rug is. Het vrijen is er ook niet beter op geworden. Wel te begrijpen natuurlijk, maar hij mist het wel.

Toch laat hij dit soort emoties maar niet blijken aan Monique. Hij is blij, dat het weer een beetje goed is tussen hen. Na het bedrijfsfeest van laatst hebben ze diverse knallende ruzies gehad. En Monique heeft hem toen duidelijk te kennen gegeven, dat er echt dingen moeten veranderen in hun leven, anders wilde ze niet met hem verder. Helemaal nu ze een kindje verwachten. Ze realiseert zich heel goed dat zij uiteindelijk het meest voor de opvoeding zal opdraaien, en dat is ook prima, maar ze verwacht van hem wel een duidelijke inbreng.

Hij heeft veel beloftes gedaan. En stond daar ook met hart en ziel achter, want hij wilde zijn vrouw absoluut niet verliezen. Maar hij voelt zich ook een beetje ongemakkelijk in zijn nieuwe rol. Hij probeert attent te zijn in de weekenden, door koffie te zetten, of haar te vragen wat ze wil drinken, maar hij moet zichzelf geweld aandoen om aan al deze dingen te denken. Hij is zo anders opgevoed! Zijn moeder deed altijd alles voor hem. ’s Avonds gooide hij zijn kleren op de stoel naast zijn bed, of soms ook op de grond, maar een paar dagen later lag alles weer keurig gewassen en gestreken in zijn kast. Voordat hij trouwde met Monique had hij nog nooit gekookt, een bed verschoond of een stofzuiger aangeraakt. Ja, in zijn vrachtwagen, daar had hij toen ook al zijn eigen huishoudentje gehad. Maar thuis was het domein van moeders.

Ook daar hadden Monique en hij heftige ruzies over gehad. Over zijn aandeel in het huishouden, maar vooral de desinteresse. Monique zorgt er naast haar baan altijd voor dat het huis netjes is, de was aan kant, de boodschappen in huis. Daar had hij haar nooit erkenning voor gegeven. Als vanzelfsprekend had hij zich alles maar laten aanleunen. En ze had wel een punt gehad; zijn moeder had nooit een baan buitenshuis gehad, dus haar baan was het zorgen voor zijn vader, voor hem en zijn broers en zussen.

Nu doet hij zijn best om iets aardigs te zeggen als Monique de ramen heeft gezeemd, of als alle was voor in zijn vrachtwagen weer netjes opgevouwen in de wasmand ligt. Monique heeft op haar beurt nu beter begrepen, dat hij een zware baan heeft en doordeweeks te weinig aan zijn nachtrust toekomt. En als hij dan naar huis gaat in het weekend, dat hij dan echt niet altijd zin heeft om nog allerlei klussen te doen, of steeds maar weg te gaan.

Soms bekruipt hem echter wel het gevoel dat het er bij haar om gaat, dat ze straks een stel goede ouders zullen zijn voor hun kind. Dat hun relatie stabiel moet zijn voor de baby. Sereen en stabiel. Maar doet ze het ook voor hen beiden? Als hij wil vrijen, weert ze hem vriendelijk maar beslist af. “Ik vind het een eng idee, straks beschadigt er iets. We kunnen toch gewoon lekker knuffelen?”

“Wil je nog een biertje?” Michael wordt uit zijn overpeinzingen gehaald door de stem van Monique. Hij kijkt op de klok. “Moeten we niet naar bed?” geeuwt hij. Monique lacht. “Welnee, het is nog maar half 11. Je hoeft morgen toch niet vroeg op?” “Oké, nog een biertje dan,” zegt Michael. Monique loopt naar de keuken. “Ik vind het zo fijn dat je morgenmiddag meegaat naar de verloskundige,” zegt ze, als ze terugkomt in de kamer met een biertje en een schaaltje nootjes. Hij glimlacht. Wat is het toch een mooie vrouw. Zoals ze nu zit te stralen omdat hij meegaat naar haar afspraak bij de verloskundige. Spontaan zegt hij: “Ja, en om te vieren dat ik morgen ook het hartje van de baby heb gehoord, neem ik je morgenavond mee uit eten. Vind je dat leuk?” Monique vliegt op hem af en slaat haar armen stijf om zijn nek. “Je bent een schat,” fluistert ze in zijn oor.

“Nou, alles gaat volgens het boekje. Een mooi buikje, het kindje ligt goed, nu nog even luisteren naar het hartje,” zegt Inez de verloskundige terwijl ze de buik van Monique insmeert met gel. En even later klinkt het geluid van een soort galopperend paardje door de praktijkruimte. “Mooi hè?” Monique zegt het met tranen in haar ogen. Michael knikt. Hij staat met zijn handen in zijn zakken en weet zich niet goed een houding te geven. Hij zal blij zijn, als hij weer weg kan hier. Wat een gedoe! De verloskundige laat hen nog even plaats nemen aan haar bureau en vult de gegevens in. Gewicht, bloeddruk, grootte van de baarmoeder. Zo. Dat is dat. “Nog vragen?” “Nee, ik niet. Heb jij nog vragen, Michael?”
Hij krabt even verlegen achter zijn oor. “Ja, ik heb nog wel een vraag.” Hij aarzelt even. “Ja?” moedigt de verloskundige hem aan. “Ja, eh, hoe zit het eigenlijk met vrijen? Monique durft het niet, omdat ze het eng vindt. Ze is bang dat we de baby beschadigen.”
Inez lacht. “Nee hoor, vrijen kan echt absoluut geen kwaad. Zolang je geen gekke wilde dingen doet, kun je vrijen zo veel je maar wilt.”
Ze staat op en geeft Monique en Michael een hand. “Tot de volgende keer maar weer!”

In de auto is Monique een beetje stil. “Waar wil je gaan eten?” vraagt Michael om de stilte te doorbreken. Ze haalt haar schouders op. “Het maakt mij niet uit,” zegt ze. “Wat is er nou? Heb ik iets verkeerds gedaan?” Monique bijt op haar lip. Ze wil de sfeer goed houden tussen hen. Nou is hij meegegaan naar de verloskundige, en heeft zij meteen weer wat te zeuren. Maar het zit haar oprecht dwars. “Ben je nou alleen maar meegegaan naar de verloskundige om over jouw behoeftes te praten?” barst ze dan ineens los. “Dat vráág je toch niet! Of we mogen vrijen?” Michael kijkt haar verwonderd aan. “Kom op, Monique! Dat is toch een normale vraag? Ik wilde dat gewoon weten.” Monique draait zich van hem af en gaat stug uit het raam zitten kijken. “Ja, wat jij wil, hoor! Gaan we nu uit eten, of zal ik maar naar huis rijden? Op zo’n manier vind ik er ook niks aan.” Monique haalt haar schouders op en zwijgend stuurt Michael de auto richting huis.

Als hij de auto geparkeerd heeft, stapt Monique zonder iets te zeggen uit. Ze is al halverwege het tuinpad als ze zich omdraait, en ziet, dat hij niet is uitgestapt. “Kom je niet?” vraagt ze kortaf. Hij blijft achter het stuur zitten en draait het raampje open. Monique loopt om de auto staan om te horen wat hij te zeggen heeft. “Gaan we er een gezellige avond van maken? Want anders rij ik nu naar mijn ouders en eet ik bij hun. Ik heb geen zin in weer zo’n avond.”
“Zullen we het er binnen even over hebben? De buren hoeven hier niet van mee te genieten.” “Nee,” houdt Michael stug vol. “Nu zeggen. Of je doet normaal, of ik ga naar mijn ouders.”
Monique aarzelt even. Dan draait ze zich zonder iets te zeggen om en verdwijnt zonder achterom te kijken in het huis. Michael wacht nog een paar minuten en dan geeft hij een enorme dot gas en scheurt de straat uit.

7.

“Zullen we hier gaan zitten?” Monique kijkt haar collega Paul vragend aan. Hij knikt, en schuift galant haar stoel aan. “Leuk tentje,” zegt hij, terwijl hij nieuwsgierig rondkijkt. Monique knikt. “Nou, vertel eens. Hoe gaat het nu met je? Je krijgt al een mooi buikje!” Monique glimlacht en streelt zonder dat ze er zelf erg in heeft even over haar licht opbollende buikje. “Om eerlijk te zijn, gaat het niet zo goed. Tussen mij en Michael, bedoel ik.” “Ai, dat is vervelend,” leeft Paul mee. Ondertussen is de ober bij hun tafeltje gekomen en Monique en Paul bestellen een lunch. Als de ober naar achteren loopt om hun bestelling door te geven, vervolgt Monique haar verhaal. “Het zal ook wel aan mij liggen, hoor. De hormonen gieren door mijn lijf. Het ene moment ben ik uitgelaten vrolijk, het andere moment barst ik om alles in janken uit.” Paul knikt. “Ja, en dat is voor Michael natuurlijk ook wel moeilijk, om daar mee te dealen.” “Ja, maar dat is het niet alleen. We zitten op zo’n totaal andere planeet zo nu en dan… Ik probeer hem echt te begrijpen, maar het is soms net een groot kind.” ‘Hoe bedoel je?” vraagt Paul. Monique zoekt naar woorden om het goed uit te kunnen leggen. “Tja, hoe moet ik dat nou uitleggen. Hij is zo primair. Als hij maar in die vrachtwagen van hem kan rijden, lekker te eten en te drinken heeft, af en toe een film kan kijken en als we af en toe een potje vrijen, dan is hij de gelukkigste man van de wereld.” Paul lacht. “Klinkt goed,” zegt hij, met een plagende klank in zijn stem. “Ja, maar meer zit er niet in! Als we het over de zwangerschap hebben ook, het lijkt net, of het hem niet zo veel doet. Dat komt wel als het geboren is, zegt hij steeds. Maar ik wil hem er wél bij betrekken. En dan vindt hij weer, dat ik over niets anders praat dan over de baby.”

De ober komt met hun bestelling. “Dat ziet er lekker uit,” glimlacht Monique. Paul beaamt het. “Wat ik ook jammer vind,” herneemt Monique het woord, “is, dat Michael ook zo vreselijk bezitterig is. Ik kan hem vanavond aan de telefoon echt niet vertellen, dat jij en ik samen hebben zitten lunchen, want dan heb ik geheid ruzie.” Paul trekt verbaasd zijn wenkbrauwen op. “We zijn toch gewoon vrienden en collega’s van elkaar?”
“Ja, dat weet jij, dat weet ik, maar Michael gelooft dat dan niet. Dat is toch raar?” Paul knikt. “Ja, dat vind ik ook raar. Bijna middeleeuws. Als je een relatie hebt, moet je elkaar wel vertrouwen, anders kun je wel ophouden.” Monique slikt haar hap door. “Helemaal met zijn beroep! We zien elkaar de hele week niet, maar ik weet toch ook niet wat hij onderweg allemaal uitvreet? Ik ga er gewoon vanuit dat hij zijn werk doet. Je zou jezelf toch helemaal gek maken, als je je alleen maar loopt af te vragen wat je partner aan het doen is en met wie? Ik ben zelf helemaal niet zo.”
“Lastig hoor. Ik weet ook geen oplossing. Misschien gaat het straks beter, als de baby eenmaal geboren is. Dit is voor jullie allebei spannend en nieuw, dus op zich niet zo gek, dat het dan ook wat spanningen in je relatie geeft. Helemaal, als je, zoals je net zelf al zei, zo’n last van je hormonen hebt.” Monique knikt. Ach ja, het zal allemaal ook wel meevallen. Ze kijkt op haar horloge. “O, het is tijd. Zullen we afrekenen?” Even later zijn ze onderweg naar het kantoor. “Ik stap in de auto, want ik heb een afspraak met een klant,” zegt Paul. “Nou meisje, veel sterkte, pas goed op jezelf!” Hij geeft Monique een zoen op haar wang, en loopt dan naar de parkeerplaats waar zijn auto staat.

Monique gaat achter haar bureau zitten.Ze voelt zich ineens wat misselijk. Gek, want de tijd van ochtendmisselijkheid ligt al wel een maand achter haar. Misschien heeft ze wat te zwaar geluncht, het valt in elk geval niet lekker. Ze probeert er verder niet te veel aandacht aan te besteden en focust zich op haar werk. Maar als het vijf uur is, slaakt ze een zucht van opluchting. Lekker naar huis, dan neemt ze een warm bad, neemt ze zich voor. Eigenlijk moet ze nog wat boodschappen doen, maar daar heeft ze nu helemaal geen zin in. Er ligt vast nog wel iets in de vriezer dat ze op kan warmen.

Uiteindelijk besluit ze om het bad over te slaan. Ze wil eigenlijk alleen maar lekker in bed liggen. En het warm krijgen, want ze heeft het steenkoud. Al snel valt Monique in slaap. Vaag registreert ze een aantal malen de telefoon, maar als ze echt wakker wordt, is het al tien uur geweest. Wat heeft ze een buikpijn! Die lunch was echt niet goed. Ze stapt uit bed en houdt haar buik vast. Kreunend pakt ze haar badjas en sloffen. Dan gaat ze naar beneden en haalt haar mobiele telefoon uit haar tas. Ze heeft een aantal gemiste oproepen. Michael. Maar die belt ze zo wel. Eerst wil ze Paul bellen. Als ze hem aan de telefoon krijgt, vertelt ze over de pijn in haar buik. “Heb jij na de lunch ook zo’n last gekregen van je maag?” wil ze weten. “Nee, ik heb nergens last van gehad. En we hebben hetzelfde gegeten. Wat voel je dan precies?” vraagt Paul, en hij probeert geen bezorgdheid in zijn stem door te laten klinken. “Ik weet niet,” aarzelt Monique. “Vanmiddag had ik echt last van mijn maag, volgens mij, maar eigenlijk voelt het nu net zo, als wanneer ik ongesteld moet worden.” Ze kreunt even van de pijn. “Sorry hoor,” snikt ze, “het doet zo’n pijn!”
“Ik kom naar je toe,” zegt Paul kort. “Ben je in staat om zelf de verloskundige te bellen?” Monique schrikt. De nare gedachten die al bij haar op waren gekomen, had ze weer net zo snel onderdrukt. Het had niks met de baby te maken. Dat kon niet, ze was al vijftien weken zwanger. “Ja, ik kan wel bellen,” zegt ze met een klein stemmetje. “Goed. Jij gaat bellen, en ik ben met een kwartier bij je.” En meteen is de verbinding verbroken. Monique toetst met bevende vingers het nummer van de verloskundige. Ze vertelt haar verhaal, en de verloskundige komt meteen ter zake. “Ik wil dat je naar het ziekenhuis gaat. Heb je iemand die met je mee kan?” Als Monique dit beaamt, zegt ze: “Ik ga het ziekenhuis bellen dat je eraan komt. Ze zullen dan kijken of alles goed is met je kindje. Neem voor de zekerheid maar een koffertje mee, ze zullen je daar wel even ter observatie willen houden.” De verloskundige wenst Monique veel sterkte toe, en zegt morgen contact met haar op te zullen nemen.

Eerst Michael maar bellen. “Lieverd? Ik moet naar het ziekenhuis, want ik heb heel erge buikpijn,” valt ze snikkend met de deur in huis, als Michael de telefoon opneemt. Ze vertelt wat er aan de hand is en hoe ze zich al voelt sinds vanmiddag. Michael vloekt. “Wat gaan ze dan doen in het ziekenhuis?” vraagt hij. “Ik weet het ook niet, naar het hartje luisteren in elk geval en een echo doen, denk ik.” Dan gaat de deurbel. “Even open doen, zo terug,” zegt Monique, en ze strompelt met beide handen tegen haar buik aangedrukt naar de deur. “En? Heb je gebeld?” vraagt Paul. Monique knikt. Tranen stromen over haar wangen. “Ik moet naar het ziekenhuis. En ik moet een tas met spullen mee. O, Michael wacht nog aan de telefoon.” Paul ziet hoe ontredderd ze is. “Ga jij maar met je man praten, ik pak wel even wat spullen in,” zegt hij. Met twee treden tegelijk rent hij de trap op.

“Daar ben ik weer,” zegt Monique. “Wie was dat, aan de deur?” wil Michael weten. “Paul. Hij gaat met me mee naar het ziekenhuis.” Er valt een stilte. “Hoezo Paul?” vraagt Michael, met een korzelige ondertoon in zijn stem. Eerst wil Monique uitleggen, dat ze met Paul had geluncht, en dat ze hem had gebeld om te vragen, of hij ook zo beroerd was geworden na het eten, maar ze heeft er nu de fut niet voor. “Daarom. Hij is een goede vriend. Ik moet gaan, Michael! O, ik hoop zo, dat alles goed is met ons kindje!” Ze hoopt op een paar bemoedigende lieve woorden. “Je had toch ook je zus kunnen bellen?” Michael kán het niet nalaten om het te zeggen. “Ik was het liefst met jou gegaan,” zegt Monique huilend. “Maar dat kan nou eenmaal niet. Ik wil dat je wat liefs tegen me zegt! Dat heb ik nodig, Michael!”
Weer is het stil.

Michael zit zich in zijn vrachtwagen te verbijten. Het is al drie uur ’s nachts en hij heeft nog niks gehoord. Wat is hij achteraf blij, dat hij zijn laatste woorden heeft in weten te slikken. Toen Monique hem vroeg om iets liefs tegen haar te zeggen, had hij eigenlijk de neiging om te zeggen: “Vraag dat maar aan Paul,” en om dan op te hangen. Maar opeens was het tot hem doorgedrongen, dat zijn vrouw naar het ziekenhuis moest om te kijken of het allemaal wel goed was met hun kindje. Voor hetzelfde geld zou het mis kunnen gaan. Dan zou hij zichzelf natuurlijk voor z’n kop slaan achteraf, als hij zo’n rotopmerking had gemaakt. Hij had zichzelf vermand en gezegd: “Het komt allemaal wel goed, schat. Ik vind het ook heel erg, dat ik er nu niet voor je kan zijn. Maar ik denk aan je, de hele tijd. En zodra je wat weet, bel je me dan?” Dat had Monique beloofd. En nu waren er al lange uren voorbijgegaan zonder dat hij iets gehoord had.

Hij voelt zich waardeloos. Niet Paul, maar hij had nu bij Monique in het ziekenhuis moeten zijn. Maar nee, hij zit meer dan duizend kilometer bij zijn vrouw vandaan, en die wildvreemde snuiter zit nu naast het bed van Monique haar hand vast te houden. Michael pakt een blikje bier, maakt het open, en terwijl hij een paar flinke slokken neemt, bedenkt hij, dat hij voor het eerst van zijn leven zijn baan verfoeit.

8.

Met de bos bloemen in zijn hand geklemd, wacht Michael zenuwachtig tot de lift op de vijfde verdieping is. Daar aangekomen, kijkt hij wat onzeker om zich heen. Hij loopt naar de balie en een vriendelijke verpleegster wijst hem de weg naar de zaal waar zijn vrouw ligt.
Ze ligt blijkbaar al naar hem uit te kijken, want als hij de zaal binnenkomt, begint ze helemaal te stralen. Hij loopt naar het bed en kust haar voorzichtig. “Hee moppie,” zegt hij en zoent haar nog een keer. Monique lacht terwijl de tranen over haar wangen stromen. “Hee, wat is dat nou? Je hoeft toch niet te huilen?” Monique slaat haar armen om zijn hals. “Ik ben zo blij dat je er eindelijk bent,” snottert ze in zijn hals. “En ik ben natuurlijk ook blij, dat alles goed is met ons kindje. Ik ben zó bang geweest!” Hij knikt. “Ik ook. Maar nu komt alles goed. Je moet gewoon doen wat de dokter zegt, en dan komt het echt allemaal goed.” Even is het stil. “Mooie bloemen,” zegt Monique dan wat verlegen. Michael kijkt naar het boeket in zijn hand. Hij was al vergeten dat hij ze had. Een zuster komt net binnen en wijst Michael waar de vazen staan. Monique kijkt vertederd toe hoe Michael een vaas vult met water en de bos bloemen erin zet, zonder ook maar het elastiekje dat om de stelen zit te verwijderen. Ze zegt er niks van.

“Ik had je nog niet zo vroeg verwacht,” glimlacht ze, als Michael op de stoel naast haar bed is gaan zitten. “Ik ben meteen naar je toe gegaan, zodra ik aan de zaak was.” “Heb je nog met je baas gesproken?” Michael krijgt een kleur. “Martijn was er vanmiddag niet. Ik was natuurlijk al heel vroeg aan de zaak, en hij had zelf een ritje vandaag, maar ik zal hem vanavond bellen.”
“Wel doen hoor!” benadrukt Monique. “Ik mag van de dokter wel naar huis, maar ik moet nog heel veel rusten. En mag ook absoluut niet tillen.” Michael belooft dat hij zal bellen zodra hij thuis is.
Op dat moment komt de dokter binnen. Hij stelt zichzelf voor aan Michael en vraagt aan Monique hoe het nu met haar gaat. “Ja, het gaat gewoon goed. Ik heb geen buikpijn meer gehad, en eigenlijk voel ik me kerngezond!” De dokter voelt even aan haar buik en knikt goedkeurend. “Toch is het heel belangrijk dat u voldoende rust neemt. We hebben woensdagavond toch wat weeënactiviteit waargenomen, dus voorzichtigheid is geboden. In principe mag u morgen naar huis, mits er iemand aanwezig is die voor u kan zorgen.” Vragend kijkt hij Michael aan. “Ja, ik ben het weekend gewoon thuis. En ik ga even met mijn baas overleggen of ik volgende week misschien vrij kan krijgen. Ik ben namelijk internationaal chauffeur en normaal gesproken de hele week van huis.” De dokter kijkt bezorgd. “Ik heb het niet over een weekje rust. Het zal veel langer gaan duren. De eerste weken mag mevrouw eigenlijk alleen uit bed om naar het toilet te gaan, of om te douchen, maar verder niet. Als het rustig blijft, kunnen we over een week of twee, drie eens verder gaan kijken.”
“We regelen wel wat.” zegt Monique kordaat. “De baas van mijn man zal heus wel snappen dat dit even prioriteit heeft. Mijn man heeft overuren zat.” Michael kijkt Monique verschrikt aan. Ze zal toch niet echt verwachten, dat hij zomaar een paar weken vrij kan nemen? Maar nu is niet het geschikte moment om erover te praten.
“Goed. Dan kom ik morgenochtend nog even bij u kijken, en als alles dan nog goed gaat, dan mag u aan het begin van de middag naar huis. Goedenavond.” De dokter geeft Monique en Michael een slap handje en vervolgt zijn visites.

“Ik ben zo blij dat je er bent. Het was echt verschrikkelijk, eergisteravond. Eerst dacht ik dat ik misselijk was geworden door de lunch. Maar Paul had hetzelfde gegeten als ik, dus daarom belde ik hem, of hij ook zo beroerd was…” Hier onderbreekt Michael de woordenstroom van Monique. “Waarom had je geluncht met Paul? Ik hoor die naam wel érg vaak de laatste tijd.” Monique bijt op haar lip. Ze had het Paul al voorspeld, dat dit niet zo lekker zou vallen bij Michael. Maar ze moest het wel vertellen om het plaatje compleet te maken, bovendien had ze toch niks verkeerds gedaan?
“Luister, Michael. Paul en ik zijn goede vrienden. En collega’s. We voelen vriendschap voor elkaar en hij heeft gewoon bewezen dat hij een goede vriend is. Ik wil niet dat je daar wat achter zoekt. Dat slaat nergens op. Ik ken Paul al langer dan dat ik jou ken. Als ik wat met hem had gewild, dan was het allang gebeurd.”
Michael staart naar zijn schoenen. Het klinkt redelijk wat Monique allemaal zegt, maar toch is hij bang. Bang om zijn vrouw kwijt te raken. Misschien moet hij dat gewoon maar eens tegen haar zeggen. “Het is niet, dat ik je niet vertrouw. Ik ben gewoon zo bang dat je er met een ander vandoor gaat.” “Waarom zou ik dat doen?” vraagt Monique, in opperste verbazing. “Ik hou toch van jou?” “Wat heb je nou aan mij. Ik ben altijd weg,” mompelt Michael verdrietig. “Zelfs op het moment dat mijn vrouw me het hardst nodig heeft, ben ik er niet voor haar. Dat vind ik best moeilijk hoor. En aardig van Paul, dat hij met je naar het ziekenhuis is gegaan, maar ik had daar moeten zijn.” Monique streelt zijn gebalde vuist die naast haar op het ziekenhuisbed ligt. “We hebben het niet altijd even gemakkelijk, maar ik hou wel heel veel van je. En ik draag jouw kindje, dat vind ik ook heel geweldig,” zegt ze zacht.

Als Michael thuiskomt, vindt hij het maar vreemd, zo zonder Monique. Hij draait wat om de telefoon heen voordat hij zijn baas belt. Wat een gekke cultuur eigenlijk, die vrachtwagenwereld. Het is de gewoonste zaak van de wereld om overuren te maken bij de vleet, maar vrijaf vragen wordt bijna als een doodzonde beschouwd. Ja, voor een zomervakantie wordt het normaal gevonden, of als je aan het klussen bent in je huis, maar om nu te moeten zeggen dat je thuis wilt zijn voor je vrouw, nee, dat is niet echt iets waar Michael om zit te springen.
Maar Michael heeft zijn baas onderschat. Als Martijn hoort wat er aan de hand is, reageert hij stomverbaasd. Verbaasd, omdat hij dit nu pas allemaal hoort. “Kerel, als je me donderdag had verteld dat je vrouw in het ziekenhuis ligt, dan had ik onmiddellijk geregeld dat je naar huis zou kunnen. Gek, dat je er bent! Ik ben zelf ook papa, hoor! Jij gaat gewoon voor je vrouwtje zorgen, en bel af en toe maar eens hoe het gaat. Voorlopig zet ik Richard op jouw truck. Komt ook wel goed uit, want hij heeft zijn proeftijd erop zitten, dus kan hij zichzelf eens mooi bewijzen.” Richard. Michael voelt een steek in zijn hart. Een nieuwe jongen die zware shag rookt en die hij ook een paar keer als bijrijder heeft meegekregen. Een goede chauffeur hoor, daar niet van, maar een ongelooflijke sloddervos! Hoe zal hij zijn truck terugkrijgen over een paar weken? Toch realiseert hij zich heel goed, dat hij geen keuze heeft en heel blij mag zijn dat Martijn zo coulant reageert.

De volgende morgen staat Michael vroeg op. Hij doet wat karweitjes in huis, rijdt naar het winkelcentrum om boodschappen te doen en koopt Moniques favoriete parfum. Bij de boekhandel staat hij stil bij de kaartenrekken. Zal hij een lief kaartje kopen voor Monique? Maar wat moet hij er dan op zetten? Besluiteloos kijkt hij naar de kaarten, en ziet er dan toch maar van af. Gisteren heeft hij al bloemen meegenomen naar het ziekenhuis, ze krijgt ook lekkere parfum, het moet maar goed zijn zo. Op de terugweg rijdt hij even door naar Pijnacker, om zijn ouders te bezoeken. Ze hebben natuurlijk al gehoord van hem wat er aan de hand is, maar ze vinden het altijd heerlijk om hem te zien. Zijn vader reageert zoals altijd vreemd. “Je moeder raakte gewoon in verwachting, en kreeg na negen maanden een kind. Tegenwoordig lijkt zwanger zijn wel een ziekte. Je moeder hoefde nooit naar het ziekenhuis, en ik hoefde nooit vrij te nemen,” moppert hij. Michael laat hem maar praten. Hij heeft geen zin om er tegenin te gaan. “Als ik moet komen helpen, dan moet je het gewoon zeggen hoor,” fluistert zijn moeder in de gang als hij zijn jas aantrekt om weer weg te gaan. Hij geeft haar een zoen op haar wang. “Ik bel nog wel,” belooft hij, en verlaat zijn ouderlijk huis.

Monique vindt het heerlijk om weer thuis te zijn. Ze ligt als een prinses in haar bed, en de telefoon staat niet stil. Haar ouders komen ’s zondags even om een hoekje kijken, en ’s avonds komt Stella. Ook Paul belt – zoals elke dag – hoe het ermee gaat. Monique nodigt hem spontaan uit om even langs te komen. Paul wimpelt de uitnodiging voorlopig af. “Nee, ik heb het druk op het moment, maar ik bel gewoon af en toe hoe het ermee gaat, oké?” Monique waardeert zijn tact. Michael zou het best moeilijk vinden om Paul binnen te laten in hun huis en koffie voor hem te moeten zetten.

Michael doet echt zijn best. Hij weet het huishouden draaiende te houden, kookt elke avond eten en zorgt goed voor zijn vrouw. Monique merkt niks van zijn getob. Maar hij is in zijn hart zó bang hoe hij zijn vrachtwagen gaat aantreffen over een paar weken. En stel, dat Martijn zijn vrachtwagen aan Richard geeft en dat hij een Volvo krijgt? Hij moet er niet aan denken, hij is een Scania-chauffeur in hart en nieren. Hij mist zijn werk verschrikkelijk, maar houdt dit natuurlijk voor zich.

Dan, als Michael al een week thuis voor al het reilen en zeilen zorgt, zegt Monique ineens als hij ’s avonds bij haar in bed kruipt: “Lieve schat, wat zorg je toch goed voor me. En wat vind ik het heerlijk, dat je er steeds bent. Ik heb nagedacht. We krijgen samen een kindje. We mogen blij zijn, dat we het kindje hebben mogen houden, want ik was echt bang dat het mis zou gaan.” Michael pakt in het donker de hand van zijn vrouw. “Ik ben ook heel blij,” reageert hij, een slaperige geeuw onderdrukkend.
“Ik heb nu pas gemerkt, hoe ik je altijd mis,” gaat Monique verder. “Michael? Ik zou het zo geweldig vinden als je op zoek zou gaan naar een baan waarbij je elke avond thuis zou zijn. Voor mij, en straks ook voor ons kindje.”


9.

Monique ligt somber voor zich uit te kijken. Ze pakt een tijdschrift van haar nachtkastje, bladert het verveeld wat door en legt het dan terug. Ze zucht. De tijd lijkt voorbij te kruipen. Al vijf weken ligt ze plat. Af en toe mag ze proberen om iets actiever te zijn, maar dat levert onmiddellijk harde buiken op, zodat ze wel weer moet gaan liggen. Nee, erg vrolijk wordt ze niet van die verplichte bedrust. Tegelijk voelt ze zich ondankbaar als ze zich zo somber voelt. Voor hetzelfde geld had ze een miskraam gehad. Ze moet blij zijn. Blij, dat het kindje nog leeft, dat het groeit, en dat ze op de helft van de zwangerschap is. Maar in een sombere bui zoals nu denkt ze: ‘Nóg maar op de helft.’

Dit is de laatste week dat Michael thuis is. Maandag gaat hij weer aan het werk. Gelukkig had hij nog heel veel snipperdagen staan, zodat het voor hem geen enkel probleem was om zo lang thuis te blijven. Ook zijn baas heeft zich van zijn sympathiekste kant laten zien.
Michael heeft zich de afgelopen weken ontpopt als een handige huisman en een goede kok. Monique glimlacht. Dit had ze nooit achter hem gezocht. Ook heeft hij in de eerste weken veel klusjes in huis gedaan die waren blijven liggen. Vorige week hebben ze besloten om de babykamer vast te schilderen en te behangen. Michael is naar de behang– en verfwinkel gereden om boeken en staaltjes te halen. En samen hebben ze gewikt, gewogen en uiteindelijk iets gekozen dat ze allebei mooi vinden. Michael heeft zich vol overgave op de klus gestort. Hij wil het voor het weekend klaar hebben, en dan kan hij volgende week de laminaatvloer in het kamertje gaan leggen. De rest komt dan nog wel, maar de basis is dan in ieder geval gelegd.

Toch zijn er wel spanningen tussen Michael en Monique. Zij zou gewoon niets liever willen dan dat Michael een andere baan gaat zoeken. Ze geniet ervan, dat hij nu elke dag thuis is en dat ze elke nacht naast hem ligt in bed. Ze mogen nu niet vrijen, maar zelfs dat draagt hij manmoedig. “Wat niet kan, dat kan niet,” heeft hij erover gezegd. Maar hij wil geen ander werk dan wat hij nu doet. En dat is verder ook niet bespreekbaar. Hij heeft haar verteld, dat hij echt zal proberen om vaker vakantie op te nemen, er in het weekend meer voor haar te zijn, én straks dus ook voor de kleine, maar de vrijheid van het chauffeursvak zit hem nou eenmaal in het bloed. Monique heeft er ruzie om gemaakt, erom gehuild, maar Michael blijft onverbiddelijk. Dit is wat hij doet, dit is wat hij is. Punt. Monique begrijpt hier niks van. Ze ziet toch met beide ogen hoe heerlijk hij het vindt om thuis te zijn? Hoe leuk hij het vindt om al die klusjes in huis te doen? Het is toch ook fijn om daar nou eens tijd voor te hebben?

Maar ze heeft nog een belangrijke troef in handen. Wacht maar, tot de baby er is. Dan zal hij het vreselijk vinden om zijn gezin elke maandag weer te moeten verlaten. Misschien is hij dan rijp voor een andere baan. Tot die tijd zal ze het er maar niet meer over hebben. Waarschijnlijk zal het hem volgende week al enorm tegenvallen om weer de hele week van huis te zijn. Hij komt vanzelf bij zijn positieven. En met die gedachte dommelt Monique in slaap.

Vanaf een afstandje beoordeelt Michael zijn werk. Ziezo, dat behangetje zit er strak op. Klaar. Hij loopt naar de slaapkamer om aan Monique te vertellen dat het klaar is, maar ziet dan dat ze slaapt. Zachtjes doet hij de slaapkamerdeur weer dicht. Hij gaat naar beneden en maakt een kop koffie voor zichzelf. Hij heeft een voldaan gevoel. Nog een paar dagen volhouden. Hij heeft zich van zijn beste kant laten zien, goed voor zijn vrouw gezorgd, klusjes in huis gedaan en nu is ook de babykamer geschilderd en behangen. Hij mag met recht trots zijn op zichzelf. En binnen zijn schoonfamilie hoeven ze over hem ook geen oordeel meer te hebben, hij heeft zich gewoon bewezen als zijnde een goede echtgenoot. Klaar.

Maar wat heeft hij zijn werk ontzettend gemist! Reikhalzend kijkt hij uit naar aanstaande maandag. Eindelijk kan hij dan weer in zijn Scania klimmen en het vrije leven tegemoet. Het benauwt hem hier verschrikkelijk. Gék wordt hij ervan, dat thuis zitten. En natuurlijk, het heeft z’n reden, maar dit had hij dan ook niet voorzien, toen Monique hem vertelde dat ze zwanger was. Daarom heeft hij dan ook maar zijn heil gezocht in de vele klusjes die er nog lagen in huis, en zich nu op de babykamer gestort. Hij hoopt dat Monique na de bevalling weer een beetje de oude zal zijn. Hij kan gewoon niks met dat tobberige van haar. Altijd maar in paniek. Het zal best wel goed komen met die baby, daar is hij van overtuigd. Hij maakt zich meer zorgen over zijn vrachtwagen. Richard, de nieuwe chauffeur, is een sloddervos en rookt nog bovendien. Hij houdt zijn hart vast als hij erover nadenkt in wat voor toestand hij zijn Scania zal aantreffen, aanstaande maandag. Ja, wat heeft hij zijn Scania gemist. En seks. Monique en hij mogen niet vrijen, maar eerlijk gezegd heeft hij er ook niet zo’n behoefte aan met haar. Hij hoopt maar, dat ze haar oude figuur weer zal terugkrijgen, na de zwangerschap. Hij vindt het maar niks, zo’n buik en die opgezwollen tieten. Dat ranke figuurtje met die stevige tietjes die ze eerst had, spreken hem veel meer aan.

Gelukkig kan hij ’s avonds ongestoord op de computer naar pornosites gaan. Monique mag toch niet uit bed en gaat zelfs boven naar het toilet. Wat zijn er toch een hoop mooie wijven, hij kan zich er naar hartelust aan verlustigen. En zo’n webcam biedt ook een hoop mogelijkheden. Wel zorgt hij er elke keer voor, dat de geschiedenis van de computer gewist is, want Monique zou er echt niet achter moeten komen dat hij met porno bezig is.
Het is vrijdagochtend. Michael laat het bad vollopen voor zijn vrouw en helpt haar om in bad te gaan zitten. Ze kijkt met een blik vol liefde naar hem op. “Dankjewel, je zorgt zo goed voor me,” zegt ze zacht. “Ik ga je zo missen, volgende week. Weet je, ik heb jarenlang bij mijn ouders gewoond, maar ik zie er gewoon tegenop om daar de komende week plat te gaan liggen.” Michael geeft haar een zoen. “Ze zullen vast goed voor je zorgen.”
De telefoon gaat. Monique laat zich in het schuimende bad zakken en Michael gaat naar beneden om de telefoon op te nemen.
Het is Martijn, de baas van Michael. “Er is een ongeluk gebeurd. Richard is gelukkig ongedeerd, maar je truck is total-loss. Ik vind het echt verschrikkelijk, ik weet hoe je aan je wagen gehecht bent.”
Michael weet niets uit te brengen. Tranen wellen op in zijn ogen.
“Hoe gaat het eigenlijk met je vrouw?” vraagt Martijn. Michael herstelt zichzelf, en vertelt dat het nog hetzelfde is. En dat hij Monique dit weekend naar haar ouders zal brengen.
“Beschouw het dan maar als een geluk bij een ongeluk,” zegt Martijn. “Ik heb momenteel geen wagen voor je. Blijf de komende twee weken nog maar thuis, en dat zal je geen snipperdagen kosten. In die tussentijd zal ik een andere vrachtwagen voor je regelen.”

Als Michael heeft opgehangen, balt hij zijn vuisten. Zie je nou wel, hij had al geen vertrouwen in die Richard! En nu zijn vrachtwagen naar de klote. En nog twee weken zonder werk. Fuck!
Langzaam loopt hij naar boven. Hij komt de badkamer in, waar zijn vrouw heerlijk ligt weg te dromen in het warme bad. Ineens voelt hij de behoefte om haar te slaan. Ze slaat haar ogen op naar hem, en hij kijkt haar aan. Het wordt hem allemaal te machtig.
“Heb je nou je zin? Richard, die imbeciel, heeft mijn vrachtwagen total-loss gereden! Ik kán maandag niet eens aan het werk, want er is geen truck voor mij! Teringzooi!” Hij slaat met zijn volle vuist tegen de tegelmuur. Monique kijkt verschrikt. “O, Michael, wat afschuwelijk voor je! Maar Martijn zal toch wel voor een nieuwe vrachtwagen zorgen?”
“Een nieuwe vrachtwagen? Tuurlijk, een nieuwe vrachtwagen, en het leed is weer geleden. Als jij een miskraam had gehad, en mensen hadden gezegd: “Je krijgt vast wel weer een ander kindje”, hoe had jij dan gereageerd? Nou? Stom wijf! Ik moet altijd maar begrip hebben voor jou, maar heb je enig idee hoe egocentrisch jij eigenlijk bent? Weet je, je zoekt het maar uit! Kutwijf!”

Voordat Monique naar adem kan happen, is Michael de badkamer uitgestormd, de trap af, en even later hoort ze de voordeur met een klap dichtslaan. Nog even blijft ze met haar ogen gesloten in het bad liggen. Het lijkt net, of alles van de afgelopen vijf weken teniet is gedaan door dit ene telefoontje. Voorzichtig staat ze op, en moet zich vasthouden aan de muur door de duizelingen die haar plotseling overvallen.
Huilend slaat ze het badlaken dat klaarligt om zich heen. Langzaam loopt ze, steun zoekend langs de muren, naar de slaapkamer.
Als ze anderhalf uur later de sleutel in het slot hoort, veert ze op in bed. Zou hij nog boos zijn? Of komt hij het juist goedmaken? Een zachte klop op de slaapkamerdeur. Tot haar grote verbazing staat haar schoonmoeder in de deuropening. Ze praten niet veel, maar haar schoonmoeder zorgt dat ze goed ligt, dat ze een glas water naast haar bed heeft staan, en zegt dan: "Ga eerst maar slapen meisje, morgen praten we verder. Ik slaap hiernaast, dus als je me nodig hebt, dan roep je maar."

Monique probeert te slapen en de gebeurtenissen van vanavond even te parkeren. Ze voelt zich alleen. Want voor het eerst sinds weken brengt ze de nacht alleen door in het grote bed.


10.

Michael roert zijn koffie en zucht. Hij kijkt naar buiten, maar in de rustige straat waar zijn ouders wonen, gebeurt weinig. Helemaal op zondag. Af en toe loopt iemand langs het raam. Net nog, een jonge vrouw met een kinderwagen. Over een aantal maanden zal Monique ook achter een kinderwagen lopen. Met hun kind erin.

Ongedurig tikt Michael met zijn vingers op de houten leuning van de bank. Hij had zijn leven zo mooi voor mekaar, maar moet je nou eens kijken. Zijn vrachtwagen total loss gereden, voorlopig verplicht vrij, zijn vrouw boos… Nee, het leven lacht hem nou niet bepaald toe.

Afgelopen vrijdag was hij door het lint gegaan. Nee, dat was niet goed, maar kom op, iedereen springt toch wel eens uit zijn vel? Monique had de zaak gigantisch opgeblazen. Om nog meer narigheid te voorkomen, was hij naar zijn ouders gereden, en had hen eerlijk verteld wat er was gebeurd. Nou ja, niet helemaal letterlijk natuurlijk, maar wel, dat hij zo had gebaald van het nieuws over zijn vrachtwagen, en dat Monique totaal geen begrip had getoond. Zijn vader zou het wel begrijpen, hij had toch al niet zo veel op met Monique, en bovendien was die zelf ook altijd vrachtwagenchauffeur geweest, en wist dus als geen ander hoe naar het is, als er iets met je vrachtwagen gebeurt. Maar het begrip waar Michael zo naar had gesnakt, was uitgebleven.

“Als je ruzie maakt, moet je niet weggaan, dan moet je het uitpraten,” was zijn vaders mening die vrijdagavond geweest. “Een huwelijk is niet voor even, maar voor de rest van je leven. Je kunt hier een poosje blijven om tot bedaren te komen, maar daarna ga je terug waar je nu hoort: naar je vrouw.” Ook zijn moeder had hem versteld doen staan. Zijn volgzame moeder, die altijd maar aan het zorgen en redderen was. “Heb je haar zo achtergelaten? Lag ze in bed?” Michael had beschaamd verteld, dat ze in bad lag, toen hij kwaad was weggelopen. Zijn moeder had even oogcontact met zijn vader gehad, was opgestaan, had haar schort afgedaan en was naar de gang gelopen. Even later was ze teruggekomen in de huiskamer met haar jas aan. Ze had  haar tas gepakt. “De autosleutels liggen in de la,” had pa gezegd. Dat was zijn manier geweest om te zeggen dat hij het met haar plan eens was.
Zo waren zijn ouders op elkaar ingespeeld.  Ma had hem om de sleutels van zijn huis gevraagd, haar man een kus gegeven en even later hadden ze de voordeur dicht horen slaan. Pa had voor zich uit gekeken en was toen opgestaan. “Het was een enerverende avond. Eerst maar eens slapen. We gaan naar bed. Jij blijft hier een poosje, en ma zal wel voor Monique zorgen. Als het nu misgaat met die zwangerschap… Nou ja, laat ik mijn gedachten maar niet uitspreken.”

Nu is het zondag. Anders had hij Monique vandaag bij haar ouders gebracht, thuis zijn tas ingepakt en morgen weer aan het werk gegaan. Kutzooi. Hij heeft nog steeds niets gehoord. Ma heeft wel gebeld, maar dat was een gesprek tussen pa en haar. Hij heeft maar niets gevraagd.
Dan hoort hij de sleutel in het slot. Zijn moeder komt thuis. Ze hangt haar jas op in de gang, en komt de kamer binnen. “Dag jongen. Slaapt pa?” vraagt ze, alsof ze hem vijf minuten geleden nog heeft gezien. Hij knikt. Ze gaat naar boven en daarna hoort hij haar rommelen in de keuken. Dan steekt ze haar hoofd om de deur. “Wil je ook thee?” “Nee, ik heb nog koffie,” antwoordt hij. Pa komt ook naar beneden, en ma komt binnen met de thee. Het brandt Michael op de lippen om te vragen hoe het met Monique gaat. Maar koppig houdt hij zijn mond. Zijn moeder kan toch vertellen hoe het was? Ze keuvelt wat over het weer en dat het best aangenaam is buiten, en pa reageert al net zo koetjes en kalfjesachtig. Dan niet. Uiteindelijk houdt hij het toch niet meer uit, en vraagt: “Is Monique thuis?” “Nee, haar ouders hebben haar vanmiddag opgehaald,” antwoordt zijn moeder bedaard. “Anders was ik toch niet naar huis gegaan?” Ze kijkt hem vriendelijk aan, maar hij weet niet hoe hij haar opmerking moet interpreteren. Verwijt ze hem nu, dat hij zijn vrouw in de steek heeft gelaten? “En… Hoe was het met haar?” Hij moet het weten. Zijn moeder kijkt bedenkelijk. “Ze was erg overstuur toen ik kwam. We hebben elkaar een stuk beter leren kennen, de afgelopen dagen. Een lieve meid, en erg dapper. Het moet niet meevallen, om zo lang plat te moeten liggen.” Michael zwijgt. Wat moet hij zeggen? “Waarom heb je haar niet gebeld? Je had haar toch kunnen laten weten, dat je spijt hebt, van wat je hebt gedaan?” Zijn moeder kijkt hem recht aan terwijl ze haar speculaasje knabbelt. Wat is er toch met zijn moeder gebeurd? Ze was altijd zo lief en volgzaam! Zo kent hij haar helemaal niet. “Het leek me verstandiger om haar met rust te laten,” mompelt hij. Zijn moeder haalt haar schouders op. “Tja, je bent een volwassen man, dus dat moet je zelf maar weten. Maar volgens mij zou je er goed aan doen om haar te bellen.”

Op dat moment gaat Michaels mobieltje. Het is Martijn. “Goed nieuws, jongen! Nee, ik heb nog geen vrachtwagen voor je, maar wel werk. Rolf is ziek.” Michael wacht. Rolf is de boekhouder op kantoor, dus wat heeft dat met hem te maken? “Luister jongen, volgens mij komt dit voor jou als geroepen. Rolf moet een galblaasoperatie ondergaan, dus is voorlopig uit de running. Ik heb nog geen verzekeringsgeld binnen van jouw vrachtwagen, dus moet ik echt nog even wachten voordat ik zomaar even een nieuwe truck kan aanschaffen voor jou. En ik wil wel, dat je met wat goeds de weg opgaat. Volgens mij is het voor jou wel prettig om voorlopig ’s avonds thuis te kunnen zijn, dus wil jij de komende maanden het werk van Rolf doen?” Michael valt helemaal stil. Zijn ouders luisteren belangstellend toe. “Nou, Martijn, ik weet het niet. Ik als boekhouder? Man, ik zit te snakken naar een ritje!”
“Dat snap ik. Maar dit went ook gauw genoeg hoor, voordat ik mijn eigen bedrijf had, zat ik ook altijd op de weg. Maar de sfeer is hetzelfde, het wereldje is hetzelfde, snap je wat ik bedoel? En dat boekhoudprogramma heb ik je in een uurtje wel uitgelegd.” Michael schuift onrustig met zijn voet over het tapijt. “Ik moet erover nadenken. Zal ik je straks terugbellen?” “Nee, wacht even. Je zit nu betaald thuis, en ik heb werk voor je. Dus iets klopt er niet. Man, ik dacht dat we elkaar konden helpen op deze manier! Ik wilde het niet op een vervelende manier brengen, maar eigenlijk wil ik gewoon dat je morgen naar de zaak komt, en andere werkzaamheden doet voor ons bedrijf dan wat je anders doet.”
“En als ik weiger?” vraagt Michael terwijl hij woede in zich op voelt komen. “Dan is dat werkweigering, jongen,” antwoordt Martijn kort.
“Nou, dan heb ik weinig keus. Ik zie je morgen,” zegt Michael met een stem vol ingehouden woede. Na het gesprek met Martijn slaat hij met zijn volle vuist op tafel. “Verdomme,” zegt hij en de tranen springen in zijn ogen. Zijn ouders kijken hem aan. Ze hebben uit het gesprek al kunnen opmaken waar het ongeveer over ging, en nu doet Michael verslag van het hele gesprek. En weer krijgt hij niet de steun die hij had verwacht. “Je baas heeft gewoon gelijk. En je trekt aan het kortste eind. Wees nou maar blij met een vast contract in deze moeilijke tijden,” zegt zijn vader. “En dan kan Monique ook weer lekker naar haar eigen huis. Ze zag er tegenop, om zo lang bij haar ouders thuis plat te moeten liggen,” zegt zijn moeder. “Ik kan dan ’s middags wel even bij haar kijken, en jij bent ’s avonds en ’s ochtends thuis. Ideaal toch?” Michael staat op. “Ik ga nu dan maar naar huis. Morgen weer werken.” Hij kan een sarcastische ondertoon in zijn stem niet onderdrukken. “Wacht, ik heb je sleutels nog,” zegt zijn moeder, “En het eten is bijna klaar. Eet nou eerst nog even hier, voordat je gaat.” Een uurtje later verlaat Michael zijn ouderlijk huis.

Monique ligt op de slaapkamer waar ze als meisje altijd heeft geslapen, samen met Stella, haar zus. Waarom belt Michael haar maar niet? Ze denkt terug aan de dagen dat haar schoonmoeder bij haar in huis was. Eindelijk hebben ze elkaar beter leren kennen, en zijn ze elkaar ook nader gekomen. Ze heeft wel ingezien, dat het voor Michael bijna een levensbehoefte is om vrachtwagenchauffeur te zijn. Dat een andere baan hem ongelukkig zal maken. Daar zal ze zich bij neer moeten leggen. Maar die woede-uitbarstingen, nee, dat hoeft ze niet te pikken. En dat vindt haar schoonmoeder ook. Ze heeft eerlijk verteld wat er gebeurd is. Haar schoonmoeder had er niet eens vreemd van opgekeken. “Een aardje naar zijn vaartje,” had ze geantwoord. “Maar je schoonvader is wel wijzer geworden, de afgelopen jaren.”

De telefoon gaat. Monique kijkt naar het nummer op haar mobieltje. Het is Michael. “Hallo?” zegt ze, ietwat kortaf. “Ja, met mij… Hoe gaat het met je?”
“Niet zo lekker,” antwoordt ze. “Met de baby is alles goed, maar ik ben erg overstuur van wat er allemaal gebeurd is.” “Dat begrijp ik,” zegt Michael zacht. “Ik had nooit zo tekeer mogen gaan tegen je.” “Nee, inderdaad,” zegt Monique een beetje kattig. Michael gaat hier wijselijk maar niet op in. “Ik heb wel goed nieuws voor je. Martijn heeft me gevraagd of ik de komende maanden op kantoor wil komen werken als boekhouder. Rolf is ziek. Dat betekent, dat je weer naar huis kunt komen, want ik kom elke avond thuis. Wat vind je ervan?”
Moniques hart maakt een huppeltje. Zie je wel, Michael heeft er ook alles voor over, dat het weer goed komt tussen hen. “Dat vind ik heel fijn,” zegt ze. “Dat dacht ik al. Bel me maar, wanneer je weer naar huis wilt komen, dan kom ik je halen.”
Even is het stil. Monique wil opeens niets liever, dan lekker naar huis, naar haar eigen bed, en ze mist Michael ook. “Ik mis je,” zegt ze daarom ook. “Ik jou ook. Morgenavond kom ik je halen, goed?” Monique lacht door haar tranen heen. “Ja, dat is goed,” antwoordt ze.


11.

“Kijk nou toch eens. Het is toch niet voor te stellen, dat er binnenkort een baby in dit bedje zal liggen?” Met een warme blik in haar ogen kijkt Monique op naar haar man. Michael begint te lachen. “Dat is wel de bedoeling, daar hebben we het bedje toch voor gekocht?” Michael heeft altijd een nuchtere kijk op de zaken. “Maar ben je dan niet nieuwsgierig? Wat het is? Op wie het zal lijken?” Michael kijkt naar het keurig opgemaakte wiegje. Hij haalt zijn schouders op. “We zien het vanzelf. Het heeft geen zin om daar over na te denken, want je weet het antwoord toch niet.” Monique zucht. “Tjonge, wat ben jij toch nuchter. Zijn alle mannen zo? Het is toch leuk om over ons kind te fantaseren? Doe jij dat dan niet?” “Ik ben heus wel benieuwd. Maar we moeten gewoon afwachten. Kom, we gaan naar beneden. Jij zit tegenwoordig vaker in de babykamer dan in de woonkamer!”

Michael en Monique hebben allebei hun best gedaan de afgelopen weken om begrip te hebben voor elkaar. Michael heeft het niet makkelijk, nu hij voorlopig op kantoor aan het werk is. Het kriebelt constant in hem. Hij wil rijden! Zijn baas heeft hem beloofd, dat er na de bevalling van Monique een gloednieuwe vrachtwagen op hem zal staan te wachten. Hij heeft zelfs mogen kiezen tussen diverse merken. Daardoor heeft hij zich met de situatie verzoend. Nog een paar weken, en dan wacht hem een gloednieuwe Scania! Maar hij vindt het moeilijk om lief te zijn voor Monique en geduldig al haar zwangerschapsperikelen aan te horen.

Monique doet ook haar best. Maar de zwangerschapshormonen en de tegenvaller, dat ze zo veel bedrust moet houden, drukken ook een stempel op haar humeur. Gelukkig mag ze nu weer iets meer doen van de gynaecoloog, omdat ze 36 weken zwanger is, en geen enkele wee meer heeft gehad. Het kindje wordt al geschat op zes pond, dus het zou nu ook al prima geboren mogen worden, al is het natuurlijk wel beter voor het rijpen van de longetjes dat het kindje nog even blijft zitten.
Het valt niet mee, om de sfeer goed te houden, maar ze doen beiden hun best. Straks, als de zwangerschap achter de rug is, zal alles weer beter gaan, belooft Monique zichzelf steeds.

Het is dinsdag. Michael is naar zijn werk, en Monique staat in de babykamer. Ze kijkt voor de zoveelste keer rond. Ze verschikt wat aan de knuffels die op een plank staan, en zucht. Wat spannend toch, allemaal. Dan gaat de deurbel. Ze kijkt op haar horloge: bijna twaalf uur. Wie zou dat kunnen zijn, ze verwacht helemaal niemand. Als ze ziet wie er voor de deur staat, komt er een brede lach op haar gezicht. “Paul!” roept ze, als ze de deur heeft opengedaan. Ze slaat spontaan haar armen om zijn hals en geeft hem een zoen. “Wat leuk! Wat lang geleden!” Ze weten beiden, waardoor dit komt. De ziekelijke jaloezie van Michael heeft ervoor gezorgd dat hun vriendschap op een laag pitje is komen te staan. Paul is één keer op bezoek geweest toen zij net uit het ziekenhuis was. Michael had zich wel goed gedragen, maar echt toeschietelijk was hij niet geweest. En het bezoek had Monique veel stress bezorgd. Later in die week had Paul een sms’je gestuurd, dat hij veel aan haar dacht, maar er misschien wijs aan deed om voorlopig maar even niet langs te komen. Maar nu staat hij op de stoep, en Monique is erg blij met zijn komst.

Ze troont hem mee naar de babykamer, en hij kijkt bewonderend rond. “Mooi zeg! Leuk, dat behang. En dat wiegje… Je kunt je toch niet voorstellen, dat daar straks een kindje in zal liggen?” Monique kijkt hem sprakeloos aan. Deze woorden, uit zijn mond! Hij moest eens weten. “Weten jullie al wat het wordt?” vraagt Paul, terwijl hij een zachte knuffelbeer van de plank pakt. “Nee, we willen het niet weten. Ik vind het juist bij het geheimzinnige van een zwangerschap passen, dat we nog niet weten wat het word.” Paul knikt en zet de beer weer terug. “Mooi kamertje, hoor!” prijst hij nog een keer. “En… Heb je nog koffie voor een arme bankbediende?” Monique lacht. Ze zou haar rol als gastvrouw bijna vergeten. “Kom, we gaan naar beneden.”

“Mag je nog steeds niks?” vraagt Paul, als ze aan de koffie zitten. “Nou, ik moet wel rustig aan doen, maar ik mag nou tenminste naar buiten voor een boodschap, en ik hoef niet meer de hele dag in bed te liggen,” antwoordt Monique, terwijl ze in haar koffie roert. “En hoe gaat het met Michael?” Monique vertelt over het tijdelijke werk op kantoor van Michael, en dat hij in huis heel veel heeft gedaan. Ze verzwijgt de narigheid die ze een tijdje geleden hebben gehad. Ze vindt het niet zo gepast om elke keer als ze Paul ziet over haar moeizame huwelijk te praten. Dan wordt ze zo’n klagende vrouw, en dat wil ze niet zijn. “En hoe is het met jou?” Paul vertelt enthousiast over een project waar hij aan is begonnen op het werk, over zijn flat, die hij pasgeleden heeft opgeknapt en de tijd vliegt voorbij. Paul kijkt op zijn horloge en schrikt. “Zo laat al? Ik moet als een speer weer aan het werk. O ja, voor ik het vergeet…” Hij zoekt even in zijn binnenzak en komt met een envelop te voorschijn. “Cadeautje van je collega’s.” Hij overhandigt Monique een ansichtkaart met een cadeaubon. “Koop maar iets moois voor de kleine,” zegt Paul. Hij kust haar op de wang. “Ik kom gauw weer bij je kijken, hou je taai!”

Monique zit met de cadeaubon in haar handen nog een tijdje voor zich uit te kijken. Wat aardig, van haar collega’s! Ze mist haar werk niet, maar dat komt ook omdat ze niet zo veel aankan. Bovendien slokken de gedachten over de aanstaande bevalling, over de baby haar helemaal op. Toch voelt ze zich ook een beetje verdrietig, na het bezoekje van Paul. Hij is zo vriendelijk, zo belangstellend. Hij stelt de vragen die ze van Michael zou willen horen. Hij fantaseert met haar mee, als ze zich afvraagt hoe een baby van en Michael eruit zal zien. Wat is dat toch met Michael, dat hij zo niet kan zijn? Zal dat nog veranderen?

Met een grote grijns op zijn gezicht komt Martijn naar Michael toe. “Zo jongen. Ik heb een verrassing voor je. Loop maar eens mee!” Michael kijkt verwonderd naar zijn baas. Wat zou er zijn? De vrachtwagen? Nee, dat kan niet, Martijn heeft de truck pas twee weken geleden besteld. Maar als de deur van de garage opengaat, ziet Michael tot zijn grote vreugde zijn nieuwe Scania staan. Hij krijgt er kippenvel van. Martijn geeft hem een klap op zijn schouder. “Luister. Rolf komt op therapeutische basis zijn taken weer hervatten. Hij begint met een paar uurtjes boventallig, dus ik wil dat jij stand-by blijft. Dus had ik het zo bedacht: jij bent een handige vent, dus mag jij de laatste dingen aan je vrachtwagen zelf doen. Een notenhouten dashboard, bekleding voor je stoelen, nou ja, alles wat je in je andere vrachtwagen ook had. Als Rolf dan naar huis gaat, kom je weer op kantoor.” Michael weet van blijdschap geen woord uit te brengen. Hij loopt om de truck heen en is enthousiast over de vormgeving. Hij klimt in de cabine en straalt. Geweldig! Natuurlijk, nu nog een beetje kaal, maar daar gaat hij verandering in brengen! Martijn kijkt lachend toe. “Maar ik heb geen zes weken nodig om de Scania rijklaar te maken,” zegt Michael. “Dus als Rolf snel vooruit gaat, dan kan ik toch voor de bevalling nog wel een weekje rijden?” Hoopvol kijkt hij Martijn aan. Martijn lacht. “Ik laat het afhangen van het herstel van Rolf, maar anders is dat wel een mogelijkheid. En jij moet dat thuis dan eerst maar bespreken. Je kunt je vrouw misschien beter niet alleen laten, nu ze toch een beetje op alledag begint te lopen.”

Martijn laat Michael alleen, en bijna verliefd kijkt Michael naar zijn nieuwe truck. Martijn heeft hem ervan verzekerd, dat er niemand anders in de vrachtwagen zal rijden. Misschien wel in de twee weken na de bevalling, als Michael vrij heeft om bij zijn vrouw en kind te zijn, maar Michael zal de eerste zijn die met de Scania gaat rijden. Wat zal Monique ervan vinden? Even komt er een schaduw op zijn gezicht als Michael daaraan denkt. Hij maakt met zijn mobiele telefoon een paar plaatjes van de Scania. Dan kan hij die aan Monique laten zien. Ze zal heus wel snappen, dat hij helemaal wildenthousiast is.

Monique is na het vertrek van Paul een beetje in mineurstemming. Ze is absoluut niet verliefd op hem, maar soms zou ze wel willen, dat Michael een beetje zoals Paul zou zijn. Betrokken, belangstellend, geïnteresseerd. Soms heeft ze het gevoel, dat ze amper over de baby mag praten. Dat Michael haar maar een zeurpiet vindt. Ze probeert het onderwerp af en toe maar te mijden, maar ze kan het niet helpen dat ze er zo vol van is. Dat is toch logisch? Elke aanstaande moeder heeft toch die gevoelens? Als ze tegen Michael zegt dat ze het kindje voelt bewegen, en ze zijn hand op haar buik wil leggen, dan bespeurt ze altijd een bepaalde tegenzin. En hij heeft het geduld ook niet, om te wachten tot hij iets voelt. Ze doet de televisie aan voor wat afleiding, maar ze raakt het trieste gevoel de hele middag niet meer kwijt.

Stralend komt Michael de woonkamer binnen. “Nou, mijn baby is geboren hoor, wil je hem zien?” Hij buigt zich naar Monique over om haar een zoen te geven. Verwonderd kijkt ze hem aan. Waar heeft hij het in vredesnaam over? “Baby? Wat bedoel je?” vraagt ze met een lichte irritatie in haar stem. “Kijk maar! Dit is mijn kindje, en hij heet Scania!” dolt Michael. Hij laat haar de foto’s op zijn mobieltje zien. “Wat snel al!” zegt Monique, om toch maar iets aardigs te zeggen. “Ja hè?” beaamt Michael. “En met een beetje geluk mag ik er over twee of drie weken al mee gaan rijden.”
“Je zou toch niet meer rijden voor de baby komt?” vraagt Monique boos, en tranen wellen op in haar ogen. Michael negeert haar tranen, en zegt gedecideerd: “Ik heb nu wel lang genoeg thuisgezeten. En een weekje kan best.”


12.

Michael voelt zich zielsgelukkig. Hij snuift de geur op van zijn nieuwe vrachtwagen. Heerlijk. Af en toe zet hij de radio uit om naar de motor van zijn Scania te kunnen luisteren. Hij voelt zich vrij. Bijna verliefd kijkt hij van het notenhouten dashboard naar de leren bekleding van de stoelen. De gordijntjes hangen inmiddels ook, het is compleet. Hij heeft de afgelopen weken heel wat uurtjes gespendeerd aan het completeren van de inrichting van zijn truck. Gelukkig is Rolf nu weer volledig aan het werk, zodat hij niet langer op dat duffe kantoor hoeft te zitten. Niks voor hem, dat werk. Het kriebelde in hem, al een hele tijd, hij móest gewoon de baan weer op, anders zou hij ontploffen. Onvermurwbaar is hij geweest. Moniques smeekbedes om toch alsjeblieft thuis te blijven, hadden geen vat op hem gehad. Hij heeft haar ervan geprobeerd te overtuigen dat hij ‘op knappen stond’ zoals hij het uitdrukte, maar in een poging tot sfeer verzachten, had Monique geantwoord: “Ik ook!” Uiteindelijk heeft ze zich er bij neergelegd dat hij deze week gaat rijden. Geen lange ritten, en woensdagavond is hij thuis. Gisteren heeft hij zich moeten beheersen om niet de hele dag te lopen ijsberen. Zó blij is hij, dat hij eindelijk weer aan het werk kan. Aan zijn werk. Het werk dat bij hem hoort. Zijn mobiele telefoon zal hij geen moment uit het oog verliezen, heeft hij Monique toegezegd. Zelfs als hij koffie gaat drinken onderweg, zal hij zijn telefoon bij zich steken, iets, dat hij normaal gesproken vaak vergeet. Zodra ze ook maar iets voelt, dan moet ze maar bellen en dan maakt hij meteen rechtsomkeert. De moeder van Monique is gisteravond gekomen, zodat ze in elk geval niet alleen is, deze week. Prima geregeld toch?

De borden op de weg vertellen hem, dat hij een kilometer verwijderd is van het eerstvolgende tankstation. Tanken hoeft hij niet, maar Shirley werkt daar. Dus parkeert Michael zijn truck voorbij het tankstation op de parkeerplaats. Hij lust trouwens ook wel een kop koffie en een broodje. En dan kan hij meteen even pissen, voor hij weer verder gaat.
Hij stapt het benzinestation binnen en probeert zijn teleurstelling niet te laten blijken als hij iemand anders achter de kassa ziet zitten. Een oudere vrouw. Shit! Waar is die lekkere Shirley gebleven? De kassajuffrouw groet hem vriendelijk en hij knikt haar wat korzelig toe. Hij loopt naar de koffiebar en neemt een beker koffie. Hij hoort de ringtone van zijn mobieltje. Als hij op de nummermelder kijkt, ziet hij dat het Monique is. Dan ziet hij Shirley. Haastig zet Michael zijn mobieltje uit en legt het ding op tafel. Hij belt straks wel terug. Zijn ogen zoeken Shirley. Waar is ze gebleven?  Dan ziet hij haar, ze staat bij de kassa. Wat is het toch een mooie meid. Ze ziet hem niet, maar trekt haar jas aan, terwijl ze naar de vrouw achter de kassa roept: “Tot morgen, Edith!” “Zo, ken je me niet meer?” vraagt Michael. Shirley draait zich met een ruk naar hem om. “Jeetje! Ik dacht dat je verongelukt was of zo! Je kwam altijd elke week en toen zag ik je ineens nooit meer.” Ziet Michael het nu goed? Heeft ze tranen in haar ogen? Hij weet niet zo goed waarom, maar hij verzint ter plekke een verhaal. “Ik heb in het ziekenhuis gelegen. Een ongeluk gehad, maar het is allemaal weer goed gekomen,” zegt hij. Het jonge meisje knikt heftig. “Zie je nou wel! Ik had gewoon een voorgevoel!” Michael biedt haar een kop koffie aan, maar ze heeft liever cola. En een broodje. “Ben je vrij?” vraagt hij. Ze knikt. Ik ben een paar uur gekomen vandaag, omdat het heel druk was, maar Edith en Mark kunnen het nu wel weer samen aan. Dit is maar een bijbaantje, hoor. Ik zit ook nog op school.” Michael knikt. Eigenlijk kan het hem niet zo veel schelen, wat ze allemaal vertelt.

“Ik heb een nieuwe vrachtwagen. Die andere lag in de puinpoeier. Wil je hem zien?” vraagt hij onverwacht aan Shirley. “O, toen met dat ongeluk,” begrijpt Shirley. “Ja, laat maar zien! Dan ga ik daarna gelijk door naar huis.” Ze groet Edith nogmaals en loopt met Michael naar de Scania. “Mooi ding hoor,” zegt ze bewonderend, terwijl ze een rondje om de enorme vrachtwagen heenloopt. “Vanbinnen is hij nog mooier,” zegt Michael trots. “Wil je het zien?” Ze knikt en klimt het trapje op. Bewonderend kijkt Michael naar haar kont. Hij voelt nu weer kriebels, maar hele andere dan vanmorgen. Shirley gaat achter het stuur zitten, en neemt het stuur in haar kleine handen. “Net echt, hè?” lacht ze, met een twinkeling in haar ogen. Michael lacht. “Staat je goed hoor. Ik denk, dat je heel wat bekijks van de mannen zou hebben, als je met deze truck de weg op zou gaan.” Shirley zegt fijntjes: “Ik heb ook bekijks van mannen, zónder dat ik in een Scania rijd, hoor!” Hij voelt een kleur opkomen. Shit, wat heeft hij nou weer voor stoms gezegd. “Schuif eens op?” vraagt hij, en gehoorzaam gaat ze op de bijrijderstoel zitten. “Rondje rijden?” vraagt hij. Ze aarzelt. “Hoe kom ik dan weer terug? Mijn auto staat hier.” “Ik breng je terug, dat beloof ik.” Shirley stemt toe. Onderweg vertelt ze van alles, maar Michael heeft inmiddels een doel voor ogen. Hij wil met haar vrijen. Weer een slanke taille tussen zijn handen voelen en jonge stevige meisjesborsten vasthouden. Monique is fysiek zo veranderd dat hij op dit moment geen verlangen naar haar heeft. Die dikke buik, de eerst zo stevige kleine borsten, nu groot en zwaar. Niks voor hem. Maar dit meisje, dat nu zo vrolijk naast hem in de wagen zit te kwebbelen, windt hem gigantisch op. Hij neemt een paar afslagen, en na een poosje stuurt hij de truck behendig richting een grote parkeerplaats in een bos. Daar zet hij de auto stil. Shirley kijkt hem aan. “Is je vrachtwagen kapot?” vraagt ze plagend, maar ze schuift wel wat dichter naar hem toe. “Nee, maar er zit een meisje in mijn wagen, waar ik wel graag een kusje van wil hebben,” antwoordt hij, en kijkt haar diep in de ogen. “Vind je vrouw dat wel goed?” vraagt Shirley met een ondeugende glimlach. “Ik heb geen vrouw,” zegt Michael kort, en buigt zich voorover om Shirley te zoenen. Maar de gloed die op zijn wangen komt, is niet alleen van de opwinding van dat moment.

Michael rijdt weg van de parkeerplaats waar hij Shirley weer naartoe heeft gebracht. Ze zwaait hem na, en hij laat de indrukwekkende claxon van de Scania horen. Hij voelt zich vreemd en verward. Maar die gevoelens probeert hij voor zichzelf goed te praten. Je zult zien, door deze week kan hij het straks allemaal opbrengen: een lieve echtgenoot zijn voor Monique, een goede vader voor zijn kind, en een prettige gastheer voor het kraambezoek. Hij had dit gewoon nodig om zich op te laden voor de komende periode. Het is stil in de vrachtwagen. Michael zoekt een cd op waar hij alle nummers van kent, en weldra zingt hij uit volle borst de Nederlandstalige liedjes van bekende Nederlandse zangers mee.

Monique begrijpt er helemaal niets meer van. Ze heeft Michael gebeld, toen ze de eerste wee voelde. De telefoon was overgegaan, maar de verbinding was kennelijk verbroken. Toen ze het opnieuw probeerde, had ze de voicemail gekregen. Nu is het al uren later. Al talloze malen heeft ze geprobeerd om Michael te bellen, zijn voicemail heeft ze ook al een aantal malen ingesproken, maar tevergeefs. Haar moeder is er gelukkig wel, en heeft haar aangeraden om het ziekenhuis te bellen, want de weeën komen nog wel onregelmatig, maar ze stoppen niet. Zwijgend is ze met haar koffertje in de auto van haar moeder gestapt. Onderweg heeft ze alleen maar geprobeerd om Michael te bellen. Ze ziet de bezorgde blikken die haar moeder haar zo nu en dan toewerpt niet. In het ziekenhuis krijgt ze een onderzoek. Twee centimeter ontsluiting, dus het kan nog wel even duren. O, als ze Michael maar op tijd te pakken krijgt… Het is al tien uur, hij moet toch zo ongeveer wel klaar zijn nu met rijden? Hij zal toch wel een keer aan haar gedacht hebben vandaag? Of op zijn mobiel gekeken?

Zo. Het is mooi geweest voor vandaag. Het oponthoud van vanmiddag heeft hij dubbel en dwars weer ingehaald. Hij zet de vrachtwagen op de parkeerplaats voor truckers. Hier kan hij mooi een hapje eten, en morgenochtend ontbijten en douchen. Eerst Monique maar eens bellen. Dat wilde hij vanmiddag al, maar hij wist niet, of hij wel ‘naturel’ genoeg over zou komen. Hij voelt in het foedraaltje dat aan zijn broekriem hangt. En krijgt de schrik van zijn leven. In de zakken van zijn bodywarmer? Nee, ook niet. Wanneer heeft hij zijn telefoon voor het laatst gebruikt? Dan weet hij het weer. Hij heeft Monique weggedrukt, omdat Shirley binnenkwam. Shit. Opeens realiseert hij zich dat hij zijn telefoon toen op het koffietafeltje in het tankstation heeft laten liggen, dik 800 kilometer terug.  Waarom belde Monique eigenlijk? Hij herinnert zich, dat ze hebben afgesproken dat ze hem alleen zou bellen als er wat aan de hand was. Daar heeft hij vanmorgen geen ogenblik bij stilgestaan. Misschien was ze al bevallen! Hij was de hele dag onbereikbaar geweest voor zijn vrouw! Dan dringt pas ten volle tot hem door, hoe hij in de penarie zit.


13.

Met een diepe zucht parkeert Michael zijn vrachtauto op dezelfde parkeerplaats als gistermiddag. Snel loopt hij naar binnen. Zouden ze zijn mobiele telefoon hebben gevonden? Shirley staat bij de koffietafel. Een glimlach komt op zijn gezicht en even is hij zijn sores vergeten. “Hee, schoonheid. Alles goed? Ik heb gisteren mijn mobieltje hier laten liggen, ik was benieuwd of iemand het gevonden heeft.” Langzaam draait Shirley zich naar hem toe. Ze voelt in haar zak. Haar blik is ijzig. Ze lijkt wel boos.
“Is dit jouw telefoon, Michael?” vraagt ze met een kille klank in haar stem. Michael is opgelucht. “Ja, bedankt, geweldig,” zegt hij, terwijl hij zijn hand naar het ding uitsteekt. Maar Shirley steekt de telefoon in haar zak. “Even geduld. Je hebt toch geen haast?” vraagt ze. “Nou… Eigenlijk wel,” aarzelt Michael, “ik ga nu een paar weken op vakantie, maar daarna kunnen we snel wat afspreken, goed?” “O, wat leuk! Op vakantie. Daar zal je wel aan toe zijn, na het ongeluk. Waar ga je heen? En ga je alleen?” Tjonge, wat stelt ze veel vragen! En ze lijkt zo anders dan gisteren. “Ja, ik ga alleen. Maar wat is er met jou?” Shirley lacht even kort. “Tja, wat zou er zijn? Geen idee. Ik weet alleen, dat ik gistermiddag met een vrijgezelle jongen heb liggen vrijen, maar die blijkt ineens hartstikke getrouwd te zijn, en heeft tijdens de bevalling van Monique mij van alles op de mouw gespeld!”
Het zweet breekt Michael uit. Hoe weet ze dat allemaal? De gekste dingen komen op in zijn hoofd. Heeft Monique alle tankstations gebeld? Of zijn baas? Uiteindelijk is hij al 24 uur onbereikbaar voor iedereen. Zodra hij gisteravond merkte dat zijn mobieltje weg was, heeft hij de wagen omgedraaid en is hij achter mekaar doorgereden om maar zo weinig mogelijk tijd verloren te laten gaan. Misschien was het loos alarm, maar Monique zou alleen bellen als er iets was, en anders zou hij haar elke avond bellen, dát was de afspraak.

“Stom, om je telefoon niet te beveiligen met een pincode,” gaat Shirley vilein verder. “Ik was wel nieuwsgierig, toen ik vanmorgen op mijn werk kwam, en Edith vertelde, dat jij je telefoon had laten liggen. Dus ik heb het ding aangezet, en interessant. Zestien gemiste oproepen, een paar voicemailberichten van Monique. Ze was op zoek naar je, want jullie baby was onderweg. Ook heb ik de foto’s bekeken. Mooie meid, die Monique. Jullie vormden ook een mooi bruidspaar.” Michael heeft genoeg van dit gesprek. Hij grist zijn mobieltje uit de hand van Shirley. Zonder iets te zeggen beent hij naar de deur, maar Shirley houdt hem tegen. “O ja, Michael, je vindt het toch niet erg dat ik Moniques nummer even heb genoteerd? Ik wil haar toch wel even bellen om te vragen hoe de bevalling is gegaan. En wat het geworden is. Gefeliciteerd, Michael! Ik hoop dat je een betere vader wordt dan echtgenoot!” Ze schreeuwt hem deze laatste woorden toe, en zonder iets te zeggen loopt Michael met een bonkend hart naar zijn vrachtwagen. O, wat is hij stom geweest. Als hij een pincode op zijn toestel had gehad, dan had Shirley nu niet alles geweten. Wat een trut! Gewoon een beetje in  zijn privéleven zitten snuffelen, hoe brutaal wil je het hebben?

Even moet Michael zichzelf bij elkaar rapen, voordat hij durft te bellen. Hij heeft zijn verhaal al klaar. “Met Monique,” hoort hij even later de stem van zijn vrouw. “Hee schatje, met mij, hoe gaat het?” Hij hoort haar snikken. Van opluchting? “O Michael, ik heb je steeds gebeld… Je bent vader! We hebben een dochter! Maar waar was je nou?”
“Een dochter? Maar… Maar dat is geweldig! Ik kom zo snel mogelijk naar je toe, lieverd!” “Ja, maar waar zat je nou?”
“Schat, ik heb heel veel pech gehad. Toen jij mij belde, stond ik met pech langs de snelweg. En mijn batterij was op. De vrachtwagen deed niks meer, dus ik kon ook de accu niet opladen, het spijt me verschrikkelijk…”
“Kom maar gauw naar me toe, ja?”
“Ja, ik kom zo snel mogelijk. Ik mis je… Is het allemaal wel goed gegaan? Wie was er bij je?”
“Mijn moeder is de hele tijd bij me gebleven, en de bevalling is heel goed gegaan. Maar ik heb jou zo verschrikkelijk gemist, en ik vind het zo erg, dat we dit niet samen hebben kunnen delen…” Michael hoort aan haar stem dat ze huilt.
“Bij de tweede ben ik er zeker bij,” probeert hij een grapje te maken. “Over een paar uur ben ik bij je.”
Michael belt zijn baas. Martijn is woedend. “Waar zat je? Je was gewoon niet te traceren! Je moet zo snel mogelijk Monique bellen.” “Ik ben al onderweg,” zegt Michael kort, en dan rijdt hij, zonder zich ook maar iets aan te trekken van maximumsnelheden naar het ziekenhuis waar zijn vrouw en dochter op hem liggen te wachten.

Ongeduldig kijkt Monique naar de deur. Waar blijft Michael nou? Ze kan haast niet wachten om hem hun mooie dochter te laten zien. Ze kijkt naar het kleine kindje in haar armen. Wat een prachtig meisje! Het was een bevalling volgens het boekje, maar ze heeft nooit geweten dat een bevalling zo ingrijpend zou zijn. En ze heeft het vreselijk gevonden, dat Michael er niet bij was. Het had haar een vertrouwd gevoel gegeven om haar moeder naast haar bed te weten, maar dat ze deze ervaring niet met Michael had kunnen delen, stemde haar achteraf verdrietig. Tijdens de bevalling had ze er op een gegeven moment niet eens meer erg in gehad wie er nou naast haar bed zaten, ze was erg in zichzelf gekeerd geweest en druk met het opvangen van weeën, maar toen de kleine Lisa op haar buik werd gelegd, had ze gehuild omdat ze dit moment niet met haar man had kunnen delen.
Ineens staat hij in de deuropening. Wat onzeker blijft hij staan en kijkt zoekend rond. Er liggen zes dames op zaal, maar dan heeft hij haar gevonden. Een warme lach komt op zijn gezicht en hij haast zich naar haar bed. Huilend beantwoordt ze zijn zoen en dan kijken ze samen naar het kleine wonder in haar armen. Ook Michael voelt tranen in zijn ogen. Zijn kind! Hier ligt zijn kind! Even drukt hij een herinnering weg. Het mooie, het pure is eraf. Hij heeft iets vreselijks gedaan, terwijl zijn vrouw het leven schonk aan zijn dochter. Terwijl hij in zijn vrachtwagen lag te vozen met een andere vrouw, kwam de kleine Lisa ter wereld. “Wanneer is ze geboren?” vraagt hij, terwijl hij met zijn grote mannenhand onhandig het kleine hoofdje van Lisa streelt. “Vannacht, om drie uur,” antwoordt Monique.Een gevoel van opluchting maakt zich meester van Michael. Gelukkig, toen was hij op de terugweg, en zijn gedachten waren alleen maar bij zijn vrouw. Hij had het afschuwelijk gevonden als hun kindje gistermiddag geboren was. Natuurlijk, hij hield zichzelf voor de gek. Maar goed, gebeurd was gebeurd, dat kon hij toch niet meer terugdraaien. En het tankstation waar Shirley werkt, daar rijdt hij voortaan met een grote boog omheen, hij heeft daar niets meer te zoeken.

Monique en Michael hebben een hoop te bespreken. Monique vertelt hem alle details van de bevalling. En Michael luistert. Dat is wel het minste dat hij kan doen. Voorzichtig houdt hij zijn dochter vast en ontroerd kust hij het minuscule gezichtje. Wat ontzettend mooi, wat een prachtig kindje. Eigenlijk praat Monique helemaal niet meer over het feit dat hij de bevalling heeft gemist, en, nóg belangrijker: de reden waaróm. Hij komt er mooi vanaf.
Hij vindt het helemaal niet erg, dat hij overladen wordt met taken. Morgenochtend moet hij Lisa gaan aangeven bij het stadhuis, de geboortekaartjes zijn dan ook klaar, en Monique mag morgenmiddag met de kleine meid naar huis.
“Ik ga nu de vrachtwagen naar de zaak brengen, ik mag hier eigenlijk helemaal niet staan,” zegt Michael na een tijd, en staat op. “Vanavond ben ik terug, met je moeder. Oké?” Monique knikt. Ze is moe en kan best een tukje gebruiken. “Zorg wel, dat je op tijd bent voor het eten, mama rekent op jou, goed?” Michael knikt en geeft haar nog een voorzichtige kus. “Komt goed, tot vanavond!” En een stuk vrolijker dan een paar uur geleden stapt Michael opnieuw in zijn Scania.

“Gefeliciteerd, man!” Martijn geeft Michael een mep op zijn schouder. “Een dochter, hartstikke leuk. Maar ik moet even met je praten, loop je even mee naar kantoor?”
Even later zit Michael tegenover zijn baas. “Om maar met de deur in huis te vallen: Ik heb een telefoontje gehad van ene Shirley. Man, wat ben je stom geweest! Kijk, dat jij je vrouw loopt te bedonderen, dat is jouw zaak, al keur ik dat enorm af, maar dat je je hele hebben en houwen aan je neukertje hebt verteld, dáár kan ik niet bij. Ze heeft me gebeld. Alles weet ze van je. Behalve je telefoonnummer. Maar ze heeft een boodschap voor je. Ze wil geld. En als je het niet geeft, dan gaat ze Monique bellen om haar het hele verhaal te vertellen. Jongen, wat zit jij in de penarie!”
Michael heeft het gevoel alsof de grond onder zijn voeten verdwijnt. Zijn hart bonkt in zijn keel. Hij wil Monique niet kwijt. En zijn kleine dochtertje ook niet. Wat moet hij doen? Alsof Martijn zijn gedachten kan raden, geeft hij Michael zijn visie: “Er zit maar één ding op, jongen. Je zult je escapades moeten opbiechten bij je vrouw.”


14.

Wat is ze toch stom geweest. Ze kan zich nu wel voor haar kop slaan. Waarom had ze Michael vertrouwd? Na alles wat ze al had meegemaakt. Maar op een of andere manier had ze gedacht dat hij anders zou zijn. Niet zoals die andere mannen die met geile blikken naar haar keken. Michael vond haar mooi, dat had ze alle keren dat ze hem ontmoet had in zijn blik kunnen lezen, maar niet op een vulgaire manier. Ze zucht. En draait zich op haar andere zij. Ze kan de slaap maar niet vatten. Wat moet ze nu doen? Hoe nu verder? De zaak met rust laten? Maar ze stikt van de wraakgevoelens. En waarom zou zij altijd degene moeten zijn die moet boeten? Nee, dit keer mogen er koppen rollen. Ze gaat rechtop zitten om haar plan te overdenken.

Ze komt uit een eenvoudig gezin. Ieder dubbeltje moest worden omgedraaid, vroeger. Tot overmaat van ramp strandde het huwelijk van haar ouders toen ze nog maar dertien was, en werd de spoeling nog dunner. Altijd had ze zich voorgehouden dat zij het heel anders zou doen. Een studie, een goede baan, zij zou nooit geldgebrek hebben. Maar na het VMBO mocht ze niet doorleren. Ze had er zelf voor gekozen om bij haar vader te blijven wonen, omdat ze de nieuwe vriend van haar moeder absoluut niet mocht.
Dat kwam haar nu duur te staan. Ze moest maar een baantje gaan zoeken. Koppig als ze was, besloot ze om dan zelf maar het geld voor een studie bij mekaar te rapen. Soms had ze drie baantjes tegelijk. Overdag in een supermarkt, ’s avonds in een snackbar en ook paste ze veel op kinderen. Haar vader had na verloop van tijd geëist dat ze een groot deel van het geld in zou leveren, omdat hij van een uitkering rond moest komen. Daar had ze het geld niet voor verdiend. Het escaleerde, en die avond stond ze met haar weekendtas op de stoep van haar vriend Gijs.

Die avond had ze haar intrek genomen bij hem, en de eerste maanden ging het goed tussen hen. Natuurlijk moest zij ook financieel wat bijdragen in het huishouden, maar dat was logisch. Omdat zij zo veel werkte, had hij zo veel mogelijk taken op zich genomen. Onder andere de administratie van hen beiden. Ze had hem volkomen vertrouwd. Onterecht. Toen ze op een avond eens wilde kijken hoe veel geld er nu op haar spaarrekening stond, en of het genoeg zou zijn voor een opleiding, was hij heel zenuwachtig geworden. Daar had hij ook alle reden toe gehad. Het geld was op. Huilend had hij haar opgebiecht dat hij gokverslaafd was. Ze had meteen een punt achter de relatie gezet, en was diezelfde avond nog naar haar moeder gegaan.

Een half jaar later had ze Rob ontmoet. Ze werkte inmiddels in een lunchroom waar hij vaak kwam. Hoewel ze in het begin wat terughoudend was, wist hij haar toch voor zich te winnen. Stapelverliefd waren ze. Hij vond het heel verstandig dat ze een studie wilde gaan doen, en af en toe stopte hij haar zelfs geld toe. Over samenwonen praatten ze niet, hij vond het belangrijk dat ze eerst haar studie ging doen, en vond het schandalig, wat Gijs haar had aangedaan. Eigenlijk zagen ze elkaar alleen bij haar thuis of  als ze aan het werk was. Maar dat kwam haar wel prima uit, haar vrije tijd was al zo schaars.
Het was een grote schok voor haar, toen ze op een zondagmiddag eindelijk eens tijd had om naar het park te gaan met een boek. Ze wist, dat Rob in het weekend vaak ging golfen met zijn vrienden, en dat gunde ze hem van harte. Het was ook wel eens lekker om alleen te zijn. In het park zag ze Rob. Hand in hand met een vrouw. Ze lachten naar elkaar, en aan weerskanten van het paar liep een kindje. Even had ze nog gedacht dat het misschien goede vrienden waren. Al loop je niet zo snel hand in hand met een ‘gewone’ vriendin. Maar toen het meisje wat achterbleef, en ze hem: “Claudia! Bij papa en mama blijven hoor!”, hoorde roepen, wist ze genoeg. Ze had hem ter plekke een sms gestuurd. ‘Leuke vrouw en kinderen heb je.’
Ze had gezien hoe hij zijn mobieltje uit zijn broekzak had gehaald, het berichtje had gelezen, en met een verschrikt gezicht meteen had rondgekeken of hij haar zag. Eén verstild moment hadden ze elkaar in de ogen gekeken. Hij had zijn hoofd als eerste weggedraaid. Ze heeft hem nooit meer gezien.

Wonden helen. Pijn verzacht uiteindelijk. Shirley is uit een dal opgekrabbeld. Door hard te werken heeft ze het voor mekaar dat ze nu in een piepklein flatje kan wonen. Een plekje voor zichzelf, daar was ze zó aan toe. Ze doet een thuisstudie, omdat ze dan geen stage hoeft te lopen, voorlopig. Als ze avonddienst heeft bij het benzinestation, komt ze er vaak genoeg aan toe om met haar neus in de boeken te duiken. Het benzinestation. De plek waar ze Michael heeft ontmoet. Weer een foute man. Hoe krijgt ze het toch voor mekaar? Maar dit keer heeft ze de behoefte om de man te zien lijden. Om alles kapot te maken wat hij heeft. Gijs had haar nooit een cent terugbetaald, hoewel hij dat wel beloofd had. Rob was gewoon doorgegaan met zijn leuke gezinnetje, zonder dat zij hem een strobreed in de weg had gelegd.

Ze had Michael meteen leuk gevonden. Maar ach, hij kwam een of twee keer per week langs om te tanken, koffie te drinken en een broodje te eten. Ze was naar zijn bezoekjes gaan uitzien. Een nette jongen, dat kon je zo zien. Lief, belangstellend, langzamerhand begon ze voorzichtig verliefd op hem te worden. Bij elke vrachtwagen die maar leek op die van hem, sloeg haar hart op hol. Als hij weer weg ging, dan leek alles leeg en telde ze de dagen tot ze hem weer zag.
Toen was hij ineens wekenlang niet gekomen. En net toen ze dacht, dat ze hem nooit meer zou terugzien, omdat hij misschien een andere baan had, of andere routes had gekregen van zijn baas, had hij opeens weer voor haar neus gestaan. Ze had niet kunnen verbergen hoe ze hem had gemist. Hij had haar gevraagd om zijn nieuwe vrachtwagen te bekijken, en zelfs voorgesteld om een eindje te rijden. Shirley had een beetje plagerig gereageerd, maar dat was alleen maar om haar verlegenheid te verbergen. Het was bijna logisch dat ze gingen vrijen. Ze had er van genoten, en ook gedacht dat ze nu met een integer iemand te maken had. Toch had ze voor de zekerheid nog even gecheckt of hij geen vrouw had. Maar die had hij niet. Zei hij.

“Kijk, je vriendje heeft z’n mobieltje laten liggen.” Edith was naar buiten gekomen, toen zij net in de auto wilde stappen. “Geef maar,” had Shirley nonchalant gezegd. “Ik zie hem toch morgen weer, ik bel zijn baas wel even dat zijn mobieltje terecht is.” Edith had haar de telefoon zonder problemen overhandigd.
Ze was naar huis gereden, en had het mobieltje eerst op tafel gelegd. Maar ze had haar nieuwsgierigheid toch niet kunnen bedwingen. Er zat geen pincode op de telefoon. En Shirley was zich helemaal rot geschrokken. Woedend was ze, laaiend, toen bleek, dat ook Michael haar had bedonderd. Dit keer kwam zo’n kerel niet zo makkelijk van haar af, had ze zich voorgenomen. Alle telefoonnummers had ze opgeschreven. Ze had alle sms’jes gelezen, voicemailberichten afgeluisterd en foto’s bekeken. Ze had met Michaels mobieltje haar telefoonnummer ingetoetst, zodat ze zijn nummer ook had. Maar ze wilde het groots aanpakken. Als ze Michael zou bellen, dan zouden er alleen maar smoesjes komen. Die had ze wel genoeg gehoord in haar leven.

De volgende dag had ze het mobieltje teruggegeven aan Michael. Eigenlijk was ze van plan geweest om niets te laten blijken van de kennis die ze inmiddels had, maar dat kon ze niet. Het leek hem niet zo veel te kunnen schelen, hij was met zijn hoofd natuurlijk bij die vrouw van hem, die hun kind ter wereld aan het brengen was, terwijl zij lagen te vrijen in de auto.
En ineens wist ze wat ze nu nog steeds wil. Ze wil geld zien. Het geld dat ze eigenlijk nog tegoed heeft van Gijs. Of de ene ploert of de andere ploert het haar nou betaalt, dat kan haar eigenlijk niets schelen. En ze wil dit gezin wél kapot maken. Dat had ze bij Rob al moeten doen, maar toen heeft ze het er bij laten zitten. Nu niet. Met haar telefoontje naar de baas van Michael wist ze, dat ze in ieder geval de reputatie van Michael op het spel zou zetten. Misschien wilde die baas geen personeel dat er maar op los neukt onderweg.

De volgende ochtend belt Shirley een ander nummer van haar lijstje. ‘Thuis’ stond er in het mobieltje van Michael. “Met de kraamverpleegster van Michael en Monique Sonneveld,” hoort ze even later een vrouwenstem zeggen. “Ja hallo, ik ben een collega van Monique. Kan ik vanmiddag misschien op kraamvisite komen?” “Ja hoor, tussen half vier en vijf uur bent u van harte welkom,” antwoordt de kraamverpleegster opgewekt. “Wat is het adres ook alweer?” vraagt Shirley langs haar neus weg. De bereidwillige zuster geeft haar het adres. “Hoe was uw naam?” vraagt ze nog. Maar Shirley heeft al opgehangen. Ze zoekt op de computer het kengetal van het nummer dat ze zojuist heeft gebeld, en het plaatje is compleet. Delft.

Een uur later stapt Shirley de deur uit. Ze heeft zich maar eens extra mooi gemaakt voor deze gelegenheid. Ze rijdt eerst naar het kleine winkelcentrum van het dorp waar ze woont en kiest in de speelgoedwinkel een teddybeer uit. Altijd leuk, zo’n kraamcadeautje.


15.

Shirley verbaast zich erover wat mensen allemaal over zichzelf prijsgeven op het internet. Ze zit in een internetcafé in Delft en binnen vijf minuten heeft ze gevonden waar ze naar op zoek was. Monique Sonneveld heeft op Hyves haar eigen pagina. Nieuwsgierig bekijkt Shirley de profielfoto. Mooie meid, die Monique. De Hyves van Monique staat gewoon openbaar, dus Shirley kan naar hartelust rondsnuffelen. Ze kijkt bij de vrienden. Verreweg de meeste komen uit Amsterdam. Interessant. Daaruit kan ze dus wel de conclusie trekken, dat Monique daar heeft gewoond. Ook blijkt uit de krabbels dat Monique heel lang heeft moeten rusten tijdens haar zwangerschap. De laatste krabbels zijn felicitaties met dochter Lisa. Zo heet de kleine meid, dus. Ook die informatie had ze nodig.
Maar nog steeds heeft Shirley niet alles gevonden waar ze naar op zoek is. Ze leest, terwijl ze haar koffie drinkt, de krabbels door, en als uit een krabbel blijkt dat het om een collega gaat, schrijft ze de naam in een kladblokje dat naast haar ligt. Dan ziet ze, dat een van de collega’s van Monique lid is van de Rabobankhyves. Goed zo. Ze zoekt via google naar de filialen van de Rabobank in Delft. Dat is makkelijk. Shirley verwachtte veel filialen, maar ze kan er maar eentje vinden. Op goed geluk dan maar. Ze haalt haar mobiele telefoon uit haar zak, en toetst het nummer in. “Rabobank, met Claudia, waarmee kan ik u van dienst zijn?” Shirley noteert onmiddellijk de naam.  “Ja, goedendag, ik ben op zoek naar Monique Sonneveld,” zegt ze, en ze wacht gespannen het antwoord af. “Mevrouw Sonneveld is helaas niet aanwezig. Kan ik u misschien helpen?” “Nee, het heeft geen haast. Ik bel wel een andere keer,” antwoordt Shirley en ze verbreekt meteen de verbinding, staat op, en rekent de koffie en het internetten af.

In de auto bekijkt ze het lijstje goed. Ze moet die namen goed in haar hoofd zien te prenten.

Een half uurtje later stapt ze de Rabobank binnen. Ze heeft even moeten zoeken, maar ze heeft nog tijd zat. Voorlopig liggen Monique en de kleine Lisa nog te rusten. Misschien ligt Michael ook wel een dutje te doen. Gezellig, in het grote bed, met de baby tussen hen in. Shirley grijnst even. Die Michael kan z’n borst natmaken! Er komt een man naar haar toe. “Kan ik u misschien helpen?” vraagt hij vriendelijk. Shirley meent hem te herkennen van een van de foto’s die ze heeft gezien op de Hyves van Monique, maar ze weet het niet helemaal zeker. Ze waagt het er maar op. “Ja, ik zou graag een bankrekening willen openen voor een pasgeboren baby. Kan dat?” De man knikt. “Jazeker, komt u maar even mee.” Even later loopt ze voor hem uit een kamertje binnen. Er staat een bureau met een computer erop. “Laat ik mij eerst even voorstellen: Paul Heersma.” Shirley noemt haar echte naam. Dat zal wel moeten, anders kan ze zich straks niet legitimeren als ze de bankrekening opent.
Maar ze weet nu zeker, dat ze de naam Paul eerder gezien heeft vandaag. Ze begint enthousiast te vertellen. “Ja, een vriendin van mij is pas bevallen. Het leek me leuk om een bankrekening voor haar dochtertje te openen.” Paul knikt vriendelijk. Dat is natuurlijk ook een leuk en origineel kraamcadeautje. “Mag ik de naam van de nieuwe wereldburger?” Hij kijkt Shirley vragend aan. “Lisa Sonneveld,” antwoordt Shirley. Paul kijkt verrast. “Wat leuk! U bent een vriendin van Monique?” “Ja, wij zijn in Amsterdam veel met elkaar opgetrokken, maar het laatste jaar zijn we elkaar een beetje uit het oog verloren,” liegt Shirley glashard. "Wat grappig, dat jij haar ook kent!" Paul glimlacht. "Ze is mijn collega, maar we zijn ook goede vrienden." Shirley doet alsof ze erg verbaasd is. “Maar wat toevallig, ik wist wel dat ze bij een Rabobank werkte, maar niet dat ze hier werkt, ik ben hier zomaar naar binnen gestapt! Jullie moeten haar al wel een tijd missen, hè?” Paul knikt. “Wil je koffie?” Zonder dat hij er erg in heeft tutoyeert hij haar. Prima, het had niet mooier kunnen gaan dan nu. Even later komt hij terug met twee bekers koffie. Shirley heeft ondertussen bedacht dat ze hier niet te lang moet blijven praten met Paul, want anders verraadt ze zichzelf. Maar de vraag kan niet uitblijven. “Waar kennen jullie elkaar van?” vraagt Paul, terwijl hij de koffie voor haar neerzet. Shirley weet niet hoelang Paul Monique al kent, dus is ze op haar hoede. “Van de sportschool,” zegt ze kort. Kennelijk is Paul niet verbaasd. “O, wat leuk,” reageert hij. Shirley gooit het gesprek over een andere boeg. “Hebben jullie het al die tijd zonder Monique kunnen stellen?” vraagt ze, terwijl ze een slok van haar nog hete koffie neemt. “Ja, we hebben een goede vervangster gevonden. Maar ik ben blij als Monique weer terug is, want het is veel gezelliger met haar erbij. “Volgens mij heb ik die vervangster aan de telefoon gehad,” zegt Shirley langs haar neus weg. “Ik heb even gebeld voor ik hierheen kwam, om te kijken of jullie open zijn. Heet ze niet Claudia?” Paul knikt. “Ja, klopt. Claudia vervangt Monique al maanden, en zal de hele zwangerschapsverlof van Monique nog hier blijven werken.” Shirley kijkt op haar horloge en doet alsof ze schrikt. “Jeetje, zo laat al? Zullen we het gauw afhandelen, anders kom ik straks nog onder etenstijd op kraamvisite!”
Een kwartiertje later loopt Paul met haar mee tot de deur. “Doe vooral mijn hartelijke groeten aan Monique, en zeg maar, dat ik deze week nog een keertje bij haar en Lisa kom kijken,” zegt hij. Shirley glimlacht naar hem, bedankt hem hartelijk en geeft hem een hand.
Met een triomfantelijk gevoel stapt ze even later weer in haar auto.
Klokslag half 4 stapt ze het huis van Michael binnen.

Michael rijdt zijn woonwijk in en zoekt een parkeerplaatsje zo dicht mogelijk bij huis. De kofferbak staat vol met boodschappen, en hij heeft geen zin om daar ver mee te moeten sjouwen. Het is een dure week. Al die visite, de koffie en beschuit met muisjes zijn niet aan te slepen. En het is allemaal ook knap vermoeiend. Maar ach, hij mag niet klagen. Voor het zelfde geld had hij nu radeloos bij zijn ouders op de bank gezeten, omdat Monique hem de deur gewezen had. Het is gelukkig allemaal met een sisser afgelopen. De eerste paar dagen had ze er nog last van gehad, dat hij niet bij de bevalling aanwezig was geweest, maar het moederschap overweldigt haar zo, dat ze er niet heel lang bij stil heeft gestaan. En als straks de rust is weergekeerd in huis, dan is hij voorbereid op alle vragen die ze maar mocht stellen. Dat je met pech langs de weg komt te staan met een nieuwe vrachtwagen is natuurlijk bijna ondenkbaar, maar die vraag heeft Monique hem nog niet gesteld. Zijn antwoord zal zijn: “De truck stond niet goed afgesteld, een kinderziekte. Gebeurt wel vaker.” Misschien dat vrouwen zo’n smoes pikken. Hij zelf had het nooit geloofd. Van Shirley heeft hij gelukkig geen last meer gehad. Zij heeft het bij het ene telefoontje naar zijn baas gelaten. Voortaan moet hij maar beter oppassen, die wijven zijn geen van allen te vertrouwen.
Kijk, daar komt net een plek vrij, dat is mooi. Een busje rijdt weg van een parkeerplaats vlak bij het huis van Michael. Hij wacht rustig tot de bus naar achteren is gereden. Op het moment dat hij achteruit wil inparkeren, slaat zijn hart een slag over. Dat kan toch niet? Hij zet de auto neer op de parkeerplaats en stapt met bonkend hart uit. Kom op! Er rijden wel meer van dit soort autootjes rond! Hij kijkt naar de kentekenplaat van de auto en herinnert zich het gesprekje met Shirley toen hij haar weer afleverde op de parkeerplaats van het benzinestation. “Wat vind je van mijn truck?” had ze lachend gevraagd. “Dit is nou mijn trots!” “Leuk bakkie hoor,” had hij waarderend geantwoord. “Zeker voor een auto van meer dan tien jaar ziet hij er nog prima uit.”
”Hoe weet je nou de leeftijd van de auto?” had Shirley stomverbaasd gevraagd. Hij had haar uitgelegd, dat je dat aan de letter – en cijfercombinatie van het kenteken kan zien. “Nooit geweten,” had Shirley geantwoord.
Het is de auto van Shirley. Zonder twijfel. Allerlei angstige vermoedens gaan door zijn hoofd. Op dit moment zit dat kutwijf aan zijn vrouw te vertellen, dat hij niet die trouwe echtgenoot is die zij denkt te hebben. Maar hij gaat echt niet naar binnen, nu. Voor geen goud. Michael stapt in zijn auto, en rijdt naar het industrieterrein. Op een verlaten plek parkeert hij de auto. Daar legt hij zijn hoofd op het stuur en huilt als een kind.

“Hallo! Ik ben Claudia, je vervangster!” Monique drukt ietwat verbaasd de uitgestoken hand van Shirley. “Ik was inmiddels zó benieuwd naar de vrouw die ik al maandenlang vervang, dat Paul tegen me zei: “Nou, dan ga je toch even langs! Vindt Monique hartstikke leuk hoor, en dan kan je meteen het cadeautje van het personeel geven!” Nou wat stom, vergeet ik je helemaal te feliciteren, van harte, en namens al je collega’s krijg je dit cadeau.”
“Nou, wat leuk,” reageert Monique spontaan, als ze over haar verbazing heen is. “Een spaarbankboekje voor Lisa!” zegt ze blij tegen de kraamverpleegster, die net binnen komt met koffie en beschuit met muisjes. “Een toepasselijk cadeau,” lacht de zuster. “En wat een bedrág!” zegt Monique met blos van verrassing op haar wangen. “Dankjewel! En wil je iedereen bedanken?” Shirley knikt. “En laat die kleine meid nou eens goed zien,” zegt ze, terwijl ze op het kleine pakketje dat naast Monique in bed ligt, wijst. “Ik ben dól op baby’s.”
Monique pakt haar baby liefdevol op. Shirley buigt zich naar het kindje toe en streelt met haar wijsvinger het zachte wangetje. “Wat een prachtig kindje,” zegt ze zachtjes, “ik geloof niet, dat ik ooit zo’n mooi kindje gezien heb.” Monique smelt van die woorden. “Wil je haar misschien even vasthouden?” “Mag dat? O, dat zou ik geweldig vinden!” Voorzichtig verhuist de kleine meid van Moniques arm naar die van Shirley.

Michael heeft zijn tranen gedroogd en zit wazig voor zich uit te staren. Hoe lang zit hij hier nu al? Hij kijkt op zijn horloge. Het valt mee, het is nu vier uur. Maar Monique zal zich wel afvragen waar hij blijft met de boodschappen. Hij durft niet zomaar naar huis. Ook moet hij een verklaring bedenken, waarom hij zo laat is. Eerst wil hij haar stem horen. Misschien gelooft ze geen woord van wat Shirley heeft gezegd. Of heeft Shirley toevalligerwijs vrienden die in hun woonwijk wonen.
Hij toets het vertrouwde nummer in. “Met Monique,” hoort hij de opgewekte stem van zijn vrouw zeggen. “Hee moppie, met mij,” antwoordt hij. “Wat blijf je lang weg, lukt het allemaal met de boodschappen?” Ze klinkt net als anders. “Ik ben even naar de garage gereden, de auto maakte zo’n gek geluid. Ze konden het meteen repareren, het was iets met de kogellagers.” “O, nou gelukkig maar dat het niks duurs is. Dat kunnen we nu niet gebruiken.”
“En? Heb je veel visite?” vraagt Michael langs zijn neus weg. “Nee, alleen een collega van mijn werk,” antwoordt Monique. “Claudia, zij heeft mij al die tijd vervangen.” De opluchting is groot bij Michael. “Ik kom zo snel mogelijk naar huis,” zegt hij hartelijk. “Dag meisje van me!”

Michael heeft de boodschappen in de keuken gezet. “Ik ruim ze wel op, ga jij maar naar je gezinnetje en de visite,” bonjourt de kraamhulp hem de keuken uit. “Neem je wel even je eigen beker koffie mee naar boven?” Michael loopt voorzichtig de trap op, om maar geen koffie te morsen. Hij voelt zich zo licht als een veertje. De auto, waarvan hij dacht dat hij Shirley toebehoort, staat nog steeds op de parkeerplaats, maar hij zal zich toch wel vergist hebben. Er rijden honderden van dit soort auto’s rond, en hij weet het kentekennummer natuurlijk ook niet letterlijk uit zijn hoofd.
Hij duwt de deur van de slaapkamer die niet helemaal dicht zit verder open. Hij ziet zijn vrouw in bed zitten. Ze kijkt glimlachend naar hem op. Dan ziet hij de vrouw op de stoel. Ze heeft zijn kind in haar armen en kijkt hem met een uitdagende blik aan.
De beker koffie glijdt uit zijn hand, valt luid rinkelend in scherven op de houten vloer, en de koffie spat alle kanten op.

16.


“Wat hebben we veel bloemen, hè?” zegt Monique blij, terwijl ze voorzichtig op de bank gaat zitten. Ze trekt haar badjas iets dichter om zich heen. “Heb je het koud?” vraagt Michael direct bezorgd. “Een beetje, maar ik kom natuurlijk uit een warm bed,” antwoordt Monique. Zijn bezorgdheid doet haar goed. Wat is hij toch lief voor haar. Ze kijkt met een glimlach om haar mond de kamer rond. Het ziet er schoon en gezellig uit. De kraamverpleegster en Michael doen alles wat in hun macht ligt om haar een fijne kraamtijd te bezorgen. Voor het raam hangt een roze slinger met daarop de tekst: “Hoera! Een meisje!” en dwars door de huiskamer hangt een waslijntje met allemaal kleine kleertjes eraan. In de slaapkamer hangen alle kaarten die ze hebben ontvangen. Een echt kraamhuis. Zo had ze het zich voorgesteld.
“Wil je koffie?” vraagt Michael. “Ja, en een kus,” zegt Monique. Die krijgt ze, en even later staat er een dampend kopje koffie voor haar neus. De beschuit met muisjes heeft ze geweigerd, die komen nu zo langzamerhand haar neus uit. Door de babyfoon horen ze de baby die wakker wordt. “Ach, wil jij haar anders even halen? Ze is nog nooit beneden geweest,” zegt Monique vertederd. Michael knikt. Hij gaat naar boven en even later overhandigt hij haar het kleine pakketje. “Wat goed, dat je aan de omslagdoek gedacht hebt,” zegt Monique bewonderend. “Je bent al een echte papa, hè!” Ze kijken samen naar hun dochter. “Ik kan er geen genoeg van krijgen, uren kan ik kijken naar dat mooie koppie,” zegt Monique. “Ik ook. Maar nu wil ik even tv kijken, vind je het erg?” Nee, ze vindt het niet erg. Zelf heeft ze momenteel geen ruimte in haar hoofd voor tv, boeken, of wat ook maar. Alleen bladen over baby’s kunnen haar op dit moment boeien. Het is heerlijk, om in zo’n klein wereldje te leven; alles draait om Lisa, haar en Michael, en dat voelt goed. “Voel je je trouwens weer helemaal oké?” vraagt ze. Michael kijkt op van de tv-gids. “Hoe bedoel je?” “Nou, ik schrok vanmiddag best, toen jij ineens je koffie liet vallen! Je zag eruit als een lijk!” Michael haalt zijn schouders op. “Ik was gewoon even duizelig, en geschrokken, omdat ik even de angst had, dat ik achterover van de trap zou vallen. Gelukkig kon ik mijn evenwicht bewaren, maar ik was nog heel duizelig toen ik de slaapkamer binnenkwam, en toen ging de koffie over de vloer… Zo, en geef die mooie dochter maar gauw even aan mij, want anders zie ik jouw koffie zo nog over haar heen gaan, daar moet ik niet aan denken.” Het valt Monique niet op, dat Michael handig van onderwerp probeert te veranderen. Ze overhandigt Lisa aan Michael en kijkt tevreden toe, hoe handig hij al met haar omgaat. Wat lijkt Lisa piepklein, als ze in zijn armen ligt!

Michael kijkt wat afwezig naar “Blik op de weg.” Hij doet het meer om zich een houding te geven. Af en toe kijkt hij naar het kleine gezichtje van zijn dochtertje, dat daar vol overgave en vertrouwen op zijn arm ligt te slapen. Kon hij maar zo ontspannen zijn. Maar daar heeft hij geen enkele reden toe. Het verbaast hem, dat Monique niet aan hem lijkt te merken hoe ontzettend nerveus hij is. Hij kon bijna geen hap door zijn keel krijgen, vanavond. Het lijkt alsof een baksteen zich permanent in zijn maag genesteld heeft. Hij is bang. Bang, om zijn vrouw en dochtertje te verliezen.
Nog nooit is hij zó geschrokken als vanmiddag. Shirley, van wie hij gehoopt had nooit meer iets te vernemen, met zijn dochter op schoot in zijn slaapkamer naast het bed van zijn vrouw. Ze had hem zelfs nog geholpen om de koffie weer op te ruimen. “Grappig, om op zo’n manier kennis te maken met je man,” had ze tegen Monique gezegd. Monique had ze aan elkaar voorgesteld. “Mike, dit is Claudia, mijn vervangster.” “Vervángster?” had hij schaapachtig herhaald. “Ja, zij doet mijn zwangerschapsverlof. Ze kwam een cadeautje namens de bank brengen. Een spaarrekening met een geldbedrag. Aardig hè?” In opperste verbazing had hij Shirley aangekeken. Wat voerde dat wijf toch in haar schild?
Shirley was opgestaan. Mooi zo, opgepleurd met dat mens. Michael had meteen haar voorbeeld gevolgd. “Nee, blijf maar zitten, ik moet alleen even naar het toilet.” Shirley had vriendelijk geglimlacht, maar het kwam op Michael over als een sardonische grijns. “O, beneden, links bij de voordeur,” had Monique hulpvaardig gewezen. Gelukkig was Shirley niet lang meer gebleven. “Ik kom gauw weer eens bij je kijken,” had ze Monique beloofd, terwijl ze haar drie zoenen gaf, alsof ze elkaar al jaren kenden. “Volgens mij klikt het wel tussen ons!”

Michael had iets gemompeld over boodschappen die hij nog uit de auto moest halen, en liep met Shirley mee naar de auto. Daar keek hij schichtig om zich heen. In zo’n woonwijk moest je ook uitkijken, want de buren zagen alles. “Waar ben je mee bezig?” had hij gesnauwd, terwijl hij voor het oog van de buitenwereld zijn kofferbak openmaakte. “Voorlopig alleen maar geld. Ik heb een rekening geopend voor je mooie dochter. Meteen maar geld op gezet, maar ik ben de beheerder. Je vrouw was heel enthousiast, en heeft meteen besloten om elke maand automatisch geld voor jullie dochter te sparen. Dat komt mooi uit. Jij mag er ook af en toe wel wat op storten. En als het te weinig is, dan kom ik gezellig weer eens buurten. Ik zou wel steeds het bedrag aanvullen dat ik eraf haal, want Monique is niet dom. Ze zal regelmatig kijken naar de transacties. Maar goed, dat is jouw probleem.” Ze wilde in haar auto stappen, maar Michael had haar tegengehouden. “Monique komt er toch wel achter, dat jij niet haar vervangster bent,” had hij wanhopig gezegd. “Dus je kunt me chanteren, maar dat jij Claudia niet bent, dat gaat ze vroeg of laat ontdekken.” Shirley had geknikt. “Ja. Dat is waar. Maar ze kan er beter achter komen dat ik Claudia niét ben, dan wie ik wél ben. En dat is aan jou.”
Even later was ze, nagestaard door Michael, de woonwijk uitgereden.

De telefoon gaat. Michael schrikt. “Wat is er toch met je? Het is alleen maar de telefoon, hoor!” zegt Monique, terwijl ze haar arm uitstrekt naar het tafeltje naast de bank om de telefoon op te pakken.
“Hee, Paul!”

“Prima, ze ligt heerlijk te slapen bij haar papa”.

“Ja, ik heb inderdaad bezoek gehad vanmiddag. Maar daar wist jij alles van, grapjas! Wat een geld, echt super!”

“Wat bedoel je? Vriendin? Nee, Claudia is vanmiddag geweest, om namens het team een spaarbankboekje voor Lisa te overhandigen. En wat een bedrág! Wat zeg je?”

“Wat gek! Hoe heette ze dan? Shirley? Ik kén helemaal geen Shirley!”

“In Amsterdam heb ik nooit een vriendin gehad die Shirley heette, en ik heb nooit op een sportschool gezeten, wat gek allemaal…”

Ja, klopt. Zo zag ze eruit. Maar ze stelde zich voor als Claudia, mijn vervangster. En dat geld heb ik dus niet van jullie gekregen? Hoe…”

“Ja, oké, vraag jij daar na hoe het zit, dan probeer ik er ook achter te komen. Wat een rare situatie.”

Stomverbaasd legt Monique de telefoon neer. “Paul heeft vanmiddag bezoek gehad van een vriendin van mij, die een rekening voor Lisa wilde openen. Claudia heeft gewoon de hele middag op de bank gewerkt. Van het team krijgen we nog een cadeau, maar dat spaarbankboekje is dus niet van de Rabobank afkomstig. Vind je het niet vreemd?” Een beetje angstig kijkt ze Michael aan. “Dat is inderdaad heel vreemd,” beaamt hij. “Dus die dame van vanmiddag was niet die Claudia, die nu jouw werk doet?” “Nee, schijnbaar niet. Er klopt niets van haar verhaal. Wat gek!”

Veel tijd om er over na te denken wordt ze niet gegund. Lisa laat op luidruchtige wijze merken dat ze honger heeft. Na het voeden besluit Monique om haar bed weer op te zoeken, het valt toch nog tegen om ’s avonds zo lang op te zijn. Morgen gaat ze wel weer nadenken over die rare Claudia alias Shirley. Nu wil ze slapen.

Michael blijft in verwarring achter. “Nog even tv kijken, dan kom ik ook,” heeft hij Monique beloofd. Dan gaat weer de telefoon. Voordat Monique de kans krijgt om boven op te nemen, heeft Michael het ding al in zijn hand. “Met Michael,” zegt hij. Gelukkig. Het is de kraamverpleegster.
“Hallo Michael, met Marleen, sorry, dat ik je nog lastigval op de late avond, maar er is iets vervelends gebeurd. De sleutels van jullie huis, die je mij gegeven hebt, zijn verdwenen uit mijn jaszak. Ik leg ze altijd meteen als ik thuiskom op het tafeltje in mijn gang, maar ik heb ze niet meer. Ik heb overal gezocht, mijn tas binnenstebuiten gekeerd, zelfs. En ik weet zeker, dat ik ze in mijn jaszak had.Wil jij even kijken, of ze misschien nog bij jullie liggen?”
“Maak je maar geen zorgen,” zegt Michael opgelucht. Is dat alles? Hij voorzag al nieuwe problemen. “Ik ga even zoeken, en dan bel ik je even terug. Is dat goed?”
Michael begint te zoeken, en vraagt ook aan Monique, of zij de sleutels misschien heeft gezien. Maar zij weet ook van niets. “Ach joh, die komen wel weer boven water. Dan geef je Marleen morgen maar mijn sleutels, en dan moet je haar morgenochtend maar binnenlaten.”

De sleutels worden niet gevonden.


17.

“Zo jongen, heb je er weer een beetje zin in?” Martijn klimt de vrachtwagen van zijn chauffeur in en neemt plaats op de bijrijderstoel. Michael is zich vast aan het voorbereiden voor maandag. Dan zal hij zijn werk hervatten. Maar zijn enthousiasme is ver te zoeken. Hij zucht diep. Martijn kijkt hem bezorgd aan. “Hoe gaat het nou, tussen jou en Monique?” wil hij weten. “Ja, tussen ons gaat het prima. We genieten erg van de kleine meid,” antwoordt Michael. Martijn kijkt hem met een vorsende blik aan. “Je ziet er nou niet bepaald relaxed uit. Vertel op.” Even aarzelt Michael. Maar als hij met iemand kan praten, dan is het wel met Martijn. Bovendien weet zijn baas natuurlijk al een en ander over zijn problemen.

“Je hebt me aangeraden om alles op te biechten aan Monique, maar dat kan ik echt niet. Zij zal het verschrikkelijk vinden. Helemaal als ze hoort dat ik aan het vreemd gaan was, terwijl zij me probeerde te bellen omdat de bevalling was begonnen.”
Martijn knikt. Hij begrijpt het wel.
“Nou jongen, zie dit dan als een goede leer voor de volgende keer. Je hebt een stomme fout gemaakt, die maak je nooit meer. Vergeten dat wijf, en verder met je leven.”
Somber schudt Michael zijn hoofd. “Dat zal niet gaan. Want zij laat mij niet met rust. Ze heeft jou laatst toch gebeld, dat ze geld wilde zien?” Martijn knikt bevestigend. “Nou, ze heeft zich aan haar woord gehouden.” En dan vertelt Michael over haar ‘kraambezoek’ en dat ze zich had voorgedaan als de vervangster van Monique. “Wel een héél dubbelzinnige betekenis, in haar geval. Vervangster,” huivert Martijn. “Wat een griezel, dat wijf.”
Dan klaart zijn gezicht op. “Eigenlijk is het dan toch kat in 't bakkie voor jou?” zegt hij, terwijl hij Michael een klap op zijn schouder geeft. “Dat wijf heeft zelf al laten zien dat ze niet spoort. Ze heeft zich als iemand anders voorgedaan, dus nu kan je aan Monique vertellen, dat Shirley door jou geobsedeerd is geraakt, dat je je mobieltje had laten liggen bij het benzinestation waar die trut werkt, en dat ze zo achter allerlei privé-gegevens van jou is gekomen. Door in jouw telefoon te snuffelen. En dat ze je nou gaat lopen chanteren, door net te doen, alsof jullie seks hebben gehad met elkaar. Wie gelooft haar nog, als ze als Claudia bij jullie is binnengekomen met een zogenaamde spaarrekening namens de bank?”
Michael moet tegen wil en dank toch lachen. Wat is die Martijn toch een moordgozer. Zelf zo monogaam als wat, dolgelukkig met zijn vrouw en kinderen, en hem dan toch nog willen helpen. Alleen: hij weet nog niet het hele verhaal.

Monique kijkt tevreden naar haar slapende dochtertje. Ze voelt zich trots. Voor het eerst is ze alleen thuis met Lisa. De kraamverpleegster heeft aan het begin van de week afscheid genomen, maar Michael was de hele week nog thuis. En haar moeder is gisteren geweest om alle was weg te werken, te koken voor haar, zodat ze volgende week gewoon elke dag een portie eten uit de vriezer kan halen, en om even de puntjes op de i te zetten in huis. Michael had wel geprotesteerd, maar dat was meer voor de vorm. Ook hij vindt het een fijn idee om Monique verzorgd achter te laten.

En nu heeft Monique haar kindje lekker in bad gedaan, haar in een schoon bedje gelegd, zelf gedouched en zich voor het eerst weer wat opgemaakt. Helaas past ze nog niks van haar gewone kleding, er moeten nog heel wat kilootjes vanaf, maar ze ziet er best leuk uit in een legging met een lange blouse eroverheen. Ze heeft haar lange haar opgestoken, en begint zich weer een beetje ‘de ouwe Monique’ te voelen.
Michael is naar de zaak om alles vast klaar te leggen voor maandag. Hij wilde zijn bed vast opmaken, de boodschappen in de kastjes doen, en checken of zijn Scania rijklaar is.
Ze vindt het prima. Het is goed, dat het leven weer zijn normale loop zal krijgen. Zo zoetjesaan begint Monique ook weer wat meer interesse te krijgen in de dingen om haar heen. Hoe veilig en goed het ook voelde, dat kleine wereldje waarin alles om haar en de baby draaide, Monique vindt het ook fijn om uit te vinden hoe het nou is om moeder te zijn zonder kraamverpleegsters, familieleden en vriendinnen met kinderen, die allemaal – hoe goedbedoeld ook – steeds weer met allerlei tips komen. Michael is er ook wel weer aan toe om aan het werk te gaan. Hij heeft het niet laten merken, maar Monique is natuurlijk niet gek. Ze heeft best gemerkt hoe ongedurig hij de laatste dagen is. Hij heeft zijn best gedaan. Niet één keer heeft hij het erover gehad, dat hij graag weer aan het werk wilde gaan, en daar is ze hem ook dankbaar voor. Ze wil nog niet te vroeg juichen, maar heeft wel het gevoel dat het ouderschap hen dichter bij elkaar heeft gebracht.
Lisa heeft een lachstuipje. Monique moet er om lachen. Ze rukt zich los van het bedje. Uren kan ze naar haar dochter kijken. Maar nu moet Lisa lekker slapen en heeft zij even tijd voor zichzelf. Neuriënd loopt ze de trap af, naar de keuken, waar ze een lekker kopje koffie voor zichzelf gaat zetten. Dat heeft ze wel verdiend!

Shirley ligt languit op de bank. Een studieboek ligt op haar buik. Ze heeft al veel pogingen ondernomen om zich in haar studie te verdiepen, maar het lukt niet. Haar gedachten zijn constant bij Michael. Ze wordt heen en weer geslingerd tussen allerlei gevoelens. Dat wil ze niet. Ze wil hard zijn. Tot nu toe hebben mannen haar alleen nog maar bedrogen. Op een of andere manier valt ze altijd op foute mannen. Is dat haar schuld? Nee, ze heeft inmiddels genoeg kennis in huis om te kunnen constateren dat het in haar jeugd al mis is gegaan. Haar ouders waren nou niet bepaald een lichtend voorbeeld. Haar psychologiestudie geeft haar ook steeds meer inzicht in haar eigen functioneren.
Toch heeft haar kraambezoek aan Monique haar aan het twijfelen gebracht. Ze had van te voren het idee dat ze Monique onmiddellijk zou haten zodra ze haar zou ontmoeten, maar dat was niet zo. Ze had zich juist verwant gevoeld met Monique. Zaten ze eigenlijk niet in hetzelfde schuitje? En dan was Monique ook nog getrouwd met de man die haar bedroog, en was ze ook bevallen van zijn kind. Bovendien bleek Monique een erg lieve en hartelijke meid te zijn.

Tijdens de kraamvisite was ze expres even naar het toilet gegaan, omdat ze zo woest was geweest op Michael. Wat was hij geschrokken, toen hij haar zag! En wat was hij opgelucht, toen hij hoorde dat zij de vervangster van Monique was. De vervangster. Zo voelde ze zich ook. Zijn vrouw had niet meer aan zijn behoeften kunnen voldoen, hoogzwanger dat ze was, en toen was Shirley goed genoeg geweest voor hem. Schandalig. Wat een ontzettende hufter. Om al die gevoelens te verbergen, was ze naar het toilet gegaan. In de gang, op een plankje, had ze een sleutelbos zien liggen. Zonder bewuste plannen had ze de sleutelbos gepakt en in de zak van haar jas, die aan de kapstok hing, gestopt. Later zou ze wel zien, wat ze met die sleutels zou gaan doen.

Het was haar niet in de koude kleren gaan zitten om Michael weer te zien. Deze man had maandenlang haar gedachten beheerst, helemaal in de tijd, dat ze hem ineens niet meer zag. Het had haar pijn gedaan, om te zien, hoe lief hij was voor zijn vrouw, hoe trots hij was op zijn dochtertje. Als Monique er niet was geweest, dan had zij dat gelukkige leventje kunnen hebben met Michael.
O, wat was het vanzelfsprekend geweest om met hem mee te gaan, om met hem te vrijen. Gelukkig had ze niet helemaal haar verstand verloren. Ze had een paar keer gezinspeeld op een eventuele vrouw in zijn leven, maar hij had hardnekkig ontkend. “Er is momenteel maar één vrouw in mijn leven, en dat ben jij,” had hij gezegd, en toen had hij haar hartstochtelijk gekust.
Na het vrijen, toen ze naakt en bezweet tegen elkaar aan hadden gelegen, had zij het nog een keer gevraagd. “Ben ik echt de enige vrouw in je leven?” Michael had haar verliefd aangekeken en het puntje van haar neus gekust. “Ja. Er is niemand anders.”

Michael heeft alles aan Martijn verteld, zonder ook maar iets achter te houden. Martijn krabt zich eens op zijn hoofd en zucht diep. “Man, hier ga je nooit uitkomen. Dat loeder heeft echt alle troeven in handen. Maar hoe kon je dat goedvinden? Ik snap er echt geen reet van. Ze heeft jullie dus gewoon gefílmd?”
Michael knikt somber. “Ja. Ze vroeg me voor de zoveelste keer, of zij echt de enige vrouw was in mijn leven. Wat moest ik zeggen? “Nou nee, ik ben getrouwd en mijn vrouw kan ieder moment bevallen van ons kind?”" Martijn, ze was zó achterdochtig, ik denk, dat ze al heel wat pech heeft gehad in haar leven met mannen. We waren klaar met vrijen, zeg maar, lagen nog spiernaakt tegen elkaar aan, en zij pakte haar mobieltje. Toen ik probeerde om haar tegen te houden, had ze iets van: “Als ik de enige vrouw in jouw leven ben, dan vind je het ook niet erg dat ik een paar foto’s van ons maak. Om vanavond in bed nog even na te kunnen genieten.” Ze heeft ons eerst samen gefotografeerd, en daarna, heel langzaam, van top tot teen gefilmd, en mij voor ‘de camera’ nog eens laten zeggen, dat zij de enige vrouw in mijn leven is. En ik heb het nog gedaan ook.”



18.

Voor de zoveelste keer pakt Shirley haar mobieltje van de salontafel en kijkt naar het schermpje. Ze aarzelt. Zal ze het doen of niet? Maar waarschijnlijk denkt hij, dat ze alleen maar kwade bedoelingen heeft. Of wil vragen of hij al geld gestort heeft op de spaarrekening die zij geopend heeft voor zijn dochter. Hij zal haar vast niet geloven, als ze zegt, geen kwaad meer in de zin te hebben, dat ze spijt heeft van haar chantagepraktijken, en dat ze het zo erg vindt dat door al zijn leugens en door haar reactie daarop hun mooie romance een snelle dood is gestorven. Ze wil hem zeggen, dat ze het filmpje op haar mobieltje verwijderd heeft. Om hem te bewijzen, dat ze niks kwaads meer van plan is. Maar voor hetzelfde geld denkt hij, dat ze het filmpje allang op de harde schijf van haar computer heeft staan. Hij is niet gek, natuurlijk. Maar dat is echt niet zo. Ze heeft het daadwerkelijk weggegooid.
Lang heeft ze nagedacht over de gebeurtenissen van de laatste weken. Over haar reactie op het ontdekken van de waarheid. En wat het haar uiteindelijk heeft opgeleverd. Niets. Ze is Michael kwijt, en het al zou het haar gaan lukken om hem wat geld uit zijn zak te kloppen, wat heeft ze daar uiteindelijk aan? Ze had gehoopt dat ze nu de man had gevonden die voor haar zou gaan. Die haar op handen zou dragen. Nu heeft ze haar glazen behoorlijk ingegooid. Had ze nou maar goed nagedacht over de gevolgen van haar handelen. Dan had een charmeoffensief uiteindelijk beter gewerkt. Misschien had Michael dan zelf op den duur wel voor haar gekozen. Het was niet voor niets, dat hij zo stapelgek op haar was geworden. Het zou best zo kunnen zijn, dat de relatie tussen hem en Monique helemaal niet zo goed ging. Dat Monique stiekem de pil had laten staan, zodat ze zwanger zou raken van Michael. Misschien wilde hij helemaal geen kind! En dat hij dan nu alsnog de verantwoordelijkheid nam voor zijn gezin, viel eigenlijk wel in hem te prijzen. In een ongelukkig huwelijk blijven zitten, omdat er een kindje op komst was.
En toen was Michael haar tegengekomen. Zij hadden het beiden geweten: wij zijn voor elkaar bestemd. Dat had hun onstuimige vrijpartij in de vrachtwagen ook wel bewezen. Zowel voor hem als voor haar had het gevoeld als thuiskomen.
Wat een rotstreek van die Monique. Weten, dat je man eigenlijk niet meer van je houdt, dat hij een fout heeft begaan door met je te trouwen – want dat trouwen het idee van Monique is geweest, staat voor Shirley buiten kijf – en dan snel zorgen dat je zwanger raakt. Bah. Wat een lage rotstreek.
Hoe langer Shirley erover nadenkt, hoe stelliger zij er van overtuigd is, dat niet Michael, maar Monique de boosdoener is in het verhaal. Want Michael hoort bij Shirley, en niet bij Monique.

“Met Michael.”
“Michael, hang niet op, met Shirley…”

“Michael? Ben je er nog?”
“Ja. Wat wil je?”
“Ik hoop dat je me gelooft. Maar ik heb heel veel spijt van wat ik gedaan heb. Echt waar. Ik wil er niet mee doorgaan.”
“Waar wil je niet mee doorgaan?”
“Met jou chanteren. Ik meen het echt.”
“Dit gesprek wordt zeker opgenomen? Ik trap er echt niet in, Shirley.”
“Nee, echt niet! Je moet me geloven. Ben je aan het werk?”
“Ja, vandaag weer voor het eerst. Hoezo?”
“Ik ben ook aan het werk. Laten we anders wat afspreken, toe, alsjeblieft? Ik ben de hele dag in de koffieshop van het benzinestation te vinden. Dan weet je zeker, dat ik niks van plan ben. Het filmpje heb ik ook weggegooid. Je moet me geloven!”
“Ik zal kijken.” Michael hangt op. Een frons verschijnt boven zijn ogen. Wat nou weer? Hij vertrouwt het niks. Misschien moet hij Martijn maar eens raadplegen.
Martijn weet ook niet goed, wat hij hiermee aan moet. “Praten kan geen kwaad, maar als ze haar zinnen op jou heeft gezet, sta je dan wel voor jezelf in?” “Dat weet ik wel zeker!” reageert Michael verontwaardigd. “Ik wil niks meer met dat wijf te maken hebben. Zelf snap ik al niet eens meer wat ik in haar zag.” Martijn waarschuwt hem om heel voorzichtig te zijn en Michael belooft het.
Een uur later neemt hij de afslag van het benzinestation.

Monique heeft net Lisa in haar bedje gelegd, als de bel gaat. Leuk, dat zal Ivy zijn. Ze heeft voor deze week een paar kraambezoeken  afgesproken. Gezellig, het is toch al wennen, eerst de kraamverpleegster weg, en nu Michael weer aan het werk. Op deze manier heeft ze af en toe toch gezelschap, en kan ze praten over dat waar haar hart van overloopt: Lisa. Ze loopt de trap af en doet de voordeur open. De twee vrouwen begroeten elkaar hartelijk en Monique schenkt koffie in. “Leuk huis heb je,” zegt Ivy, terwijl ze met een goedkeurende blik rondkijkt. Monique knikt. “Ja, Michael en ik zijn er erg blij mee,” beaamt ze, terwijl ze Ivy een koekje presenteert. “Lisa ligt net in haar bedje, maar na de koffie gaan we natuurlijk bij haar kijken. Wil je Martijn trouwens nog bedanken voor het prachtige bloemstuk?” Ivy is getrouwd met Martijn, de baas van Michael. “Dat zal ik zeker doen,” antwoordt Ivy hartelijk. “Maar vertel eens, hoe voelt het nou, om moeder te zijn?”
Dan begint Monique te vertellen, over de onverwachte zwangerschap, de bevalling waar Michael helaas niet bij kon zijn en over de kraamtijd. Ivy laat haar vertellen en stelt af en toe een vraag.

Als Monique even naar het toilet gaat, staat Ivy op en loopt naar het dressoir om de trouwfoto van dichtbij te bekijken. Wat een prachtig paar was het toch. Op de bruiloft hadden ze er stralend uitgezien. Ivy kan het verhaal dat Martijn haar dit weekend vertelde over Michael maar niet vergeten. Ongelooflijk, wát een story. En wat een lúl, die Michael. Vanmorgen heeft Martijn haar nogmaals op het hart gedrukt om niets te zeggen tegen Monique. “Ze weet van niks, en het is aan Michael, áls iemand het al gaat vertellen. Echt hoor Ivy, het is niet aan ons. Voor je het weet zijn wij er bij betrokken, en krijgen we ook nog de schuld als het ten koste gaat van hun huwelijk. Ga maar gewoon lekker kijken bij het kindje, en houd je verder op de vlakte.” Ivy heeft het met tegenzin beloofd. Het druist tegen al haar normen en waarden in. En als ze dan ziet hoe gelukkig Monique is met haar gezinnetje, dan heeft ze het zo te doen met die meid.
Ivy schrikt bijna als Monique haar hoofd om de kamerdeur steekt. “Lisa is wakker, wil je haar zien?” Ivy kijkt even naar de foto in haar handen. Dan zet ze de lijst weer terug op het dressoir. “Wat waren jullie toch een mooi bruidspaar,” zegt ze, als verklaring voor het feit  waarom ze met de foto in haar handen stond. Monique lacht. “Ja, maar het lijkt alweer zo lang geleden! Er is zo veel gebeurd ondertussen!”

Michael en Shirley lopen naast elkaar over het parkeerterrein naar de vrachtwagen. Michael zegt niets, en Shirley kijkt af en toe wat onzeker naar hem.Toen ze hem zojuist begroette, was er geen spoor van emotie te zien op zijn gezicht. Zakelijk. Dat is het woord. Hij keek zakelijk. Alsof hij een deal aan het regelen was, en de laatste stappen nog even moesten worden gezet. Ze voelt toch weer boosheid in zich opkomen. Hij mag niet boos zijn op haar. Ze is juist bezig om de breuk te herstellen. Gelukkig is hij bereid om te luisteren naar haar, laat ze daar dan maar blij mee zijn.
“Je wilde me spreken,” zegt Michael als ze in de cabine van de vrachtwagen zitten. “Vertel het maar.”
Shirley speelt met de koordjes van haar jas. De vorige keer dat ze hier zat, gedroeg Michael zich een stuk toeschietelijker dan nu. “Mijn eerste vriend was een schoft. Hij was alleen op mijn geld uit. Geld, waar ik hard voor hard gewerkt om een studie te kunnen bekostigen. Ik hield zo veel van hem, maar hij bedonderde me gewoon.” Ze haalt een pakje sigaretten uit haar jaszak. “Mag ik hier roken?” onderbreekt ze zichzelf. Michael haalt zijn schouders op. “Als je maar wel het raampje openzet,” antwoordt hij kort. Shirley steekt een sigaret op en inhaleert diep de rook. “Na die relatie had ik wel tijd nodig om het allemaal te boven te komen. Toen ontmoette ik mijn tweede vriend. Fantastische man. Ik hield zielsveel van hem. Maar ik zag hem op zondag in het park met zijn vrouw en kinderen. En weer had ik een gebroken hart.”
“En toen kwam ik. Weer zo’n lul die je heeft bedrogen, ik snap het,” zegt Michael, en er komt een wat zachtere blik in zijn ogen. “Sorry, ik ben ook niet eerlijk geweest tegen jou.”
Tranen wellen op in Shirley’s ogen. “En ik had jou niet moeten chanteren en van die smerige spelletjes spelen. Ik heb op jou alles afgereageerd wat er mis is gegaan in mijn leven. En dat spijt me. Dat filmpje is echt in de prullenbak gegaan, dat verzeker ik je. Ik wil alleen nog weten, wat het betekende voor jou. Of neuk je alles wat je onderweg tegenkomt?” Het laatste is bedoeld als grapje, maar komt er wel wat wrang uit.
“Nee, natuurlijk niet!” antwoordt Michael, verontwaardigd. “Nee, ik vond het altijd leuk om je te zien, en je was vaak in mijn gedachten. Monique en ik zijn nog niet zo heel lang getrouwd, en soms gaat het gewoon kut tussen ons.” Hij haalt zijn schouders op. “Misschien ook omdat ze zwanger was hoor, maar ik kon er soms niet meer tegen. Ze wilde ook graag dat ik een andere baan ging zoeken, zodat ik elke avond thuis zou zijn, maar ik wil dat niet. Ik ben chauffeur in hart en nieren.”
Shirley knikt. Ze voelt zich trots en blij, omdat hij haar in vertrouwen neemt. “Ik wil je zo graag af en toe blijven zien, Michael,” zegt ze zacht. “Ik wilde je eerst alleen maar kapot maken. Maar daar kon ik niet mee door blijven gaan. Omdat ik heel erg verliefd op je ben. En ik snap, dat jouw plek bij je vrouw is, en ik neem genoegen met een tweede plaats. Maar ik kan de gedachte niet verdragen, dat ik je nooit meer zal zien.”

“Wat een mooi poppetje,” zucht Ivy, terwijl ze zachtjes met haar wijsvinger het gezichtje van Lisa streelt. “Ik zou bijna zelf weer een kind willen.” “Wat let je?” vraagt Monique lachend. “Nee, we hebben twee kinderen, het is mooi zo,” antwoordt Ivy. Ze geeft Monique haar kindje weer terug. Even aarzelt ze. Dan barst ze ineens los: “O, ik weet dat Martijn het me nooit zal vergeven, maar ik kan het niet langer aanzien. Ik móet het je gewoon vertellen.”


19.

“Hee schat, wat lief dat je belt!”
“…”
“Maak je maar geen zorgen. Het gaat echt heel goed. Lisa is een schatje, en ik voel me echt prima. Bovendien heb jij zo veel boodschappen gedaan zaterdag, ik hoef de deur niet uit. Alleen als ik daar zin in heb.
“…”
“Ivy is hier. Dat had ik toch gezegd, dat zij vandaag op kraamvisite zou komen?”
“…”
“Dat is goed. Dan hoor ik je vanavond.”
“…”
“Ja, ik zal de groeten doen.”
“…”
“Ik ook van jou. Heel veel. Dag lieverd! Dag schat!”

Monique lacht wat verlegen naar Ivy. “Sorry, voor de onderbreking. Maar Michael maakte zich zorgen. Het is natuurlijk zijn eerste werkdag, en ik ben voor het eerst alleen, zonder kraamhulp en zonder hem. Maar hij hoeft zich echt geen zorgen te maken hoor, ik red me best.” Dan herinnert ze zich opeens de laatste woorden van Ivy, net voordat de telefoon ging. “Wat is er aan de hand, Ivy, wat wilde je vertellen?” vraagt ze, terwijl ze Lisa in het wipstoeltje legt. Ivy kijkt voor zich uit. Ze zwijgt. “Wil je nog koffie? Of iets anders?” vraagt Monique, om de stilte te doorbreken. “Ja, ik wil wel wat fris. Een sapje of zo,” antwoordt Ivy. Het lijkt wel, alsof ze spijt heeft van haar woorden van net. Misschien heeft ze impulsief gehandeld, en wil ze het nu liever toch niet zeggen, bedenkt Monique, als ze twee glazen uit de kast pakt. Moet zij nou doorvragen, of het maar laten zitten? Heeft het met Martijn en Ivy te maken, of met haar en Michael? Nee, ze wil toch weten wat Ivy nou zo dwars zit.
Even later zitten ze weer tegenover elkaar. Ivy in de luie stoel, en Monique op de bank. “Wat wilde je me nou eigenlijk vertellen?” vraagt Monique.

Michael kijkt op zijn horloge. Is dit een handig tijdstip om Monique te bellen, of zou ze nu aan het voeden zijn? Hij gokt het er maar op. Michael geeuwt. Slaapgebrek. In de kraamtijd steeds onderbroken nachten, vanmorgen vroeg op, en toch ook weer wennen, de hele dag achter het stuur. Hij zou zich gelukkig moeten voelen. Weer aan het werk. Shirley, die haar spijt heeft betuigd, het is toch met een sisser afgelopen, zoals hij gehoopt had. Toch vertrouwt hij het niet. Er is wat met die Shirley. Een verknipt wijf. Vandaag heeft hij wat inzicht gekregen in haar leven. Niet veel geluk, tot nu toe. Mooi dat ze hem toch niet wil chanteren, maar wat ze wel wil, dat ziet hij echt niet zitten. Hij heeft een beetje mooi weer gespeeld, maar alleen maar uit angst, om haar  niet weer tegen zich in het harnas te jagen. Maar als het aan hem ligt, dan ziet hij haar nooit weer.
Wel een afgang trouwens, vanmorgen. Toen hij toch maar ging tanken bij het benzinestation waar Shirley werkt, deed het tankpasje van de zaak het niet. Hij had Martijn gebeld, en die had gevraagd of Michael het voor kon schieten. Dat had hij dan maar gedaan, maar vreemd was het wel.

Het vaderschap heeft veel indruk op hem gemaakt. Zelf had hij nooit gedacht dat hij het moeilijk zou vinden om zijn gezin in de steek te laten om weer aan het werk te gaan. Maar het gekke is, hij zou nu niets liever willen dan thuis zijn, en bij zijn vrouw in bed liggen. Oké, ze is erg met Lisa bezig, en vrijen zit er voorlopig ook nog niet in, maar het vertedert hem wel, als hij ziet hoe zorgzaam ze is voor hun dochter, hoe sociaal ze is, hij had nooit verwacht dat ze zo veel kraamvisite zouden krijgen. Maar zelfs in de buurt heeft Monique in de korte tijd dat ze er wonen al vrienden weten te maken.
En dat zo’n klein grietje zo’n impact om hem zou hebben, dat had hij ook niet verwacht. Nooit heeft hij last van heimwee gehad, maar nu wil hij alleen maar thuis zijn. Daar, waar dat kleine meisje in de wieg ligt, en waar zijn vrouw, de moeder van zijn kind, is. Daar hoort hij thuis.
Zijn huwelijk heeft op het spel gestaan door zijn domme actie. Dat realiseert Michael zich maar al te goed. En het was het niet waard. Absoluut niet. En hij maakt zich ook nu nog echt geen illusies. Hij is nog niet van Shirley af.
Dan gaat zijn telefoon. Hij schrikt van het plotselinge geluid in de stilte. Het is Monique. Maar haar stem klinkt niet zoals anders.
“Michael, ik zat te wachten op je telefoontje. Maar je belt maar niet. En ik moet je spreken. Vanmorgen was Ivy hier. Ze heeft me van alles verteld. Ik wilde wachten tot vrijdag, zodat we dit gewoon samen kunnen bespreken, in plaats van over de telefoon. Het lukt me niet. Ik ben heel erg overstuur en moet het gewoon nú met je bespreken!”

Shirley kijkt naar de sleutels in haar hand. Waarom heeft ze die eigenlijk meegenomen, toen ze op kraamvisite was bij Michael en Monique. Zouden ze de sloten veranderd hebben? Dat kan ze zich bijna niet voorstellen. Die mensen hebben wel wat anders aan hun hoofd gehad de laatste tijd.
Ze denkt diep na. Over het gesprek van Michael en haar in de vrachtauto vanmorgen. Er valt heel wat te overwinnen voor haar. Natuurlijk heeft ze wel gemerkt, dat Michael niet meer op haar geilt, zoals een paar weken geleden. Er is te veel gebeurd. Eerst moet hij haar weer vertrouwen. Ze heeft ook best wel gemerkt, dat hij closer is met Monique, nu ze zijn kind gebaard heeft. Shirley zet haar computer aan. Ze is eigenlijk wel benieuwd, hoe het zou zit met net bevallen vrouwen, hormonen, postnatale depressies en zo. Zou Monique labiel zijn? Of helemaal niet? Ze moet zich goed op haar taak voorbereiden. Er voor zorgen, dat Michael helemaal genoeg krijgt van Monique en inziet, dat zij, Shirley, de vrouw van zijn leven is. Daar zal zij veel moeite voor moeten doen, maar dat is het meer dan waard.
Een uurtje later sluit ze met een glimlach haar laptop. Ze pakt de sleutels van tafel, trekt haar jas aan en pakt haar tas. Ze kijkt op de klok. Hoe laat zou Monique de nachtvoeding geven aan Lisa? Twee uur? Drie uur? Het maakt niet uit. Ze kent het huis, en gokt het er maar op. Zolang er geen licht brandt, slapen de mensen.

Michael kan maar moeilijk in slaap komen. Het lange gesprek, zelfs nog onderbroken door Lisa die nachtvoeding behoefde, laat hem niet los. Hij gooit zich op zijn andere zij. Tranen wellen op in zijn ogen. Weg rooskleurige toekomst. Het hangt allemaal aan een zijden draadje. Nog even heeft hij met de gedachte gespeeld om Martijn te bellen. Die klootzak! En hij maar denken dat Martijn volledig te vertrouwen was! Dat zijn toekomst veilig was in de handen van Martijn. Ivy is een schat, maar de grootste klep van Delft. Dat weet toch iedereen? Morgenochtend. Dan zal hij Martijn onmiddellijk bellen. Met die gedachte valt Michael uiteindelijk in een rusteloze slaap.

Monique verschoont haar dochtertje na de late voeding en legt haar in het wiegje. Wat is het toch een plaatje! Ondanks het moeilijke gesprek met Michael, ondanks haar dikbehuilde ogen,  kan ze toch genieten van haar kleine meisje. Ze wil er ook van genieten. Lisa is nog zo klein, maar het gaat zo snel. Daar mag ze geen seconde van missen. Elk moment moet ze genieten van dit kleine leventje.  Kijk haar daar nou eens liggen in haar schattige roze pyjamaatje. Het is toch niet te geloven, dat zij de moeder mag zijn van dit geweldige kindje?

Ze doet het nachtlampje uit op de commode in de babykamer. In de badkamer poetst ze haar tanden en haalt ze de make-up van haar gezicht. In de spiegel constateert ze, dat ze er toch niet bepaald florissant uitziet. Gauw slapen. Monique doet het licht van de badkamer uit en loopt naar haar slaapkamer. Ze sluit de gordijnen en zet de wekker op zeven uur. Natuurlijk zal Lisa zich vannacht nog rond een uur of vier aandienen voor de nachtvoeding, maar dat ziet ze dan wel weer. Nu eerst een paar uur slaap pakken. Nog even bladert ze in een tijdschrift, maar ze kan zich niet focussen op hetgeen ze leest. Hoe zou Michael zich voelen? Net zo klote als zij? Met een zucht knipt ze het nachtlampje dat op het nachtkastje staat, uit.

Voor het huis staat Shirley. Zij ziet, hoe een voor een de lichten doven in het huis van haar geliefde. Nu is het haar beurt.


20.

Monique wordt wakker door het daglicht dat door een kier van het gordijn in haar slaapkamer valt. Meteen zit ze recht overeind in haar bed. Lisa! Vannacht had ze een voeding moeten hebben, maar Monique heeft haar niet gehoord. Of toch wel? Heeft ze haar op de automatische piloot gevoed? Ze weet het niet meer. Koortsachtig pijnigt ze haar hersens. Nee, ze kan zich niet herinneren, dat ze vannacht uit bed is geweest om haar dochtertje de fles te geven. Zou ze doorgeslapen hebben? Of misschien uren hebben liggen huilen zonder dat haar moeder haar hoorde? Zou ze nog wel leven? Monique wordt bijna misselijk van angst. Traag slaat ze het dekbed van zich af. Met een zwaar bonkend hart loopt ze naar het kamertje van haar baby. Daar legt ze haar oor te luisteren tegen de deur. Niets. Ze hoort niets. Voorzichtig opent ze de deur. Gelukkig. Ze hoort de rustige ademhaling van Lisa. Monique slaakt een zucht van verlichting. Komende nacht toch maar een wekker zetten voor de zekerheid. Zacht doet ze deur achter zich dicht en gaat naar beneden. Daar had ze een flesje klaargezet voor de afgelopen nacht. Het flesje is leeg. Wat gek. Dat ze zich nou niet eens kan herinneren, dat ze Lisa heeft gevoed! Dat komt natuurlijk door al die zorgen die ze heeft sinds dat bezoekje van Ivy, gisteravond. En daarna nog een lang gesprek met Michael. Ze is er gewoon niet bij met haar hoofd. Moet je kijken, ze heeft het flesje niet eens omgespoeld, dat gebeurt haar anders nooit. Monique zucht. Dan besluit ze om er maar niet meer over na te denken. Ze maakt een nieuw flesje klaar voor haar dochtertje en neemt het mee naar boven. Beneden is het nog koud, het is beter om Lisa bij haar in bed te nemen en haar daar te voeden. Monique zet het flesje op de commode en zachtjes aait ze het wangetje van Lisa. Het kleintje wordt wakker en begint zichzelf ongegeneerd uit te rekken. Monique moet er om lachen. Maar dan besterft de lach op haar gezicht: hoe kan dit? Lisa heeft haar mintgroene pyjamaatje aan. En Monique weet toch heel zeker, dat ze gisteravond het roze pyjamaatje bij haar dochter heeft aangetrokken.

Martijn is woedend op Ivy. Zij ondergaat zijn scheldkanonnade gelaten. Hij heeft gewoon gelijk. Ze had haar mond moeten houden tegen Monique. “Het zou me niet eens verbazen, als je Monique ook maar meteen hebt verteld dat Michael is vreemdgegaan!” raast Martijn. “Ik begrijp het echt niet, hoor. De enige aan wie ik heb verteld dat het zo slecht gaat met ons bedrijf ben jij, en dan ga jij daar nota bene met de vróuw van een van mijn chauffeurs over praten! Hoe haal je het in je hoofd?” Hij pauzeert even om een shaggie op te steken dat hij net driftig heeft gerold. Ivy zucht. “Ik zal eerlijk tegen je zijn. Het was helemaal niet mijn plan om aan Monique te vertellen dat jij zo goed als failliet bent. Ik wilde haar vertellen, dat haar man haar had bedrogen. Dus ik zei tegen haar, dat ik het niet langer aan kon zien. Maar toen belde Michael. En zij deed zo lief tegen hem, dat ik het niet meer over mijn hart kon verkrijgen om te zeggen dat Michael was vreemdgegaan. Maar ze had wel onthouden, dat ik op het punt stond om iets belangrijks te gaan zeggen. Tja, toen heb ik dat andere maar verteld. Sorry, het spijt me echt.” “Jullie wijven! Je kunt ook maar beter niks zeggen!” antwoordt Martijn kwaad. “Je wordt bedankt. Ik heb Michael aan de telefoon gehad, en hij heeft me verzekerd dat de andere chauffeurs niks van hem te horen gaan krijgen, dus dat hoop ik dan maar. Maar ik vertel jou nooit meer iets, als je dat maar weet!”

Shirley stapt met een tevreden glimlach in bed. Ze heeft zich zojuist ziek gemeld. Haar baas was vol begrip. Het is voor het eerst dat Shirley verstek laat gaan, dus van haar kan hij wel wat hebben. “Ik heb de hele nacht niet geslapen, zo beroerd voelde ik me,” heeft Shirley aan hem uitgelegd. Dat eerste deel klopt. Ze heeft de hele nacht niet geslapen. De adrenaline giert nog na in Shirley’s lijf. Wat een spanning heeft ze gevoeld! Ze vond het doodeng, maar het gaf haar ook een geweldige kick, dat zij dit zomaar durfde. De vrouw, die haar grote liefde bij haar vandaan houdt, onschadelijk maken. En op een volstrekt aannemelijke manier. Vrouwen die net een baby hebben gebaard, kunnen heel erg gekke dingen doen. Dat heeft ze zelf gelezen. Natuurlijk zal ze nog een paar bezoekjes moeten brengen aan het huis, en ook zorgvuldig haar sporen uit moeten blijven wissen, want als Monique echt denkt, dat er iemand in huis is geweest, zal ze natuurlijk Michael sommeren om alle sloten te vervangen. Nee, Monique moet denken, dat ze zélf stomme dingen aan het vergeten is.

Wat was het spannend geweest, vannacht. Heel zachtjes had ze de sleutel in het slot gestoken en omgedraaid. Eenmaal binnen had ze minutenlang op de mat gestaan met bonzend hart. Toen alles stil bleef, had ze eerst haar schoenen uitgetrokken en was ze de woonkamer binnengelopen. Ze had een paar lampjes aangedaan en in de keuken de koelkast geopend. Daar stonden een paar flesjes babyvoeding klaar. Prima. De magnetron durfde ze niet te gebruiken, bang, dat het geluid de bewoners zou wekken. Ze had met behulp van een steelpannetje de fles opgewarmd. Toen was het spannendste moment aangebroken: naar de babykamer. Shirley was de trap opgeslopen. Gelukkig kraakten er geen treden. Boven aan de trap had ze ook weer een poos staan luisteren. Alles was stil gebleven. Zachtjes had ze de deur naar de babykamer opengedaan waar de kleine Lisa lag te slapen. Shirley had een tijdje naar het slapende kindje staan kijken. Toch wel handig achteraf, dat ze zo vaak op kinderen had gepast. Ze was er reuze handig mee. Tien minuten later was ze beneden gekomen met Lisa op haar arm.
Ze had het kindje een schone luier gegeven en een ander pyjamaatje aangetrokken. Natuurlijk was de baby wakker geworden van al die activiteiten. Met bonzend hart had Shirley haar de fles gegeven. Daarna had ze het kindje teruggelegd in haar bedje, het roze pyjamaatje keurig opgevouwen en tussen de stapel pyjamaatjes in de commode gelegd. Monique zou raar staan te kijken!
Shirley had zich erg moeten beheersen om niet van alles uit te halen in het huis. Maar nee, subtiliteit, dat was heel belangrijk. Ze had haar sporen zo goed mogelijk uitgewist. Toen ze weer veilig en wel in haar auto was gestapt, had ze zich ineens gerealiseerd dat ze het flesje niet had omgespoeld. Was dat erg? Nee, eigenlijk maakte het niet uit. Als Monique zich morgen niet meer zou herinneren dat ze haar baby had gevoed en omgekleed, dan maakte het flesje ook geen verschil. Met een glimlach om haar mond was Shirley het lange eind naar huis gereden.

Shirley slaapt het grootste gedeelte van de dag. Ze heeft die slaap hard nodig. Vanavond heeft ze weer een lange rit voor de boeg, én een spannende nacht. Michael is toch de hele week van huis, dus woensdag en donderdag kan ze mooi haar slag nog slaan.

Michael heeft telefonisch een lang gesprek met Martijn gevoerd. Dat heeft hem bepaald niet gerustgesteld. Als het tegenzit, vliegen er een heleboel chauffeurs uit. Misschien wel allemaal. Er is geen geld meer. De salarissen kunnen niet worden betaald, en zelfs het tanken onderweg moeten de chauffeurs nu uit hun eigen zak voorschieten. Al weten ze dan nu de reden nog niet. De nieuwe Scania van Michael is voor een groot deel uit verzekeringsgeld betaald, maar er zullen ook een paar trucks verkocht moeten worden. Michael zucht diep. Nou leek het hem allemaal iets meer voor de wind te gaan, en dan nu dit. Monique had het er ook moeilijk mee. Ze hadden afgesproken dat zij minder zou gaan werken om voor Lisa te kunnen zorgen. Als hij nu op straat komt te staan, dan zal zij toch echt fulltime moeten blijven werken, niks aan te doen.
Hij heeft in elk geval een kleine verrassing voor Monique: vanavond is hij thuis. Bij zijn vrouw en kind. Zolang dat maar goed blijft gaan, kan hen eigenlijk niks gebeuren. En die gedachte geeft hem troost.

De deurbel gaat. Monique schrikt van het harde geluid. Ze is toch de hele ochtend nog een beetje uit haar doen. Ze heeft Michael een paar keer geprobeerd te bellen, maar kreeg zijn voicemail. Misschien zat hij wel in gesprek met Martijn, want dat was wel zijn plan geweest. Monique loopt naar de voordeur. Ze werpt tersluiks even een blik in de spiegel die in de gang hangt en stopt een haarlok achter haar oor. Wat ziet ze er verschrikkelijk uit. Als ze ziet wie er voor de deur staat, klaart haar gezicht op. Paul!
Ze begroeten elkaar hartelijk, maar Paul heeft geen tijd om binnen te komen. Hij had een afspraak bij haar in de buurt gehad en is nu weer onderweg naar kantoor waar hij over een half uur de volgende afspraak heeft. “Ik wilde je eventjes zien. Hoe gaat het?” vraagt hij, nadat hij heeft uitgelegd dat hij niet binnen kan komen. “Niet zo goed. De baas van Michael is failliet,” vertelt Monique aan haar beste vriend. De tranen springen haar inde ogen. “Zal ik vanavond bij je langskomen?” vraagt Paul. Hij kan zich goed voorstellen, dat Monique wel een luisterend oor kan gebruiken. “Ja, dat zou fijn zijn. Weet je wat, kom anders gelijk uit je werk, dan kook ik wat lekkers,” nodigt Monique hem hartelijk uit. Hij accepteert de uitnodiging. Ze zwaait hem na, en voelt zich ineens een stuk vrolijker. Ze spreekt zichzelf streng toe voor de spiegel. “Zo, nu houd je op met dat getob, je gaat vanmiddag zorgen dat je er stralend uitziet, en je kookt een koningsmaal voor een fantastische vriend.”

21.

Neuriënd bladert Monique door een van haar kookboeken. Leuk, dat Paul komt eten. Dat verzet de zinnen een beetje. Wat zal ze eens maken? Iets met vis? Haar oog valt op een recept dat ze al eens eerder heeft gebruikt. Niet te ingewikkeld, maar wel heel smakelijk. Monique besluit om dat visgerecht te gaan maken voor vanavond.  Ze zal dan wel boodschappen moeten halen, want voor een speciaal dineetje heeft ze geen spullen in huis. Maar ach, het is mooi weer, dus straks Lisa lekker in de kinderwagen, en dan naar de supermarkt. Die is dichtbij. Monique loopt naar de keuken om water te koken, want voor Lisa’s eerste ritje in de kinderwagen kan ze maar beter een kruikje maken. Meteen checkt Monique de koelkast en de voorraadkast om te kijken wat er nog moet komen. Ze kijkt op haar horloge. Is het al zo laat? Dan had Lisa zich toch onderhand al eens moeten melden voor haar voeding! Monique maakt het flesje klaar en loopt naar boven om haar dochtertje uit bed te halen. Lisa is bijna niet wakker te krijgen. Wat gek. Monique wikkelt haar in een badcape en neemt het kindje mee naar beneden. Lisa drinkt traag, maar stopt steeds tussendoor met drinken en valt dan weer in slaap. Ze voelt ook wel behoorlijk warm aan. Bezorgd pakt Monique de thermometer. Ze schrikt. Bijna veertig graden koorts. De dokter bellen? Of kan het geen kwaad? Ze besluit om eerst haar moeder te raadplegen. “Ik zou de dokter even bellen,” is haar advies, “daar zijn ze voor, kind. En koorts komt vaak voor bij kleintjes, maar ik vind dit wel erg hoog. Gewoon bellen. Doen hoor!”
Monique belt haar huisarts. Deze stelt haar wat vragen, en geeft haar dan als advies om Lisa een zetpilletje te geven. Als de koorts niet zakt, dan moet ze morgen maar even terugbellen. Monique is er niet gerust op. Ze heeft nog gevraagd, of ze even mag langskomen met Lisa, ook omdat haar kindje nog zo klein is, en dan die hoge koorts, maar de agenda van de dokter puilt uit voor vandaag. “Maakt u zich maar niet druk. Baby’s hebben wel vaker koorts, en van het een op het andere moment kan die ook weer zakken. Probeer wel, om zo veel mogelijk vocht aan uw dochtertje te geven, en ook als ze niet wil drinken, blijven proberen. Als ze morgenochtend nog koorts heeft, dan zie ik u graag op het spreekuur.”
De boodschappen zijn vergeten. Het dineetje ook. Monique houdt zich de rest van de middag  alleen nog maar bezig met haar dochtertje, dat plotseling zo ziek is geworden. Ze houdt Lisa constant op schoot en houdt haar nauwlettend in de gaten. Moniques moeder belt ook nog even, om te vragen wat de dokter heeft gezegd. “Wat belachelijk!” reageert ze verontwaardigd, als ze Moniques verhaal heeft aangehoord. “Als ze vanavond nog steeds hoge koorts heeft, dan moet je gewoon weer bellen hoor! En anders ga je naar de spoedeisende hulp. Vroeger kwamen de huisartsen meteen kijken, als je kind ziek was.” Monique belooft haar moeder, dat ze haar op de hoogte zal houden, en dat ze met Lisa naar de spoedeisende hulp zal gaan, als ze niet opknapt.

De bel gaat. Monique kijkt op de klok. O ja, Paul. Wat stom, ze had hem even moeten afbellen. Voorzichtig legt ze de slapende Lisa in de box, en gaat naar de deur. Ze laat Paul binnen, en vertelt hem onmiddellijk dat Lisa zo ziek is. Hij kijkt bezorgd naar het kleine meisje in de box. “Raar hoor, dat de dokter haar niet meteen wilde zien. Hoe is het nu met de koorts?” Monique haalt haar schouders op. “Het zakte een beetje nadat ze een paracetamol-zetpilletje had gekregen, maar nu gloeit ze weer behoorlijk. Ik maak me wel ongerust, Paul. Ik heb mijn moeder gebeld, en zij vindt dat ik gewoon naar de spoedeisende hulp moet gaan, als Lisa niet opknapt. En als ze nou maar eens wilde drinken. Steeds twee slokjes, en dan slaapt ze alweer. Dat is toch raar?” Ze kijkt hem aan met bezorgde ogen. Paul knikt. “Oké. Laten we het zo doen: we moeten toch eten, dus als ik nou eens even wat te eten ga halen voor ons? Dan kijken we daarna hoe het met Lisa gaat, en als we het niet vertrouwen, dan rijden we gewoon naar de eerste hulp. Wat vind je daarvan?” Monique glimlacht. Ze vindt dat zo prettig  aan Paul, die daadkracht. Het is niet de eerste keer, dat hij haar op deze manier helpt. “Ik heb niet zo’n trek,” werpt ze nog even tegen. “Je moet eten. Laat het maar aan mij over. Trouwens, Lisa heeft niets aan een moeder die straks van haar stokje gaat, omdat ze niet heeft gegeten. Tot zo.” Paul geeft Monique een kus op haar wang, en even later trekt hij de voordeur achter zich dicht.
Monique probeert voor de zoveelste keer om Lisa wat te laten drinken. Een paar slokjes, en dan houdt het gesabbel aan de speen alweer op. Hoe hoog zou haar koorts nu zijn? Ze kijkt voor de zoveelste keer op de klok. Er zijn alweer een paar uur verstreken, sinds de laatste zetpil. Als Monique haar baby temperatuurt, blijkt deze nog steeds hoge koorts te hebben. Zo wil ze de nacht echt niet ingaan. Paul heeft gelijk; als de koorts niet zakt, dan gaan ze naar de eerste hulp. Moet ze Michael bellen? Ach, ze wil hem niet ongerust maken, helemaal niet, als hij aan het rijden is. Hij moet zijn hoofd bij de weg zien te houden, en ze hebben er niks aan, als hij in de vrachtwagen zit te tobben, en daardoor misschien nog een ongeluk krijgt. Eerst maar eens kijken of het straks misschien wat beter gaat.

De koorts zakt niet. En Lisa lijkt steeds apathischer te worden. Ze huilt niet, doet af en toe haar oogjes open, maar die kijken niet alert de wereld in, zoals anders. Ze weigert de fles nu helemaal.  Monique en Paul eten wat van het meegebrachte eten, maar Monique kan bijna geen hap door haar keel krijgen. Paul zet het overgebleven eten in de keuken, en ruimt de bordjes af. “Pak jij Lisa maar vast lekker warm in. Dan gaan we zo naar het ziekenhuis,” zegt hij. Even later zitten ze in de auto. Ze praten niet veel. Gelukkig is het niet druk op de spoedeisende hulp, en mogen Paul en Monique al snel meelopen met een verpleegster. Monique doet het verhaal. Als ze vertelt, dat ze niet bij haar huisarts terecht kon vandaag, lijkt het alsof er even een frons in het voorhoofd van de zuster komt. “Ik maak me gewoon heel erge zorgen. Ze is nog geen drie weken oud!” besluit Monique haar verhaal, met tranen in  haar ogen. De verpleegster knikt begrijpend. “Dat snap ik best. Ze is ook nog maar zo klein. De dokter zal zo naar haar komen kijken.”
Een kwartiertje later komt de kinderarts. Het is een boom van een kerel die meteen vertrouwen inboezemt bij Monique. Hij onderzoekt Lisa vakkundig terwijl hij ondertussen allemaal vragen stelt aan Monique. Na het onderzoek kijkt de dokter kijkt Monique ernstig aan. “Het is heel goed, dat u hier gekomen bent. Uw dochtertje heeft symptomen van hersenvliesontsteking. Ik wil haar hier houden ter observatie. Dan wil ik morgen kijken of het beter gaat, of dat we met penicilline moeten gaan starten. Uw kindje heeft haar moeder hard nodig. Is het mogelijk dat u hier vannacht ook blijft?” Monique knikt. Ze kan niets zeggen, vanwege de brok in haar keel. “Ik ga even Michael bellen,” zegt ze wat schor, als de dokter is verdwenen tegen Paul. Hij knikt. “Ga maar. Ik let wel op het meisje.”

Michael is al aan de late kant, en heeft op de zaak ook nog een lang gesprek gevoerd met Martijn. Hij is over de eerste schrik heen, maar wil wel graag precies weten hoe ze er voor staan. Martijn is eerlijk tegen hem, en vertelt hem precies hoe het zit. Als het een beetje meezit, dan kan het bedrijf blijven bestaan na een flinke reorganisatie. “Heel vervelend om mensen te moeten ontslaan. Maar het kan niet anders,” zucht Martijn. “Ik wil je wel vertellen, dat ik jou heel graag in dienst wil houden. Daar zal ik alles aan doen. Jij werkt hier het langst van alle chauffeurs, en daar hecht ik waarde aan. Je bent altijd zeer betrokken geweest. Dus wees maar niet bang.” Michael voelt zich opgelucht. Natuurlijk, de angst zal nog wel even blijven, en het is ook niet zeker of het bedrijf het na de reorganisatie wél gaat redden, maar hij is voorlopig verzekerd van werk, en zal ook alles doen wat er in zijn macht ligt om Martijn te helpen.
Dan gaat zijn telefoon. Het is Monique. Hij schrikt, als hij hoort dat zijn dochtertje zo ziek is. Monique vraagt hem, of hij eerst langs huis wil rijden om spullen voor haar en Lisa te halen. En of hij daarna dan naar het ziekenhuis wil komen. Michael vertelt geschrokken het verhaal aan Martijn. “Neem morgen maar vrij,” zegt Martijn. “Je gezin heeft je nu harder nodig dan ik.” Vroeger zou Michael hebben geprotesteerd. Zijn werk kwam altijd eerst. Maar nu  is hij dankbaar, dat hij zo’n goede baas heeft, en hij neemt het aanbod dan ook graag aan.

Als hij thuiskomt is alles donker en stil. Hij doet wat lampen aan en loopt naar de keuken. Daar ziet hij het eten op het aanrecht staan dat Paul had meegenomen. ‘Het is al de tweede keer dat Paul met Monique naar het ziekenhuis is gegaan’, bedenkt Michael opeens. Hij zet een bord bami in de magnetron. Het is al tien uur, en hij heeft nog geen hap gegeten! Terwijl de magnetron zijn werk doet, loopt Michael naar boven. Vanuit de babykamer belt hij Monique. “Vertel maar, wat moet ik allemaal meenemen.” Ze hebben afgesproken dat Monique vannacht in het ziekenhuis blijft, maar dat hij thuis gaat slapen. Dan kan hij morgenochtend weer dingen meenemen die Monique nodig heeft, en de familie bellen.
Werktuigelijk zoekt hij alle spullen bij mekaar waar Monique om heeft gevraagd, en stopt ze in een weekendtas. Haastig eet hij bij het aanrecht wat van de bami, maar hij gunt zich eigenlijk geen tijd om te eten. Hij wil naar zijn dochtertje, naar zijn vrouw. Michael doet de lampen uit, en sluit de voordeur af. Even later rijdt hij sneller dan is toegestaan naar het ziekenhuis.

Het is half 1, als Shirley haar auto parkeert op de parkeerplaats. Ze kan het huis vanaf hier al zien. Alles is donker. Ze grinnikt. De baby heeft nu de late voeding gehad, weet ze, en zal zich pas weer melden om een uur of vier. Mooi zo. Dan kan zij ongestoord haar gang gaan. Ze loopt naar de voordeur en voelt de adrenaline door haar aderen gieren. Een heerlijk gevoel. Een plan heeft ze nog niet, maar dat komt vanzelf, als ze eenmaal binnen is. Ze steekt de sleutel in het slot en laat zichzelf binnen. Net als de vorige keer blijft ze eerst roerloos op de mat staan. Het is doodstil in huis. Ze gaat eerst de woonkamer binnen. Een lichte etensgeur dringt door in haar neus. In de keuken ziet ze een bord met etensresten op het aanrecht staan. Wat gek. De vorige keer was het hier zo smetteloos geweest. In de woonkamer staat een vers boeket bloemen in een vaas op tafel. Kijk, dat is leuk. Shirley loopt met de vaas naar de keuken en dumpt de bloemen in de vuilnisbak. Voorzichtig, om geen geluid te maken, leegt ze de vaas in de wasbak en zet de vaas weer terug op de plek waar hij stond. Morgenochtend zal Monique zich stomverbaasd afvragen waarom ze de bloemen heeft weggegooid.

Dan blijft Shirley opeens als aan de grond genageld staan. Ze hoort het geluid van een sleutel die in het slot van de voordeur wordt omgedraaid.


22.

‘Wat gek. Ik zou toch durven zweren dat ik alle lampen uit heb gedaan voor ik naar het ziekenhuis ging,’ peinst Michael, terwijl hij op zijn gemakje op het toilet zit. Hij moest steeds al nodig, maar om in een ziekenhuis nou even uitgebreid te gaan zitten bouten… Hij moet grinniken om zijn eigen gedachten. Dat komt ook door de opluchting. Het gaat met Lisa al weer een beetje beter, de hoge koorts is wat gezakt. Ze zal nog wel enkele dagen in het ziekenhuis moeten blijven, maar Michael en Monique hebben elkaar minutenlang zwijgend vastgehouden, toen de zuster met het goede bericht kwam, dat de koorts van Lisa gezakt was tot onder de veertig graden. Paul had dit een uitgelezen tijdstip gevonden om afscheid te nemen, en Michael had hem zijn hand toegestoken. “Bedankt man, je bent weer een redder in nood geweest,” had hij vanuit de grond van zijn hart gezegd. Monique had blij gekeken, toen ze hem dat had horen zeggen.

Nadat Paul weggegaan was, had Monique zich bij hem even laten gaan. In zijn armen had ze gehuild. En zelfs Michael had het te kwaad gekregen. “Ik kon eerst aan niets anders denken dan aan mijn baan. Maar jullie tweetjes zijn veel belangrijker voor mij dan welke baan dan ook,” had hij gesnotterd, met zijn gezicht verborgen in Moniques hals. “Ik hoop echt, dat er betere tijden aanbreken voor ons,” had Monique ernstig geantwoord. “En we krijgen inderdaad van alles voor onze kiezen de laatste tijd, maar daardoor voel ik me wel enorm close met jou. Onze liefde kan een stootje hebben, dat bewijzen we toch maar weer steeds.” En ze had hem innig gezoend. Even had Michael in een flits aan Shirley moeten denken. Dat voorval met haar bleef voor hem toch een donkere wolk aan een heldere lucht. Maar gelukkig was dat nare gevoel weer net zo snel weggeëbd als dat het gekomen was.

Michael hijst zijn broek op en trekt door. Tering, wat een lucht. Hij drukt even flink op de spuitbus. Zo, nou eerst een pilsje, daar is hij wel aan toe. Hij doet de kamerdeur open. Toch gek. De lamp boven de eethoektafel brandt, de felle lamp boven de salontafel, die bijna nooit gebruikt wordt, omdat het zo’n ongezellig schel licht is, en ook in de keuken brandt licht. ‘Misschien heb ik de lampen juist áán gedaan, in plaats van uit,’ bedenkt Michael als hij een flesje bier uit de koelkast pakt. Hij haalt de dop eraf, en opent de pedaalemmer. Er ligt een bos bloemen in de prullenbak. Dat is raar, want Michael weet zeker, dat hij de restanten van het Chinese voedsel in de prullenbak heeft gegooid. En stond die bos bloemen niet op tafel? Met het flesje bier in zijn hand loopt hij naar de woonkamer. Op de tafel staat een vaas. Leeg. Dat was vanavond toch niet zo toen hij thuiskwam?
Hij doet de grote lampen uit en knipt een paar schemerlampjes aan. Hoe laat is het? Al bijna één uur. Hij zoekt naar een kanaal op de televisie waar nog wat te beleven valt. Een autorace. Prima. Als het maar beweegt, hij heeft nu toch te veel aan zijn hoofd om zich te kunnen concentreren. Het zit hem toch niet lekker. Hij pakt zijn mobieltje en sms’t naar Monique: ‘Hee schatje, ben je nog wakker? Bel me ff.’ Even later gaat zijn telefoon. “Hee schat, ik wilde je nog even horen. Gaat alles nog goed daaro?” Monique vertelt, dat Lisa lekker ligt te slapen en zelfs alweer wat gedronken heeft. “Dat is fijn. Goed zo. Hee, maar zo gek joh, ik weet zeker dat ik alle lichten had uitgedaan, toen ik naar jou toekwam, maar nu zijn ze allemaal aan. Misschien word ik toch een beetje dement, of zo.” Hij lacht. Probeert het luchtig te houden. Monique lacht mee. Hij zal er vast niet met zijn gedachten bij geweest zijn, denkt zij. “Nog een vraagje: Er stonden toch bloemen in de kamer? Ja? Zie je wel, ik ben niet gek. Nou, die bloemen lagen in de vuilnisbak toen ik thuiskwam, en de lege vaas staat op tafel. Wat? Nee, ik snap er ook niks van. Helemaal niks. Nou ja, er zal wel een verklaring voor zijn. Ik ga nu naar bed, slaap lekker, geef Lisa een kusje van me, en morgen zet ik de wekker op zeven uur, dan bel ik je, oké? Ja, vertel me morgen maar wat ik allemaal mee moet nemen voor jou en Lisa. Ik hou van je, kusje!” Michael neemt de laatste slok bier en staat op. Bedtijd.
Monique vindt het ook maar vreemd, dat de bloemen in de vuilnisbak lagen. Maar ze had wel een beetje lacherig gedaan en had hem ‘verstrooide professor’ genoemd. Michael knipt de lampen uit en doet de kamerdeur achter zich dicht.

Shirley heeft een benauwd uurtje gehad. Op het moment dat ze de sleutel in het slot had gehoord, had ze vliegensvlug om zich heen gekeken en zich achter de grote leunstoel in de hoek van de kamer verstopt. Gelukkig, de persoon was niet meteen binnengekomen, maar ze had de wc-deur open en dicht horen gaan. Nog even had ze gedacht aan de achterdeur, maar dat idee had ze maar meteen weer laten varen. Met bonkend hart had ze afgewacht wat er komen ging. Ze had de kamerdeur open horen gaan en voetstappen naar de keuken. Daarna kwamen die voetstappen angstig dichtbij en had ze zich nog kleiner gemaakt. Aan het gekraak van de stoel had ze gevoeld en gehoord dat de persoon – Michael waarschijnlijk, wie anders – op de stoel waar zij achter zat, was gaan zitten. Duizend gedachten gingen door haar hoofd. Gelukkig stond haar mobieltje uit. Als ze maar niet hoefde te niezen. Wat moest ze doen, als ze ontdekt werd? Zou ze gewoon tevoorschijn komen? Ze hoorde geluiden van de televisie, en even later klonk Michaels stem door de kamer. Nu werd haar een heleboel duidelijk. Monique was met Lisa in het ziekenhuis. Dáárom was Michael natuurlijk thuis! Nu was het een kwestie van wachten. Als Michael naar bed ging, kon zij er mooi snel vandoor gaan. Wat baalde ze van deze ontwikkelingen! Het had zo mooi kunnen zijn, als Monique morgenochtend beneden was gekomen. Daar had zij alle moeite voor gedaan! Dat hele eind gereden met haar auto!
Eindelijk, uren later naar haar gevoel, was Michael opgestaan en naar bed vertrokken. Ze heeft nog een hele tijd in dezelfde houding gezeten, maar nu komt ze voorzichtig tevoorschijn uit haar schuilplaats. Shirley rekt zich eerst eens uit, al haar spieren doen pijn. En nu? Wat gaat ze nu doen? Naar huis? Terwijl ze al zo veel moeite heeft gedaan? Met wild kloppend hart loopt ze zo zacht mogelijk naar de gang. Ze houdt haar adem in als ze de kamerdeur opent en ook weer zachtjes sluit. Doodstil blijft ze staan luisteren. Niets. Zou ze het wagen? Een brutale trek komt op haar gezicht. Ja. Waarom niet? En langzaam, tree voor tree, beklimt Shirley de trap.

Monique kan maar niet slapen. Alle gebeurtenissen van deze dag malen maar door haar hoofd. Ze is blij dat het beter gaat met Lisa, en dankbaar voor alle hulp die haar vandaag is geboden, en al is een deel van haar ongerustheid weggenomen, het lijkt wel alsof ze het nu alsnog voor haar kiezen krijgt. In het eenzame ziekenhuisbed voelt ze de tranen in haar ogen opwellen. Fijn, dat ze Michael nog even aan de telefoon heeft gehad, ze voelde zich zó alleen toen hij wegging. Heerlijk, dat hij zo goed op Paul had gereageerd. Zijn gedrag is zo anders, vergeleken met een paar maanden terug. Toch tobt Monique wel over de rare dingen die Michael haar heeft verteld. Die lampen, nou ja, daar kan een mens zich in vergissen, maar die bloemen? Gisteren had ze die bos van een kennisje gekregen dat even op kraamvisite was gekomen. En nu lagen ze volgens Michael in de prullenbak toen hij thuiskwam! En gisternacht had zij ook al van die rare dingen meegemaakt. Lisa, die ineens een ander pyjamaatje aan had gehad, dat flesje… Er klopte iets niet. Monique knipt het lampje naast haar bed aan. Hoe laat is het? Half twee. Zal ze Michael nog even bellen? Stel, dat er ’s nachts iemand in hun huis komt? Maar wie dan? En waarom? Ze laat zich weer in de kussens zakken. Nee, Michael heeft zijn slaap hard nodig, en zij ook. En er is Lisa om zich om te bekommeren, de rest ziet ze wel weer. Morgen weer een dag. Monique zakt langzaam weg in een onrustige slaap.

Minutenlang staat Shirley boven op de overloop. Door de deur heen hoort ze Michael snurken. Zal ze het gewoon doen? Al haar kleren uittrekken, voorzichtig zijn slaapkamer binnengaan en naast hem in bed gaan liggen? Of zal ze haar andere plannetje uitvoeren? Besluiteloos blijft Shirley staan. Dan komt er een vastberaden trek om haar mond. Ze weet wat haar te doen staat.


24.

Huwelijksperikelen in een serie. Vrachtwagenchauffeur Michael, bankbediende Monique.

Lisa is weer thuis. Michael weer aan het werk. Het leven begint langzaam zijn normale loop te nemen. Monique loopt niet meer elke vijf minuten naar de babykamer om bezorgd te checken of het wel goed gaat met haar dochtertje. Alle sloten in het huis zijn vervangen.  Bovendien hebben Michael en Monique besloten om een alarminstallatie te laten aanleggen. Monique is zo vaak alleen thuis, en ze is toch een beetje bang geworden na wat er is gebeurd.

Het is woensdag. Monique heeft net een kop koffie voor zichzelf ingeschonken, als ze de vuilniswagen hoort. Shit! Helemaal niet aan gedacht. Het is woensdag, en dan worden de vuilcontainers geleegd. Snel loopt ze naar de achtertuin en trekt de volle vuilnisbak achter zich aan. Net op tijd. De vuilnismannen zijn al bezig met de vuilnisbakken van haar straat. Ze groet de vuilnismannen en loopt terug. “Hee, buurvrouw! Wacht even!” hoort ze achter zich een stem roepen. Ze draait zich om. Het is de overbuurman. Ze staan een poosje te praten. Monique heeft een grimmige trek om haar mond als ze haar huis weer ingaat. De koffie blijft vergeten op het aanrecht staan.

Michael parkeert zijn auto en stapt uit. Een diepe frons boven zijn neus. Hij ziet er een beetje tegenop om naar binnen te gaan. Er staat hem iets naars te wachten, daar is hij van overtuigd. De paar keren dat hij zijn vrouw heeft gesproken sinds woensdag, hadden hem dat ongeruste gevoel bezorgd. Ze was kortaf geweest aan de telefoon. En als hij vroeg of er iets was, antwoordde ze met: “We moeten praten. Maar niet aan de telefoon. Ik spreek je vrijdagavond wel.” Veel gedachten waren er door zijn hoofd gegaan. Dat dit gesprek over Shirley zou gaan, stond voor hem als een paal boven water. Wat moest hij doen? De waarheid opbiechten? Wéér liegen? Hij wist het niet. Waren er misschien weer nieuwe dingen gebeurd? Had Shirley contact gezocht met Monique? Gek werd hij, van al die vragen. En steeds, als hij het gevoel had zijn leven weer een beetje op orde te hebben, gebeurde er weer iets. Ook op de zaak hing een gespannen sfeer. Eerlijk gezegd was hij er niet meer zo gerust op, dat hij inderdaad zijn baan zou kunnen behouden. Martijn liep rond met een bezorgd gezicht en hing de hele tijd aan de telefoon. Het zou wel eens heel fout af kunnen lopen voor hen allemaal. Nee, Michael heeft weinig redenen om zich relaxed in het weekend te storten.

Er is niets anders te horen dan het schrapen van bestek op de borden. Af en toe kijkt Michael van onder zijn wimpers naar Monique, maar zij heeft zich in stilzwijgen gehuld. Pas als ze haar bord leeg heeft gegeten, en haar bestek heeft neergelegd, kijkt ze hem recht aan. Michaels bord ligt nog vol met eten, hij heeft geen trek. Ook hij legt zijn bestek neer. Monique schraapt haar keel en zegt: “Zo. En nu ga jij me alles vertellen over Shirley. Geen leugens meer. Ik wil alles weten.”
Ook al had Michael dit aan zien komen, de directe aanpak van Monique komt wel onverwachts. Hakkelend begint hij aan zijn verhaal. Hij houdt niets achter. Na verloop van tijd wordt zijn stem iets rustiger en hijzelf ook. Wat Monique ook gaat doen nadat ze zijn verhaal heeft gehoord, het lucht hem toch ook op om haar nou eindelijk alles te kunnen vertellen. Monique laat hem praten. Ze valt hem niet in de rede, al is ze wel wit weggetrokken van hetgeen ze te horen krijgt. Ook het verhaal van de vuilniszakken wordt nu eerlijk opgebiecht. Monique had het toch al een raar verhaal gevonden. De commode was helemaal leeggehaald, en vervolgens had Michael het grootste deel teruggevonden op de parkeerplaats. Niet logisch. Zij had op dat moment haar twijfels al wel gehad, maar de zorg om Lisa was zo groot geweest, dat ze het verhaal maar even had geparkeerd.

“Je gaat nu een afspraak maken met Shirley om het restant van de spullen op te halen. Ik mis nog een aantal zaken. Bel haar maar op. Dat je morgenmiddag komt.” Verbouwereerd kijkt Michael zijn vrouw aan. Maar hij haalt het niet in zijn hoofd om haar tegen te spreken. Onlangs, toen Shirley hem had gebeld, heeft hij haar nummer opgeslagen. Hij belt haar op, en krijgt haar onmiddellijk aan de telefoon. Ze maken een afspraak voor de volgende dag. Michael noteert haar adres en daarna kijkt hij Monique afwachtend aan. Ze ziet er verdrietig, boos, maar ook vastberaden uit. Dan pakt ze de telefoon en toetst een nummer. “Hee Paul, met Monique. Zou jij morgenmiddag een paar uurtjes op Lisa kunnen passen? O, dat is fijn. Ja, als je hier naar toe kan komen, dan is dat voor Lisa wel zo prettig. Inderdaad, het scheelt mij een hoop gesjouw met spullen. Hee, dankjewel, dan zien we je morgenmiddag.”

“Hoezo? Waarom moet Paul op komen passen?” waagt Michael.
Monique kijkt hem rustig aan. “Omdat ik met je meega. En ik zal die dame vertellen dat ik helemaal op de hoogte ben van de situatie. Dus dat er niks meer te chanteren valt, dat jij gewoon een fout hebt gemaakt en dat ze moet stoppen met stalken. Die trut heeft te vaak naar de film ‘Fatal Attraction’ gekeken. Maar ik ga naar de politie, als ze ons nog één keer lastigvalt. En dat ga ik haar vertellen.”
“En hoe gaat het dan verder met ons?” vraagt Michael zachtjes. Maar Monique reageert niet. Ze hoort haar dochter huilen, staat op, en gaat naar boven. Michael blijft beneden en kan het trillen van zijn lichaam niet onderdrukken. Wat gaat er allemaal gebeuren?

Shirley heeft zich mooi aangekleed. Ze heeft haar lange blonde haar geföhnd tot het glansde en haar huisje ziet er schoon en gezellig uit. Natuurlijk begrijpt ze heus wel dat Michael niet zo blij is met haar actie. Maar ze heeft wel zijn aandacht getrokken, en nu komt hij zelfs bij haar thuis. Ze moet het goed aanpakken, dan valt hij vast weer als een blok voor haar. Neuriënd zet ze vlak voor de afgesproken tijd koffie. De muziek staat zachtjes aan. Ze heeft wel de vuilniszak met kleertjes in haar kleine gangetje gezet, want officieel is dat de reden waar hij voor komt. Ja, ja. Hij had haar ook kunnen vragen om de zak met kleertjes mee te nemen naar het benzinestation en dat hij het daar op zou komen halen. Maar nee, hij wil bij haar thuis komen. De deurbel gaat. Precies op tijd. Ze trekt nog even haar strakke topje recht en kijkt in het halletje in de spiegel. Perfect. Een schoonheid is ze, dat zal niemand kunnen ontkennen. Met een zwaai opent ze de voordeur. “Dag Shirley. Wij komen even met je praten.” Monique stapt brutaal naar binnen, gevolgd door Michael. Hij ziet eruit als een geslagen hond en ontwijkt oogcontact met haar. Monique heeft al plaatsgenomen op de bank.

Rustig doet Monique haar verhaal. Dan staat ze op. “Dus er valt nu niets meer te chanteren. Je blijft uit de buurt van Michael, uit de buurt van mijn kindje en ook uit mijn buurt. Als ik ook maar mérk dat je op een of andere manier nog contact probeert te zoeken, of in de buurt van ons huis wordt gesignaleerd, bel ik onmiddellijk de politie. Michael is zo stom geweest om je te vertellen dat hij geen relatie heeft, maar zoals je inmiddels hebt gemerkt, is dit niet het geval. Jij verdwijnt uit ons leven. Begrepen?” Shirley weet niets te zeggen. Hier was ze natuurlijk totaal niet op voorbereid. In de gang pakt Monique de vuilniszak. “Is dit echt alles wat je nog had?” vraagt ze, met een lichte dreiging in haar stem. Shirley knikt. “Meer is er echt niet,” zegt ze zachtjes. Michael is al vooruitgelopen naar de auto, blij, dat dit hachelijke kwartiertje voorbij is. Monique trekt met een knal de deur achter zich dicht. Zwijgend vervolgen ze de rit naar huis. Toch kijkt Michael onderweg af en toe even naar zijn vrouw met een gevoel van trots. Dit heeft ze voor hem gedaan. En voor hun gezin. Mag hij daar de hoop uitputten dat het weer goed zal komen tussen hen?

“Is alles goed gegaan, Paul?” vraagt Monique, terwijl ze haar dochtertje uit de box tilt. “Prima,” lacht Paul. “Het is een modelkind. Ze heeft haar flesje netjes leeggedronken. Hee, maar alles goed met jullie?” Bezorgd kijkt hij van de een naar de ander. “Jullie zien er uit alsof je een spook hebt gezien!”
“Dat hebben we min of meer ook,” antwoordt Monique. Plotseling wellen dan toch de tranen op in haar ogen. “Ik vertel het je nog wel. Maar nu niet. Ik ben bekaf.” Paul knikt begripvol en maakt even later aanstalten om weg te gaan. Hij groet Michael, die op de bank zit, maar die reageert amper. Monique loopt met hem mee tot de deur. Ze staan nog even te praten. “Sterkte,” zegt Paul, en hij kust haar op beide wangen.

Monique komt weer binnen. “Zo, dat is achter de rug. Ik heb nagedacht. Voorlopig wil ik je niet meer zien. Dus ik zou het fijn vinden, als je nu je spullen gaat pakken en vertrekt. We hebben dan wel contact wanneer je Lisa kan zien. Ik heb net even met Paul overlegd, als je wilt, mag je bij hem logeren. Nu ga ik wandelen met Lisa. Als ik over een uurtje terugkom, wil ik dat je verdwenen bent.”

25.

Huwelijksperikelen in een serie. Vrachtwagenchauffeur Michael, bankbediende Monique.


Michael heeft toch maar gebruik gemaakt van het voorstel van Paul om tijdelijk bij hem in te trekken. Eigenlijk wel wrang: hij heeft Paul altijd als een aartsrivaal beschouwd, maar hij blijkt uiteindelijk de enige naar wie hij toe kan in deze netelige situatie. Michael peinst er niet over om bij zijn ouders aan te kloppen. De eerste keer is hem dit ook helemaal niet bevallen, en met wat voor verhaal moet hij komen? Ik heb mijn vrouw bedrogen en nu moet ze niks meer van me hebben? Zijn vader zou hem linea recta weer de deur wijzen. Even heeft hij aan Martijn gedacht, maar het is niet handig om je privé-leven en zakelijk leven zo met elkaar te verstrengelen.
Michael kijkt eens rond. Hij zit met een biertje op de bank en voelt zich wat ongemakkelijk. Het is een modern ingericht huis. Witte plavuizen op de vloer, een zwart leren bankstel met chromen leuningen en poten, eigenlijk vindt Michael het maar een kille bedoening. Er staan hier en daar wel wat grote groene planten op de vloer, maar het is lang niet zo gezellig als bij Monique en hem. Hij krijgt een brok in zijn keel als hij daaraan denkt. Monique en hij. Zullen ze ooit weer samen een paar vormen? Zal ze hem vergeven? Is hun liefde sterk genoeg om hier overheen te komen? Hij mist haar. Hij mist zijn dochtertje. Zijn huis. Zijn leven.

Paul komt de kamer binnen. Hij heeft wat broodjes gesmeerd. "Kom, eet wat," nodigt hij Michael uit. Michael neemt met tegenzin een broodje. De baksteen in zijn maag maakt, dat hij totaal geen trek heeft in eten. Maar weigeren staat ook zo onbeleefd. "Luister," zegt Paul. "Ik heb op zolder een grote kamer die ik al eens eerder verhuurd heb. Er zit een keukentje in. Nou ja, een aanrechtje met een wasbak en een kookplaatje. Niets bijzonders. Het lijkt me voor jou prettiger om een plek te hebben waar je je ook terug kunt trekken. Het is gemeubileerd, er staan zelfs een tv en een stereotoren. Voor douchen en zo kan je van mijn badkamer gebruik maken, op de eerste verdieping. Ook wil ik je zeggen, dat ik dit puur voor Monique doe. Zij is mijn beste vriendin, en als ik haar kan helpen, dan doe ik dat. Jij en ik kennen elkaar nauwelijks, dus je hoeft niet te doen alsof we vrienden zijn. Als jij met respect omgaat met mij, dan doe ik dat ook met jou. Wil je praten, prima. Wil je dat niet, ook goed. Mocht Monique besluiten om met jou verder te willen, dan steun ik haar daarbij, wil ze dat niet, dan zal ik haar ook helpen. Snap je? Zonder waardeoordeel, het is haar leven." Michael knikt. Hij heeft stiekem wel bewondering voor Paul. Misschien, als hij zich in het verleden niet zo jaloers opgesteld had, waren zij ook wel vrienden geworden. "Dankjewel. Voor alles. En natuurlijk wil ik best huur betalen," zegt hij wat onhandig. Paul maakt een handbeweging. "Dat zien we wel. Ik ga er niet vanuit dat je hier jaren komt wonen. Bovendien ben je de hele week van huis, dus veel last zal ik niet van je hebben."

Monique voelt zich leeg, moe en verdrietig. Ze wordt heen en weer geslingerd tussen allerlei gevoelens. Wat moet ze doen? Haar hart zegt steeds, dat Michael niet te vertrouwen is, dat ze hem nooit meer zal vertrouwen, en dat haar liefde op dit moment ook ver te zoeken is. Haar hart zegt ook, dat ze het verschrikkelijk zou vinden voor Lisa als ze op moet groeien zonder papa. En dan komen er nog heel veel zaken bij die het allemaal alleen nog maar ingewikkelder maken. En dan komt ook haar verstand om de hoek kijken. Stel, dat ze besluit om van Michael te scheiden. Dan zullen ze ook dit huis moeten verkopen. Met betraande ogen kijkt ze rond. Ze is zo gaan houden van dit leuke huisje in Delft. En de babykamer, die ze zo prachtig hebben ingericht. Hoe zou het financieel gaan? Zal ze dan met Lisa op een flatje moeten gaan wonen? Meer moeten gaan werken? Ze moet er nu al niet aan denken om Lisa binnen afzienbare tijd naar de kinderopvang te moeten brengen. Haar werk staat nu ook zo ver van haar af. Gelukkig heeft ze nog vijf weken voordat ze weer aan de bak moet, maar ze kan zich niet voorstellen dat ze Lisa dan zomaar kan afstaan aan een wildvreemde. Ze snuit haar neus. Ze wilden beiden het beste voor Lisa. Een papa, een mama, veel tijd en aandacht, maar ook materiele dingen. Monique moet er niet aan denken, dat ze straks elk dubbeltje zal moeten omdraaien om rond te komen. Michael zal wel alimentatie moeten betalen, maar hoeveel zal dat zijn? Als ze op dit punt is aangekomen, schrikt Monique van zichzelf. Is ze al zo ver? Dat ze er over nadenkt, of ze wel genoeg poen van haar toekomstige ex zal krijgen? Misschien moet ze zo helemaal niet denken. Het kan toch zo zijn, dat Michael écht in een ondoordacht moment gehandeld heeft en de rest van zijn leven zich de haren van spijt uit zijn hoofd zal trekken? En dat dit echt nooit eerder gebeurd is? Maar wat dan nog? Is één keer dan niet genoeg om hun relatie te verknoeien en om zijn genoten vertrouwen voor altijd te verspelen? Monique zucht. Ze kijkt op de klok. Hoog tijd om Lisa wakker te maken voor haar flesje. Een welkome afleiding. Even later staat ze vol vertedering gebogen over het bedje van haar slapende kind. "Ik zal proberen om erachter te komen wat het beste is voor ons," fluistert Monique terwijl ze het warme lijfje tegen zich aan drukt.

Het is een maand later. Monique duwt de kinderwagen voor zich uit. Het is druk in het park. Ze kijkt om zich heen, of ze Michael ergens ziet. In de verte zwaait een man. Ja, daar is hij. Monique zwaait terug en loopt in zijn richting. Even later staan ze tegenover elkaar. "Hai," zegt Monique, met een onzekere glimlach. "Hai," antwoordt Michael en meteen kijkt hij in de wagen. "Ze is al weer veranderd," merkt hij verrast op. "Ja, vind je? Je hebt haar een week geleden toch nog gezien?" "Ja, maar toch. Ze lijkt wat voller in haar gezichtje." Monique bukt zich, en trekt een kleed uit het bagagerek van de kinderwagen. Ze kijkt even waar genoeg schaduw is en dan legt ze het kleed neer. "Kom maar kleintje," zegt ze, terwijl ze Lisa uit de wagen tilt. "Lekker even spartelen op het kleed." Zelf gaat ze ook op het kleed zitten en klopt uitnodigend naast zich. Michael gaat wat aarzelend zitten. Monique kijkt om zich heen. De mensen in het park hebben nu vast een beeld van een gelukkig gezinnetje, bedenkt ze zich wat wrang. "Hoe gaat het met je?" vraagt Michael. Monique plukt een grassprietje en draait het tussen haar vingers. "Wisselend," antwoordt ze. "Het ene moment ben ik bereid om alles te vergeten en te vergeven, wil ik dat alles weer wordt zoals het was, het andere moment ben ik woedend op je en wil ik het liefst een advocaat bellen." Ze kijkt hem aan. "Ik doe echt mijn best Michael. Voor ons, maar ook voor die kleine meid. Ik ben niet iemand die snel opgeeft. Maar er zijn ook veel momenten waarop ik bang ben dat onze relatie niet langer levensvatbaar is. En jij?" Michael kijkt somber. "Je weet hoe ik erover denk. Ik mis je. Ik hou van jou. En van Lisa. En ik snap, dat je me niet vertrouwt. Maar laat me dan bewijzen, dat ik wel te vertrouwen ben. Dat met die Shirley... Dat was echt eenmalig. Niet goed te praten, dat weet ik wel, maar ik ben je verder altijd trouw geweest. Echt waar." Monique voelt een gevoel van irritatie opkomen. "Nou geweldig. Fantastisch. Wil je nou een medaille?" snauwt ze. Een paar maanden geleden zou Michael nu in drift ontstoken zijn, maar hij blijft kalm. "Is dat nu nodig?" vraagt hij alleen maar. Nukkig haalt Monique haar schouders op. "Nee, maar het is de gewoonste zaak hoor, om elkaar trouw te blijven in een relatie. Heb je eigenlijk nog contact gehad met Shirley?" "Nee Monique, dat vroeg je vorige week ook al. Ik heb geen enkele behoefte aan contact met Shirley. Ik ben alleen maar bezig met jou. Met ons. Met haar." Ze kijken naar het kleine kindje dat daar zo tevreden op het kleed ligt. "Moet je nou volgende week weer gaan werken?" probeert Michael het gesprek over een andere boeg te gooien. Monique schudt haar hoofd. "Nee, dankzij Paul niet. Ik vertelde hem vorige week, dat ik het nog helemaal niet zie zitten, gezien de omstandigheden. Hij heeft een gesprek geregeld met mijn baas, en ik heb hem alles maar verteld." Even kijkt ze Michael schuldbewust aan. Hij haalt even licht zijn schouders op. "Mijn baas heeft een afspraak geregeld met de bedrijfsarts en daar ben ik gisteren geweest. Ik moest heel erg huilen, en die man was vol begrip. Voorlopig hoef ik nog niet te werken en ga ik de ziektewet in. Over drie weken moet ik terugkomen bij die arts. Dus ik heb nog even respijt. En die tijd heb ik ook wel nodig, want ik zou mijn hoofd nu echt niet bij mijn werk kunnen houden. Ook zou ik het nu nog niet kunnen opbrengen om Lisa naar de kinderopvang te brengen." Michael knikt. "Nou ja, als dat beter voor je is. Ik vind het juist wel prettig om te werken. Dat geeft wat afleiding. Al staan mijn gedachten natuurlijk ook niet stil als ik in de vrachtwagen zit." Monique staat op. "Lisa moet zo een fles, dus ik ga naar huis," zegt ze. Michael gaat ook staan. Als Lisa weer in de wagen ligt, lopen ze samen naar de uitgang van het park. Daar legt Monique even haar hand op de arm van Michael. "Ik doe echt mijn best, Mike," fluistert ze terwijl de tranen in haar ogen opwellen. "Maar ik heb het er gewoon nog veel te moeilijk mee." Michael knikt. Hij moet zich bedwingen om zijn armen niet om haar heen te slaan. "Ik hou van je," zegt hij kort en dan loopt hij de straat in zonder ook nog maar één keer om te kijken.

"Hoe was het?" vraagt Paul als Michael binnenkomt. "Hetzelfde. Ze heeft het moeilijk en weet het allemaal niet meer," antwoordt Michael. "En heb je haar het andere nieuws ook verteld?" vraagt Paul. "Of heb je besloten om er nog maar even mee te wachten?" Michael kijkt verbaasd. "Welk ander nieuws?" Paul schrikt zichtbaar. "O, shit. Je weet nog van niks. Nou ja, ik heb nu a gezegd, dus dan ook maar b. Jouw baas heeft de afgelopen week van mijn baas te horen gekregen dat hem geen bedrijfskrediet meer verstrekt gaat worden. Ook een doorstart is niet mogelijk. Met andere woorden: het bedrijf is failliet."

26.

Michael wordt wakker. De zon schijnt door het zolderraam. Alweer zo'n prachtige zomerdag. Hoe laat zou het zijn? Met een ruk draait hij zich om. Wat kan hem het schelen. Hij is werkloos. Zijn vrouw en kind kwijt. Hij woont in het huis van iemand die hij amper kent. En bovendien; hij is vandaag nog jarig ook. Een bittere trek komt om zijn mond. Jarig. Alsof hij wat te vieren heeft. Het contact met Monique verloopt stroef. Eens in de week komt hij bij haar thuis - hoor hém nou, het is verdomme net zo goed zijn huis! - en mag hij zijn dochtertje een paar uur zien. Die kleine meid groeit als kool, maar juist daardoor heeft hij het gevoel dat hij haar hele babytijd mist. Nu gaat ze sinds Monique weer aan het werk is naar het kinderdagverblijf. Hij heeft nog aangeboden om op de dagen dat Monique aan het werk is voor Lisa te komen zorgen, maar Monique heeft dit aanbod afgeslagen. "Nee hoor, ze moet er nu maar vast aan wennen. Ze is nu nog klein, dus dan gaat dat wennen veel makkelijker, dan wanneer ze een half jaar verder is. Bovendien, als jij een baan vindt, dan ben ik mijn plek op het kinderdagverblijf kwijt, en de wachtlijsten zijn lang." Hij heeft zich er bij neergelegd. Wat moet hij anders? Hoe langer hij weg is thuis, hoe erger hij het mist. Natuurlijk heeft hij al lang spijt van zijn misstap met Shirley. Maar het valt niet meer terug te draaien! Daar moet Monique toch een streep onder kunnen zetten? En verder gaan met hun leven? Michael zucht. Hij stapt uit bed, slaap heeft hij toch niet meer. Als hij beneden komt treft hem weer het steriele van Pauls huis. Smetteloos, onpersoonlijk, zoals Paul zelf ook is. Nee, niet tegen Monique. Daar is Paul o zo close mee. Maar hij, Michael wordt hier alleen maar gedoogd. Natuurlijk, heel aardig van Paul, dat hij hier nou al een paar maanden mag bivakkeren, maar dat doet Paul alleen maar om bij Monique in een nog beter blaadje te komen. Dan ziet Michael een pakje op tafel liggen. Met een kaart. Hij opent de envelop en leest de kaart. "Jongen, vierdagen moeten toch gewoon gevierd worden. Gefeliciteerd met je verjaardag. Ik heb een fles champagne in de koelkast gezet, dan drinken we er vanavond eentje op je verjaardag. Paul." In het pakje zit een boek. Een detective. Met een klap smijt Michael het boek op tafel. Paul kent hem voor geen meter, dat is wel duidelijk. Hij houdt niet van lezen! En hij hoeft ook geen kaart van Paul. Die gaat daar natuurlijk over opscheppen tegen Monique. "Ach, ik heb maar een kaart en een cadeau gekocht voor die arme jongen. En een glaasje champagne met hem gedronken." Michael loopt naar de keuken en rukt de koelkastdeur open. Champagne! Met het boek slaat Paul de plank al mis, maar champagne? Een krat bier is beter aan hem besteed. Toch pakt hij de fles uit de koelkast. Nou, dan maar een champagneontbijtje! Dat is toch trendy? De kurk knalt tegen het plafond en Michael zet de fles aan zijn mond.

"Zullen we buiten zitten, het is heerlijk weer." Stella kijkt haar zus vragend aan. In haar handen houdt ze de mokken met dampende koffie vast. Monique volgt haar met twee borden met kaastosti's erop. "Nee, laten we maar binnen blijven. Ik heb dit jaar helemaal niets aan de tuin gedaan. Het ziet er niet uit. Ik heb zelfs de tuinmeubels nog niet uit de schuur gehaald. Geen zin in." Stella haalt haar schouders op. "Wat je wilt. Maar het is wel jammer om met dit mooie weer binnen te gaan zitten bakken." Monique zet de bordjes op tafel. "Ik heb nergens zin in, Stel," zucht ze. "Ik heb zelfs het gevoel dat de hele babytijd van Lisa aan mij voorbij gaat, door al die shit met Michael." Stella knikt. "Dat kan ik me voorstellen," zegt ze. "Nou, eerst maar eens eten. Eet smakelijk!" Gretig neemt ze een hap van de kaastosti. "Heerlijk. Dat heb ik in tijden al niet gegeten," zegt ze. Monique kijkt bijna jaloers. Zij eet alleen maar omdat ze moet eten, maar plezier beleeft ze er al tijden niet meer aan. Ze is de kilo's van haar zwangerschap niet alleen kwijt, ze is nog meer afgevallen dan dat. Eigenlijk is ze een tikje aan de magere kant. Nou ja, het kan haar niet zo veel schelen. Ze neemt een slokje van haar koffie. "Hoe doet Lisa het op het kinderdagverblijf?" wil Stella weten. Monique lacht. "Ja, hartstikke goed. Ik heb er meer moeite mee dan zij! Ik vind het pittig hoor, om haar drie hele dagen te moeten missen. En mochten Michael en ik toch uit elkaar gaan, tja, dan zal ik fulltime moeten gaan werken, en dan zie ik haar amper meer." Haar lach heeft plaatsgemaakt voor de sombere blik die ze de laatste tijd vaak in haar ogen heeft. "Hoe zit het nu dan, tussen jou en Michael?" Stella roert in haar koffie en kijkt haar zus belangstellend aan. Monique zucht. "Ik weet het eerlijk gezegd niet meer. Soms denk ik dat ik nog wel van hem houd, maar ik kan me dan ook weer zo vreselijk aan hem ergeren. Hij wil heel graag dat ik definitief een knoop doorhak, maar ik kan het niet. Ik weet niet of ik met hem verder wil. En nu zit hij ook nog zonder werk. Apathisch te wezen. Nog even, en dan is Paul het ook zat, en dan gooit hij Michael de deur uit. En dan? Waar moet hij heen?" Stella kijkt haar aan. "Ik weet het niet, zeg jij het maar," zegt ze. "Ik weet het gewoon niet!" Monique begint te huilen. "Mijn kind heeft er toch ook recht op om met een vader en een moeder op te groeien? En dit huis... Ik ben er zó aan gehecht. En ik wil ook niet fulltime gaan werken en op een of ander flatje gaan wonen met Lisa, en dat ik haar bijna nooit meer zie. Dat wil ik niet!" Ze snikt het uit en zoekt in haar zak naar een zakdoek. Luid snuit ze haar neus. Stella beziet haar zus met een kalme blik. "Nou, dat is dan duidelijk. Je weet precies wat je niet wilt. Dus dat houdt in, dat je Lisa niet zonder haar vader op wil laten groeien, dat je niet wil verhuizen, niet nog meer dagen wilt gaan werken, nou, dat kan maar op één manier. Dan moet je Michael weer terugnemen." Stella buigt zich over naar haar zus. "Maar is dat dan wat je wilt, Monique? Als je diep in je hart kijkt? Schrikt het beeld van een Michael weer dag en nacht in huis je af, of verlang je daar naar? Mis je hem, als je 's avonds alleen in bed ligt? Dát zijn de vragen die je je moet stellen! Het gaat uiteindelijk om jou en hem. Jullie relatie. En al die dingen die je noemt, zélfs het feit dat Lisa een weekendvader zal hebben, alles is bijzaak, Monique. Jullie zullen het uiteindelijk samen moeten rooien. En als je ongelukkig bent in je relatie, dan zal dat van invloed zijn op je moederschap, op de sfeer in huis. Dan zie je dat ook niet meer hoor, dat je in een leuk huis woont in een gezellige buurt. Hou nou eens op met al die uitvluchten!"

Monique snuit haar neus nog een keer. "Wat zou jij dan doen?" vraagt ze haar zus. "Andere vragen stellen aan mezelf," reageert deze prompt. "Jij bent alleen maar bezig met hoe het voor Lisa is, hoe het dagelijks leven zou veranderen, maar dat zijn niet de goede vragen. Wil je graag in zijn nabijheid zijn? Wil je alles met hem bespreken? Kan je hem zijn misstap vergeven? En het ook proberen te vergeten? Vooruit kijken, en niet achterom? Mis je de seks met hem? Zijn zoenen, zijn armen om je heen? Dáár moet je over nadenken." Monique knikt. "Je hebt gelijk. Eigenlijk weet ik allang wat me te doen staat. Maar ik zie er tegenop. En dan vind ik het ook eigenlijk heel zielig voor Michael. Weet je, hij is nog jarig ook vandaag. Wat moet ik daarmee? Op bezoek met Lisa? Hem bellen, of sms'sen? Ik vind het zó lastig." Stella slaat haar armen om haar zus heen. "Je moet doen wat je gevoel je ingeeft. En als jij met je dochter naar de verjaardag van haar vader wil gaan, dan moet je dat doen. Maar je moet - nee, niet vandaag - ook zo snel mogelijk duidelijkheid scheppen voor hem. Dat hij geen hoop meer hoeft te putten uit de dingen die je doet. Dat je voor Lisa naar zijn verjaardag gaat, dat je voor Lisa überhaupt nog contact met hem onderhouden zal." "Ga je dan straks met me mee?" vraagt Monique met een klein stemmetje. Stella knikt. "Ja hoor, ik ga met je mee. Ga je lekker even opfrissen, vis die dochter van je uit bed, en als zij haar flesje leeg heeft gedronken, dan gaan we met haar naar Michael. "

"Zo, daar zit niet veel in," zegt Michael hardop, terwijl hij met verbazing naar de lege fles in zijn hand kijkt. "Dik glas, weinig inhoud," besluit hij en hij gooit de fles in de vuilnisbak. "Wat een goor spul. Ik had beter meteen een biertje kunnen nemen." Hij haalt een flesje bier uit de koelkast, maakt het open met zijn trouwring. "Weer een reden om niet te scheiden, Monique," mompelt hij. "Hoe moet ik anders mijn bier openkrijgen?" Hij lacht om zichzelf. Zie je wel, hij is best een leuke jongen. Hij drinkt het flesje bier in één teug leeg. "Dat is tenminste te zuipen." Michael maakt nog een flesje open. De deurbel gaat. Michael loopt met onvaste tred naar de deur. Even later staat hij in zijn onderbroek met een flesje bier in zijn hand oog in oog met zijn vrouw.


27.

Langzaam wordt Michael wakker. Zijn hoofd bonkt, en zijn tong voelt aan als van leer. Hij rilt van de kou. Even moet hij nadenken waar hij nou precies is. Hij kijkt om zich heen. O ja, nou weet hij het weer. In het huis van Paul. En geen wonder dat hij het zo koud heeft. Hij ligt, gehuld in slechts een boxershort, op de koude leren bank van Paul. Hoe laat zou het zijn? Hij werpt een blik op de klok. Drie uur. Wat is er ook alweer gebeurd? Flarden van herinneringen komen boven. Hij had gedronken, vanmorgen al. Hij is jarig. Monique stond op de stoep met haar zus en met de kinderwagen waar zijn dochter in lag. Hij heeft de deur opengedaan in zijn onderbroek en met een bierflesje in zijn hand. Monique was boos. Waarom ook alweer? Hij is ook boos geworden en heeft heel veel dingen tegen haar geroepen, maar hij weet echt niet meer wat. Heeft hij nou ook lopen schreeuwen, of heeft hij dat gedroomd? In zijn beleving is Monique huilend weggelopen, en na een woedende blik heeft ook Stella rechtsomkeert gemaakt met de kinderwagen. Maar het lijkt zo irrealistisch, dat hij niet meer zeker weet wat er nou echt gebeurd is.

Voorzichtig komt hij overeind, en wrijft met een pijnlijk gezicht zijn nek. Tjonge, wat heeft hij in een rare houding liggen pitten. En wat voelt hij zich beroerd! Gaan zitten was niet zo’n goed idee. Michael voelt zijn maaginhoud omhoogkomen. Met zijn hand voor zijn mond spurt hij naar het toilet. Halverwege de gang kan hij het niet meer ophouden, en een groot deel van zijn maaginhoud golft over de plavuizen. Hij rukt de deur van het toilet open, en op zijn knieën, met zijn handen om de wc-bril geklemd, kotst hij totdat hij alleen nog maar gal voelt opkomen. De tranen rollen over zijn wangen, en het kippenvel staat op zijn hele lijf.

Op dat moment hoort hij de sleutel in het slot. O nee, dat kan Paul toch nog niet zijn? Die werkt toch tot vijf uur? Maar het is Paul wel. Hij steekt zijn hoofd om het hoekje van de wc en kijkt Michael zwijgend aan.

“Kom maar meisje, jij gaat lekker naar bed,” zegt Stella tegen haar nichtje. “Even nog een luier, en dan ga jij lekker slapen. Kom maar.” Stella loopt met Lisa op haar arm de kamer uit. Sinds hun terugkomst heeft Stella alles geregeld. “Ga jij maar even lekker op de bank liggen, even bekomen van de schrik,” heeft ze tegen haar zus gezegd. Monique voelt zich leeg. En klote. Wát een afknapper zeg, die Michael. Dacht ze even gezellig op verjaarsbezoek te gaan, krijg je dit! Een dronken man in zijn onderbroek die alleen maar liep te schelden. Over Paul, die op haar zou geilen, over het feit dat hij, Michael, maar één keer een scheve schaats had gereden, terwijl zij natuurlijk al heel lang een verhouding zou hebben met Paul, dat zij hém excuses zou moeten maken in plaats van hij háár en nog allemaal meer van dat soort dingen. En natuurlijk, hij was dronken, maar waarom had hij dit soort dingen gezegd? Hij wist toch al lang, dat Paul en zij alleen maar vrienden waren? Toen zij de straat al uit was gelopen, had Stella haar ingehaald. “Het gaat niet goed daar, hoor! Toen Michael de deur dicht deed, hoorde ik een knal en glasgerinkel. Leuk voor Paul, als hij thuiskomt en zijn halve interieur is naar de klote!” had ze gehijgd. “Je moet Paul echt even op de hoogte brengen, het is wel zijn huis.”

Terwijl Stella boven is met Lisa, belt Monique met Paul. Huilend vertelt ze hem haar verhaal. “Ik ben er zo klaar mee, Paul! En ik denk echt, dat je even naar je huis moet, om te kijken wat daar gaande is. Stella was er ook niets gerust op.” Paul stelt haar gerust, en belooft haar om meteen even thuis poolshoogte te nemen.

Een paar minuten later is Stella weer beneden. “Ik heb Paul gebeld en hij gaat even thuis kijken. O, ik ben zó klaar met Michael! Ik wil echt weg bij hem,” huilt Monique. Stella knikt. “Ik kan me het levendig voorstellen. Wát een loser is die gozer, zeg!” Ondanks alles gaat  Monique hier toch niet in mee. “Michael is geen loser. Het mag hem dan allemaal tegenzitten, en hij zoekt naar de verkeerde oplossingen; hij is wél de vader van mijn kind!” zegt ze fel.

“Wat ben jij vroeg thuis,” zegt Michael, terwijl hij nog een sliert speeksel uit zijn mondhoek veegt met de palm van zijn hand. “Ik ruim het zelf allemaal weer op hoor, ik weet niet wat ik heb. Een buikgriepje, denk ik.” Meteen loopt hij naar de keuken om een emmer te pakken. “O ja? Denk je dat? Heb je buikgriep?” vraagt Paul, met een cynische ondertoon in zijn stem. “Een uur geleden had ik jouw vrouw aan de telefoon. Huilend. Ze wilde even op verjaardagsbezoek komen, maar haar jarige echtgenoot deed open in zijn onderbroek met een bierflesje in zijn hand en schold haar helemaal verrot. Jij doet er ook werkelijk álles aan hè, om je huwelijk te verkloten! En dan geef ik jou onderdak. Wat tref ik aan? Mijn gang helemaal ondergekotst, bierflesjes in de kamer, in je woede heb je kennelijk ook nog lopen gooien met van alles, want moet je eens even kijken!” Michael kijkt rond. Op het dressoir van Paul stond eerst een Boeddhabeeld, maar die ligt nu in scherven op de grond. Ernaast ligt een bierflesje ook in scherven met een grote plas bier eromheen. “Dat noem ik pas alcoholmisbruik,” grinnikt Michael, maar Paul ziet er de humor niet van in.

“Ik wilde je echt helpen, Michael. Jou en Monique. Daarom heb ik je onderdak geboden in mijn huis. Maar jij doet er echt alles aan om Monique nog verder tegen je in het harnas te jagen. Ik heb er geen zin meer in. Jij gaat je spullen pakken, en binnen een uur wil ik jou uit mijn huis hebben. Sorry, maar hier kan ik echt niet tegen. Ik heb nog geprobeerd om er voor jou een zo leuk mogelijke verjaardag van te maken, maar jij hebt alleen maar misbruik gemaakt van die situatie. Het is toch belachelijk, dat je die fles champagne hebt leeg gezopen en met flesjes bier hebt lopen smijten? Wat had ik aangetroffen als Monique mij niet had gebeld?”

Michael wordt kwaad. Nou moet hij hier óók al weer weg! Wat een klootzak, die Paul! “Weet je wat? Pak jij je spullen maar! En neem mijn plaats maar in, dat wil je toch zo graag? En Monique toch ook? Ga jij nou maar naar mijn huis, ga lekker gezinnetje spelen met Monique, dan blijf ik wel lekker hier. Oké? Zolang ik je ken, zit je al achter mijn wijf aan. Nou, je mag haar hebben! En die zus van haar erbij. Maar laat mij met rust!”

Paul staat op. Met een dreigende houding komt hij tegenover Michael staan. “Mijn huis uit. Binnen een uur,” zegt hij, met een dreigende klank in zijn stem. Michael haalt uit en slaat Paul boven op zijn neus. “Ik wil hier ook geen minuut langer blijven,” zegt hij kwaad, en met een triomfantelijk gevoel kijkt hij naar Paul die met een tissue zijn hevig bloedende neus probeert te stelpen.

Met betraande ogen laat Monique Paul binnen. Ze kijkt naar zijn opgezette gezicht. “Heeft Michael je geslagen?” vraagt ze beschaamd. “Hij is weg. Dat is het belangrijkste,” antwoordt Paul. “Hoe is het met jou?” Monique kan het niet helpen. De tranen stromen over haar wangen. “Kut,” zegt ze met hese stem. “Stella was hier vandaag. Zij denkt er zó gemakkelijk over. Ze vindt, dat ik weg moet gaan bij Michael. Maar hoe moet het dan verder? Hoe moet het met Lisa, met het huis, met mijn baan? Ik wil niet fulltime werken. Dan heb ik helemáál geen tijd meer voor Lisa. En zie je mij al op een flatje zitten met een kind? Zij moet toch lekker in de tuin kunnen spelen, als ze wat groter is?”

“Je hebt het nooit aan Michael verteld, hè?” zegt Paul opeens. “Hij denkt echt, dat ik erop uit ben om zijn plek in te nemen. Waarom heb je het hem niet verteld, gezien zijn jaloezie?” Monique kijkt peinzend voor zich uit en probeert haar antwoord zo zorgvuldig mogelijk te formuleren. “Kijk. Jij hebt het me in vertrouwen verteld. Ik ben Michael altijd trouw geweest, en wilde hem er ook van overtuigen, dat ik best mannelijke vrienden kon hebben, zonder daar wat mee te willen. Als ik meteen had verteld dat jij homo was, dan was dát het argument geweest voor Michael om te snappen, dat ik nooit met jou vreemd zou gaan. Maar ik wilde gewoon, dat hij me sowieso zou vertrouwen, snap je?” Paul knikt. “Ja, ik snap het. En ik waardeer het ook. Maar ik heb wel nieuws. Een maand geleden heb ik aan mijn ouders verteld dat ik homo ben. En dat had een reden. Je weet, mijn ouders zijn streng gelovig. Maar ik heb sinds een paar maanden een vriend. Ja, ja, ik had het je eerder moeten vertellen, maar jij had even genoeg aan je eigen verhaal. Maar Matthijs en ik komen er steeds meer achter, dat wij zo veel van elkaar houden, dat we steeds bij elkaar willen zijn. Hij woont in Den Haag, in een fantastisch huis. Hij wil heel graag dat ik bij hem kom wonen. Toch wil ik mijn huis hier in Delft nog niet opgeven. Je weet maar nooit. Dus heb ik een voorstel voor jou. Als jij echt weg wil bij Michael, dan mag je voor een klein bedrag per maand in mijn huis komen wonen. Ik zal mijn meubels in de opslag doen, en jij mag het inrichten zoals je wilt. Ook weet je, dat ik bij de bank vaak de hypotheken doe, dus ik kan je ook helpen bij de verkoop van dit huis, mocht dat nodig zijn. Denk er maar over na.”

Monique staat op en slaat haar armen om Paul heen. “Daar hoef ik niet over na te denken. Geweldig, wat een aanbod! En wat fantastisch, dat je een relatie hebt, ik gun het je van harte!”

Michael zit op het bankje bij de bushalte. Het enige dat hij heeft, is zijn weekendtas en zijn mobieltje. Bij Paul heeft hij het verpest. Bij Monique hoeft hij ook niet aan te kloppen, laat staan bij zijn ouders. Waar moet hij naartoe? Waar moet hij de nacht doorbrengen? Heeft hij ooit eerder zo’n verschrikkelijke verjaardag meegemaakt? Hij scrolt door de contacten in zijn mobieltje. Er zit niks anders op. Er is maar één persoon die hij nu kan bellen. Even later heeft hij haar aan de telefoon. “Hallo Shirley. Met Michael.”




28.

Schoorvoetend stapt Michael in. "Hai," begroet hij Shirley. Ze straalt hem tegemoet. "Wat heerlijk om je weer te zien!" juicht ze bijna, en ze buigt zich naar Michael toe om hem een kus te geven. Onhandig zoent hij haar op beide wangen. Even kijkt ze verwonderd, maar ze zegt niks. "Kom. We gaan naar huis," zegt ze enkel, en meteen geeft ze gas. Michael slikt. Naar huis? Wat haalt ze zich nou in haar hoofd? Hij is helemaal niet uit op een relatie met haar, hij zoekt alleen een tijdelijk onderkomen. Maar misschien doet hij er verstandig aan om hier nog maar even niet over te praten. Anders flikkert ze hem misschien acuut de auto uit. Wat heeft hij ook alweer gezegd toen hij haar opbelde? Toch geen dingen waaruit zij zou kunnen opmaken dat hij een relatie met haar wil? Hij heeft gevraagd of hij een poosje bij haar mocht logeren wegens moeilijkheden thuis. Dat was alles. Zelfs een verknipt iemand als Shirley kan daar toch geen andere betekenis aan geven? Hij zit al genoeg in de shit. Nou ja, voorlopig heeft hij een onderkomen, en Monique zal wel weer bijdraaien. Dan gaat zijn telefoon. Op de nummermelder ziet hij dat het Monique is. Nee. Nu niet. Hij wil echt niet dat zij te weten komt dat hij bij Shirley in de auto zit en dat hij bij haar gaat logeren de komende tijd. Hij zet zijn telefoon uit. Even komen er herinneringen boven aan de vorige keer dat hij de telefoon niet op wilde nemen toen zijn vrouw hem belde. Had hij dat toen maar nooit gedaan. Waarom was hij zijn pik zo achterna gelopen? Hij had zich zo veel problemen kunnen besparen als hij zich toen gedragen had als een getrouwde man en aanstaand vader. Hij zucht. Shirley kijkt hem van opzij even aan. "Was dat Monique?" vraagt ze nieuwsgierig. "Ja," antwoordt Michael kort. " Tja, dat zal voor haar wel een hard gelag zijn, dat je uiteindelijk toch voor mij hebt gekozen."

Onbereikbaar. Verdorie. Monique wil zo snel mogelijk met Michael praten. Op een zakelijke manier. Ze wil hem vertellen dat ze besloten heeft om van hem te scheiden. Zijn gedrag gaat van kwaad tot erger. Nu heeft Lisa er allemaal nog geen erg in, al zal zo'n baby'tje heus wel iets meekrijgen van de spanningen, maar Monique wil voor haar dochter een harmonieuze omgeving. Ze moet er niet aan denken dat Michael zich op een keer gewelddadig zal gedragen in het bijzijn van zijn dochter! En haar liefde voor Michael is op dit moment ook ver te zoeken. Er zit nog een restje, maar ze weet zelf niet eens of dat op liefde of op medelijden is gebaseerd. Ze móet hem gewoon te pakken krijgen. Waar kan hij nou toch naartoe zijn gegaan? Naar zijn ouders? Dat betwijfelt ze sterk. De vorige keer hebben ze partij voor haar gekozen, en dat is hem zwaar tegengevallen. Toch besluit ze te bellen. Haar schoonmoeder is bij verrast om haar stem te horen. "Hoe gaat het met Lisa? Groeit ze goed? Krijg je nog steeds zo veel bezoek, of kan ik binnenkort weer even komen kijken?" Monique krijgt een stormvloed van vragen over zich uitgestort en beschaamd bedenkt ze, dat ze de beide opa's en oma's de laatste tijd wel tekort heeft gedaan. Maar ja, ze had dan ook wel wat anders aan haar hoofd. In het kort legt ze uit dat het heel slecht gaat tussen Michael en haar omdat er een ander in het spel is geweest. Ze vertelt dat ze wel moeite hebben gedaan om hun relatie nog te redden, maar dat ze nu toch een nare beslissing heeft moeten nemen. Haar schoonmoeder toont wel wat begrip, maar probeert het toch ook voor haar zoon op te nemen. Begrijpelijk natuurlijk. En ook vanuit het christelijke standpunt van haar schoonouders begrijpt Monique best dat haar schoonmoeder zo reageert. Ze probeert het maar zo gelaten mogelijk over zich heen te laten komen. Eén ding is haar wel duidelijk: Michael is niet bij zijn ouders, broers of zussen.

"Kom binnen!" zegt Shirley opgewekt, en Michael stapt haar huisje binnen. "Wil je koffie?" vraagt Shirley. Koffie. Dat kan hij wel gebruiken, hij heeft een hoofdpijn van jewelste. Het was natuurlijk ook niet zo verstandig om een fles champagne te drinken en dan ook nog al dat bier. Maar ja, hij is maar één keer per jaar jarig. Dat was hij door al dat gedoe compleet vergeten. Zal hij aan Shirley vertellen, dat hij jarig is? Nee, misschien toch maar verstandiger om het niet te zeggen. Straks valt ze hem om zijn nek, of zo. Daar had hij een poosje terug nog een moord voor gedaan, en nu moet hij er niet aan denken. Hoe kan dat toch, deze ommekeer bij hem? Hij moet toegeven, het is een ontzettend lekker wijf. Een hoop mannen zouden jaloers zijn, als ze hem met haar samen zouden zien. Maar hij kan alleen maar denken aan alle gestoorde dingen die ze heeft uitgevreten. Hij mist Monique. Zijn eigen Monique. Wat doet hij hier eigenlijk? Hij hoort Shirley in de verte rommelen in de keuken. Ze praat, maar hij kan niet verstaan wat ze zegt. Wat is hij ontzettend moe! Michael gaapt en zakt wat onderuit op de bank. Hij legt zijn benen op tafel. Wat kan hem het schelen wat Shirley er van vindt? Misschien knapt ze dan eindelijk eens op hem af. Zijn ogen zakken dicht en weldra is hij diep in slaap.

Ook Martijn heeft geen idee waar Michael uithangt. Hij heeft al een tijdje niets meer van hem gehoord. En zelf is hij te druk bezig geweest met het afwikkelen van zijn faillissement om Michael te bellen. Ze wisselen wat beleefdheidjes uit en dan hangt Monique op. De bel gaat. Het is Stella. Ze was eigenlijk onderweg geweest naar een andere afspraak, maar was halverwege de rit op haar schreden teruggekeerd. Haar gedachten waren toch alleen maar bij haar zus, dus had ze de afspraak afgebeld. Monique is er blij mee. Ze heeft toch een beetje de neiging om in paniek te raken bij alles wat er nu weer is gebeurd. Stella heeft onderweg wat te eten gehaald en Monique vertelt tijdens het eten wat er verder vandaag is gebeurd. Stella is opgetogen, als ze hoort dat Monique in Pauls huis mag gaan wonen. "Geweldig! Maar wacht het nou eerst maar eens af. Eerst maar eens praten met Michael. Misschien wil hij hier wel blijven wonen en jou uitkopen. Of andersom." "Dat is nou net het probleem," zegt Monique somber. "Ik heb geen idee waar hij is. Zijn ouders wisten van niks, en ook Martijn heeft niets van Michael gehoord. Ik wil met hem praten. En ik maak me toch ook wel een beetje bezorgd om hem. Het is stom, wat hij gedaan heeft, maar hij was hartstikke dronken. Dan reageren mensen nou eenmaal buiten proporties." Stella is halverwege een hap, maar haar vork blijft steken. "Ga je het nou toch allemaal weer goed zitten praten? Je lijkt wel gek! Er zijn duizenden vrouwen die in zo'n huwelijk blijven hangen en aan het eind van hun leven denken: ‘ Was ik nou maar bij hem weggegaan.' Dat zijn ook van die vrouwen die het walgelijke gedrag van hun man eeuwig met de mantel der liefde blijven bedekken. Hoe lang zijn jullie nou helemaal getrouwd? En wat heeft hij je niet allemaal geflikt? Hou er mee óp Monique, in vredesnaam!" En weer antwoordt Monique met het zinnetje dat nou eenmaal diep in haar verankerd zit. "Maar hij is wél de vader van mijn kind!"

Langzaam wordt Michael wakker. Slaperig kijkt hij om zich heen. O ja, hij is in het huis van Shirley. Er ligt een roze met wit gestippelde plaid over hem heen. Een paar schemerlampjes branden. Buiten is het donker. "Zo, weer in het land der levenden?" Shirley komt de kamer binnen. "Je hebt heel wat uurtjes liggen slapen. Het is al avond, al tien uur. Ik heb je maar lekker laten liggen. Wil je wat eten? En heb je nu wel zin in koffie?" Ze ratelt maar door. Michael ergert zich, maar laat het niet blijken. Hij heeft inderdaad heel veel trek. "Ja, ik heb wel honger. En ook zin in koffie," glimlacht hij. Shirley geeft hem een kus op zijn mond. Hij moet zich bedwingen om zijn mond niet af te vegen. "Komt voor mekaar! Ik ga even wat lekkers voor ons maken in de keuken. Zo terug!" Michael is opgelucht dat ze voorlopig zoet is in de keuken. Wat een spraakwaterval! Monique weet dat wel van hem, dat hij graag even met rust gelaten wil worden als hij net wakker is. Monique. Het snijdt door hem heen. Wat mist hij haar! Hij haalt zijn mobieltje uit zijn zak en zet het apparaatje aan. Hij heeft zes gemiste oproepen, allemaal van Monique. En een voicemailbericht. Hij toetst het nummer om voicemailberichten te beluisteren en even later hoort hij de vertrouwde stem van zijn vrouw in zijn oor klinken.

"Michael, met Monique. Waar zit je? We moeten echt praten. Wil je me alsjeblieft terugbellen?" Einde bericht. Dat is alles. Waarover wil ze praten? Over de gebeurtenissen van vandaag natuurlijk, maar wil ze het oplossen? Of wil ze bij hem weg? Bij die gedachte slaat de angst hem om het hart. Maar veel tijd om na te denken wordt hem niet gegund. Shirley komt de kamer binnen met een dienblad. "Kom je aan tafel?" nodigt Shirley hem vriendelijk uit. Hij staat op en gaat aan de eethoektafel zitten. Een bord met dampende pasta wordt voor zijn neus neergezet en een grote beker koffie. "Eet smakelijk, schat!" zegt Shirley met een stralende lach. Michael mompelt ongemakkelijk iets van ‘eet smakelijk' en begint te eten. Het smaakt heerlijk, dat moet hij toegeven. In een paar minuten heeft hij zijn bord leeg. Ook heeft hij zijn plan klaar. Vannacht blijft hij hier logeren, maar geen dag langer. Morgenochtend gaat hij Monique bellen. En misschien, heel misschien kan het toch nog weer goedkomen tussen hen. Als hij het dit keer maar wat handiger aanpakt...

Dan gaat zijn mobieltje. Michael kijkt met een ruk op van zijn bord. Shit, vergeten uit te zetten! Maar voordat hij het benul heeft om op te staan, is Shirley hem voor. Ze rent naar de bank en kijkt op de nummermelder. "Het is Monique," zegt ze grijnzend, en meteen heeft ze al opgenomen. "Monique? Dit is Shirley. Michael is vandaag bij mij ingetrokken. Ik zou het fijn vinden, als je ons niet langer lastigvalt. Dag Monique."


29.

“Steeds had ik het idee dat die toestand met die Shirley echt maar eenmalig is geweest. Ik voel me zó belazerd! Nu blijkt gewoon, dat ze al die tijd met elkaar hebben door gerotzooid. En ik heb mijn best gedaan om alles te vergeven en te vergeten. Ik voelde me soms een trut, omdat ik één zo’n slippertje maar niet door de vingers kon zien!”  Paul laat Monique uitrazen. Ze is woedend, en terecht. Ze heeft al wel vijf keer het hele verhaal verteld, hoe Shirley de telefoon van Michael had opgenomen en tegen haar had gezegd, dat Michael en zij geen last meer wilden hebben van Monique. “ Zijn kind kan hem dus ook geen barst schelen! Wat is hij nou voor een vader?”  Moniques ogen zijn rood van het huilen. Ze verbergt haar gezicht in de zakdoek die Paul haar heeft gegeven en snuit flink haar neus. Paul zit op de leuning van de bank en streelt haar rug. “ Hij krijgt Lisa echt nooit meer te zien! Dan gaat hij maar fijn met Shirley een kind maken!”  roept Monique kwaad. Paul moet even glimlachen, tegen wil en dank. Hij heeft een denkfrons boven zijn neus. “ Weet je, Monique? Ik geloof er niet in, dat die twee al die tijd een relatie hebben gehad. Michael heeft in al die tijd dat hij bij mij in huis was nooit gebeld. Zijn telefoon slingerde overal. Als ik uit mijn werk kwam, was hij er altijd. Ik vond het juist zo zorgwekkend, zijn apathische gedrag. Een verliefd persoon gedraagt zich anders. Zenuwachtig, ongeduldig. Ik ben zelf verliefd. En ik betrap mezelf erop, dat ik mijn mobieltje honderd keer vaker uit mijn zak haal, dan dat ik voordat ik mijn vriend kende, deed.”  Monique heeft stil geluisterd. Af en toe snikt ze nog na. Maar wat Paul zegt, klinkt wel logisch. “Maar nu is hij wel bij haar,” zegt ze. Paul knikt. “ Ja, waar moest hij anders naartoe? Hij wist, dat zij de enige was die hem met open armen zou ontvangen. Ik denk dat hij radeloos is. Bij zijn ouders hoeft hij niet aan te komen, bij zijn hele familie niet, trouwens, en wat heeft hij nou aan vrienden? Martijn zit zelf genoeg in de sores en zit ook niet te wachten op ex-werknemers.” Weer heeft Monique aandachtig Pauls woorden aangehoord. “Ik heb het er zó moeilijk mee, allemaal,” zucht ze. “Ik kán gewoonweg niet denken: ‘Laat die Michael maar barsten, ik ga nu weer verder met mijn leven. Ergens hoort hij nog steeds bij mij. En bij Lisa. O Paul, wat moet ik hier toch allemaal mee?” Paul staat op. “Laat het voorlopig rusten, lieverd. Het initiatief moet nu maar eens van Michael komen, vind je ook niet? En nu ga ik lekker koffie voor ons maken en dan ga ik jou in bed stoppen.” Hij heft zijn hand op. “Ja, ik weet allang wat je gaat zeggen. Maar laat die dochter van je maar aan mij over. Ik weet inmiddels wel hoe ik een flesje warm moet maken. Ga jij maar lekker vroeg naar bed.”

Michael slaapt nog. Hij snurkt een beetje. Shirley is vroeg wakker. Ze  ligt op haar zij en ondersteunt haar hoofd met haar hand. Zo kan ze hem nog beter bekijken. Ze maakt zich wel een beetje zorgen. Hij doet zo anders! Hij is helemaal niet zo enthousiast over hun samenzijn als dat ze had gehoopt. Stom, dat ze gisteravond dat telefoontje had beantwoord. Michael was daar niet blij mee geweest. “ Maar je hebt toch voor mij gekozen? Je wilde toch naar mij?”  had ze een beetje beduusd gevraagd. “Shirley, je snapt het niet,”  had Michael gezucht. “Het huwelijk van Monique en mij is kapot. En dat is mijn schuld. Maar we hebben wel samen een kind. En ik hou heel erg veel van Lisa. Ik zou het vreselijk vinden, als ik haar niet meer kan zien. Dus ik moet het contact met Monique goed zien te houden. Snap je dat? En dat dit niet bepaald helpt?” Shirley had haar schouders opgehaald. Een gevoel van jaloezie had haar bekropen. Ze wilde de ouwe Michael weer terug. De man, die zijn ogen niet van haar af had kunnen houden, de man, die haar zo hartstochtelijk bemind had. Ze wilde geen man met liefdesverdriet. En wat ze al helemaal niet uit kon staan, was het feit dat Michael bij haar, Shirley, was en ondertussen nog aan zijn vrouw dacht! Hoe zou ze dat kunnen doorbreken?
Ze was naar de koelkast gelopen en had er twee biertjes uitgehaald. “Laten we het er maar niet meer over hebben, oké?” Smekend had ze hem aangekeken. Hij had geknikt en naar haar geglimlacht. De eerste glimlach sinds ze samen waren. “ Geef me maar even de tijd,”  had hij gezegd, en even had hij zijn hand op haar bovenbeen gelegd. Ze hadden veel te veel gedronken. Hij vooral. Wankelend, door haar ondersteund, was hij met haar meegegaan, haar slaapkamer in. Ze had hem moeten uitkleden, want hij was meteen in slaap gevallen. Schaamteloos had ze zijn naakte lichaam bekeken. Ze had hem gestreeld, haar eigen naakte lichaam tegen hem aangedrukt. Gefrustreerd was ze uiteindelijk maar gaan slapen.

Langzaam opent Michael zijn ogen. Hij rekt zich uit als een poes op een vensterbank in de zon. Wat lekker! Hij wordt gestreeld. Monique… Nu wordt hij pas goed wakker. Shirley kijkt hem met ondeugende ogen aan. “Zo te zien vind je het lekker,” lacht ze en gegeneerd ziet hij zijn erectie. Die heeft hij elke ochtend, dat komt echt niet door haar. Ze heeft wel een prachtig lijf, zoals ze daar naakt op het bed zit. Maar daar wil hij niet aan toegeven. Tot nu toe is er tussen hen nog niks gebeurd waar hij zich voor moet schamen. Hij is ook helemaal niet geïnteresseerd in haar. Hij wil gewoon zijn Monique terug. En zijn dochtertje. Hij gaat half rechtop zitten, maar Shirley duwt hem met zachte hand terug. “ Relax maar,” zegt ze zachtjes. Even wakker worden, hij moet echt even goed bedenken hoe hij zijn woorden richting Shirley gaat formuleren. Maar o, wat is dit lekker. En wat is het lang geleden. Een diepe zucht ontsnapt aan zijn mond.

Het is mooi weer. Monique staat in de tuin haar was op te hangen. Wat kan één klein kindje een hoop was produceren, glimlacht ze bij zichzelf. Vertederd kijkt ze naar al die kleine kleertjes die aan de waslijn hangen te wapperen. Ze kijkt naar de kinderwagen die ze in de hoek van de tuin heeft gezet. Wat ligt Lisa lief te slapen! Monique kan er nooit genoeg van krijgen om naar haar dochter te kijken. Met haar wijsvinger streelt ze het zachte wangetje. Even vertrekt Lisa haar mondje. Ze is zo schattig! Monique loopt weer naar de wasmand en hangt de laatste dingetjes aan de lijn. Zo, ook weer klaar. Nu eerst koffie. Heerlijk, zo in het zonnetje. Ze kan echt genieten van zo’n kopje koffie in de zon. Pasgeleden heeft ze de tuinset uit de schuur gehaald en schoongemaakt. Daar heeft ze nu maar mooi profijt van. Onwillekeurig dwalen haar gedachten naar Michael. Het is al meer dan een week geleden dat ze iets van hem heeft gehoord. Maar ze houdt voet bij stuk. Michael is nu aan zet. Ze wordt wat soezerig van de zon. Resoluut zet ze haar lege mok op tafel. Ze gaat boven nog even een was in de machine doen, en daarna maar eens even een wandeling maken met Lisa. Dan kan ze meteen wat boodschappen doen. Ze werpt nog even een blik in de kinderwagen. Lisa is diep in slaap. Mooi zo.

Shirley maakt zich grote zorgen om Michael. Hij ontwijkt haar, is apathisch en geeft nauwelijks antwoord als ze hem iets vraagt. Na de eerste ochtend hebben ze niet meer gevreeën, niet eens gezoend. Met Monique heeft hij geen contact meer gehad, dat weet ze zeker. Als hij slaapt, controleert ze regelmatig zijn mobieltje, maar ze kan niets ontdekken wat op contact met Monique lijkt. Soms neemt ze zijn mobieltje stiekem mee als ze boodschappen gaat doen. Maar hij merkt er nooit iets van. Nu, na een week begint haar geduld een beetje op te raken. Gisteravond heeft ze gevraagd of hij Monique mist. “Nee, ik mis mijn dochter,”  was het korte antwoord. Tjonge, dat zo’n man die baby zo mist! Shirley kan er niet bij met haar verstand. Mannen kijken toch nooit om naar baby’s? Die gaan toch liever voetballen met knullen van twaalf, dan kwijlend boven zo’n wieg staren? Zij kan zich van haar vader niets herinneren wat ook maar op tederheid leek. Michael zit kennelijk anders in mekaar. Ze wordt inmiddels wanhopig. Alles heeft ze al geprobeerd. Ze kookt elke avond uitgebreid voor hem, maar hij eet met lange tanden. Ze maakt het gezellig, door kaarsjes aan te steken, maar hij ziet het niet. Als ze een gesprek met hem probeert te voeren, lijkt hij alleen maar afwezig. Maar nu weet ze wat erachter steekt: hij mist zijn dochter. Toch wil zij niet hebben, dat hij Monique gaat bellen. Wanneer hij dat doet, dan kan hij wat haar betreft meteen vertrekken. Dat heeft ze hem ook verteld. Er zijn tenslotte grenzen. Maar nu ze weet wat hem zo dwars zit, weet ze ook hoe ze hem kan helpen. Het is nog vroeg als Shirley opstaat. “Ik moet weg vandaag, maar ik ben vanmiddag weer terug,”  fluistert ze met haar lippen in zijn dikke haar. “Moet je werken?”  vraagt Michael slaperig. “Nee, het is een verrassing,” glimlacht Shirley. “Ga jij nog maar even lekker slapen.”

Neuriënd loopt Monique de trap af. Heerlijk, om toch weer een beetje te kunnen genieten. De wasmachine staat aan. Ze haalt de boodschappentas uit de kast en stopt haar handtas erin. Sleutels? O ja, op het dressoir. Ze loopt naar buiten en doet de deur achter zich dicht. Dan blijft ze als aan de grond genageld staan: de tuinpoort staat wagenwijd open.
De kinderwagen is weg.

30.

Shirley kijkt in de binnenspiegel van haar auto. Ze kan het kindje net niet zien. Maar het is stil, dus het zal wel slapen. Heeft Monique haar gezien? Net toen ze wegreed, had ze haar het parkeerterrein op zien rennen. Pas als Shirley op de snelweg rijdt, durft ze rustig adem te halen. Ze wordt niet achtervolgd, de baby huilt niet, kortom, de verrassing voor Michael is geslaagd! Wat zal hij blij zijn om zijn dochter weer te zien. Meteen bedenkt ze zich, dat ze iets over het hoofd heeft gezien. Wat stom! Ze is vergeten om het mobieltje van Michael in haar tas te stoppen. Dat was ze van plan geweest, want Monique zal natuurlijk als eerste die ex van haar opbellen! En dan is de verrassing verknald. Shirley voelt in haar handtas die naast haar op de stoel staat. Nee, alleen haar eigen mobieltje. Ze gaat Michael gewoon even bellen. Met een smoes. Maar ze krijgt zijn voicemail. Des te beter. Dan heeft hij het ding uit staan, dus hoeft ze zich geen zorgen te maken. Of is hij in gesprek? Dat kan ook nog. Nou ja, er is nu toch niets meer aan te doen. Wat zal Michael straks verrast zijn, als hij zijn dochter weer ziet! En wat zal hij haar een geweldige vrouw vinden, dat ze dit allemaal voor hem overheeft. Misschien vindt hij het wel ondoordacht, maar ze zal hem laten zien, dat haar hersentjes het echt wel doen, en dat ze heus wel verstand van baby's heeft. Dat kind gaat natuurlijk honger krijgen, dus moet ze zorgen dat er eten is. En een flesje, natuurlijk. O ja, en luiers. Voordat ze naar huis gaat met de kleine, zal ze dus eerst flink inkopen moeten doen. Dus eerst maar naar het winkelcentrum.

Michael wordt wakker door het geluid van zijn telefoon. Een hysterische Monique. Hij moet zijn uiterste best doen om haar te verstaan. Ze schreeuwt, huilt en gilt zo hard, dat Michael de telefoon bij zijn oor vandaan moet houden. "Monique! Word eerst eens rustig. Ik kan je niet verstaan. Wat is er gebeurd? Wat is er met Lisa?" Want uit haar wanhoop heeft hij wel begrepen, dat het om hun dochter gaat. "Ze is weg! O, ik had haar nooit onbeheerd in de tuin moeten laten... Ik wilde met haar gaan wandelen... De was moest nog aan... Het was een vrouw, Michael! Ik kon haar niet goed zien. Maar ik weet zeker, dat zij Lisa heeft meegenomen!" Michael onderbreekt zijn vrouw. "Wat voor auto was het?" vraagt hij kortaf. Een bang vermoeden bekruipt hem. "Ik weet het niet! Een kleine rode auto  maar meer weet ik niet. O, wat ben ik stom! Ik had het kenteken moeten onthouden! Denk je, dat ik de politie moet bellen?" "Wacht daar nog maar even mee. Ik heb een vermoeden, Monique. Die Shirley is compleet geschift. Ik denk, dat zij onderweg is naar mij met Lisa." "Onderweg naar jou? Hoezo? Waarom? En hoezo, geschift? Ik ga echt de politie bellen, hoor Mike! Ik ben zo bang. Mijn kleine meisje!" De tranen springen in Michaels ogen. "Ach lieverd, wat heb ik je toch allemaal aangedaan. Had ik dat kutwijf maar nooit ontmoet! Je moet even heel goed naar me luisteren, Monique. Uit wanhoop ben ik naar Shirley gegaan. Ik kon nergens anders naartoe..." Maar Monique valt hem in de rede. "Nee! Hou op! Ik wil daar nu niet over praten! Ik wil Lisa terug, ik wil Lisa nu terug!" "Oké. Ik snap het. Maar het is wel relevant voor mijn verhaal. Ik heb gisteren tegen Shirley gezegd dat ik zo down ben omdat ik Lisa zo mis. En dat ik het niet zou kunnen verdragen om haar nooit meer te zien. Zij heeft met haar verwrongen geest natuurlijk alleen maar gedacht, dat ze Lisa voor me zou gaan halen, en dat dan alles goed zou zijn. Monique, bel Paul. Kom hierheen. Ik bel de politie, en als Shirley binnenkomt, dan wordt ze onmiddellijk gearresteerd voor het ontvoeren van een baby. Oké? " Monique belooft dat ze Paul gaat bellen en ze hangen op, nadat Michael nog even voor de zekerheid het adres geeft. Monique is hier al een keer geweest, maar ze weet vast niet meer waar het is. Michael blijft nog even met zijn telefoon in zijn hand staan, maar ontsteekt dan in blinde razernij. Dat stomme kutwijf! Nooit, nooit had hij zich met haar moeten inlaten. En hij heeft een nog stommere fout gemaakt door naar haar terug te keren. Nee, geen tijd nu voor piekeren. Hij moet nadenken over dit probleem, dit moet worden opgelost. Hij rekent vlug uit, hoe laat Shirley hier zal kunnen zijn. Monique heeft hem direct gebeld nadat ze de auto heeft zien wegrijden, dus Shirley heeft nog wel een uurtje rijden voor de boeg. Hij zucht diep. Wat zitten ze weer in de nesten! Zal hij haar bellen? En zich dan van de domme houden? Hij herinnert zich haar woorden van vanmorgen ineens weer. Ze zou hem verrassen. Had ze nou echt gedacht, dat ze hem hiermee blij zou maken? Door zijn vrouw de grootste schrik van haar leven te bezorgen? Hij mag nog blij zijn, dat Monique hem heeft gebeld. Voor hetzelfde geld zou ze hebben gedacht dat hij hierachter zat, samen met Shirley. Zoveel vertrouwen heeft Monique kennelijk nog wel in hem, dat ze hem als eerste heeft gebeld. Zonder hem ook maar van iets te beschuldigen. Mag hij daar dan hoop uit putten? Hij heeft geen tijd om er verder over na te denken. Hij moet de politie bellen.

De bel gaat. Zenuwachtig loopt Michael naar de deur. Het is de politie. Twee grote mannen in uniform zitten tegenover Michael. Hij moet zijn verhaal doen. ‘Gek,' denkt hij. ‘Op straat ziet de politie er veel minder imposant uit dan wanneer ze in zo'n klein woonkamertje ineens tegenover je zitten.' Hij probeert zo goed en zo kwaad als het gaat zijn verhaal te doen. De politieagenten luisteren goed en stellen vragen. Voor Michael het goed en wel in de gaten heeft, ligt zijn hele verhaal op tafel. Van het moment dat hij Shirley ontmoette, tot nu toe. Af en toe kijkt hij ongerust op zijn horloge. Het is nu al vijf kwartier geleden sinds het telefoontje van Monique. Shirley had toch allang hier moeten zijn? De angst slaat hem om het hart. Ze zal maar verongelukken, met zijn dochtertje in de auto! Dan heeft hij dát ook nog op zijn geweten, en dan mag hij concluderen, dat hij zijn lieve vrouw Monique voor het leven heeft beschadigd. En weer gaat de bel. Michael excuseert zich en loopt opnieuw naar de voordeur. Monique en Paul. Zwijgend kijken ze elkaar aan. Michael leest de vraag in de ogen van Monique. "Nee, ze is er nog niet. De politie is er wel," zegt hij eenvoudig. Monique slaat haar armen om zijn nek in een eeuwenoud vertrouwd gebaar. "O, Michael," is het enige dat ze uit kan brengen. Michael houdt haar vast. Ondanks alles zou hij willen dat dit moment eeuwig mag duren. Hij heeft zijn vrouw in z'n armen!

Shirley heeft haar auto geparkeerd in het winkelcentrum. De baby slaapt nog steeds. Eerst haalt Shirley het onderstel van de kinderwagen uit de kofferbak van haar auto en klapt het ding uit. Wat een gedoe! Het duurt even, voordat Shirley doorheeft hoe het systeem werkt. Ze wordt er ongeduldig van. Kom op, nou! Ze heeft geen uren de tijd! Gehaast tilt ze de kinderwagenbak van de achterbank en bevestigt het ding op het onderstel. Lisa maakt even een geluidje. "Slapen, kreng," grinnikt Shirley. Dat kan ze nou echt niet gebruiken, een jankende baby. Even later loopt ze onwennig achter de kinderwagen door het winkelcentrum. Wie had dat ooit kunnen denken, Shirley achter de kinderwagen? Ze vindt het eigenlijk wel amusant. Oké. Even in de rol van kersverse moeder duiken. Wat moet ze allemaal hebben? Eerst maar eens luiers en babyvoeding. En een flesje. Shirley loopt de eerste de beste drogisterij in die ze tegenkomt. "Dag mevrouw, kan ik u helpen?" vraagt de vriendelijke verkoopster haar. "Ja, ik wil een pak babyvoeding, luiers en een fles," antwoordt Shirley gedecideerd. " Welk merk wilt u?" Shirley haalt haar schouders op. "Gewoon, voor een klein baby'tje." De verkoopster neemt haar opmerkzaam op. "Hoe oud is de baby, mevrouw?" Shirley kijkt haar aan en denkt na. Shit, hoe oud is Lisa ook alweer? Dan moet ze even terugdenken. Wanneer is ze ook alweer op kraamvisite geweest bij Monique? Drie maanden? Of korter? Nee langer, want Monique is ook allang weer aan het werk. Vier maanden dan? Ja, zoiets. "Ze is vier maanden," zegt ze. De verkoopster lacht vriendelijk. "Mag ik haar even zien? Ik ben dol op baby's." Zonder het antwoord af te wachten, loopt ze om de toonbank heen. "Ach, wat een schatje," zegt ze, vertederd. "Bent u de moeder, of...? Shirley trekt de kinderwagen met een ruk naar zich toe. " Ja, natuurlijk ben ik de moeder," snauwt ze. "Geeft u mij die voeding nou maar vlug. Maakt niet uit welke. Als het maar geschikt is voor baby's van vier maanden. Ik wil ook nog een zuigfles en luiers." "Welk nummer?" vraagt de verkoopster. Shirley raakt geïrriteerd door al die vragen. "Hoezo, welk nummer? Gewoon, de luiers die bij een vier maanden oude baby passen, natuurlijk." Dan ziet Shirley ineens iemand die ze kent. De baas van het tankstation waar ze werkt. Snel probeert ze zich verstoppen, door zich over te buigen naar Lisa en ineens het dekentje recht te trekken. Maar ze doet dit zo ruw, dat Lisa opeens wakker schrikt en klaaglijk begint te huilen. Ook dat nog. Guido, haar baas, heeft haar ontdekt. "Hee, Shirley! Dat heb je vlug gedaan," grapt hij, met een knikje naar de kinderwagen. Shirley probeert te glimlachen en schudt de kinderwagen wat om Lisa tot bedaren te brengen. "Ben je aan het oppassen?" vraagt Guido vriendelijk. Schichtig kijkt Shirley om zich heen. Maar de aardige verkoopster is inmiddels in geen velden of wegen meer te bekennen. "Ja," zegt Shirley daarom maar. "Dochtertje van een vriendin van mij." Dan ziet ze vanuit haar ooghoeken de verkoopster. Ze staat de telefoneren, maar kijkt ondertussen Shirley strak aan. Wat voert ze in haar schild? Shirley voelt zich wat ongemakkelijk en wil het liefst zo snel mogelijk de winkel weer uit. Maar Guido staat over de kinderwagen gebogen en spreekt Lisa op vriendelijke toon toe. Het helpt wel, want het kindje is onmiddellijk stil. De verkoopster komt ondertussen weer naar haar toe en legt de gevraagde artikelen op de toonbank. "Luiers, babyvoeding en een zuigfles. Ik ben uitgegaan van normale babyvoeding. Uw kindje is toch nergens allergisch voor?" Snel kijkt Shirley naar haar baas. Maar hij lijkt verdiept in zijn contact met Lisa. " Nee hoor, het is goed zo," antwoordt ze daarom haastig, en trekt meteen haar pinpas uit haar portemonnee. Maar de verkoopster heeft helemaal geen haast. " Verder nog iets nodig? Billendoekjes, misschien?" vraagt ze, met een vriendelijke glimlach. Ja, ook wel handig. " Ja, doet u ook nog maar billendoekjes," zegt Shirley. "Hoeveel krijgt u van mij?" Maar de ogen van de verkoopster zijn niet langer gericht op Shirley maar op de winkeldeur. De winkeldeur, waar op dat moment twee politieagenten door naar binnen komen.

31:

Shirley doet net of ze de politieagenten niet ziet. Ze heeft geen idee, of het nou toeval is, dat deze agenten de winkel binnenwandelen, of dat de verkoopster ze heeft gebeld. Meteen verwerpt ze dat idee ook weer. Ze ziet leeuwen en beren! Waarom zou die vrouw de politie bellen? Ze doet toch niks verkeerd? Shirley blijft bij de toonbank staan met haar portemonnee in haar hand. “En? Hoeveel is het? Kan ik pinnen?” vraagt ze. De vrouwelijke agent buigt zich over naar Lisa.
“Wat een schatje!” zegt ze bewonderend. “U zult wel trots zijn op zo’n mooie dochter!” Shirley lacht plichtmatig en knikt. “Ja, heel trots,” antwoordt ze vlug, “maar ik heb een beetje haast, ze moet eten.” Meteen steekt ze haar bankpas in de pinautomaat en toetst haar pincode in. Tot overmaat van ramp ziet ze Guido, haar baas, met wat spullen in zijn hand naar de kassa lopen. Ze kijkt hem angstig aan. Als hij maar niks zegt! Maar hij lijkt verdiept in de bak met voordeeltjes die op de toonbank staat. “Hoe oud is uw dochtertje, mevrouw?” vraagt de agente, met een vriendelijke klank in haar stem. “Vier maanden,” reageert Shirley kort. Dan verliest ze haar geduld. “Kan ik potverdorie nou nog pinnen, of hoe zit dat?” vraagt ze kwaad aan de verkoopster. Die kijkt naar de agent. En ook Guido kijkt stomverbaasd. “Je dóchtertje? Het is toch het kindje van een vriendin?” De politieagenten en ook de verkoopster kijken hem aan. “Deze dame werkt voor mij. Ik ben de eigenaar van een benzinestation,” legt hij uit, “en ik kan u verzekeren, dat deze dame geen kinderen heeft. Trouwens, ze heeft mij net nog verteld, dat ze aan het babysitten is.” De politieagent, die tot nu toe nog niks heeft gezegd, pakt Shirley rustig bij haar elleboog, en zegt: “Het lijkt me beter, als u even met ons meekomt naar het bureau. U lijkt een beetje in de war, en dan kunnen we op het bureau even uitzoeken hoe het nu allemaal wél zit. Er is niks aan de hand. We willen u alleen wat vragen stellen.” Maar Shirley wil niet mee naar het bureau. “Ik ga niet mee! Mijn man zit thuis op me te wachten en hij zal doodongerust zijn als we heel lang wegblijven. Ik ga niet mee!” Guido kijkt stomverbaasd. ” Shirley! Wat is er met je aan de hand? Je hebt geen man, en ook geen kind! Meisje, wat haal je je toch allemaal in je hoofd?” De politieagent probeert het te sussen. ” Meneer, we zijn blij met uw informatie, maar vanaf nu nemen wij het over, oké?” Guido haalt zijn schouders op. “Ik snap er geen reet meer van,” mompelt hij. “Afrekenen, meneer?” vraagt de verkoopster vriendelijk. “Ja, laten we dat maar doen. Hoeveel krijgt u van me?” Shirley was de verkoopster al bijna vergeten. Maar dan beseft ze, dat deze persoon degene is, die haar plan heeft laten mislukken. “Stom kutwijf! Waar bemoei je je mee!” gilt ze en voor de politie er op bedacht is, heeft ze het blik met babyvoeding gepakt en dat gooit ze in dolle drift naar de verkoopster. Ze treft haar vol in haar gezicht. De vrouw begint te kermen en de agente rent vlug naar haar toe. De vrouw heeft zich inmiddels bloedend op de grond laten zakken en de agente pakt meteen haar telefoon om 112 te bellen. “Ben je niet goed snik? Ze had wel dood kunnen zijn!” roept Guido. “Ja, goed zo, sla haar maar in de boeien! En je zet nooit meer een poot in mijn benzinestation, is dat duidelijk? Stuk tuig!” Het is ineens een grote chaos. Lisa is wakker geworden van alle herrie, of misschien wel gewoon van de honger, en krijst. De vrouw op de grond kreunt en kermt, terwijl de agente het bloed probeert te stelpen dat uit de voorhoofd van de verkoopster gutst. De twee andere verkoopsters die elders in de winkel aan het bijvullen waren, zijn op het tumult toegelopen en staan nu geschrokken te kijken. Shirley is in de boeien geslagen en kijkt met grote ogen toe. Het lijkt wel een film, waarin ze terecht is gekomen. Een paar minuten later komen er twee ambulancebroeders binnen. Zij keuren Shirley geen blik waardig, maar hurken neer bij de gewonde vrouw. “Dat is een behoorlijke jaap. We nemen u mee naar het ziekenhuis, want dit zal wel gehecht moeten worden. Hoe voelt u zich verder?” De verkoopster geeft aan, dat ze misselijk is en hoofdpijn heeft. “Ja, het is een harde klap geweest. We halen de brancard en daar zullen we u voorzichtig op leggen. Het kan best zijn, dat u een flinke hersenschudding heeft.” Een paar minuten later verlaten de ambulancebroeders met hun patiënt de winkel. De agent draait meteen de deur op slot. Een van de winkelbediendes begint te huilen. “Wat moeten we nou doen? Zij is de cheffin, zij sluit altijd af!” De agente besluit om een ander filiaal te bellen. Kort legt ze uit, wat er aan de hand is. De bedrijfsleider aldaar belooft om onmiddellijk naar deze vestiging toe te komen. De andere vrouw is wat kalmer. “Zij moet volgens mij echt eten hoor,” wijst ze op de kinderwagen. “Moet ik anders een flesje voor haar maken? Ik heb zelf een kindje van die leeftijd. Anders blijft ze huilen.” De agente geeft haar toestemming. De verkoopster neemt de kinderwagen, de babyvoeding, het flesje en de luiers mee naar achteren.
 Shirley wrikt met haar polsen. Ze is woest. Ze had nog veel harder moeten gooien. Dat stomme wijf heeft haar hele plan verziekt. De agent heeft haar op een stoel neergezet. “Zitten blijven!” heeft hij gecommandeerd. “Je hebt zeker een heel klein pikkie!” heeft ze terug gesnauwd. Ha! Daar had hij niet van terug. Althans, hij reageerde niet. Nu is hij aan de telefoon. Ze kan niet verstaan wat hij allemaal zegt, want hij loopt al pratend door de winkel. Maar het gaat wel over haar. Dan komt de verkoopster de winkel weer in met de kinderwagen. “Ze had honger! En een poepbroek. Maar nu is ze weer helemaal tevreden. Ja hè, schatje!”

Monique heeft het niet meer van de zenuwen. Telkens loopt ze handenwringend naar het raam. Struikelend over haar woorden heeft ze haar verhaal verteld aan de politie. En nu wachten ze af, tot Shirley zal verschijnen met de kleine Lisa. “Wil iemand wat drinken?” heeft Michael onhandig voorgesteld, en Monique heeft hem -om maar iets omhanden te hebben- geholpen in de keuken om koffie te maken en in te schenken. Dan krijgt een van de politieagenten telefoon. Uit zijn woorden valt niet zo veel op te maken, maar toch kijkt Monique hem verwachtingsvol aan als hij het gesprek heeft beëindigd. De politieagent lacht. “Volgens mij heb ik goed nieuws voor u. In het winkelcentrum is een jonge vrouw aangetroffen met een kinderwagen. In de kinderwagen lag een baby te slapen. De vrouw had tegen de verkoopster gezegd dat het haar dochtertje was, maar ze kon vervolgens niet zeggen welk merk babyvoeding ze wilde, en wat voor luiers en ze maakte een verwarde indruk. Mijn collega’s zijn gebeld door de oplettende verkoopster en zij hebben de vrouw en de baby inmiddels naar het politiebureau gebracht. Kom, dan gaan wij daar ook naartoe.” Dit laat Monique zich geen tweemaal zeggen. Ze is al bij de voordeur en met haar bevende handen probeert ze de deur open te maken. Dan voelt ze een warme hand over die van haar heen. “Kom. Laat mij maar,” zegt Michael, en door zijn daadkracht voelt ze zich opeens heel week worden. Ze snikt het uit. “Ik wil gewoon naar Lisa,” snikt ze, met een schorre stem. “Ik weet het, meisje. Ik weet het,” zegt Michael, en even streelt hij haar wang.

Op het politiebureau duurt het nog lang. Monique wipt ongedurig van haar ene voet op de andere. Opnieuw moeten zij en Michael -los van elkaar- een verklaring afleggen. En zelfs Paul wordt gehoord. Alles wat ze zeggen wordt genoteerd in een verslag en moet worden ondertekend. “Mag ik dan nou mijn dochter zien?” smeekt Monique. Ze graait in haar tas. ” Kijk, hier, een mapje vol met foto’s van haar. En als je me niet gelooft, neem maar DNA van ons, ik vind alles best. Maar geef me mijn dochter!” De agente heeft even oogcontact met de andere agent, en deze knikt. En even later wordt de kinderwagen binnengereden. Monique slaakt een gil en rent naar de wagen toe. Meteen wordt ze beloond door een lieve glimlach van haar dochtertje. Snikkend klemt ze het kindje tegen haar borst. “O, mijn meisje, mama laat je nooit meer alleen, echt nooit meer,” snikt ze. Michael komt bij zijn vrouw en dochter staan en streelt het hoofdje van zijn kind. “Je mag hier jezelf nooit de schuld van geven,” zegt hij ernstig. “Nooit. Jij hebt niks verkeerds gedaan. En als er dan al iemand schuldig is, behalve Shirley dan, dan ben ik het wel. Maar jij niet, Monique.” Paul voegt zich ook bij het gezelschap. Hij glimlacht, en streelt het wangetje van Lisa. “Zal ik je naar huis brengen, met Lisa?” vraagt hij aan Monique.
 Deze vraag raakt Michael alsof hij getroffen is door een kogel. Natuurlijk. Monique gaat weer weg. Naar hun huis. Met hun dochter. En hij dan? Hij wil geen minuut langer in het huis van Shirley blijven. Hij wil haar nooit meer zien. Tenzij haar tegen haar moet getuigen in de rechtbank, dan zal hij haar met alle plezier recht aankijken. Met een ijzige blik. Ze hebben inmiddels het hele verhaal gehoord, en ook dat Shirley een verkoopster heeft verwond. Wat een geluk, dat ze in ieder geval wel goed voor Lisa heeft gezorgd. Monique ziet zijn blik. Ze kijkt naar Paul. “Zou Michael…” begint ze, maar ze maakt haar zin niet af. Paul schudt zijn hoofd. “Nee, sorry,” zegt hij kortaf. “Je weet, ik wil veel voor je doen, maar ik kan het niet meer opbrengen om hem weer in huis te nemen. Je moet het me maar niet kwalijk nemen.” Monique zucht. Ze begrijpt het ook wel. “Ik snap het,” zegt ze. “En je bent de beste vriend die ik me maar kan wensen.” Paul kijkt opgelucht. Michael kijkt Paul met een sombere blik aan. “Ik kan het je niet kwalijk nemen. Wat heb ik me schandalig gedragen in jouw huis. Het spijt me, man.” Paul knikt. Er valt een ongemakkelijke stilte. Zwijgend lopen ze het politiebureau uit. Ze wandelen naar het huis van Shirley waar de auto van Paul geparkeerd staat. Voor het huis staan ze stil. Dan zegt Monique volkomen onverwacht: “Ga je spullen maar pakken. We wachten hier op je. Voorlopig kan je bij mij terecht. En je slaapt in de logeerkamer.”

32.

Voor de zoveelste keer wordt Monique wakker. Wat hoort ze? Ze stapt uit bed en loopt de babykamer binnen. Met wild kloppend hart kijkt ze in het bedje. Gelukkig. Lisa ligt lekker te slapen. Toch durft Monique haar niet alleen te laten. Ze heeft het geprobeerd, omdat ze zich niet wil laten gek maken door alles dat ze heeft meegemaakt. Gewoon verder gaan met leven; het lukt echt niet. Michael komt met een slaperig gezicht uit de logeerkamer. “Is alles goed?” vraagt hij, terwijl hij luid geeuwt. Monique kijkt geërgerd. “Doe nou zachtjes, ik wil niet dat Lisa wakker wordt.” Even kijkt Michael verwonderd. Tjonge, wat is Monique prikkelbaar! Hij is nu drie dagen thuis, maar er is geen pijl te trekken op de buien die ze steeds heeft. Ook wel logisch, natuurlijk, het is ook niet niks, wat ze allemaal heeft meegemaakt, maar zo nu en dan reageert ze echt overdreven. “Ik denk, dat ik Lisa bij me in bed neem. Echt, ik heb bij elkaar misschien een half uurtje geslapen.” Michael haalt zijn schouders op. “Tja, je moet het zelf weten. Je hebt haar juist vanavond voor het eerst weer in haar eigen bedje gelegd. Monique, geloof me, er kan niets gebeuren. Het huis is beter beveiligd dan de Nederlandsche Bank, dus wat wil je nou? En als je echt zo bang bent, dan kun je misschien beter hulp gaan zoeken, echt, ik meen het.” Monique kijkt hem woedend aan. “Types als Shirley horen door psychologen onderzocht te worden, ik niet! Ik ben alleen de dupe geweest van zo’n psychopaat! Ken jij andere moeders, waarvan hun kind ontvoerd is geweest? Nou dan!” Michael luistert al niet meer. Hij loopt richting de logeerkamer en zegt: “Als je me nodig hebt, ik ben hier. Maar je hoeft je niet zo op mij af te reageren.” “Als het je niet bevalt, dan donder je morgen maar op!” roept Monique, met tranen in haar ogen, maar de deur van de logeerkamer zit potdicht.

Waarom heeft ze Michael aangeboden om hier voorlopig zijn intrek te nemen? Was het een impulsieve daad, omdat ze het met hem te doen had? Achteraf weet ze het antwoord best: ze was gewoon doodsbang. Doodsbang, om met haar kindje, dat van haar afgepakt was, alleen in een huis te wonen. Ze wilde hem in huis om hen te beschermen. Maar ze raakt de angst niet kwijt. Zodra ze in bed ligt, komt alles weer boven. Maar ook andere scenario’s. Hoe zou het zijn gegaan, als Shirley het kind niet had willen afstaan? Wat, als zij Michael niet had gebeld? Hoe had hij dan op de verrassing gereageerd? Zou hij haar dan ook hebben gebeld, met de mededeling dat Shirley knettergek was, en dat hij de politie al had ingeschakeld? Waarom was hij naar Shirley toegegaan? Hoe was hun relatie geweest in die tijd? Hadden ze seks gehad? Was zij, Monique, ter sprake gekomen? Natuurlijk, ze kan deze dingen allemaal met Michael bespreken, maar ze is bang voor de antwoorden. Eigenlijk had ze gehoopt dat er toch weer een mogelijkheid zou bestaan om een gezinnetje te vormen, maar dat wilde ze niet om de goede redenen. Haar gevoelens voor Michael zijn haarzelf op dit moment ook niet duidelijk. Is ze op zoek naar iemand die haar kan beschermen? Of is hij toch de man met wie ze oud wil worden? Monique zucht. Ze tilt het slapende kindje uit het bedje, en houdt het dicht tegen zich aangedrukt. “Kom maar lekker bij mama in bed,” zegt ze zachtjes, terwijl ze een kusje op de zachte haartjes drukt. Ze loopt vlug met het baby’tje naar haar eigen slaapkamer en draait snel de deur aan de binnenkant op slot. Ze legt Lisa op de kant waar Michael ooit lag, en kijkt nog even bezorgd of het raam goed dicht zit. Het is wel warm geweest vandaag, maar ze durft het raam echt niet open te zetten.

“Zullen we Lisa lekker in de wagen leggen en naar het dorp gaan?” Stella kijkt haar zus vragend aan. Monique weet het niet, maar zij is hier op verzoek van Michael. Meteen krijgt Monique een angstige blik in haar ogen. “Nee, ik blijf liever thuis,” antwoordt ze kortaf. “Kom nou eens zitten,” nodigt Stella haar zus uit, en klopt uitnodigend naast zich op de bank. Monique gaat zitten, al is het niet geheel vrijwillig. “Moon, dit gaat niet goed. Ik snap, dat je de schrik van je leven hebt gehad, maar je zoekt het in de verkeerde oplossingen. Shirley zit vast, Michael wil niets meer van haar weten, dus zij heeft hier nu en straks niets meer te zoeken. Oké?” Monique begint te huilen. “Ik weet het allemaal wel. Maar de gedachte om Lisa misschien nooit meer terug te zien, was bijna niet te verdragen. Om gek van te worden! Het kwam al onverwacht, die zwangerschap, je weet wat ik er allemaal voor over moest hebben, om haar te krijgen, mijn man ging vreemd in die tijd, ik heb verdomme nogal wat meegemaakt!” Woedend staat ze op. “Gek hè, dat het dan even niet goed gaat met me! Mág het alsjeblieft? In het echte leven is het niet zoals in Goede Tijden Slechte Tijden! Dat mensen het rottigste van het rottigste meemaken, soms ontvoerd worden, drie keer bedrogen, vijf keer een miskraam krijgen, en er dan nog stralend en naar de laatste mode gekleed uit weten te zien! Dit is het echte leven! Het leven waarin ik traumatische dingen heb meegemaakt de laatste tijd!” Bij de laatste zinnen staat Monique te stampvoeten van woede. Tranen stromen langs haar gezicht. Driftig veegt ze de lange slierten haar naar achteren. Stella laat haar rustig uitrazen. Prima. Laat het er maar uitkomen. Dan ploft Monique weer neer op de bank en snikt, met haar hoofd in haar handen. Stella slaat beide armen om haar zus heen. “Goed zo. Huil maar, huil maar lekker,” zegt ze steeds, als was het tegen een kind.

Michael zit op een terras. Het is warm, en hij heeft behoefte aan een pilsje. Thuis benauwt het hem, letterlijk en figuurlijk. Gelukkig is Stella bij Monique. Hij wist zich er even geen raad meer mee. Ook omdat zijn rol niet duidelijk is. Is hij thuis in de rol van vader en echtgenoot, al slaapt hij dan -voorlopig- op de logeerkamer? Of is hij een logé in zijn eigen huis? In hoeverre kan hij zijn eigen gang gaan, kan hij kasten openen, zich met zijn dochter bemoeien? Het is hem niet duidelijk en hij durft er ook geen gesprek over te beginnen. Maar hij ziet wel hoe Monique er aan toe is. En dat hij in dit verhaal de pispaal is, tja, dat had hij ook al wel bedacht. Maar dat ze niet meer naar buiten zou durven, dat ze ‘s nachts constant rond zou gaan spoken om de sloten te checken en te dubbel checken, nee, dat was niet bij hem opgekomen. Heeft ze hem alleen de toegang tot het huis verschaft omdat ze niet alleen durfde te zijn? Oftewel, alleen met Lisa? Nee, dat wist ze op dat moment vast nog niet. Ongeduldig zoekt Michael de blik van de ober. Hallo! Oogcontact! Ja, daar is de ober, met zijn biertje. “Verkopen jullie ook sigaretten?” vraagt Michael. De ober wijst naar binnen. “Daar staat een apparaat, meneer. Maar als u gepast geld heeft, dan wil ik ook wel een pakje voor u halen.” Even later zit Michael te roken. Dat is lang geleden! Maar daar was hij wel even aan toe, zeg! Hij neemt een slok bier, en kijkt in het tijdschrift dat hij zojuist bij een kiosk heeft gehaald. Achterin staan advertenties. Bij een gerenommeerd vrachtwagenbedrijf hier in Delft vragen ze een internationaal chauffeur voor een tankwagen. Er staat een telefoonnummer bij. Goed zo. Zo doen ze dat in de vrachtwagenwereld. Geen gezeik met moeilijke brieven en cv’s, gewoon mondeling. Tien minuten later heeft hij een afspraak staan voor een sollicitatiegesprek voor aanstaande vrijdag. Hij voelt zijn zelfvertrouwen gewoon groeien. Dat zou toch geweldig zijn! Weer een baan, en in het weekend naar zijn gezin. En niet als een of andere zwerver van hot naar her gestuurd worden. Wat zal Monique opkijken van dit nieuws! Hij steekt nog een sigaret op, bestelt nog een biertje en bekijkt de rest van het tijdschrift. Daarna rekent hij af en slentert langzaam naar huis.

“Zo, wat een opluchting!” lacht Monique door haar tranen heen. “Je hebt gelijk. Ik moet het weer op gaan bouwen. Elke dag even naar buiten met Lisa, en ‘s avonds proberen om haar niet direct uit bed te sleuren.” Stella knikt. “Ik blijf een paar dagen hier. Ik ga je van je ‘straatvrees’ afhelpen, vind je dat goed? En als het mij niet lukt, dan stuur ik je alsnog naar een psych!” Monique gooit haar een kussen naar het hoofd. “Dat zullen we nog wel eens zien!” roept ze. “Kom,” zegt Stella resoluut. “We gaan een wandelingetje maken. Genoeg uitstelgedrag.” Weer die angst in Moniques ogen. “Een klein eindje maar,” soebat Stella. “Zodra het niet meer gaat, gaan we weer naar huis. Kom op!”

Tien minuten later lopen de zussen op straat. Stella loopt achter de kinderwagen en Monique houdt haar arm stijf vast. Ze kijkt steeds om zich heen, maar Stella prijst haar, omdat ze het toch maar doet. Monique heeft een briefje neergelegd voor Michael, want anders weet hij niet waar ze is. Stella vond het diep in haar hart maar onzin, maar liet Monique gewoon maar begaan. Ze zal de komende tijd veel tijd aan haar zus moeten besteden, anders gaat het niet goed! Gelukkig verloopt de wandeling wel goed. Ze gaan niet te ver, en als Stella voorstelt om terug te lopen, haalt Monique opgelucht adem. Het is gelukt! “Ruik je de stal?” grijnst Stella, als Monique steeds harder begint te lopen. Monique lacht ook. “Ja, het is gelukt, maar het kostte me ook veel,” zegt ze, als ze de sleutel in het slot steekt.

Michael komt hen tegemoet in de gang. “Goed nieuws, Monique! Vrijdag heb ik een sollicitatiegesprek bij van der Lee! Hoe vind je dat? Ze vragen een internationaal tankchauffeur, dus dan zijn ze bij mij aan het juiste adres!!” Er valt een doodse stilte. Stella kijkt naar Monique. En van Monique naar Michael. “Michael, Monique is naar buiten geweest met Lisa. En met mij. Wat vind je daarvan?” Michael slaat zich voor zijn hoofd. “Stom van me! Ja, ik ben hier heel vol van, maarre…Goed van je hoor!” Hij geeft Monique een kameraadschappelijke tik op haar schouder. IJskoud kijkt ze hem aan. “Als je weer een baan neemt, waarbij je ‘s nachts van huis bent, dan kan je net zo goed nu je spullen pakken en voor altijd verdwijnen uit mijn leven. Ik wil ‘s nachts niet langer alleen zijn.”

33.

Na het verhaal van Shirley is het stil in de verhoorkamer. Shirley kijkt naar haar nagels en bijt er een los velletje af. Ze kijkt haar verhoorders niet aan, als ze zegt: "Zo is het gegaan, en als jullie me niet geloven dan kan ik het ook niet helpen." Een van de rechercheurs - de aardige - vraagt vriendelijk: "Waarom zouden we je niet geloven? Zo'n verhaal verzin je toch niet?" Shirley haalt haar schouders op. "Precies," antwoordt ze. De aardige rechercheur lacht vriendelijk naar haar, en ze lacht verlegen terug. Hij valt op haar, dat voelt ze gewoon. Ze knippert wat met haar lange wimpers om er de nadruk op te vestigen, en het werkt. Als ze opkijkt, staat zijn gezicht nog steeds vriendelijk. De andere rechercheur is een lomperik. Een chagrijnig hoofd, een lelijke kop, nee, die mag wat haar betreft vertrekken. Maar dat doet hij niet. Hij richt het woord tot haar en spreekt op barse toon: "Nou, mij heb je niet overtuigd, jongedame. Je vertelt ons, dat je min of meer bent gegijzeld in je eigen huis door deze Michael. Een paar maanden eerder heeft hij je meegevraagd om een ritje te maken in zijn vrachtwagen, en toen heeft hij je verkracht. Dat klopt, tot zover?" Shirley knikt. "Ja, hij zal beweren dat ik het goed vond, maar dat was helemaal niet zo. Hij overrompelde me. En schreeuwen had geen zin, de vrachtwagen stond in het bos geparkeerd."
"En je hebt niet overwogen om aangifte te doen?" Shirley kijkt hulpzoekend naar de andere rechercheur. Die schiet haar onmiddellijk te hulp. "Dat arme kind durfde dat natuurlijk helemaal niet! Wie zou haar geloven? Toch?" Shirley kijkt hem aan met een dankbare blik. Toch wel handig, als je het uiterlijk hebt van een engeltje. Maar de barse politieman neemt weer het woord: "Een paar maanden later belt jouw verkrachter je op, dat hij zijn intrek voorlopig bij jou wil nemen. En dat vond jij zomaar goed?" Shirley denkt even na. Nee, dat klinkt inderdaad niet logisch. Ze schudt haar hoofd. "Nee, nee, zo zat het niet. Hij belde niet óp, hij belde áán. Hij stond ineens op de stoep, bedoelde ik."
"Dat is niet wat je net zei," onderbreekt de rechercheur haar. "Net zei je nog, dat hij je belde met de vraag of hij voorlopig bij jou in huis mocht. Dat is heel wat anders." De aardige rechercheur schiet haar wederom te hulp. "Het is gewoon lastig, maak het haar niet zo moeilijk! Hij heeft dus aangebeld. Aangebeld, opgebeld, wat maakt het uit. Wat gebeurde er, toen de bel ging?" Shirley gaat er voor zitten. "De bel ging, en ik deed open. Het was Michael. Ik schrok me echt rot! Hij greep me bij mijn keel, en duwde me naar binnen. Met zijn voet schopte hij de deur dicht. Nou ja, de rest weten jullie."
"Vertel het nog maar een keer," moedigt de aardige rechercheur haar aan. "Dan weten we zeker, of je niets bent vergeten. Hoe lang heeft hij je...eh...gegijzeld?" Shirley kijkt hem aan. Is hij nou serieus, of niet? Maar zijn ogen staan nog net zo vriendelijk als net. Aangemoedigd door zijn oprechte belangstelling gaat ze verder: " Hij wilde bij mij blijven, omdat hij me niet had kunnen vergeten. Alles had hij voor me opgegeven, zei hij. Maar ik had geen interesse. Dat had ik toen... nou ja, met die verkrachting al tegen hem gezegd, dat ik hem nooit meer wilde zien. Hij dacht dat ik het niet meende. Dat ik ook op hem geilde."
"Maar je bent wel ontsnapt," zegt de barse rechercheur. "En je hebt zijn kind ontvoerd, weet je wel, hoe lang je daarvoor de bak in kunt draaien?"
"Dat moest van hem!" gilt Shirley. Ze wordt panisch bij het idee van een gevangenisstraf. "Ik moest zijn kind ontvoeren, en als ik het niet deed, dan zou hij mij vermoorden!"
"Waarom ben je dan niet meteen naar het politiebureau gereden? Je was toch vrij op dat moment?" De stem van de politieman klinkt kort en afgemeten. "Ik was bang, snap dat dan!" snikt Shirley. "Bang? Je was niet te bang om een kind te gaan stelen, niet te bang om een verkoopster een hersenschudding te bezorgen, maar wel bang voor Michael? Meisje, je verhaal klopt van geen kant! Echt, wij hebben Michael ook gehoord, en van hem weten we wat voor verknipt mens je bent! Hij wilde jou helemaal niet, hij wilde zijn vrouw! Jij drong je alleen maar aan hem op, hij werd er doodziek van! Maar omdat het escaleerde in zijn huwelijk, en hij geen andere plek had om naartoe te gaan, heeft hij uiteindelijk na veel aarzelen jou opgebeld. En heeft daar veel spijt van gehad. Er was geen sprake van een seksuele relatie, Shirley. Dat heb je zelf verzonnen!" Shirley valt snikkend met haar hoofd op de tafel neer. " Ik heb het niet verzonnen! Hij heeft me verkracht! Ik was bang voor hem, en dat ik die verkoopster heb geslagen was uit paniek. Want als ik het kind niet mee naar huis zou brengen, dan zou hij me vermoorden!" Haar gesnik maakt weinig indruk op de rechercheur. Zijn collega is zo vriendelijk om Shirley een tissuedoos te geven, waar ze dan ook dankbaar gebruik van maakt. Dan besluit ze om haar laatste troef uit te spelen. Ze kijkt de rechercheurs beurtelings aan, en zegt: "Als Michael beweert, dat wij nooit seks hebben gehad, hoe kan het dan dat ik zwanger ben van zijn kind?"

Michael betrapt zich erop, dat hij een wijsje aan het fluiten is. Het leven is toch zo kwaad nog niet. Morgen heeft hij een sollicitatiegesprek, en Monique lijkt er inmiddels ook een beetje mee verzoend. Dat heeft hij ook wel aan Stella te danken. Zij heeft met Monique gesproken, en haar laten inzien dat het wel heel irrelevant is om van hem te verlangen dat hij een baan zoekt waarbij hij elke avond thuis is, terwijl hij alleen maar bij haar logeert, omdat ze -zoals het er tot nu toe naar uitzag- van hem wil scheiden! "Jij hebt gewoon een oppas nodig, het maakt niet uit wie het is," heeft Stella gezegd. Hard maar eerlijk. "Ik heb al gezegd, dat ik de komende tijd als Michael er niet is, hier best wil komen slapen, zolang het nodig is, maar je kunt hem er niet van weerhouden om een baan te zoeken." Monique heeft dat zelf ook wel ingezien. Michael is er later nog op teruggekomen. "Kijk Monique, als jij denkt dat ons huwelijk nog een kans maakt, dan wil ik best wat anders gaan zoeken. Zeg het maar!" Maar Monique had alleen maar geantwoord: " Ga maar naar dat gesprek toe, en zie maar, of het wat voor je is." Hij heeft dat maar als een voorlopig ‘nee' opgevat, en hoe gek het ook lijkt, ergens lucht hem het ook wel op. Monique is echt geen makkelijke vrouw om mee te leven, daar is hij nu wel achter. Als hij hier alleen maar logeert, dan kan ze hem ook niets verplichten, maar hij kan wel van zijn dochtertje genieten. En seks, ach, dat hadden ze toch al tijden niet meer, hij weet amper meer hoe het was met Monique! Hij wil die baan hebben. Dan zal hij zich weer gelukkig voelen. De snelweg op, kilometers vreten, dat is wat hij wil.

Het is vrijdagochtend. Michael doucht langer dan gebruikelijk en zorgt ervoor dat hij er tiptop uitziet. Hij is best wel nerveus. Voor de zoveelste keer kijkt hij in de spiegel. De tijd lijkt om te kruipen. Hij speelt wat met Lisa, loopt af en toe de tuin in om een sigaretje te roken, en eindelijk is het dan tijd om te gaan. "Nou, succes dan maar," zegt Monique vriendelijk, terwijl ze Lisa uit de box haalt. "Dankjewel," zegt Michael. "Duim maar voor me, dat het gaat lukken." Hij pakt zijn jas van de kapstok, trekt deze aan voor de spiegel, plukt nog wat aan zijn haar en doet de voordeur open.
Twee politieagenten komen het tuinpad oplopen. "Bent u de heer Sonneveld?" vraagt een van de agenten terwijl hij zijn legitimatie laat zien. "Ja," antwoordt Michael helemaal onthutst. "Dan verzoeken wij u om met ons mee te komen."